Daar hep je regtop

Je rijdt ’s ocht­ends in je auto naar het werk en op de radio hoor je dat je recht hebt op kun­nen lezen en schri­jven. En je denkt Ja! daar heb ik zek­er recht op want heel je lev­en heb je al willen lezen en schri­jven en je luis­tert goed wat je moet doen om daar recht op te hebben en het is heel makke­lijk want je hoeft alleen maar naar daar heb je recht op punt nl te gaan. Maar eerst naar het werk dus moet je het onthouden want opschri­jven kun je het nog niet hoewel je daar wel recht op hebt.

Na het eten ’s avonds was je het toch nog bij­na ver­geten maar opeens moest je er weer aan denken en dus kruip je achter de com­put­er en ga je op zoek naar de web­site waar ze je kun­nen helpen.

daarhep­jereg­top­puntnl

daarhe­b­jereg­top­puntnl

daarhe­b­jere­hc­top­puntnl

daarhe­b­jere­hc­tobpuntnl

daarhe­b­jerech­tobpuntnl

daarhe­b­jerech­top­puntnl

Ein­delijk. Je had de hoop al bij­na opgegeven maar nu lijkt het toch dat je op de site bent. De let­ters zeggen je nog niet zoveel maar je ziet woor­den waar een streep­je onder staat en daar­van weet je dat je er op kunt klikken. Klik.

Nee hè, nog meer let­ters. En cijfers zo te zien. Som­mige herken je, maar niet alle­maal. Dan zie je het luid­sprek­ert­je in de link­er­boven­hoek. Aha, dat zal een hoop duidelijk mak­en. Vol verwacht­ing klik je erop Klik! en hoort een blikkerige vrouwen(?)stem het vol­gende oplezen:

Beter lezen en schri­jven? Daar heb je recht op! 1 op de 10 Ned­er­lan­ders kan niet zo goed lezen en schri­jven. Dat zijn mensen zoals jij. Niet erg. Wel verve­lend. Gelukkig kun je er wat aan doen. Leer nu beter lezen en schri­jven. Bel: 0800–0234444.

Je moet het een paar keer terugluis­teren voor­dat je het num­mer uit je hoofd kunt opdre­unen want opschri­jven daar heb je dan wel recht op maar helaas kun je dat nog steeds niet. En je vraagt je af waarom ze dat num­mer ook niet gewoon op de radio had­den kun­nen vertellen ter­wi­jl je het intikt op je mobielt­je maar dan had je niet terug kun­nen luis­teren en om nu de hele dag in de auto te bli­jven zit­ten om telkens het bericht voor­bij te horen komen schi­et ook niet op en dan wordt de tele­foon opgenomen aan de andere kant.

Helaas. De voice­mail. Dan mor­gen maar terug­bellen als je het num­mer nog weet.

~ ~ ~

Concert

Deze blog­post is deel 9 van 9 in de serie We zijn alle­maal alleen

We zijn inmid­dels twee jaar verder. Suzan woont nog steeds op zichzelf. Geen part­ner. Nie­mand is bij haar ingetrokken. Oh, ze heeft genoeg aan­loop gehad, daar niet van. En menig man heeft zon­der al te veel moeite tot haar slaap­kamer weten door te drin­gen. Maar daar bleef het bij. Als ze al niet ’s nachts uit eigen beweg­ing schielijk vertrokken waren dan zorgde Suzan er zelf wel voor dat al snel duidelijk werd dat ze niet van plan was om het ont­bi­jt met hen te delen. Het bed voor een nacht, daar bleef het bij. Vol­doende man­nen die daar niet moeil­ijk over deden.

Of ze gelukkig is? Ik zou het niet weten. Net zoals het voor mij een raad­sel is of Lau­rens het geluk gevon­den heeft. Wat hij in ieder geval niet voorzien had was dat de inkoopas­sis­tente een zoon­t­je had toen hij Suzan voor haar inruilde. Hij had er niet naar gevraagd en zij was er niet over begonnen. Tot­dat haar ex op een dag onverwachts kwam bin­nen­vallen met het ver­haal dat hij een tijd naar het buiten­land moest. Voor zak­en. De afspraak dat hij voor lan­gere tijd de zorg voor hun zoon­t­je had genomen zodat zij aan haar ontwik­kel­ing kon werken kwam hier­bij te ver­vallen. Vond hij. Zon­der al te veel plicht­pleg­in­gen liet hij het kind en enkele kof­fers bij hen achter.

Het enige wat ik wel weet is dat Lau­rens niets moet hebben van kinderen. Lang is hij daarom niet bij haar gebleven. Ondanks dat zij flink haar best deed om het hem naar de zin te mak­en toen ze doorhad dat hij niet echt gecharmeerd was van de nieuwe sit­u­atie. Maar het lag er te dik bovenop voor hem. En het kind verd­ween er niet door. Met de dag zag hij er meer tegenop om na het werk terug te keren. Nee, dat ging ‘m niet wor­den. Net zoals hij niet zo lang gele­den van de ene op de andere dag bij Suzan was vertrokken liet hij nu ook de inkoopas­sis­tente in de steek.

Terug naar Suzan zag hij niet zit­ten. Een beet­je met hangende poot­jes smeken of ze het nog een keert­je kon­den proberen (wat hij diep in zijn hart toch niet wilde) en dat hij spi­jt had (had hij eigen­lijk hele­maal niet) was wel het laat­ste wat hij zou doen. Beter was het om maar eens een tijd­je als vri­jgezel door het lev­en te gaan. Even alle ruimte nemen en geen reken­ing te hoeven houden met een zoveel­ste vriendin die het uitein­delijk ook niet bleek te zijn leek hem een beter plan.

Het beviel hem pri­ma. Zo goed dat hij ook nu nog alti­jd geen nieuwe relatie heeft. Natu­urlijk was er regel­matig sprake van een one-night stand maar net als zijn spaarzame bezoek­jes aan de Mc Don­alds was de voor­pret meestal beter dan de daad­w­erke­lijke con­sump­tie. Hij bleef in de meeste gevallen met een nare bijs­maak achter wan­neer een vrouw zon­der al te veel plicht­pleg­in­gen vroeg in de ocht­end vertrok. Hij had nooit een pros­tituee bezocht en hoewel dit er niet mee te vergelijken viel voelde het voor hem min of meer gelijk. Dat de drankjes waarop hij de avond ervoor getrak­teerd had terug betaald moesten wor­den. De laat­ste tijd ging hij daarom steeds min­der op stap. Aan Suzan had hij nog wel eens gedacht zon­der ooit con­tact met haar op te nemen.

En nu, twee jaar lat­er, staan ze samen in de rij voor een con­cert. Zon­der dat ze het van elka­ar weten. Het mag niet echt toe­val het­en want ze waren alle­bei ruim voor­dat ze elka­ar kenden fan van de arti­est die hier vanavond komt optre­den. Maar toch. Lau­rens staat enkele meters achter Suzan en laat zijn blik over de rij gli­j­den om heel even te bli­jven hangen bij de blonde haar­dos van Suzan voor­dat hij verder naar voren kijkt. Dat gaat nog wel even duren. Om de tijd te doden opent hij de face­book app op zijn mobielt­je. Suzan, die even een lichte huiv­er­ing voelde die haar nekhaart­jes overeind deed gaan kijkt om zich heen naar de wach­t­en­den. Ze heeft met nie­mand spec­i­fiek afge­spro­ken maar is toch alti­jd benieuwd of ze bek­enden tegenkomt op zo’n avond. Dan gaat ze verder met een update te schri­jven voor op haar face­book profiel. Ze heeft er zin in! Even schudt ze met haar haren en maakt dan een self­ie.

~ ~ ~

Tien jaar later

Gelu­id dringt onom­keer­baar door de stilte.
Hij kijkt op van het scherm. Er gaan jaren voor­bij voor­dat hij arriveert.
Buiten staat een boom in het volle zon­licht
Hij loopt naar het raam. Een vrouw is bezig in de tuin. Ze zwaait naar hem en hij zwaait terug.
Bin­nen staat een tafel met vier stoe­len.
Hij gaat weer zit­ten. De lap­top is in rust ver­zonken. Uit de radio klinkt een lied van geluk.
Zijn vrouw staat nu bin­nen en vraagt of hij zin heeft in koffie. Dat heeft hij.
~ ~ ~

Eerste kerstdag

Deze blog­post is deel 8 van 9 in de serie We zijn alle­maal alleen

Suzan schenkt zichzelf nog maar eens een kop­je koffie in. Dit is haar eerste ker­st­mis zon­der Lau­rens sinds ze een half jaar gele­den uit elka­ar zijn gegaan. Hon­derd­vi­jfen­zes­tig dagen om pre­cies te zijn. Op die bewuste dag zelf had­den ze geen ruzie gehad. Na het avon­de­ten was Lau­rens gaan ten­nis­sen met col­le­ga’s. De vol­gende ocht­end werd Suzan wakker in een verder leeg bed. Lat­er op de dag belde Lau­rens haar op dat hij was ingetrokken bij een vrouw waar hij al een tijd­je een ver­houd­ing mee had.

De koffie smaakt bit­ter. Suzan was nog niet gewend aan het nieuwe appa­raat. Hoewel, nieuw? Het was een afdankert­je van een vriendin dat was bli­jven staan nadat ze het eerste kluswerk in haar apparte­ment achter de rug had. Net zoals dat voor meer spullen het geval was. Gekre­gen van behulpzame vrien­den die haar kant had­den gekozen. Want zo voelde het wel. Alsof er ergens een geheime ver­gader­ing was geweest waar men had moeten kiezen tussen Lau­rens en Suzan. De uit­slag was nooit pub­lieke­lijk bek­end gemaakt maar ergens had Suzan het idee dat ze er als ver­liez­er was uit­gekomen.

Met haar koffie in de hand loopt Suzan van de keuken naar de woonkamer. In de hoek staat de ker­st­boom die ze gis­ter gekocht heeft. De hele mid­dag was ze bezig geweest om tussen de vele, gro­ten­deels nog ingepak­te dozen, de ker­stver­sier­ing te zoeken. Zon­der resul­taat. Daar­na had ze geen zin meer gehad om nog de stad in te gaan om nieuwe te kopen. Met een deken was ze op de bank gekropen en al snel in slaap gevallen. Mid­den in de nacht was ze wakker geschrokken. Even had ze gedacht dat iemand haar stond aan te staren. Lau­rens? Nee, het was de ker­st­boom.

Mor­gen heeft Suzan afge­spro­ken om bij haar oud­ers op bezoek te gaan. De rest van de fam­i­lie zal er ook zijn. Voor van­daag had ze wat vrien­den gevraagd of ze zin had­den bij haar kerst te vieren. Nie­mand kon. Ze had niet echt haar best gedaan iemand over te halen alsnog te komen. Het was wel best zo. De laat­ste tijd is Suzan het lief­st alleen. Ner­gens heeft ze nog zin in. Vanavond zal ze haar oud­ers bellen dat ze zich niet goed voelt. Oh, niets ern­stigs hoor. Gewoon wat grieperig. Het zal wel de ver­moei­d­heid zijn die er nu pas uitkomt na alles wat er de afgelopen tijd is voorgevallen. Maak je vooral niet ongerust over mij.

Terug in de keuken zet Suzan het lege koffiekop­je in de was­bak en spoelt ze de overige koffie weg. Ze denkt erover een klein uurt­je op bed te gaan liggen. Niet langer. Miss­chien is het toch wel een beet­je waar van die ver­moei­d­heid. Dat zou hele­maal niet zo vreemd zijn. Het waren tenslotte echt zware maan­den geweest. Voor­dat ze in bed kruipt zet ze voor de zek­er­heid haar tele­foon uit. De gordi­j­nen zijn nog dicht. Het duurt niet lang voor­dat ze in een droom­loze slaap gli­jdt.

~ ~ ~

Vakantieliefde op Aicha Qandisha

vakantieliefde

Mijn gezicht diep in haar haren begraven. Het hare drukt in het kussen. Ik adem haar geur. Van onschuld. Van lente.
Ik pak haar bij de schoud­ers en duw mezelf omhoog. Dieper in haar. Maak lome beweg­in­gen vanu­it de heupen. Bewust langza­am om de cli­max uit te stellen. Wat niet lang meer zal lukken.
Opnieuw beweeg ik me vooruit, buig voorover en lik haar hals. Omvat haar mid­del. Bli­jf stil liggen. Kijk naar haar gezicht op het kussen. Ze ligt op een wang en heeft haar ogen dicht. Op haar boven­lip zijn zweet­drup­pelt­jes zicht­baar. Het kussen is nat bij haar mond. Speek­sel.
De ocht­end­zon schi­jnt bin­nen door de open­staande balkon­deuren. Bene­den ons apparte­ment is het zwem­bad. Het is de eerste dag van onze vakantie. De kinderen hebben we alvast vooruit ges­tu­urd om een plek­je uit te zoeken. Hopelijk bli­jven ze nog even weg.
Stuk­je geluk
Ger­af­fi­neerd begint ze haar spieren te span­nen. De druk wordt opgevo­erd. Om dan weer even te ontspan­nen. Ik wil me terugtrekken maar dat is voor haar het teken om de span­ning weer op te voeren. Snuiv­end haal ik adem door mijn neus. Ik weet dat het een kwest­ie van tijd is nu. Een ver­loren zaak. Vanu­it een onbek­ende plek voel ik het komen aanstor­men. De con­t­role over mijn lichaam raak ik kwi­jt. Mijn greep om haar lichaam wordt ste­viger. Haar spieren hebben geen grip meer op mij. Het ritme is overgenomen. Ik pak haar bij het haar en trek haar hoofd achterover. Stoot nog enkele keren. Kramp schi­et in mijn boven­be­nen.
“Karin”, kre­un ik en laat me gaan.
Als het tril­lende gevoel uit mijn benen is verd­we­nen duw ik me van haar af en rol om naar de andere kant van het bed. Hij­gend lig ik op mijn rug. Pas nu begin ik te zweten. Uit ervar­ing weet ik dat mijn hoofd inmid­dels rood aan­gelopen is.
Ik tast naar haar hand en kni­jp er in. Ze kni­jpt terug. Zo bli­jven we liggen. Hand in hand. Alle­bei in ons stuk­je geluk. Het voelt goed.
Tot­dat ze begint te prat­en.
Wat?
“Wat zei je eigen­lijk?”
“Wan­neer?”
“Zojuist.”
“Zojuist?”
“Ja, zojuist. Vlak voor­dat je klaark­wam.”
“Zei ik toen iets?”
“Ja.”
“Wat dan?”
“Dat vraag ik je.”
“Ik weet het niet. Kan me het niet herin­neren. Goh, wat zegt een man als hij klaarkomt?”
“De naam van zijn lief­je?”

“Of van zijn minnares?”
“Doe niet zo gek.”
“Ik doe niet gek. Je zei iets.”
“Nou ja, het kan toch van alles zijn. Weet ik veel wat ik alle­maal zeg als ik klaarkom.”
“Dat weet ik wel. Niet veel. Meestal zucht en kre­un je alleen maar. Je bent niet zo’n prater in bed.”

“Maar ik vond het wel lekker hoor, schat­je. En nu ga ik snel douchen voor­dat de kinderen terugkomen van het zwem­bad.”
Ze stapt uit bed en houdt daar­bij één hand tussen haar benen. Loopt iet­wat onhandig naar de deur. Ik moet lachen. Ze draait zich om en kijkt me vra­gend aan.
“Waar lach je om?”
“Om jou. Hoe je loopt. Je schuifelt als een pin­guïn.”
Ze begint nu ook te lachen.
“Kom je ook?”, vraagt ze nog als ze de slaap­kamer uit­loopt.
Ik bli­jf liggen en vraag me af of ik echt ‘Karin’ heb gezegd.
“Waar bli­jf je nou?”, hoor ik mijn vrouw vanu­it de bad­kamer roepen.
Karin
Ze had er weer­ga­loos uit­gezien in haar avond­kled­ing. Een stral­ende ster. Alle schroom was van me afgevallen toen ik haar iets te drinken aan­bood. Het was de eerste avond van onze vakantie. Mijn vrouw was moe van de reis en tegelijk met de kinderen gaan slapen. Ik besloot nog wat te gaan drinken in de hotel­bar. Haar naam was Karin. De gang naar de dans­vlo­er had aangevoeld alsof ik haar een aan­zoek deed. Het dansen zelf was van een intimiteit zoals ik niet eerder had meege­maakt.
Haar vochtige lip­pen tegen mijn wang. Op weg naar mijn mond. Ik open mij voor haar. Het pun­t­je van haar tong krult zich onder die van mij. Een wolk­je warme adem zweeft naar bin­nen. Doet me ter plekke ver­liefd wor­den.
Een laat­ste aarzel­ing voor­dat ik volg naar haar kamer. Daar­na gaat het snel. Res­olu­ut duw ik haar achterover op het bed. Het jurk­je spant zich strak over haar lijf. Ik buig en pak bei­de han­den. Leg ze boven haar hoofd. Wan­neer ik langs haar wang strijk, draait ze zich en zuigt mijn duim diep naar bin­nen. Onder­wi­jl bli­jft ze me aankijken.
Ver­lei­delijk­er aan­moedig­ing is niet denkbaar. Ik buig verder voorover, pak haar borst vast en begin door de dunne stof van het jurk­je op haar tepel te ade­men. De warme lucht doet haar groeien en kre­unen. Ze tilt haar billen iet­wat omhoog zodat ik het jurk­je omhoog kan schuiv­en. Het slip­je stroop ik omlaag. Ik leg mijn hand tussen haar benen. Nat­te warmte. Haar ademhal­ing ver­snelt. Verder schuif ik het dunne tex­tiel omhoog en ont­bloot zo haar buik. Daar­na haar borsten. Kus haar navel.
Kleed mijzelf uit.
Ga naast haar liggen en pak haar hand vast. Ik draai opz­ij en
stap de douchecab­ine in.
Ze is bezig haar haren te wassen met sham­poo. Ik neem het van haar over en begin zacht haar hoofd­huid te masseren.
“Ik kom klaar in je.”
“Wat?”
“Dat is wat ik zei. ‘Ik kom klaar in je’. Dat is wat je geho­ord hebt.”
Voor­dat ze nog iets kan zeggen richt ik de douches­traal op haar hoofd. Proes­tend begint ze zich van me weg te duwen op zoek naar een hand­doek.
~ ~ ~
Nu de zom­erse ver­halen­wed­stri­jd op Aicha Qan­disha is afgelopen (de uit­slag is op dit moment nog niet bek­end) dacht ik dat het geen kwaad kon om mijn inzend­ing ook hier te plaat­sen.

Sciencefiction voor gevorderden

Wat een rot­streek!’

Huh? Waar heb je het over?’

Ach, doe toch niet zo onnozel. Alsof je niet weet waar ik het over heb.’

Echt. Ik zweer het je. Waar heb je het over?’

Over je laat­ste blog­post. Zo mis­selijk.’

Welke laat­ste blog­post? Deze?’

Nee joh, doe niet zo bijde­hand. Die waarin we ruzie hebben.’

Oh ja. Wat is daarmee?’

Nou, ik vind het gewoon niet tof dat je dat online hebt gezet.’

Maar er staat toch onder dat het fic­tief is.’

Alsof iemand dat leest.’

En ik heb onze namen niet gebruikt.’

Dat wil toch niets zeggen. Iedereen weet dat het over ons gaat omdat jij het geschreven hebt.’

Alsof wij twee buite­naardse wezens in een ruimteschip zijn.’

Dat doet er niet toe! Hoe meer je eromheen verzint, hoe eerder de mensen doorhebben dat het over ons gaat.’

Wat een onzin. Vol­gens jouw log­i­ca kan ik dan net zo goed hele­maal stop­pen met schri­jven.’

Pre­cies.’

Wat nou, pre­cies.’

Gewoon. Pre­cies. Dat je maar beter kunt stop­pen met schri­jven.’

Hoe­zo dat dan nu weer?’

Omdat ik het niet leuk vin­dt dat ons hele hebben en houden op straat komt te liggen.’

Alsof ik alti­jd over ons schri­jf.’

Het gaat niet om wat jij schri­jft. Het gaat om wat de mensen herken­nen in wat je schri­jft.’

Ik schri­jf god­ver­domme sci­encefic­tion ver­haalt­jes!’

Daar gaat het niet om. Je schri­jft over relaties.’

Tussen aliens!’

Relaties zijn relaties. Dat moet jij toch weten.’

En trouwens, we ken­nen elka­ar net een week.’

Dat weten je lez­ers toch niet.’

Jezus, ik weet gewoon niet wat ik hier nog op moet zeggen.’

Miss­chien kun je toegeven dat ik ergens gelijk heb. En dat je spi­jt hebt omdat je me neergezet hebt als een ver­wende bitch die haar zin niet kri­jgt.’

Is dat hoe je jezelf herkent in die blog­post?’

Ja. Daar hoef je geen lit­er­atu­ur voor ges­tudeerd te hebben.’

Weet je wat? Je hebt hele­maal gelijk.’

Zie je wel!’

Fijn voor je. En rot nu maar op.’

Klootzak!’

Ter­ing­wi­jf!’

~~~