Getuigen gezocht

Het werd wat lat­er dan nor­maal deze avond op kan­toor voor­dat ik naar huis kon. Vaak kri­jg ik dan ook nog een tele­foon­t­je of word ik benaderd op Jab­ber omdat collega’s in de VS zien dat ik online ben. Ik had dus alvast mijzelf uit­gel­ogd uit het sys­teem toen ik met een laat­ste klus bezig was die ik per se af wilde ron­den omdat ik er mor­gen geen tijd voor zou hebben. Tegen zeven uur was ik klaar en zocht mijn spullen bij elka­ar om te vertrekken. Het was mooi geweest voor van­daag.

Tot­dat ik stem­men hoorde bij de recep­tie. Een van de schoon­maak­sters had de deur geopend voor enkele medew­erk­ers van de dienst hand­hav­ing. Er was verder nie­mand aan­wezig in het kan­toorgedeelte dus voegde ik mij bij hen. Ze waren op zoek naar getu­igen. Getu­igen? Had er dan een mis­dri­jf plaats­gevon­den ter­wi­jl ik druk doende was met mijn laat­ste opdracht van de dag? Wat was het? Een over­val op klaar­lichte dag? Miss­chien wel een inbraak bij ons op kan­toor waar ze een meld­ing van had­den gekre­gen via het alarm­sys­teem? Er zouden toch geen slachtof­fers zijn gevallen? Maar was dan de poli­tie, of de ambu­lance?

Geen van al. Iemand had tegen het ver­keer­slicht gere­den bij de kruis­ing voor ons gebouw. En was doorg­ere­den. Dat had wat lichte chaos gegeven omdat het sein net­jes op groen bleef staan. Nu was er een ver­keer­slei­der gear­riveerd die instruc­ties gaf in afwacht­ing van repara­teurs. Onder­tussen probeer­den de hand­havers uit te zoeken wat er gebeurd was. Het werd al snel duidelijk dat ik niets had gezien en ook de schoon­maak­sters niet. Dus maak­te ik een foto en beloofde deze via een mail mor­gen­vroeg door de recep­tie aan de collega’s bin­nen het gebouw rond te lat­en sturen met de oproep of iemand toe­val­lig gezien wie of wat de paal bij het iet­wat te kort nemen van de bocht had meegenomen. Toen kon ik ein­delijk naar huis.

~ ~ ~

Arendsoog

Vanu­it het ter­ras hebben we vrij uitzicht op onze tuin. De begren­z­ing wordt gevor­md door een schut­ting die aan het oog is ont­trokken door enkele hoge lau­ri­er­stru­iken. Achter deze afschei­d­ing ligt een perceel dat eigen­dom is van de gemeente en dienst doet als opslag van mate­ri­aal wat ze bijvoor­beeld nodig hebben bij weg­w­erkza­amhe­den. Maar ook de voor­raad strooit­zout kun je daar vin­den.

Van die gemeen­tew­erf zien we niets. Ook over­last qua gelu­id komt eigen­lijk nauwelijks voor. Zo af en toe is men bezig om con­tain­ers te ver­van­gen of ver­vo­ersmid­de­len te reini­gen, maar dat is het wel. Meestal is het net zoals over­al om ons heen erg rustig en kun­nen we alle vogels die de omgev­ing bevolken goed horen.

Van­daag zat ik op deze bewolk­te maar niet koude dag onder de overkap­ping te geni­eten van een kop koffie. Nu we hier alweer wat langer wonen begin ik langza­mer­hand enkele vogel­gelu­iden te onder­schei­den van de rest en weet ik ze te kop­pe­len aan de bijbe­horende vogel die dat gelu­id maakt. Wie had dat ooit gedacht. Mijn vad­er kan trots op me zijn.

Het horen van vogels en ver­vol­gens te gis­sen welk exem­plaar het kan zijn dat is één ding, maar om ze dan daad­w­erke­lijk te spot­ten is een uitdag­ing van geheel andere orde. Zo meende ik op een gegeven moment een roofvo­gel te horen. Een soort van schree­uw enkele keren kort na elka­ar uit­gestoten. Meestal zie ik dan zo’n indruk­wekkend beest hoog boven in de lucht cirkelt­jes draaien op zoek naar een prooi. Nu viel er niets te ont­waren.

Tot­dat ik de hoogspan­nings­mast een eind verderop wat aan­dachtiger bekeek. Zat er inder­daad een roofvo­gel boven op een van de hor­i­zon­tale uit­steek­sels? Ik besloot mijn cam­era erbij te halen en de zoom­lens te gebruiken. Ja, ik had het goed gezien. Ook met mijn ogen is nog niets mis.

~ ~ ~

En weg wassie

Al een aan­tal dagen schit­ter­de een externe con­sul­tant die aan ons project was toegewezen door afwezigheid. Zijn col­le­ga liet in eerste instantie niet meteen blijken dat ook zij geen idee had waar hij was en wan­neer we hem weer kon­den verwacht­en. Gis­ter kwam dan ein­delijk het hoge woord eruit. Ze zou bij hun geza­men­lijke man­ag­er navra­gen wat er aan de hand was.

Vanocht­end vroeg ik haar of ze iets meer te weten was gekomen. Ze aarzelde voor­dat ze antwo­ord gaf. Alsof ze naar de juiste woor­den zocht. ‘He has abscond­ed’, ver­stond ik. ‘Abscond­ed?’ Ja, dat had ik goed ver­staan. Als ik meer wilde weten dan kon ik beter recht­streeks con­tact opne­men met hun man­ag­er. Die trouwens sowieso een update ging uit­s­turen over haar niet aan­wezige col­le­ga.

En we gin­gen over tot de orde van de dag ter­wi­jl in mijn achter­hoofd het ‘abscond­ed’ bleef rond­zoe­men. Wat betek­ende het in god­snaam? Was hij getrof­fen door een ern­stige ziek­te? Veron­gelukt? Overge­plaatst? Gede­gradeerd? Gepro­moveerd? Ik wist het niet en was pas na de ver­gader­ing in de gele­gen­heid om het op te zoeken:

abscond:
To leave quick­ly and secret­ly and hide one­self, often to avoid arrest or pros­e­cu­tion. 

To retire from pub­lic view, or from the place in which one resides or is ordi­nar­i­ly to be found; depart in a sud­den and secret man­ner; take one’s self off; decamp; espe­cial­ly, to go out of the way in order to avoid a legal process.

Nu wist ik dat we aan een ste­vig en com­plex project werken met een dead­line die met rasse schre­den nadert maar dat een con­sul­tant ervoor op de vlucht slaat is ook voor mij de eerste keer dat ik het meemaak. Nev­er a dull day.

~ ~ ~

Laat niet als dank voor het aangenaam verpozen

Voor­dat ik het gras ga maaien maak ik eerst een rond­je om de meeste tak­jes, wal­noten, den­neap­pels en wat er zoal nog meer het mes van de gras­maaier kan beschadi­gen te ver­wi­jderen. Deze ocht­end kwam ik bij deze inspec­tie het eerste zwaluweit­je van het seizoen tegen. Niet dat ik het daar zoals een kievit­sei zou moeten vin­den. Het was dan ook een half eit­je. Beter gezegd, een halve lege eier­schaal.

Eigen­lijk best wel een eind van de schu­ur van­daan waar de zwaluwen onder de overkap­ping hun nest hebben gebouwd. Eerst dacht ik dat miss­chien een ekster toe had ges­la­gen, het ei had geroofd en daar­na de inhoud had zit­ten oppeuze­len mid­den op het gazon. Inge wist mij echter te over­tu­igen dat de zwaluwen dit toch echt zelf doen. Niet het ope­ten van het nages­lacht natu­urlijk, maar het ver­wi­jderen van de eier­schaal. Zodra hun kroost uit het ei komt ruimen zij de over­bod­ig gewor­den ver­pakkings­ma­te­ri­alen op omdat die anders toch maar te veel ruimte in beslag nemen.

Nor­maal wip­pen ze die gewoon over de rand en komt het terecht in de ontzettende berg troep die ze kun­nen mak­en recht onder hun nest. (Wat je overi­gens kunt beperken door onder het nest een opvang­plankje te mak­en.) Dit­maal von­den we de eier­schaal dus halver­wege het gazon. Het kan zijn dat het gewoon daar naar­toe is gewaaid of dat een ander beest het ver­plaatst heeft. In ieder geval was het aan­lei­d­ing om weer even stil te staan bij het reilen en zeilen van de beesten­boel om ons heen.

~ ~ ~

De Sade weer eens op de leeslijst zetten?

Ooit, in de tijd dat ik nog op de mid­del­bare school zat en veilig bij mijn oud­ers in huis woonde nam mijn moed­er zomaar spon­taan een abon­nement op de ECI. Bij deze boeken­club moest je elke maand een boek bestellen want anders kreeg je er een­t­je toeges­tu­urd die zij voor jou had­den ges­e­lecteerd. Ik las in die tijd al alles wat los en vast zat in de plaat­selijke bib­lio­theek en waarom mijn moed­er lid werd van de ECI is me eigen­lijk een raad­sel. Miss­chien vond ze het wel goed dat we een eigen verza­mel­ing boeken in huis moesten hebben om uit te stallen in de boekenkast die vooral dienst deed om fotoli­jst­jes en andere prullar­ia ten toon te stellen.

Omdat er verder nie­mand in huis echt veel las was het aan mij om tijdig een nieuwe bestelling te plaat­sen. Daar stak ik veel tijd in want het viel niet mee om uit het grote aan­bod iets fat­soen­lijks op te diepen wat ik goed genoeg vond maar nog niet eerder gelezen had. Op een dag stuitte ik op een boek van D.A.F. de Sade (1740–1814) met als titel Jus­tine, of de tegen­spoed van de deugdza­amheid. Miss­chien had ik het al vele malen eerder voor­bij zien komen zon­der dat het opgevallen was, nu echter bleef ik er bij hangen waarschi­jn­lijk omdat ik tij­dens een lesu­ur Franse lit­er­atu­ur bek­end was ger­aakt met de lot­gevallen en het werk van deze illus­tere schri­jver. Zou ik het aan­dur­ven iets van hem te bestellen zon­der dat mijn oud­ers er iets vreemds van zouden denken?

Het prob­leem (in mijn ogen) was dat de omslag van het boek hoewel niet erg obsceen miss­chien toch wat vraagtekens zou oproepen. Ik besloot daarom om er wat andere boeken bij te bestellen van Franse auteurs onder het mom dat het me zou helpen de Franse taal wat beter onder te knie te kri­j­gen wan­neer ik twee ver­sies van het­zelfde boek naast elka­ar zou kun­nen leggen en dat het alle­maal titels waren op de leesli­jst voor dit school­jaar. Mooi ver­zon­nen, maar verder totaal nut­teloos want net zoals de voor­gaande keren werd ook deze keer toen het pakket­je bin­nenkwam het ongeopend op mijn slaap­kamer gelegd door mijn moed­er. Met bonk­end hart maak­te ik het ’s avonds open en begon meteen te lezen in Jus­tine.

Daar is het niet bij gebleven. Nadat ik deze vreemde men­geling van uiterst schokkende pornografis­che scènes afgewis­seld met lang uit­ge­spon­nen filosofis­che ver­han­delin­gen meerdere keren van voor naar achter en weer terug had gelezen durfde ik het op een gegeven moment ook aan boeken van de Sade vanu­it de bib­lio­theek mee naar huis te nemen. Nog alti­jd vergezeld van wat Franse col­le­ga auteurs om de schi­jn op te wekken dat het mij niet echt alleen maar om de Sade zelf ging.

Naast de boeken die hij zelf had geschreven begon ik ook meer te lezen over zijn lev­en en wat andere schri­jvers over hem en zijn werk te vertellen had­den. Weer lat­er toen ik een­maal het oud­er­lijk huis had ver­lat­en legde ik mijn eigen verza­mel­ing de Sade boeken aan en tij­dens mijn uni­ver­si­taire studie Geschiede­nis heb ik hem als onder­w­erp genomen voor een opdracht waar de biografie als his­torische bron cen­traal stond. Ik verdiepte me opnieuw grondig in twee nieuwe biografiën die recen­telijk uit­gekomen waren en her­las nog enkele boeken van hem om goed voor de dag te komen. Vol­gens mij is het zowat de laat­ste keer geweest dat ik iets van hem of over hem gelezen heb met uit­zon­der­ing natu­urlijk van een inci­den­teel artikel of ver­wi­jz­ing naar De Sade die nog steeds regel­matig opduiken in tijd­schriften, kran­ten of boeken.

Zoals nu dus in het laat­ste boek van Peter Buwal­da, Otmars zonen:

Na een halve min­u­ut of zo pak­te ze het D.A.F. de Sade-boek. Juli­ette, of de voor­spoed van de ondeugd heette het. Het zag er gek uit: als een blok hout met voorop een negen­tiende-eeuws aan­doende foto van een meis­je van een jaar of twaalf dat een bosje bloe­men vasthield en een prul­lerig jurk­je droeg. Zoals op som­mige oude ansichtkaarten was het geheel voorzichtig­jes ingek­leurd met aquarelverf, tut­tig, nos­tal­gisch. Maar er was iets mee, het pseu­do-onschuldige ‘ondeugd’ in de titel, het antieke vrouwengezicht op de achterkant, een hoofd uit de pruiken­ti­jd, dacht ze, de ogen ons­make­lijk gepuild.
[p.374]

Ik wist onmid­del­lijk over welke uit­gave van het ging, want deze had ik toe­val­lig zelf in mijn kast staan. Lang gele­den had ik het ergens in Utrecht op de kop getikt nadat ik het al veel eerder gelezen had als eerste boek na Jus­tine omdat het de ultieme omk­er­ing ervan is. Jus­tine en Juli­ette zijn namelijk zus­jes die na de dood van hun oud­ers aan hun lot wor­den overge­lat­en omdat de erf­ge­na­men meer oog voor het geld hebben dan de zorgtaak voor de twee meis­jes op zich willen nemen. Jus­tine (de jong­ste van de twee) is ten einde raad, maar Juli­ette ziet de toekomst juist uiterst rooskleurig in. Zij is op haar vijf­tiende al uiterst ver­dor­ven en probeert Jus­tine te over­tu­igen dat zij zich geen zor­gen hoeven te mak­en mits ze zich een beet­je anders zou opstellen:

Je bent gek dat je je ongerust maakt,’ ver­vol­gde het wellustige meis­je, ter­wi­jl ze naast Jus­tine plaats nam. ‘Met ons uiter­lijk en onze leefti­jd hoeven we beslist niet van honger om te komen.’
En ze vertelde haar hoe de dochter van een buurvrouw die het oud­er­lijk huis was ontvlucht nu uit­stek­end werd onder­houden en beslist veel gelukkiger was dan ze thuis zou zijn geweest. [p.13, Jus­tine, of de tegen­spoed van de deugd]

Jus­tine gruwt echter bij dit idee en al snel schei­den zich de wegen van de twee zus­jes, wat lei­dt tot twee boeken waar de Sade zich tot in het extreme kan uitwei­den over wat het betekent om je enerz­i­jds totaal deugdza­am op te bli­jven opstellen onder alle omstandi­gen en hoe slecht het lot je dan gezind zal zijn omdat dit gedrag in zijn ogen onnatu­urlijk is en daar tegen­over wat het betekent wan­neer je alle rem­min­gen laat gaan en alles uit de kast haalt om de meest ver­re­gaande (sek­suele en sadis­tis­che) fan­tasieën te realis­eren. Fascinerende lec­tu­ur vond ik toen, en ik heb het met rode oort­jes gelezen. Wie weet is het weer eens tijd om eens opnieuw te zien waarom ik het toen­der­ti­jd (het is inmid­dels toch alweer zo’n vijfen­twintig jaar gele­den) met zoveel inter­esse heb gelezen en of de per­soon D.A.F. de Sade en zijn filosofie me nog steeds kan beko­ren.

Maar eerst verder in Otmars zonen.

~ ~ ~

Eerste woordjes

Deze ocht­end las ik pas het inter­view door Tom­my Wieringa met A.L. Sni­jders in de NRC van 26 april 2019. Ik moest erg lachen hoe de inter­view­er, op bezoek bij Sni­jders de hele tijd gezeten aan de keukentafel een ‘gestage regen van zangza­ad en schelpen­zand’ over zich heen kri­jgt uit de parki­etenkooi die boven hem aan de muur is beves­tigd. Het zijn zulke details die ik waardeer.

Lang bleef ik hangen bij de vol­gende pas­sage:

Het vrolijke meis­je bleek tot haar schrik geboren te zijn in een streng gere­formeerd milieu”. Hij heeft ’m zomaar opgeschreven, zon­der gedacht­en vooraf, omdat hij zijn ZKV’s tegen­wo­ordig schri­jft vol­gens een nieuw pro­cedé: de min of meer willekeurige eerste zin trekt de rest van het stuk­je voort. „De eerste zin moet alles baren”, zegt hij vanu­it de open keuken. „Ik bedoel daarmee dat ik nog geen idee heb waar dat stuk­je over moet gaan. Ik wil alleen de eerste zin hebben en die moet het doen voor de rest.

Het was een pro­cedé dat ik jaren gele­den gebruik­te om mijn blog­posts te schri­jven. Blijk­baar had ik toen de ruimte in mijn hoofd om een hele dag te kun­nen kauwen op zo’n eerste zin die zich vaak al ergens in de ocht­end aan mij opdrong en alleen maar aangescherpt hoefde te wor­den tot­dat hij klaar was om als start­sein te dienen voor de rest van een ver­telsel dat zich vanzelf zou vor­men. Hoe, dat was bij mij ook niet bek­end. Wel wist ik ongeveer waarover het zou moeten gaan. De pre­cieze uitwerk­ing werd pas duidelijk op het moment dat ik begon met schri­jven.

Al jaren komt er geen eerste zin meer in mij op. Of miss­chien is dat toch nog steeds het geval maar herken ik het niet als zodanig. Reserveer ik er geen tijd meer voor om ‘m te lat­en rijpen gedurende de dag. Omdat ik zoge­naamd te druk ben met andere, meer belan­grijke zak­en. Ik weet het niet. Wel dat ik het mis. Zal het me lukken om me ooit nog eens opnieuw hier­voor open te stellen? Ont­vanke­lijk te zijn voor die toe­val­lige woor­den die aan komen waaien zon­der dat ze als zodanig te herken­nen zijn om lat­er gebruikt te kun­nen wor­den voor het begin van een blog­post?

~ ~ ~