De regels van het spel

Het spel der ver­hou­din­gen dat de mees­ter en zijn sla­vin spe­len kent sub­tie­le en ver­fijn­de regels. De sla­vin moet haar mees­ter kun­nen aan­ge­ven waar de gren­zen lig­gen die niet over­schre­den mogen wor­den. […] Elk mens heeft zijn gren­zen, dus ook de sla­vin. Geen enke­le mees­ter mag de more­le of fysie­ke limiet over­schrij­den die zijn sla­vin vast­ge­steld heeft. Elke afwij­king van die regel kan dode­lijk zijn.
[De lei­band, Vanes­sa Duri­ès]

 

Nog dezelf­de dag dat David ver­nam dat zijn voor­ma­li­ge au-pair was over­le­den wurg­de hij ‘s avonds zijn kat. Het beest­je was niets­ver­moe­dend op zijn schoot gespron­gen en nes­tel­de zich tevre­den tus­sen zijn benen. David streek hem zacht over de rug voor­dat hij bei­de han­den om de smal­le nek leg­de.  Lang­zaam begon hij te knij­pen. Het spin­nen ging abrupt over in klaag­lijk gejank. Wild spar­te­lend pro­beer­de het dier zich aan de wurg­greep te ont­snap­pen maar hij had geen enke­le kans. David bleef de kat al die tijd diep in de ogen kij­ken. en zelfs nadat het lijf­je vol­le­dig geknakt in zijn han­den hing kon David zich niet los­ma­ken uit de nu lege blik van de kat. Angst­val­lig con­cen­treer­de hij zich onder­wijl op elke geluid­je. Niets. Er heerste een vol­le­di­ge stil­te in huis. Geen teken van leven bui­ten het zach­te gehijg van David. Nie­mand die hem bij de kraag pak­te. Toen zijn adem­ha­ling tot rust was geko­men stond hij op, leg­de de kat op tafel en ging naar boven, een scho­ne broek aan­trek­ken. Hij was opge­lucht. De ban leek gebro­ken.

Hij had het nieuws ver­no­men via zijn moe­der. Het was het eer­ste wat ze zei toen hij haar die mid­dag tij­dens de lunch aan de tele­foon had. Elke week bel­de hij haar vol­gens een stil­zwij­gen­de afspraak op de maan­dag. In het week­end kwam hij er nooit aan toe. Hij kon het niet opbren­gen om dan met haar te pra­ten. Het zou zijn vrije dagen alleen maar ver­pes­ten. Sinds zijn vroeg­ste jeugd was hun rela­tie koel en opper­vlak­kig geweest. De suc­ces­vol­le zaken­vrouw wil­de of kon toen geen tijd voor hem vrij­ma­ken. Nu ze gepen­si­o­neerd was pro­beer­de ze dit te com­pen­se­ren door over­dre­ven veel aan­dacht aan hem te beste­den, maar voor David was dit te laat. Hij was teveel van haar ver­vreemd geraakt.

De au pair was ern­stig gewond geraakt toen ze een ruzie op straat pro­beer­de te sus­sen. De agres­sie tus­sen de twee vech­ten­de man­nen had zich plot­se­ling op haar gericht en nadat ze haar alle­bei ver­schei­de­ne mes­ste­ken had­den toe­ge­diend waren ze op de vlucht gesla­gen. Zij bleef bloe­dend ach­ter op het trot­toir. Een ambu­lan­ce was snel ter plek­ke, maar al tij­dens de rit naar het zie­ken­huis kwam ze te over­lij­den.
Ter­wijl zijn moe­der dit ver­tel­de kon David een hard­voch­ti­ge opmer­king maar net voor zich hou­den. Wat typisch voor haar om juist op deze manier het lood­je te leg­gen, dacht hij bij zich­zelf.

Een bemoei­al was de au pair van­af het aller­eer­ste begin geweest. Zolang David zich kon her­in­ne­ren was haar aan­we­zig­heid con­ti­nu op de ach­ter­grond voel­baar. Haar prie­men­de kil­blau­we ogen volg­den hem over­al. Als­of hij zich in een con­cen­tra­tie­kamp bevond en zij hoog boven in de uit­kijk­to­ren de schijn­wer­per op hem gericht hield. De strak naar ach­te­ren gekam­de haren in een knot en haar sobe­re kle­ding ver­sterk­ten dit beeld alleen nog maar. Daar­naast had ze nog de hate­lij­ke gewoon­te om hem bij elke gele­gen­heid die zich aan­bood hard in de boven­arm te knij­pen of hem een pets om de oren te geven. ‘Wie niet luis­te­ren wil, moet maar voe­len!’, was haar devies. Zijn geklaag bij zijn moe­der bracht daar geen ver­an­de­ring in.
“Je zult het er wel naar gemaakt heb­ben”, zo deed zij zich er mak­ke­lijk van­af, en ver­borg zich weer ach­ter de sta­pels dos­siers die haar werk vorm­den.

De vol­gen­de och­tend, nadat David de kat in de groen­con­tai­ner had gedumpt, zocht hij het tele­foon­num­mer op van Tan­ja. Hij had haar leren ken­nen via het gespe­ci­a­li­seer­de dating­bu­reau waar hij al sinds tij­den stond inge­schre­ven. Tan­ja was op zoek naar een mees­ter die samen met haar haar gren­zen kon ver­leg­gen. Bij hun eer­ste ont­moe­ting had zij aan­ge­ge­ven ver te wil­len gaan, ver­der dan zij zelf voor moge­lijk hield.
“Maar”, zo had zij daar met rol­len­de r op laten vol­gen, [en David had haar met­een ver­vloekt van­we­ge die altijd weer aan­ge­haal­de ‘maar’] “maar, we spre­ken wel een teken af. Wan­neer ik dat geef, dan moet je stop­pen.”
En ze had hem een brief­je in de hand gestopt met daar­op een citaat over de regels van het spel als­ook het afge­spro­ken teken.

Die eer­ste afspraak was uit­ge­lo­pen op een mis­luk­king. Net als zoveel eer­de­re ont­moe­tin­gen met aller­lei ande­re Tanja’s die soort­ge­lij­ke expe­ri­men­ten wil­den maar ook altijd met regel­tjes op de prop­pen kwa­men. Regels die hem belem­mer­den zijn rol als mees­ter ten vol­le uit te nut­ten. Omdat daar altijd op de ach­ter­grond zijn au pair stond. Die hem wel even dui­de­lijk zou maken wat voor straf hѐm zou wach­ten wan­neer hij de regels van het spel zou over­tre­den. Net zoals ze hem dat vroe­ger dui­de­lijk had gemaakt. Op het school­plein. Voor ieder­een te zien. De ultie­me ver­ne­de­ring.

Tan­ja had tijd die avond. En gun­de hem een her­kan­sing. Mooi. Dat bespaar­de hem het gedoe van het zoe­ken naar een nieu­we geschik­te date. Hij ver­ze­ker­de haar dat het deze keer ging luk­ken. Dat hij zich niet geremd zou voe­len om ver­der te gaan dan bij de eer­ste ont­moe­ting. Hij ver­meed het bewust om een toe­spe­ling naar de regels te maken, maar ver­zocht haar zich gereed te maken voor een spe­ci­a­le ses­sie bij haar thuis. Alle details gaf hij op rus­ti­ge toon door. Opge­won­den ver­brak hij daar­na het con­tact.

De regels van het spel. David had zich nooit gere­a­li­seerd dat er regels waren tij­dens het stoei­en. Na afloop van school was er niets bevrij­den­der dan bui­ten op het plein elkaar ach­ter­na ren­nen en pro­be­ren tegen de grond te gooi­en. Alle frus­tra­tie van een dag ver­plicht bin­nen zit­ten en luis­te­ren naar de saaie opsom­min­gen door de leraar kon­den dan een uit­weg vin­den. David was groot en sterk waar­door hij zel­den het onder­spit moest del­ven. Niet altijd had hij door hoe­veel kracht hij al op jon­ge leef­tijd in zijn onvol­groei­de lichaam had. En zo vond hij zich op een dag terug boven­op het ten­ge­re lijf van een van zijn school­maat­jes. Met zijn knie­ën druk­te hij hem bij de schou­ders tegen de grond. Afwis­se­lend met links en rechts sloeg hij de jon­gen in het gezicht. Eerst waren het nog speel­se klap­pen geweest, maar gaan­de­weg begon hij har­der te slaan. Hij zag hoe tra­nen zich ver­meng­den met bloed. De jon­gen smeek­te hem om te stop­pen. Sloeg met vlak­ke hand op de grond als teken van over­ga­ve. Het hits­te David alleen nog maar meer op. Prach­tig vond hij het. Onge­merkt liet hij elke klap ver­ge­zeld gaan van een lui­de uit­roep.

“Hier! En hier! En nog een keer!”

Tot­dat hij bruut bij zijn kraag werd gegre­pen. De au pair sleep­te hem dwars over het school­plein naar de ingang van het gebouw, alwaar zij op de trap­pen ging zit­ten en David over haar knie­ën leg­de. Reso­luut ont­deed ze hem van kor­te broek en onder­broek om hem ver­vol­gens onge­na­dig hard ervan langs te geven op zijn blo­te bil­len. Dit had nog nooit iemand bij hem gedaan, en de pijn was over­wel­di­gend. Onder­tus­sen beet ze hem toe hoe hij zo gemeen kon zijn. Hij had toch gezien dat de jon­gen zich over­gaf? Waar­om dan toch door­gaan? Er zijn toch regels? Tekens?

David wist niet waar ze het over had. Met de tra­nen over zijn gezicht stro­mend had hij na afloop van de bestraf­fing beschaamd voor de ogen van de toe­ge­snel­de leer­lin­gen zijn broek met moei­te weer weten aan te trek­ken. Strom­pe­lend volg­de hij haar naar huis onder­wijl uit­ge­joeld door vriend­jes van de jon­gen die hij eer­der nog een pak slaag had ver­kocht.

In het huis van Tan­ja is alles stil. De voor­deur is van het slot maar alleen voor wie het weet van­af de bui­ten­kant zon­der sleu­tel te ope­nen. Tan­ja zelf is op zol­der. Ze heeft zich­zelf vast­ge­klikt in de boei­en die ze daar ooit door een vori­ge mees­ter heeft laten beves­ti­gen. Op dit moment is ze com­pleet over­ge­le­verd aan wie er zoda­de­lijk naar boven komt. Nog steeds heeft ze twij­fels bij David. De vori­ge keer ging het niet goed. Het leek of hij niet durf­de door te zet­ten op het kri­tie­ke punt. Ze was teleur­ge­steld in hem en had niet ver­wacht dat hij nog voor een vol­gen­de poging zou gaan. Het feit dat hij zo’n knap­pe man was had de door­slag gege­ven toen hij van­och­tend gebeld had.

Ze hoort iemand de trap op komen. Door de prop in haar mond kan ze hem niet laten weten waar ze is. Maar de instruc­ties waren dui­de­lijk geweest. Hij zou haar zon­der moei­te boven vin­den. Niet veel later stapt hij de zol­der­ka­mer bin­nen. Hun blik­ken krui­sen elkaar. Die van hem, koel en leeg. Heel anders dan ze zich her­in­ner­de. Vast­be­ra­den loopt hij op haar toe en slaat haar hard in het gezicht.

“Dus je wilt je gren­zen opzoe­ken?” zo bijt hij haar toe. “Wel, bereid je voor op het erg­ste.” Een vol­gen­de stomp, dit­maal in haar maag, doet haar de adem bene­men. Tra­nen wel­len op in haar ogen. Ze kijkt hem aan en beseft dat het over­een­ge­ko­men teken van­daag geen effect zal heb­ben. De rol­len lij­ken plot­se­ling omge­draaid. En ergens is ze daar niet rou­wig om. Ze zal zich gewil­lig voe­gen naar de nieu­we, voor haar nog onbe­ken­de regels. Van zijn spel.

~ ~ ~

Eer­der gepu­bli­ceerd in Het Keer­punt.

~ ~ ~