20211120 — zaterdag

Ik had ‘m al eer­der deze week in mijn mail­box gezien: de nieuws­brief van de OU waar­in een eer­ste uit­leg werd gege­ven van de ver­nieuw­de bacheloro­p­lei­ding Alge­me­ne cul­tuur­we­ten­schap­pen. Van­daag had ik tijd om me er ver­der in te ver­die­pen. De wij­zi­gin­gen voor het komen­de stu­die­jaar met als start sep­tem­ber 2022 betref­fen voor­na­me­lijk de pro­pe­deu­se. En laat ik daar nu juist vol­op mee bezig zijn. Moet ik me zor­gen maken?

Voor­dat ik daar wat meer infor­ma­tie over geef deel ik hier aller­eerst de inlei­ding van de nieuws­brief die de ach­ter­grond beschrijft van de reden waar­om deze koers­wij­zi­ging nodig is:

We moe­ten het over cul­tuur heb­ben. Kijk maar naar de meest bran­den­de vraag­stuk­ken in het hui­di­ge publie­ke debat, zoals die rond diver­si­teit en inclu­sie, digi­ta­li­se­ring, gezond­heid en zorg, kunst­ma­ti­ge intel­li­gen­tie of duur­za­me ont­wik­ke­ling. Dat al deze vraag­stuk­ken een ste­vi­ge cul­tu­re­le dimen­sie heb­ben, wordt tegen­woor­dig breed onder­kend. Dit heeft geleid tot een groei­end bewust­zijn dat cul­tuur geen luxe is, maar essen­ti­eel en cru­ci­aal in alle domei­nen van de samen­le­ving. Oplos­sin­gen voor de com­plexe uit­da­gin­gen waar we als maat­schap­pij voor staan, zijn alleen goe­de oplos­sin­gen wan­neer de cul­tu­re­le dimen­sies ervan goed zijn door­dacht en mee­ge­no­men. Meer dan ooit heeft de samen­le­ving nood aan goed getrain­de cul­tuur­spe­ci­a­lis­ten. Zij moe­ten niet alleen thuis zijn op de ter­rei­nen van geschie­de­nis, filo­so­fie, kunst, lite­ra­tuur en media, maar deze kun­nen ver­bin­den met ande­re ken­nis­do­mei­nen en kun­nen bij­dra­gen aan cul­tu­reel geïn­spi­reer­de oplos­sin­gen voor de pro­ble­men van nu.

Gezien het boven­staan­de is de con­clu­sie dat de bacheloro­p­lei­ding op de schop moet. Of ik het daar­mee eens ben, of dat ik de logi­ca wel of niet kan vol­gen doet er niet zoveel toe. Het gaat gebeu­ren. Van­af sep­tem­ber 2022 wordt een com­pleet nieu­we pro­pe­deu­se aan­ge­bo­den die er als volgt uit­ziet (waar­bij de EC staat voor de te beha­len studiepunten):

Nog steeds is de insteek dat er 60 stu­die­pun­ten behaald die­nen te wor­den. Daar­van heb ik er in de hui­di­ge opzet al 30 gehaald, die ook behou­den zul­len blij­ven. Momen­teel sta ik inge­schre­ven voor twee inlei­den­de cur­sus­sen Cul­tuur­ge­schie­de­nis die recht geven op totaal 10 pun­ten. Begin vol­gend jaar is het de bedoe­ling dat ik met de inlei­den­de cur­sus­sen Filo­so­fie ga star­ten. Ook die geven recht op 10 punten. 

Wat me dan nog rest in de hui­di­ge opzet is dat ik de cur­sus­sen Ame­ri­ca­na en Aca­de­misch schrij­ven moet afron­den. Voor de cur­sus Ame­ri­ca­na kan ik me nog net in augus­tus 2022 inschrij­ven, en de cur­sus Aca­de­misch schrij­ven wordt ook in de nieu­we opzet aangeboden.

Het lijkt er dus op dat indien ik op sche­ma blijf de pro­pe­deu­se vol­gens oor­spron­ke­lijk plan kan afma­ken. Van de nieu­we cur­sus­sen die aan­ge­bo­den wor­den zijn de zoge­naam­de Metho­de­cur­sus­sen ver­ge­lijk­baar met de inlei­den­de cur­sus­sen van dezelf­de dis­ci­pli­ne in de hui­di­ge opzet. Alleen de Por­taal­cur­sus­sen wij­ken af. Daar­van kun je er even­tu­eel een aan­tal vol­gen tij­dens de post­pro­pe­deu­se als het past of nodig is in de ver­de­re stu­die­rich­ting bin­nen Cultuurwetenschappen.

Dit is wat ik er voor­lo­pig van begrijp. Belang­rijk is dat ik mijn hui­di­ge plan­ning kan blij­ven vol­gen. Natuur­lijk zul­len er regel­ma­tig nieuws­brie­ven blij­ven ver­schij­nen die ver­der ingaan op de wij­zi­gin­gen en er is ook al een uit­ge­brei­de FAQ beschik­baar. Mocht ik als­nog wegens voort­schrij­dend inzicht con­clu­de­ren dat ik wel dege­lijk mijn plan­ning moet aan­pas­sen dan zul je dat te zij­ner tijd hier wel lezen. 

Nu ver­der met ancien régime. Op 11 decem­ber staat een stu­die­dag gepland en daar wil ik goed voor­be­reid naar toe.

20211115 — maandag

De pro­ble­men die ik vori­ge week onder­vond met mijn auto waren ver­hol­pen na het plaat­sen van een nieu­we accu. Daar­om keek ik van­och­tend vreemd op toen de auto niet wil­de star­ten. Opnieuw bleek de accu leeg te zijn. Vaar­dig als ik onder­tus­sen was haal­de ik de start­ka­bels tevoor­schijn en sloot plus op plus en min op min aan. Een paar minu­ten later kon ik mijn auto weer star­ten en bel­de ik de gara­ge voor een nieu­we afspraak. Daar heb­ben ze nu een paar dagen de tijd (en mijn auto) nodig om te onder­zoe­ken of er ergens kort­slui­ting gemaakt wordt waar­door de accu leeg­loopt. Geluk­kig zit­ten we in een lockdown.

20211113 — zaterdag

In de krant las ik deze och­tend over de gif­ti­ge groe­ne knolamaniet:

[het] is de meest gevrees­de pad­den­stoel ter wereld door het hoge aan­tal in de medi­sche lite­ra­tuur beschre­ven ver­gif­ti­gin­gen. Voor Neder­land is het een van de gif­tig­ste pad­den­stoe­len. Death cap, hoed des doods, heet hij in het Engels, voor­al dode­lijk door­dat het men­se­lijk lichaam pas laat door heeft dat het, naast een aar­dig sma­kend hap­je, ook een gif­bom is.
[Trouw]

En natuur­lijk kwam ik enke­le groe­ne zwam­men tegen tij­dens mijn tuin­ac­ti­vi­tei­ten later van­daag. Of het de groe­ne kno­la­ma­niet is durf ik niet te zeg­gen. Getui­ge de foto in de krant is die uit­ge­rust met zo’n typisch pad­de­stoel­hoed­je ter­wijl het exem­plaar dat ik in de tuin tegen­kwam bol­vor­mig is en dan over­gaat in de steel. Maar ik was gewaar­schuwd. Hoe­wel, zolang je de pad­de­stoel (of zwam) niet opeet is er wei­nig reden tot paniek.

De groot­ste tuin­k­lus (het afgraaf­pro­ject) is bij­na gedaan. Mor­gen het laat­ste stuk­je. Plus wat ande­re zaken zoals het ver­wij­de­ren van herfst­bla­de­ren uit de dak­goot en de vijver(s) schoon­ma­ken. Dan zit de vakan­tie er weer op. Bij het inval­len van de duis­ter­nis zag ik een mooi laag­je mist opko­men in het wei­land van de buren. De pony was nog net zichtbaar.

’s Avonds had ik het plan ver­der te gaan met stu­de­ren daar waar ik ’s och­tends gestopt was. Het bleef bij een plan dat ik niet ten uit­voer bracht. In plaats daar­van zocht en vond ik op you­tu­be een vol­le­di­ge film­ver­sie van Anna Kare­ni­na. De film stamt uit 1997 en is met Sop­hie Mar­ceau in de hoofd­rol. Je moet wel de Duit­se taal beheer­sen, want de film is in het Duits nage­syn­chro­ni­seerd, maar ook voor­zien van Duits­ta­li­ge ondertitels. 

Ik heb de film niet geheel tot het eind uit­ge­ke­ken omdat ik in het boek nog zo’n twee­hon­derd (van de negen­hon­der­den­ze­ven­tig) pagina’s te gaan heb, maar tot dus­ver vind ik het een aan­ge­na­me ver­fil­ming. Het volgt de belang­rijk­ste gro­te lij­nen van het boek rede­lijk trouw zon­der dat het door de vele ver­wik­ke­lin­gen als te gefor­ceerd over­komt. Een hele ver­a­de­ming ver­ge­le­ken met de ver­fil­ming van The Gold­finch die ik eer­der deze week zag. 

20211112 — vrijdag

Een rust­dag. Die gaf ik mij­zelf cadeau deze laat­ste dag van mijn week­je vakan­tie. De bat­te­rij opla­den alvo­rens ik komend week­end (mor­gen dus) ver­der ga met de tuin­k­lus­sen. En wat deed ik zoal van­daag op die rust­dag? Stu­de­ren voor­na­me­lijk. Op m’n gemak de res­te­re­ren­de (als­ook de niet-ver­plich­te) hoofd­stuk­ken uit de bun­del en gere­la­teer­de lite­ra­tuur lezen van Inlei­ding cul­tuur­ge­schie­de­nis 1. In een luie stoel met een kan kof­fie ernaast. En omdat het weer ’s mid­dags voor de tijd van het jaar prach­tig was ook nog een tijd­je bui­ten geze­ten met Anna Kare­ni­na. Dat was het wel. Daar­na uit­ge­breid de tijd geno­men om een lek­ke­re maal­tijd te berei­den. De dag werd ver­pest door de aan­kon­di­ging van nieu­we coro­na­re­stric­ties. Maar goed­ge­maakt door een afle­ve­ring van Vroe­ge Vogels. Voor­al het item over het zoe­ken naar fos­sie­len in de bin­nen­stad van Utrecht. Met als toe­tje het uit­stap­je naar de Dom­to­ren waar op 80 meter hoog­te via de stei­gers aan de bui­ten­kant de afdruk­ken van schelp­die­ren zicht­baar waren op de gebruik­te ste­nen. Heel bij­zon­der. De avond afge­slo­ten met muziek en een drank­je. Thuis.

20211111 — donderdag

Een vakan­tie­dag gelijk alle voor­gaan­de deze week: wer­ken in de tuin. Met als inter­mez­zo dat ik de accu van mijn auto weer moest opla­den omdat de ban­den­wis­sel gepland stond. Daar­na heb ik ‘m voor de zeker­heid naar een bevrien­de mon­teur gebracht om de accu te laten controleren. 

Het afgra­ven van de grond vor­dert gestaag, hoe­wel ik van­daag voor­al druk ben geweest met voor en ach­ter het gazon nog een laat­ste maal dit jaar te maai­en. En zo waren er ook wat ande­re tuin­k­lus­sen die bedoeld zijn om de tuin win­ter­klaar te maken. 

Voor ik het door­had viel de duis­ter­nis al in en kon ik het gereed­schap bij elkaar zoe­ken. Na een snel­le dou­che ging ik aan de slag in de keu­ken voor het avond­eten. Er stond een maal­tijd­soep op het pro­gram­ma. Deze had ik al eens eer­der gemaakt en dus kon ik rou­ti­neus dit laat­ste klus­je van de dag klaren. 

Om acht uur schoof ik aan voor een livestream geor­ga­ni­seerd door Spui25. Het onder­werp: ‘Per­soon­lij­ke geschie­de­nis­sen en col­lec­tie­ve ver­beel­ding. Hoe de her­in­ne­ring aan de twee­de wereld­oor­log levend blijft.’ Het waren twee cul­tu­reel antro­po­lo­gen die van­uit hun dis­ci­pli­ne dit onder­werp nader beschouw­den. Al na tien minu­ten moest ik afha­ken omdat Inge mijn hulp nodig had bij een com­pu­ter­pro­bleem. Dat duur­de lan­ger dan gedacht. Er zit niets anders op dan de opna­me van de livestream op een later moment terug te kij­ken. Iets wat ik ook nog moet doen voor boek­pre­sen­ta­tie van L. De lezer van de 19de eeuw door Mari­ta Mathijssen. 

Voor ik naar bed ging heb ik wel het laat­ste gedeel­te van The Gold­finch op Net­flix afge­ke­ken. Ik was er niet kapot van. De ver­haal­lijn van het hoe het (vijf­maal?) gesto­len schil­de­rij uit­ein­de­lijk weer in het muse­um terecht­komt wordt naar het ein­de toe in hoog tem­po afge­raf­feld en blijft even onwaar­schijn­lijk. Ver­der doet de film geen enkel recht aan het boek. Hoe­wel ik eer­lijk moet zeg­gen dat het boek zelf af en toe lang­dra­dig was kon ik als lezer wel veel beter invoe­len wat de ver­woes­te impact was van het ver­lies van zijn moe­der op Theo en hoe dat ver­vol­gens zijn ver­de­re leven blij­vend zou weten te beïn­vloe­den. In de film kwam dit nau­we­lijks uit de verf. Alle in het boek ruim uit­ge­spon­nen gebeur­te­nis­sen wer­den in de film terug­ge­bracht tot sum­mie­re ver­mel­din­gen of kwa­men in het geheel niet terug. Een mis­luk­te poging. 

Omdat ik met de laat­ste twee­hon­derd pagina’s bezig ben van Anna Kare­ni­na wil ik die film bin­nen­kort ook op Net­flix gaan kij­ken. Maar deze avond ont­dek­te ik dat de film niet meer beschik­baar is op Netflix. 

20211110 — woensdag

Ik heb het hier wel eens ooit eer­der geschre­ven, maar ik ben dus zo iemand die eerst de gebruiks­aan­wij­zing leest voor­dat ik aan een klus begin. Zo ook van­och­tend met het opla­den van de accu van mijn Ford Ka met behulp van start­ka­bels. Want ik ging er gemaks­hal­ve van­uit dat dat het euvel was waar­om de auto nog steeds niet wil­de star­ten. Natuur­lijk ken­de ik het basis­prin­ci­pe van plus op plus en min op min aan­slui­ten, waar­bij de rode kabel op plus moest en de zwar­te op min. 

Aller­eerst duw­de ik de Ka naar een plek waar ik de C‑Max ernaast kon par­ke­ren en open­de bij bei­de auto’s de motor­kap. In de hand­lei­ding van de C‑Max stond geschre­ven dat ik de plus van de vol­le accu moest aan­slui­ten op de plus van de lege accu. Tot zover had ik het goed. En dan ver­vol­gens de min van de vol­le accu op de mas­sa van de lege accu. De mas­sa? Ik vroeg me af wat dat nu weer was. Het sche­ma­tisch teke­nin­ge­tje gaf geen inzicht waar die mas­sa gevon­den kon wor­den, maar in ieder geval niet op de accu zelf.

Dan maar de hand­lei­ding van de Ka erbij geno­men. Het­zelf­de ver­haal maar nu met twee afbeel­din­gen erbij. Afhan­ke­lijk van de ver­sie auto/accu kon de mas­sa ergens anders gevon­den wor­den. In mijn geval was het een kabel die voor­langs de accu liep. Zie de teke­ning en het gele pijl­tje hieronder.

Accu Ford Ka

Ik vroeg me af waar­om de kabel niet gewoon op de min aan­ge­slo­ten kon wor­den. Aan het twij­fe­len gebracht zocht ik hulp op inter­net. De film­pjes die ik voor­bij zag komen gaven alle­maal aan dat min op min moest. Zou ik de hand­lei­ding kun­nen nege­ren? Wat kon er mis gaan? Nou, niet veel. Want toen ik aan de slag wil­de gaan met de start­ka­bels kon ik ze ner­gens vin­den. Navraag bij Inge leer­de dat we nieu­we had­den moe­ten kopen omdat de vori­ge set een breuk had en al weg was gegooid.

Bij de auto­ma­te­ri­al­han­del kocht ik een nieu­we set. De laat­ste die ze op voor­raad had­den. Met de iet­wat kou­de­re nach­ten van de afge­lo­pen week bleek ik niet de eni­ge te zijn die een auto had die daar niet goed mee om kon gaan. Voor de zeker­heid vroeg ik om zijn advies. Gewoon min op min. Tevre­den reed ik terug naar huis, par­keer­de de C‑Max opnieuw naast de Ka en pak­te de start­ka­bels erbij om de plus op de plus aan te slui­ten. Daar­na de min op de min. Alleen waar zat de min bij de C‑Max?

Accu Ford C‑Max

Ik had dan wel de plus aan­ge­slo­ten, dui­de­lijk­her­ken­baar aan het + teken, maar hoe ik ook zocht een — teken of aan­slui­ting was niet te vin­den op de accu. Al met al ging me die klus nu toch wel heel veel tijd kos­ten op deze manier. Opnieuw zocht ik mijn toe­vlucht tot inter­net toen de hand­lei­ding geen uit­sluit­sel gaf. Daar zag ik geluk­kig een film­pje met een Ford waar de min aan­slui­ting tegen de zij­kant van de motor­kap zat. Op de foto hier­bo­ven rechts bui­ten beeld. Niet dat er een — teken op stond, maar ik nam de gok en het werkte.

Vier uur later was de accu weer leeg toen ik een bood­schap wil­de gaan doen. Mor­gen maar eens de gara­ge bel­len nadat ik de zomer­ban­den heb laten wis­se­len voor win­ter­ban­den. Waar­voor ik natuur­lijk eerst weer het ritu­eel met de start­ka­bels moet ondergaan. 

20211109 — dinsdag

De con­tai­ner is vol. Snel­ler dan ik ver­wacht had met alle ande­re klus­sen tus­sen­door. Nu zou je den­ken, klus geklaard en laat de vakan­tie maar begin­nen! Was het maar waar. Helaas is de plek ach­ter pas voor iets meer dan de helft afge­gra­ven. Dus moet de con­tai­ner opge­haald en geleegd wor­den voor­dat ik ver­der kan. Ergens hoop­te ik dat dit mini­maal een dag of twee zou gaan duren zodat ik wat rus­tig aan kan doen met een kop­je kof­fie en een goed boek. Deze avond werd er ech­ter al een nieu­we con­tai­ner bezorgd. Jippie…

Toen ik mijn auto aan de kant wil­de zet­ten voor het ver­van­gen van de con­tai­ners bleek de accu leeg te zijn. Ten­min­ste, dat is de eer­ste dia­gno­se die ik zelf als leek kon ver­zin­nen. Met niet al te veel moei­te luk­te het mij om de auto aan de kant te duwen. Mor­gen maar eens kij­ken of ik ‘m met start­ka­bels aan de praat krijg. 

De rest van de dag ging op aan koken (sinds de eer­ste lock­down ben ik wat vaker gaan koken) en stu­die. Het is nog steeds dood­stil qua com­mu­ni­ca­tie van­uit de OU over de voor­ge­no­men wij­zi­gin­gen in de cur­sus­op­zet van Cul­tuur­we­ten­schap­pen, dus voor­lo­pig volg ik trouw het hui­di­ge pro­pe­deu­se-sche­ma. Momen­teel ben ik bezig met het hoofd­stuk ‘De staat in opmars (vijf­tien­de — zeven­tien­de eeuw)’ geschre­ven door Maar­ten Prak.

In de inlei­ding wordt ver­meld dat met de opkomst van de zoge­naam­de New Monar­chs in de vijf­tien­de en zes­tien­de eeuw er weer ‘eni­ge teke­ning [begon] te komen in de staat­kun­di­ge ont­wik­ke­ling van Euro­pa’ na een eeu­wen­lang duren­de cha­os sinds de val van het Romein­se rijk. Er wordt ech­ter op gewe­zen dat dit geschied­ver­haal door recent onder­zoek (let wel, de bun­del waar dit hoofd­stuk onder­deel van is dateert ook alweer uit 2006) van nuan­ces is voor­zien. Zo zijn er alter­na­tie­ve ‘rou­tes’ van deze ‘konink­lij­ke weg’ te onder­schei­den en is er veel meer aan­dacht geko­men voor de inter­na­ti­o­na­le betrek­kin­gen tus­sen de Euro­pe­se staten. 

20211108 — maandag

Als je de sta­pel hout hier­on­der ziet dan kun je je wel­licht een voor­stel­ling maken hoe­zeer de wilg is inge­kort. Maar voor het zover was viel de hele plan­ning van­daag al om acht uur ’s och­tends bij­na in dui­gen. Wat bleek, de hoog­wer­ker die nodig was kon de bocht voor­langs de schuur niet maken van­we­ge de vij­ver. Tot dan toe werd zwaar mate­ri­eel vaak via een aan­hang­wa­gen ach­ter­uit naar ach­ter gere­den. Dan valt die bocht net te maken. Met de hoog­wer­ker was dat niet het geval. 

Geluk­kig, na vol­doen­de kof­fie en wat pas­sen en meten luk­te het uit­ein­de­lijk toch om de wagen de bocht te laten maken zon­der iets te raken. Van­af dat moment ging het hard en al tegen lunch­tijd was er van de wilg niet veel meer over dan een een­za­me stam. Uit erva­ring weten we inmid­dels dat dit slechts een paar maan­den tijd nodig heeft voor­dat de eer­ste tak­ken alweer zul­len ont­sprin­gen om een mooie nieu­we ‘pruik’ te vormen.

Het goe­de nieuws was ver­der dat de boom wei­nig slech­te tak­ken heeft. De komen­de jaren hoe­ven we ons geen zor­gen te maken. Er was slechts een tak die er niet zo goed uit­zag, maar dat was bekend. Het is de tak waar de specht (die trou­wens de gehe­le dag in de buurt was om de werk­zaam­he­den aan­dach­tig gade te slaan) in het ver­le­den flin­ke gaten heeft gehakt en die de laat­ste paar jaar gebruikt wordt door spreeu­wen om erin te broe­den. Deze tak heb­ben we niet in stuk­ken laten zagen. We had­den een beter idee. Ach­ter in de tuin heb­ben we ‘m laten opta­ke­len in een eik en ste­vig beves­tigd met span­ban­den als een for­se nest­kast voor nieu­we gene­ra­ties tuinvogels.

En de specht zag dat het goed was.

20211107 — zondag

Mor­gen wordt de treur­wilg die ach­ter in de tuin staat met de helft klei­ner gemaakt. Nadat we de schuur ver­der door­ge­trok­ken had­den en zijn gaan inrui­men met een hoop spul­len die opge­sla­gen ston­den op zol­der en ande­re tij­de­lij­ke plaat­sen vroe­gen we ons af het of het (ver­ze­ke­rings­tech­nisch) wel zo han­dig was om zo’n hoge boom ernaast te heb­ben staan. Hij vangt veel wind en er hoeft maar een ste­vi­ge tak af te bre­ken om met­een met flin­ke scha­de opge­za­deld te zit­ten. Plus hij houdt ook veel licht tegen.

Veel van de tijd ging van­daag ver­lo­ren aan het vrij­ma­ken van de ruim­te rond­om de boom. Ze moe­ten er goed bij kun­nen om niet alleen de tak­ken te kun­nen afza­gen maar ook dat ze de tak­ken op de grond kun­nen sor­te­ren. De dik­ke­re gedeel­tes wor­den op kloof­leng­te gezaagd en opge­sta­peld zodat ik die later weer kan klo­ven en opslaan in het hout­hok. De dun­ne­re gedeel­tes gaan de hak­selaar in die er dus ook dicht­bij gepar­keerd moet wor­den. Ver­der heb­ben we de vij­ver wat afge­schermd om te voor­ko­men dat er al teveel blad en zaag­sel in terecht komt. 

Omdat het weer ook niet echt bevor­der­lijk was (veel regen) is het afgraaf­pro­ject ach­ter in de tuin er een beet­je bij inge­scho­ten. Ik ben nu bij het gedeel­te aan­ge­ko­men waar ook de hoop aar­de ligt die ik daar al eens eer­der heb neer­ge­gooid. Dat vergt meer tijd en kracht. Ik heb nog de hele week dus maak me ver­der geen zorgen. 

Toen ik m’n tuin­ge­reed­schap ging oprui­men klaar­de het weer wat op en ver­scheen er een hel­de­re regen­boog aan een bewolk­te hemel. Een mooie afslui­ting van de werkdag.

Deze avond her­in­ner­de ik mij dat in mijn lijst­je op Net­flix ook de film ‘The Gold­finch’ stond. Ik heb het boek niet zo lang gele­den ein­de­lijk uit­ge­le­zen en was wel benieuwd hoe de film­ver­sie zou zijn. De film duurt best lang (het boek is ook ruim 700 pagina’s dik) en ik heb ‘m nog niet hele­maal uit­ge­ke­ken, maar ik heb het idee dat voor iemand die het boek niet gele­zen heeft de film mis­schien moei­lijk te vol­gen is. Of beter, dat het niet altijd even dui­de­lijk is waar­om de ver­haal­lijn zich ont­wik­kelt zoals in de film getoond wordt. In het boek wordt heel veel aan­dacht besteedt aan hoe de hoofd­per­soon Theo Dec­ker, nadat hij zijn moe­der heeft ver­lo­ren, eerst tij­de­lijk bij een gast­ge­zin wordt onder­ge­bracht en later door zijn vader (met nieu­we vrien­ding) wordt opge­haald om te ver­hui­zen naar Las Veg­as. In het boek krijg je dui­de­lijk mee hoe ont­hecht Theo gaan­de­weg van alles en ieder­een raakt, maar in de film gaat dit veel te snel. Afijn, mor­gen maar eens ver­der kij­ken voor een eindoordeel.

20211106 — zaterdag

De komen­de week heb ik vakan­tie. Om dat te vie­ren werd er deze och­tend rond 7 uur een con­tai­ner bezorgd. De bedoe­ling is dat aan het eind van mijn vakan­tie, ofte­wel vol­gend week­end, deze con­tai­ner gevuld is met tuin­aar­de. Het idee is dat ik die tuin­aar­de met een spa­de ga uit­gra­ven ach­ter op ons per­ceel en met de krui­wa­gen naar de con­tai­ner breng. Zodat ver­vol­gens met wor­tel­doek en grind het uit­ge­gra­ven stuk kan wor­den opge­vuld. Een zoveel­ste stap naar onze tuin iets onder­houds­vrien­de­lij­ker te maken.

Aan het eind van de mid­dag had ik een rede­lijk stuk afge­gra­ven. Maar wat op de foto iets min­der goed te zien is, is dat de groe­ne strook aan de rech­ter­kant waar ik nog aan de slag moet hoger is dan de rest. Daar ligt flink wat zand dat ik bij een vori­ge keer gra­ven (voor de tegels ver­der­op nog net zicht­baar) daar gemaks­hal­ve naar toe had ver­plaatst. Als ik door­re­ken op basis van wat ik van­daag in onge­veer drie uur heb gedaan, ben ik nog wel even bezig de rest van de week. Op basis van vier uur per dag zou ik het net moe­ten red­den. Ik weet wat me te doen staat in mijn ‘vakan­tie’.

Bij de buren viel me op dat er een nieuw paard­je of pony in de wei stond. Tus­sen de tak­ken door zag ik hem/haar af en toe wat dich­ter bij het hek staan om nieuws­gie­rig een blik te wer­pen op wat ik aan het doen was. Maar zodra ik wat dich­ter­bij kwam deins­de hij/zij terug. We moe­ten nog een beet­je aan elkaar wennen.