You can leave your roodkapje on

  • Fictief

“Waar is dit voor?
Fantasierijk?
Nooit van gehoord, maar dat doet er niet toe. Ik ben blij dat er eens iemand de moeite neemt om mijn, nee, beter, de enige echte versie op te tekenen.

Laat ik maar meteen toegeven dat ik wel die oma van Roodkapje heb opgegeten.
Het waren barre tijden en ik had al een heel tijdje niets fatsoenlijks gegeten. En tijdens een van m’n strooptochten zag ik haar deur open staan. Dus ik naar binnen, en voordat ze het door had was ze al verslonden. Als je eens wist hoe mager dat oude mens was zul je begrijpen dat ik echt wanhopig was. Het was meer been dan vel.
Lig ik lekker even uit te buiken, wordt er plotseling aan de deur geklopt.

Roodkapje natuurlijk. Ik bedenk me geen moment en duik in bed en begin een beetje te kreunen zoals oude vrouwtjes dat doen. Dat wicht komt binnen en begint daar een partij wazig tegen mij te praten. Over m’n grote oren, over m’n grote mond. Volgens mij had ze onderweg teveel van de verkeerde paddestoelen gegeten. Dus ik mompel een beetje terug in de hoop dat ze niet door heeft dat ik het ben, maar het Stonedkapje ratelt maar door over m’n grote handen en m’n grote voeten.

Totdat ze de dekens wegtrekt en met haar kleine handjes plotsklaps in m’n kruis grijpt en uitroept dat ik toch zo’n grote, euh ja, jeweetwel, heb. Voordat ik het door heb heeft ze niets anders meer aan dan haar naam en klimt boven op mij. Ik lig verstijfd van schrik haar alsnog met grote ogen aan te kijken en weet totaal niet wat te doen.

Hierna gaat opnieuw de deur open en stormt de jager naar binnen. De bruut rukt Blootkapje van mij af en richt z’n jachtgeweer op mij. Dan valt hem de lichte bolling van m’n buik op. Roodkapje, die door dit alles weer bij haar positieven is gekomen, begint te huilen en roept om haar oma. De jager aarzelt geen moment en snijdt met één haal van z’n mes m’n buik open en haalt oma tevoorschijn. Zonder pardon gooit hij mij daarna naar buiten. Voor dood achterlatend.

Maar dit is niet alles.
Zoals je ziet heb ik het overleefd. Zo groot was die snee uiteindelijk niet. En wij wolven zijn taaie jongens.
Wat niemand weet is dat de jager door dit voorval Roodkapje is gaan chanteren. Ze was zo blij met de redding van haar oma, en zo beschaamd voor haar paddestoel- en sexverslaving, dat de jager haar volkomen in zijn macht had. Samen hebben ze het verhaal verzonnen zoals iedereen het kent. De jager was de held, Roodkapje het onschuldige meisje.

Een tijdje later zijn ze vertrokken richting grote stad, waar de jager flink geld heeft verdiend aan zijn ‘onschuldige’ meisje. Er was schijnbaar een grote markt voor kleine gewillige geüniformeerde meisjes.

Alleen een maagd was ze niet meer…

Heb je alles goed genoteerd? Mooi zo!
Nog een pilsje?”

~ ~ ~

Geschreven in opdracht van Het Fantasierijk:

Allemaal Sprookjes. Deze maand gaan we naar Sprookjesland. De gebroeders Grimm hadden een gruwelijke, maar rijke fantasie. Als je de originele sprookjes bij de hand hebt ben je een bofkont. Hieronder vind je drie bestaande sprookjes. Het is niet alleen de bedoeling dat je één van de sprookjes herschrijft, ook is er iets veranderd. Hoe een component een verhaal kan beïnvloeden zul je merken als je met deze opdracht aan de slag gaat.
Roodkapje: Schrijf het verhaal vanuit de Wolf.
Hans en Grietje: De broodkruimels zijn niet opgegeten, ze vinden de weg terug.
Sneeuwwitje: Het is een lelijk lui mokkel.

~ ~ ~

Even zijn leven leven

Het was ver na middernacht toen Eric wakker schrok. Een tijdlang bleef hij liggen. Op z’n rug en met de ogen wijd open.
Langzaam begon de donkerte in de kamer enkele geheimen prijs te geven. Het lukte hem om de lamp aan het plafond te onderscheiden. Door z’n hoofd opzij te draaien kon hij de kast met daarop de tv rechtsachter het bed zien. Iets dichterbij het nachtkastje met de wekkerradio. Die gaf 03:52 uur aan.

Met z’n linkerarm voelde hij naast zich. Het lichaam van zijn vrouw. Voorzichtig liet hij z’n hand over haar rug glijden tot aan haar billen. Daar liet hij z’n hand even rusten. Hij durfde niet te knijpen of verder te gaan.

Moeizaam kwam hij overeind, kuste haar zacht in de nek en stapte uit bed. Verbeeldde hij het zich, of hoorde hij zijn vrouw geluid maken? Even bleef hij staan. Maar liep toen de slaapkamer uit zonder nog om te kijken.
De zoldertrap liep hij af zonder het licht aan te doen. Op de overloop aangekomen keek hij voorzichtig in beide kinderkamers. Zijn kinderen waren in diepe slaap. Bij allebei liet hij de deur op een kier. Met een van geluk vervuld hart liep hij zachtjes verder.
In zijn studeerkamer op de begane grond deed hij de deur achter zich dicht. Op een stoel in de hoek lagen zijn kleren. Op de enige andere stoel in de kamer zat hij. Eric deed het licht aan. Afwezig liet Eric z’n blik gaan over zijn naakte vastgebonden lichaam. Een doodgewoon lichaam. Bleek door te weinig zonlicht. Slap door te weinig beweging. Nat door teveel zweet. Eric gooide zijn kleren op de grond en ging in de stoel zitten. Naast de stoel stond een tafeltje met daarop een aantal boeken. Zijn boeken. Eric pakte het bovenste boek en ging wat gemakkelijker zitten. Hij begon te lezen.

Na een tijdje legde hij het boek weg en keek op zijn horloge. Bijna kwart over vier. Tijd om te vertrekken. Met tegenzin stond Eric op. Altijd weer was dit het moment waar hij het meest tegenop zag. Het afscheid nemen. Slechts een korte tijd was hem gegund om zijn leven te leiden. Weken, soms zelfs maanden voorbereiding. Allemaal voor een kortstondig geluksmoment. Het leven van een gezinsleven.

Een half uur later sloot Eric de voordeur achter zich. Onderweg naar huis zou hij zijn sleutels wel ergens in een prullenbak gooien.

Het begon al licht te worden toen Eric de auto voor z’n huis parkeerde. Nu pas zag hij in de achteruitkijkspiegel dat er bloedspatjes op z’n gezicht zaten. Best wel veel, bij nader inzien. Met een zakdoek maakte hij z’n gezicht schoon. Hij knipoogde naar zichzelf via het spiegeltje en stapte uit.
Eenmaal binnen liep hij rechtstreeks naar de badkamer en kleedde zich uit. Na het douchen stopte hij z’n kleren in de wasmachine en stelde het juiste programma in. Op de overloop bleef hij even staan voor de deur van de slaapkamer. Het was stil. Totdat hij het zachte gesnurk van z’n vrouw hoorde.

Zijn vrouw had niet gesnurkt. Zijn vrouw had harde ronde billen. Zijn vrouw had alles wat z’n eigen vrouw niet had. Was dat misschien de reden dat hij zich iets teveel had laten gaan in zijn studeerkamer. Elke keer hield hij zich voor dat een simpele snee door de keel voldoende was. Maar ook vannacht was hij daartoe weer niet in staat geweest. Hij hoopte maar dat zijn kinderen niet als eerste beneden zouden komen deze ochtend.
Eric wierp een laatste blik in de wandspiegel, zag dat hij inmiddels een erectie had en opende de deur van de slaapkamer. Het licht van de overloop viel naar binnen en wekte z’n vrouw. Voordat ze iets kon zeggen sloeg Eric het dekbed weg en greep haar bij de keel. Woest trok hij haar nachtjapon omhoog en duwde zich een weg naar binnen. Al snel kwam z’n ontlading, waarna hij zich naar de andere kant van het bed liet rollen.

Z’n laatste gedachte voordat hij insliep was of hij zich zorgen moest maken over het feit dat hij in slaap was gevallen bij die vrouw.
Dat moest natuurlijk ooit fout gaan.

~ ~ ~

Er was eens een stukje kind in Burundi

Terwijl ik verder blader in de krant, kijkt het kind me aan.

Ik had nog nooit gehoord van Ruvumo. Er stond vermeld dat het een stad is in het noorden van het land. Dat zal allemaal wel waar zijn. Is het belangrijk? Niet zo belangrijk dat ik het opgezocht heb.

Dat verbaast het kind.
Ik was toch zo geschokt? Zo verontwaardigd?
Ik wil me verdedigen. Maar besef dat het niet veel indruk zal maken.

Daarom begin ik over het bijgeloof. Dat het ook een vorm van geloven is, en dat alle geloof gevaarlijke trekjes heeft, zeker als het fanatiek beleden wordt. Daar zou hij toch mee moeten instemmen? Ik krijg geen antwoord.

Er hangt een zin in de lucht: “De hele buurt hoorde zijn geschreeuw.”

Ik vervolg snel door aan te geven dat zijn dood voor niets is geweest als er niet meer aandacht aan gegeven wordt. Het kind geeft aan dat het toch wat moeite heeft om zich te laten verwerken tot een onderwerp van een VerhaalBlog voor Scary Corner.

De groep overvallers geeft aan dat ze het verwerken van een kind beter aan hen kunnen overlaten. Voordat iemand kan reageren, roepen ze in koor dat hun opmerking een onschuldig grapje was. Het is maar cabaret. Moet toch kunnen…

Omdat ik wil begrijpen, vraag ik hen hoe ze het gedaan hebben.
Omdat ik las: “Ze sneden het kind levend in stukken.”
Het kind begint te huilen. Elke keer herlezen, betekent elke keer weer levend in stukken gesneden worden.
De krant had ik inmiddels weer opengeslagen op m’n schoot. Eerder die dag zat daar m’n kleinzoon. Samen keken we naar Sesamstraat. Alle getallen voor hem zijn Zes. Wijs een getal aan, en hij zegt Zessss!

Ik herlees het artikel en we snijden het kind opnieuw levend in stukken. Het kind is Zessss! En bestaat uit Zessss! losse stukken, of misschien wel Zessss!, of nog meer.

Nu zit ik op dezelfde stoel en heb een in stukken gesneden kind op m’n schoot. Dat is logisch, want de lichaamsdelen zijn waardevol en worden naar het buitenland gesmokkeld en verkocht aan medicijnmannen. Hier is geen sprake van zinloos geweld.
Gelukkig maar, zegt het kind.

De krant wordt vervangen door de laptop. Hier gaat gruwelijke fictie geschreven worden, dewelke Scary Corner (zie je wel, zegt het kind) tot in haar duisterste krochten zal doen huiveren.

Enkele uren later heb ik de laptop nog steeds op schoot, maar ben niet verder gekomen dan te beschrijven dat het kind een albino is. (Geboren als albino in Afrika, dacht ik dat de zon m’n ergste vijand was, zegt het kind.)

In de afgelopen uren hebben zich verschillende scenario’s voor Scary Corner aangediend, maar allen lopen vast op dezelfde sleutelscene. Ik krijg het mes maar niet in dit kind gezet. Eerst moet het dood. Wanneer het mij aankijkt, dan lukt het me niet.
Maar eerst doodmaken kan niet, want het kind kijkt mee en is onverbiddelijk. Het wil alleen meedoen als het levend aan stukken wordt gesneden.

Dat krijg ik vanavond niet voor elkaar verzonnen.
Non-fictie wint weer eens van fictie.
Ik kan niet meer verstaan wat het kind zegt. Eerlijk gezegd durf ik nog niet gaan te slapen.

~ ~ ~

Verbijsterd door een bericht in NRC van 25 februari 2009 op pagina 4 Buitenland. Meeste rechtse kolom helemaal onderaan.
De stad heeft een naam. Het kind misschien ook. De stad valt nog te bezoeken.

Dit is de tekst van het NRC artikel:
“Een zesjarig albinojongetje in Burundi is levend in stukken gesneden. Dat heeft een woordvoerder van de politie in het Afrikaanse land gisteren verklaard. Een groep overvallers viel maandag een huis binnen in de stad Ruvumo, in het noorden van het land. Ze sneden het kind levend in stukken. De hele buurt hoorde zijn geschreeuw, aldus de woordvoerder. Afgelopen jaar zijn in Burundi zeker acht albino`s vermoord. De lichaamsdelen worden vermoedelijk naar buurland Tanzania gesmokkeld, waar ze worden verkocht aan medicijnmannen.” (dank je Someone Els)

Hier een link naar een vergelijkbaar artikel bij de Wereldomroep (dank je Marianne)

~ ~ ~

Wat blogde jij tijdens…

Mij wordt zelden iets gevraagd. Hooguit of ik melk en/of suiker in de koffie wil. Met dit soort vragen kan ik goed omgaan, voornamelijk omdat het juiste antwoord bij mij bekend is (nee). En mocht mij om welke duistere reden het juiste antwoord niet meteen te binnen schieten, dan kan ik toch snel alternatieven aanbieden (ja; een beetje; koffie? ik heb liever thee!). In welk geval ik het voorgeschotelde drankje met wat ingehouden weerzin achterover sla en er netjes voor bedank. Zo ben ik.

Echter, juist vanwege het feit dat mij zelden iets gevraagd wordt, ben ik altijd op m’n hoede. Vooral op straat. Want op elke straathoek kan zich de beruchte straatinterviewer verschuilen. En je zult zien dat jij juist op dat moment gestraatinterviewd wordt wanneer je de actualiteit een klein beetje minder gevolgd hebt. Omdat je bijvoorbeeld te druk bent geweest met het bijwerken van je blogsite. Of met het lezen van blogs. Of met het schrijven van blogs. In ieder geval redenen genoeg om een achterstand te hebben opgebouwd in het lezen van kranten en het volgen van nieuwsrubrieken.

En dan zal daar ineens die straatinterviewer voor je staan. En z’n microfoon onder je neus duwen. Om je een vraag te stellen. Over iets uit de actualiteit. Wat je mening daarbij is. Zul je net zien.

Daar ben ik dus bang voor. Want ik heb niet zo’n grote ervaring met antwoorden. Al helemaal niet met meningen. Ik ben niet zo van de meningen. Daarvan lopen er al genoeg rond in Nederland. Van die wandelende Meninkjesverkondigers. Over van alles en nog wat. U vraagt en zij menen. Overal verstand van te hebben. Maar de echte straatinterviewer herkent ze al van verre. En houdt zich verscholen totdat hij z’n echte slachtoffer ziet. De argeloze voorbijganger die nog snel even een boodschap doet en met z’n hoofd totaal ergens anders is. Zo zie ik er dus ook uit, argeloos, maar probeer mezelf tot de tanden te wapenen met feiten (let op: geen meningen). Voor het geval dat:

Klik op de afbeelding om de video op youtube te bekijken.

De ultieme nachtmerrie is dat de gevreesde straatinterviewer de volgende vraag voorlegt: “Waar was u toen…”. Op de puntjes staat dan zoiets als ‘J.F.K. werd vermoord’ (mijn antwoord: hoogstwaarschijnlijk in bed), of ‘Nederland 2de werd op het WK’ (mijn tegenreactie: tijdens het WK in Duitsland of Argentinië?; haha, meteen terugpakken als het kan), of ‘er vliegtuigen in de Twin Towers vlogen’ (mijn waarheid: thuis voor de buis). Afijn, u begrijpt het principe.

Gezien wat er nu allemaal in het nieuws verschijnt met betrekking tot de kredietcrisis, zal het niet onwaarschijnlijk zijn dat de vraag als volgt zou kunnen luiden: “Waar was u toen de kredietcrisis uitbrak?” En dat wordt moeilijk. Want wanneer brak die nou eigenlijk uit? Is er een moment aan te wijzen toen duidelijk werd dat hier iets groters, veelomvattenders aan de hand was?
Daar ben ik nog niet uit, dus ben ik maar begonnen om met terugwerkende kracht allerlei tijdschriften en kranten in tegengestelde richting (dus back to the past) te lezen om het toen-moment te vinden. Want dat moet er natuurlijk zijn. De waterscheiding tussen vóór en ná de kredietcrisis.

Al lezende viel me toen nog iets anders in. Het gegeven dat we alweer geruime tijd midden in die economische crisis van ongekende proporties zitten en tegelijkertijd onszelf al bloggend een plaats in de geschiedenis proberen te schrijven. Dat deed me denken aan verschillende biografieën die ik ooit heb gelezen en waar de biograaf wel eens terloops vaststelde dat de persoon onder studie dagboeken vol schreef. Maar niets over de later als dusdanig gekenmerkte historische gebeurtenissen. Duitsland valt Polen binnen, maar de dagboekschrijver klaagt over het slechte weer. De Berlijnse muur valt terwijl de dagboekschrijver ruziet over het een of ander voorval met de winterschilder.

Doorgeredeneerd zou de gewetensvraag aldus worden: “Wat blogde jij tijdens de kredietcrisis?” En daar sta je dan met je blogs vol trivia. Over een concertbezoek hier, een bushokje daar, en een zwerm wraakzuchtige spreeuwen. Ja, de actualiteit is diep doorgedrongen in de werkkamer van deze onregelmatige blogger. Maar niet heus. Of toch? Jazeker! Met een beetje goede wil is er wel degelijk in dit verhalend blogje een directe lijn te trekken van een gemoderniseerde rattenvanger van Hamelen naar de kredietcrisis. Toen al! Ik was er dus toch redelijk vroeg bij.
En nu natuurlijk weer met dit blog.

Nu alleen nog zien uit te vinden wanneer die verdomde kredietcrisis precies uitbrak!

Want ze gaan komen. Die twee vragen:

“Waar was jij toen de kredietcrisis uitbrak?”
“Wat blogde jij tijdens de kredietcrisis?”

Be prepared!

~ ~ ~

Jess en Sabrina Starke in Theater Cultura Ede

Groot was m’n verbazing enkele weken geleden toen ik een krabbel kreeg van Mildred Cairo. Zij is van het management van Sabrina Starke en liet me weten dat ik vrijkaartjes had gewonnen voor een concert in Ede.
Nou doe ik niet vaak mee aan prijsvragen of iets dergelijks, maar in dit geval had ik het niet ervaren als zodanig.

Van Sabrina had ik de eerste keer muziek gehoord in het programma wat ik altijd op zondagochtend probeer te luisteren (en nu ook weer aanstaat terwijl ik dit blogje zit te tikken) => De Sandwich op Radio 2. Het filmpje van haar eerste single Do for love stond op de Sandwich hyves, en had ik al vele keren beluisterd toen ik via haar eigen hyves hoorde dat ze een cd in eigen beheer had uitgegeven. Deze heb ik toen meteen aangeschaft. En inmiddels al ‘grijsgedraaid’.

Met Sabrina ging het tegelijkertijd erg hard. Zeker na haar optreden bij de De wereld draait door:

Klik op de afbeelding om de video op youtube te bekijken

Hier werd voor de eerste keer gebroken met de (stompzinnige) regel dat de muzikale onderbreking niet langer dan één minuut mag duren. Op voorspraak van Jan Mulder werd besloten dat zij het hele nummer mocht brengen.

Kort daarna werd ze benaderd door het befaamde Blue Note label, waar ze nu onder contract staat.
Rond die tijd kreeg ik ook te lezen dat ze met haar tournee was begonnen en dat per optreden er enkele vrijkaartjes verdeeld werden. Het enige wat je moest doen was een krabbel achterlaten indien je geïnteresseerd was. Dat was ik.

Maar dat was ik ook weer vergeten. Tot het berichtje dat de kaartjes klaar lagen voor het concert in Ede.

Gisteravond dus de schoenen gepoetst en op weg naar Ede. Waar we enkele minuten vóór het voorprogramma binnen kwamen vallen. Snel de kaartjes opgehaald en onze plaatsen opgezocht. De zaal zat al vol en het podium was nog leeg.

Het wachten was op Jess. Maar dat duurde niet lang. Ineens kwam daar een groepje studenten? jongeren? theatermedewerkers? het podium opgelopen. Ze pakten hun instrument op, en de frontgirl van het geheel nam plaats achter haar keyboard. Ze zei iets onsamenhangends, begon te lachen, en de band begon met het eerste nummer.

Geweldig! Een heerlijk swingend nummer dat goed in elkaar zat. Vervolgens weer een chaotisch tussendoortje door Jess, dit keer over het feit dat ze niet nat gegooid werd met bier en dat het publiek zo geconcentreerd zat te luisteren. En op naar het volgende up-tempo nummer.

In het half uur dat hen gegeven werd, speelden ze een mooie set van vrolijke popsongs die geen minuut gingen vervelen. Jess wist met ontwapenende charme een goed contact met het publiek te krijgen. Na afloop stond ze samen met Sabrina in een stand haar cd’s te verkopen en te signeren. Ook haar cd’s werden goed verkocht. Een mooi compliment voor een heerlijk voorprogramma.

Na Jess was het tijd voor een korte pauze voordat het concert van Sabrina Starke begon.
Ook nu weer was het even wachten voordat de band het podium opkwam. De bandleden begonnen het optreden met het intro “She is” waarmee ook haar cd opent. De stem van Zulile (een gesproken tekst) werd via de computer afgespeeld, terwijl de band het nummer live speelde. Hierna kwam Sabrina het podium op en begon meteen het nummer Romeo & Juliet te zingen, het tweede nummer van de cd.

Na dit nummer gaf ze aan dat ze ook nog een andere versie van R&J in haar repertoire heeft. En dat werd vervolgens ingezet. Ook dit nummer kwam goed over in de kleine knusse zaal. En dat was iets wat Sabrina zelf ook aangaf.

Nu het er op lijkt dat ze misschien wel internationaal kan gaan doorbreken en er binnenkort grotere zalen voor haar optredens geboekt gaan worden, liet ze duidelijk blijken hoe fijn ze het vind om in deze wat kleinere zalen te mogen spelen.
En zo bleef ze gedurende haar hele optreden tussen de nummers door op een prettige manier wat vertellen over het hoe en waarom van haar muziek.

De nummers zelf werden met afwijkende arrangementen gespeeld als op de cd. Dus niet het standaard afspelen alsof je gewoon de cd op het staan, waar ik zelf zo’n hekel aan heb. Ook werd regelmatig gevraagd aan het publiek om mee te doen.
Dan weer eens om aanstekers, mobieltjes, e.d. te gebruiken voor wat sfeerverlichting, dan weer om als achtergrondkoor te fungeren, of om met z’n allen op te staan (het was een zaal met zitplaatsen) en mee te swingen met de muziek. De meerderheid van het publiek deed vrolijk mee.

De band speelde in mijn ogen geweldig. Zonder precies te weten wie de bandleden waren (dat moet ik nog een keer opzoeken) sprongen voor mij de drummer, bassist en pianist er in positieve zin uit. Zonder de rest van de band tekort te doen.
Het samenspel in de band zelf was fantastisch, alsook met Sabrina. Het kwam mij over als een perfect ingespeeld geheel welke zowel in de up-tempo als langzamere nummers de juiste timing had.

In totaal duurde het optreden een uur, waarin alleen nummers van de cd gespeeld werden. De toegift was weggelegd voor Yellow Brick Road. Een persoonlijk nummer waarin ze de moeizame weg beschrijft van de afgelopen jaren. Het gaat over doorzetten wanneer je in iets gelooft:

I’ve made some miles but I am here
Didn’t think I would make it frozen by fear
There was a time a few years ago in my life
That I felt so lost didn’t see no way out
Cause I’ve been through love
Through pain
Down the valley and up again
After all this time I understand
So I stand before you this woman

Chorus:
These yellow bricks have brought me this far
Can’t believe it but I’m finally here
Been walking down this road like a lost child
Feeling so alone but now I found my home

Sabrina,
bedankt voor een geweldig optreden!

~ ~ ~

Survival of the ARBO fittest

Afgelopen week bracht Emiel mij een berichtje met als onderwerp ‘Fittest’.
Emiel? Ja, Emiel. De naam die ik af en toe nog wel eens gebruik voor e-mail. Niet door mijzelf verzonnen, maar door een oud-collega (in de periode waaraan ik refereer was ze al dicht de pensioengerechtigde leeftijd genaderd, dus eigenlijk eerder een oude oud-collega). In haar laatste Philipsjaren moest ze nog aan de e-mail, en regelmatig belde ze de helpdesk dat ze weer eens problemen had met Emiel.

Emiel dus confronteerde me met ‘Fittest’. Wat me deed afvragen waarvoor ik benaderd zou moeten worden in het kader van ‘Survival of the fittest’. Een niet vreemde associatie in dit Darwinjaar. Zeker omdat het een dubbel Darwinjaar is: 200 jaar geleden geboren en 50 jaar later zijn belangrijkste boek, On the origin of species by means of natural selection, or the preservation of favoured races in the struggle for life, gepubliceerd.

Zou ik ‘natuurlijk geselecteerd’ zijn voor:

  • het natuurlijke eindpunt van de menselijke soort?
  • het natuurlijke eindpunt van de ideale partner voor de Relatieplanet vrouw?
  • het natuurlijke eindpunt van de lezende mens?

Aldus droomde ik mezelf een gevarieerde reeks van uitgeëvolueerde types toe, welke mij op het natuurlijke lijf geschreven waren. Want, had ik deze week gelezen, in de natuur werkt slechts het toeval van blinde natuurkrachten.

Darwin wilde zijn evolutiegedachte loskoppelen van de metafysische en speculatieve ideeën van eerdere filosofen. Het originele van zijn bijdrage is dat hij laat zien dat de ontwikkeling van een bepaalde dier- of plantensoort in een bepaalde richting wordt gestuurd, zonder dat daar metafysische redenen voor zijn. Darwin noemde dit mechanisme aanvankelijk ‘natural selection’. Deze term staat prominent in de titel van zijn boek. Achteraf was hij er ontevreden over. ‘Selectie’ was te passief. De term liet onvoldoende doorklinken dat via dit mechanisme ook gecompliceerde organismen kunnen ontstaan uit eenvoudige levensvormen. Later gebruikte hij bij voorkeur de uitdrukking ‘survival of the fittest’, een term die hij ontleende aan de filosoof Herbert Spencer.

En natuurlijk zie ik mijzelf (niet alleen in m’n dromen) als een gecompliceerd organisme welke is ontstaan uit een eenvoudige levensvorm. Maar in welke hoedanigheid was men op zoek naar mij? Waarvoor zou ik een Darwin Award uitgereikt gaan krijgen?

De werkelijkheid was (zoals zo vaak) ontnuchterend.

Emiel liet weten dat ik uitgenodigd was voor de Arbo Unie Fittest:

Uw werkgever stelt u vanuit ‘goed werkgeverschap’ in de gelegenheid om deze gezondheidscheck te ondergaan. De deelname aan dit onderzoek is vrijwillig. De individuele uitkomsten van het onderzoek zijn strikt vertrouwelijk, vallen onder het medisch geheim en worden alleen aan u teruggekoppeld en zijn niet toegankelijk voor uw werkgever.

De fittest bestaat uit het volgende:

Biometrie door de doktersassistente
– Lengte/gewicht
– Bloeddruk
– Visustest
– Gehoortest
– Bloedafname voor cholesterol en glucose

Fittest door de bedrijfsfysiotherapeut
– BodyMass Index
– Vetpercentagemeting
– Knijpkrachtmeting
– Lenigheidstest:
– Zit- en reiktest
– Schouderlenigheidtest
– Longfunctietest (peakflowmeting)
– Conditietest (Submaximale fietstest van 6 minuten)
– Scan fysieke klachten

Pas nu schoot mij te binnen dat ik een week eerder via Emiel te horen had gekregen dat ik een vragenlijst diende in te vullen. De antwoorden zouden gebruikt worden in de nog te volgen gezondheidscheck. In het kort had ik de vragenlijst min of meer waarheidsgetrouw als volgt ingevuld:

Ik voel me gezond
want, desondanks, mits, maar (doorhalen wat niet van toepassing is),
Ik sport niet
Ik rook niet (meer)
Ik drink niet te min niettemin

De uitnodiging is voor over twee weken. Een korte periode die ik hoogstwaarschijnlijk ga gebruiken om m’n real-life conditie iets meer richting gesuggereerde conditie te brengen. Het zal toch niet zo ver komen dat ik m’n fittest niet survive?

[update woensdagavond 25 februari 21:15 uur]
BMI 21,6 (kg/m2)
bloeddruk OK
gehoor OK
zien OK
lenigheid OK
knijpkracht OK
longinhoud OK
conditie….. Bijna OK

Advies: meer bewegen!

~ ~ ~

Het bushokje dat geen bushokje was

  • Fictief

Terwijl ik bezig was met de beklimming, had mijn bril reeds de afdaling ingezet. Gelijk het zweet gleed het lichte montuur richting neuspuntje. Grimassend probeerde ik een houvast te bieden aan de neussteuntjes zodat ze zich in hun neerwaartse baan ergens aan konden vastklampen. Mijn handen zaten vastgeklonken aan het stuur van de racefiets waarop ik zwoegend tegen de stroom van smeltend asfalt mijn weg omhoog zocht. De zon brandde onbarmhartig in mijn nek en op het wegdek. Met elke volgende omwenteling van de wielen werd nieuw asfalt om het frame aangebracht. Ik reed op een fiets van teer en was één met de weg.

Een bus haalde mij in. De passagiers keken mij aan. Hun koele blikken zorgden voor verfrissing. Dadelijk, in de afdaling na de top, zou de bus mijn prooi worden. Op mijn gebeeldhouwde fiets zou ik als een kanonskogel naar beneden suizen.

Ik staarde over de glazen van mijn bril naar die top waar de bus inmiddels stond geparkeerd. Direct achter een reeds aanwezige bus. Uit het bushokje begonnen mensen te komen. Ze zweefden de voorste bus in. Tientallen. Totdat het de bus genoeg was en vertrok. Bijna was ik bij de tweede bus aangekomen. Die trok een stukje op. Om me te plagen. Deuren gingen open en de passagiers vloeiden het bushokje binnen.

Alles sloot zich toen ik bij de top kwam. Ik stapte van mijn fiets die als een sokkel in het asfalt bleef staan. Mijn bril hing aan één oor. De buschauffeur – een vrouw – knipoogde naar me. Met een zucht dook ze de diepte in.

Het bushokje was gesloten als een oester. Ik liet me naast haar vallen in het droge gras. Er klonk geluid uit haar buik. Ze zei: “Ik ben geen bushokje, maar de ingang naar een grottenstelsel waar je kunt fietsen en wandelen.” Daar moest ik heel lang over nadenken. Op zoek naar houvast herhaalde ik wat ze mij toevertrouwd had: “Dus je bent geen bushokje”.
“Nee, ik ben een wielrenner, en in het dagelijks leven een accountmanager. En jij bent ook geen bushokje. En dit is, zoals ik net zei, de ingang naar een grottenstelsel”.

Boven me torende de gestalte van Kees, mijn fietsvriend. “Je ziet er slecht uit,” zei hij. “Je moet wat meer drinken en een pet opzetten. Straks krijg je nog een zonnesteek”.

Het bushokje dat geen bushokje was begon gedempt te lachen.

~ ~ ~

Februariopdracht van Het fantasierijk:
Het is koud, winderig en nat. Maar, met een beetje geluk pik je een winters zonnetje voor de volgende opdracht.
Trek je jas aan en sluit je pc maar af, we gaan naar buiten!
Dit keer vragen we de deelnemers een tijdje in een bushokje door te brengen. Je vraagt je af of er niets inspirerenders bestaat? Ja, dat klopt. Precies om die reden valt de keus dan op iets wat minder erg is dan de brievenbus, maar lastiger dan de plaatselijke markt.

~ ~ ~

Indiërs op de Ginkelse Hei

Alweer ruim twee jaar rij ik elke werkdag over de N224 van Arnhem naar Ede. En ’s avonds rijd ik net zo braaf weer terug naar huis.

Toen mijn huidige werkgever van Veenendaal naar Ede verhuisde was het even zoeken naar een geschikte route naar de nieuwe werkplek. Zou het de kortste weg worden via de snelwegen A50 en A12? Of lekker rustig binnendoor over de reeds vermelde N224? Voor wie elke dag de file-berichten beluisterd en voor wie ook nog weet dat ik een broertje-dood heb aan het gejakker en gejaag op de Nederlandse snelwegen, hoeft het geen verrassing te zijn dat het de rustige binnenweg is geworden. Aldus rij ik zoals gezegd elke ochtend heerlijk op m’n gemak over de Ginkelse Hei voordat ik m’n autootje in de parkeergarage achterlaat en enkele uren op kantoor ga doorbrengen.

Niets bijzonders, toch?

Afgezien van het feit dat het uitzicht ook die ochtend weer adembenemend was, passeerde ik de Ginkelse Hei afgelopen maandag in gedachten verzonken over het programma van de tweede week van de workshop die ik georganiseerd had. De eerste week was goed verlopen ondanks dat ikzelf niet helemaal fit was. Voorafgaand aan de workshop had ik het hele weekend met koorts in bed gelegen. Op maandag met veel moeite en de nodige medicijnen de eerste dag doorgekomen. Elke volgende dag ging iets beter, en op het eind van de eerste week voelde ik mezelf weliswaar flink uitgeput maar ook erg voldaan. De aftrap van het project was achter de rug en de eerste resultaten van de workshop waren hoopgevend. Op vrijdagmiddag kon ik dan ook de beide Amerikanen bedanken voor hun bijdrage en ze een veilige reis wensen terug naar de VS. De twee Indiërs die ook over waren gekomen zouden het weekend besteden aan toeristische trips in ons mooie land en nog een week blijven om het verzamelde materiaal verder met mij uit te werken. Over dat laatste zat ik na te denken die maandagochtend.

Op het werk trof ik de indiërs in opperbeste stemming aan. De zaterdag hadden ze in Amsterdam (waar anders?) doorgebracht en zondag waren ze naar Arnhem gegaan. Arnhem? Ja, Arnhem! Waar vooral Nagesh op had aangedrongen. De reden dat hij naar Arnhem wilde had te maken met operatie Market Garden. Het bleek dat hij goed op de hoogte was van wat zich tijdens WO-II in Europa en Nederland had afgespeeld. Respectvol wist hij te vertellen over de pogingen van de geallieerden om halverwege 1944 ons land te bevrijden van de Duitse bezetter. In Arnhem hadden ze plekken en musea bezocht die hij tot nu toe alleen maar uit boeken en films kende. Hij was diep onder de indruk geraakt. Ajay was intussen meer en meer aangestoken door het enthousiasme van Nagesh en wist inmiddels ook een hoop te vertellen van wat er allemaal voorgevallen was in deze omgeving. En bracht op een gegeven moment het Airborne monument op de Ginkelse Hei ter sprake.

Een monument dat ik iedere werkdag twee keer passeer. Maar dat helemaal niet wist. Nooit gezien had.

Om mijn onwetendheid te verbergen bood ik spontaan aan om nog diezelfde week het monument ’s middags tijdens lunchtijd met hen te gaan bezoeken. Het is tenslotte hooguit een minuut of 10 rijden. De afspraak werd vastgelegd voor de volgende dag. Wat mij gelegenheid gaf om me te verdiepen in wat zich had afgespeeld op de Ginkelse Hei in 1944. Diezelfde avond begon ik te lezen op internet.

Ik las over John Jeffreys:

John is een Market Garden-veteraan, en inmiddels 87 jaren oud.

We schrijven zondag 17 september 1944. De bezetters hebben de Ginkelse Heide in handen en daarmee 1 van de belangrijke aanvoerroutes naar Arnhem. De Geallieerden hebben een verrassingsaanval (Market Garden) voorbereid en rond een uur of 3 ‘s middags vliegen er ongeveer 120 vliegtuigen boven de Ginkelse Heide waaruit een kleine 1000 paratroopers springen. Dit geeft enorme gevechten en uiteindelijk krijgen de bezetters het grootste gedeelte van de heide weer in handen. Ze steken hierna de heide in brand. De Engelsen vluchtten richting Ede.

Maandag 18 september 1944, weer een verrassingsaanval. Echter, de bezetters zijn nu voorbereid. Ze hebben zwaar afweergeschut in de bossen langs de N224 geplaatst. John is één van de paratroopers op deze dag. Boven de heide ziet hij “a prelude of hell”, een voorportaal van de hel. Het grootste gedeelte van de heide staat in brand, kogels vliegen dwars door de vliegtuigen heen, dode kameraden liggen in het vliegtuig of hangen dood aan hun parachute. Met volle munitiebepakking en zonder aarzeling springt John. Halverwege het vliegtuig en de heide wordt hij geraakt door afweergeschut. De kogel gaat via z’n linkerdijbeen z’n rechterzij weer uit. John komt zwaargewond neer en hij ziet levende, gewonde en dode collega’s in de grote brand terechtkomen. Uit alle macht probeert hij buiten de vlammen te blijven en uiteindelijk hebben Poolse collega’s hem in veiligheid kunnen brengen. Operatie Market Garden is, zoals bekend mislukt. John is hersteld in een hospitaal in Oosterbeek en is hierna naar Duitsland getrokken om verder te vechten voor de bevrijding. Hier is hij nog gevangen genomen en in een kamp geplaatst. Tot de bevrijding.

In totaal is John 14 maal naar de herdenkingen gekomen. Al die jaren daarvoor durfde hij niet. Hij was bang dat de Nederlanders de Engelsen kwalijk zouden nemen dat Market Garden was mislukt.

Ik las nog veel meer. Het bezoek aan het monument en de Ginkelse Hei was hierna voor zowel Nagesh en Ajay alsook voor mij een bijzondere gebeurtenis. Mijn gedetailleerde feitenkennis (in korte tijd er in gestampt zoals ik me vroeger voorbereidde voor een proefwerk) zorgde er voor dat ik voldoende te vertellen had terwijl we een stukje over het verlaten en winderige heidelandschap wandelden. Nadat we nog wat foto’s hadden genomen zijn we weer terug gereden naar kantoor.

De rest van de week bleef dit uitstapje een terugkerend gespreksonderwerp. Vooral toen ik de volgende dag de foto’s liet zien die ik genomen had. Eén ervan vatte volgens Nagesh het gevoel wat hij op die plek had gehad goed samen. Op de foto staan Nagesh en Ajay samen met onze IT manager onder een eenzame kale boom. Er hangt een troosteloosheid over het beeld wat volgens hem symbolisch was voor de plek. Er zit wel iets in.

Vandaag zijn ze teruggevlogen naar India. Ajay via Parijs en Nagesh via Frankfurt. Toeval? Want Ajay spreekt een aardig mondje Frans sinds hij daar een tijdje heeft gewerkt. Gedurende zijn verblijf is hij zich gaan verdiepen in de Europese cultuur. Z’n spaarzame vrije tijd heeft hij gebruikt om diverse plaatsen te bezoeken. En Nagesh verbaasde me toen hij plotseling Duits begon te spreken. Een vijftal jaar geleden gaan leren omdat hij in een project voor een Duitse firma ging werken. Wie weet, misschien ging hij wel naar Duitsland. Eenmaal met Duits begonnen was ook bij hem al snel de interesse gewekt om meer te weten over onze Westerse cultuur.

Inmiddels spraken ze beiden al enkele zinnen Nederlands.

Bij het afscheid nemen vroeg Nagesh mij of ik dit jaar in september foto’s wilde maken op de Ginkelse Hei. Niet alleen van de herdenking, maar om te laten zien hoe de hei er in september bij ligt. Hij hoopte dat het dan niet zo’n treurig beeld zou zijn. Dat de paratroopers, terwijl ze aan hun onbestuurbare parachutes hangend langzaam in de vuurzone van de duitsers terechtkwamen, een zekere dood tegemoet, nog een stukje troost konden vinden in het beeld van een bloeiende hei. Daar zat hij namelijk echt mee.

Natuurlijk ga ik die foto’s maken.

Elke werkdag zal ik daar aan herinnerd worden wanneer ik over de Ginkelse Hei rij.

Wat ik verder ook ga doen?
Mezelf wat meer verdiepen in India.

~ ~ ~

De jongen in de gestreepte pyjama – John Boyne

Vandaag las ik een uitspraak van Joe Biden (vice-president naast Barack Obama). Het schijnt dat hij het volgende ooit heeft gezegd: “We hebben ons laten afleiden van het werkelijke gevaar, dat per schip, per vliegtuig of in een rugzak het land binnenkomt.” Het was een waarschuwing die hij uitsprak als voorzitter van het Foreign Relations Committee, en was gericht tegen George W. Bush. Niet bijzonder opvallend en niet bijzonder dreigend. Totdat we de timing erbij betrekken. Hij zei dit namelijk op 10 september 2001. En plotseling krijgt de uitspraak meer lading, omdat we allemaal weten wat er een dag later gebeurde. Zonder deze kennis is het een waarschuwing zoals zovelen. Is het mogelijk dat je zo’n zin kunt lezen terwijl je probeert de gebeurtenis van een dag later er niet bij te betrekken? Dat lijkt me moeilijk.

Zo is het ook met het boek van John Boyne, De jongen in de gestreepte pyjama. In dit jeugdboek, wat prima gelezen kan worden door volwassenen, krijgen we de belevenissen voorgeschoteld van de 9-jarige Bruno. En het is Bruno zelf die verhaal doet. Door zijn ogen zien we de wereld om hem heen. En zijn verhaal begint op het moment dat hij op een middag van school komt en men bezig is om alle huisraad in te pakken voor een grote verhuizing. Dat verbaast Bruno ten zeerste, want hij is erg gehecht aan het grote huis wat ze bewonen. Ergens in een mooie rustige wijk van Berlijn. De verhuizing is echter definitief en dient op korte termijn te gebeuren. Het heeft alles te maken met de nieuwe baan van Bruno’s vader. Zijn vader waar hij best wel trots op is, en die altijd van die mooie uniformen draagt. Dus verhuist het hele gezin naar de nieuwe werkplek van Bruno’s vader. Waar het grote avontuur begint.

“Toen ik klein was, “ zei Bruno tegen zichzelf, “vond ik het leuk om op ontdekkingsreis te gaan. En dat was in Berlijn, waar ik alles kende en met mijn ogen dicht overal de weg kon vinden. Hier ben ik nog niet echt op ontdekkingsreis geweest. Misschien moet ik daar eens mee beginnen.”
Voor hij van mening kon veranderen sprong hij van zijn bed en zocht in zijn klerenkast naar een overjas en een paar oude laarzen – het soort kleren waarvan hij dacht dat een echte ontdekkingsreiziger ze zou dragen – en maakte zich gereed om het huis uit te gaan.
[blz. 95]

Op zijn eerste ontdekkingsreis komt Bruno een jongetje tegen waarmee hij later vriendschap sluit. Het is Schmuel, die aan de andere kant van het hek woont. Een hek dat Bruno al op de eerste dag vanuit zijn slaapkamerraam ziet, maar waarvan hij (en zijn zusje) niet de betekenis kunnen doorgronden. Zo ver als ze kunnen zien loopt het hek door en aan de andere kant van het hek leven mensen. Oude mensen, jonge mensen, vrouwen, mannen. En die dragen alle dezelfde kleren. Een soort gestreepte pyjama’s.
Afijn, een goed verstaander heeft slechts genoeg aan een half woord. Maar voor diegenen die het nog niet vatten legt de schrijver Bruno nog een aantal kinderlijke versprekingen in de mond. Zo krijgt de vader van Bruno zijn nieuwe baan aangeboden nadat een belangrijk iemand, de Furie genaamd, bij hen op bezoek is geweest. En de plaats waar het gezin naartoe verhuist heet Oudwis. Tsja.

Kortom, het wordt er nogal duimendik bovenop gelegd dat Bruno pal tegenover het kamp Auschwitz is komen te wonen. En dat zijn vader daar een nieuwe functie als kampcommandant heeft betrokken. Dat zet de vriendschap tussen Schmuel en Bruno natuurlijk in geheel ander daglicht. Een wrang daglicht, omdat Bruno de naïviteit ten top is, en maar niet kan begrijpen waarom de mensen aan de andere kant van het hek er zo slecht bij lopen. Zelfs de geweldadige acties van de soldaten in zijn omgeving kan Bruno niet plaatsen of verdringt hij. Schmuel bezit meer levenservaring, maar slaagt er ook niet de ernst (of treurnis zo men wil) van de situatie aan Bruno over te brengen. Zie hier een typische dialoog:

“De trein was verschrikkelijk,” zei Schmuel. “Om te beginnen zaten we met veel te veel mensen in de wagons. En je kon bijna geen lucht krijgen. En het stonk afschuwelijk.”
“Dat komt omdat jullie met z’n allen in dezelfde trein gingen,” zei Bruno, die dacht aan de twee treinen die hij op het station had gezien toen hij uit Berlijn vertrok. “Toen wij hiernaartoe kwamen stond er nog een trein aan de andere kant van het perron maar het leek wel of niemand die zag. Dat was de trein waar wij mee gingen. Daar had je ook in moeten stappen.”
“Ik denk niet dat we dat hadden gemogen,” zei Schmuel met zijn hoofd schuddend. “We konden niet uit onze wagon komen.”
“De deuren zitten aan het eind,” legde Bruno uit.
“Er waren geen deuren,” zei Schmuel.
[blz. 123]

Aldus blijven we gevangen in het wereldbeeld van Bruno alhoewel we uiteraard heel goed beseffen dat de vriendschap tussen hem en Schmuel niet goed kan aflopen. En dat doet het dan ook niet. Maar wel compleet anders dan verwacht. Het slotakkoord in het voorlaatste hoofdstuk doet je de keel dichtknijpen. Wat Bruno overkomt wordt symbool voor het onnoembare leed de joden in Auschwitz aangedaan. En het is aan de vader van Bruno om in het laatste hoofdstuk uit te zoeken wat er precies is gebeurt. Dat lukt hem, en het is tevens het laatste wat hij bij zijn volle verstand heeft gedaan. Daarna is het afgelopen.

Maar bleef ik over met de vraag: “Stel je hebt nooit gehoord van WO-II en de Endlösung? Wat denk je dan gelezen te hebben?” Want het is tenslotte een jeugdboek. En niet elke jongere is volledig op de hoogte van wat in de Tweede Wereldoorlog de Joden is overkomen. Toch!? Mocht dat zo zijn, dan hou je een verhaal over wat redelijk rechtlijnig is en in simpele bewoordingen de verhuizing van een kleine jongen naar een nieuwe woonplaats beschrijft. Het einde zal dan bevreemdend aandoen en het zal misschien moeilijk te plaatsen zijn of het goed of slecht met Bruno en Schmuel afloopt. Er zit wel een dreigende toon in het voorlaatste hoofdstuk, maar het hoopvolle gevoel van Bruno zou kunnen kloppen. Pas in het laatste hoofdstuk zou men beseffen dat er iets grondig mis is, gezien de reactie van Bruno’s vader. Maar men blijft in het ongewisse over de exacte toedracht.
Daarvoor heeft men dus de context nodig. En alleen daardoor krijgt het boek z’n extra lading. De tragiek wordt verzorgd door het levensechte decor van alle verdwenen Joden in kamp Auschwitz die in hun gestreepte pyjama’s ooit vanuit Bruno’s slaapkamerraam te zien waren. Op weg naar hun individuele voorlaatste hoofdstuk.

Natuurlijk gebeurde dit allemaal heel lang geleden en kan zoiets nu niet meer gebeuren.
Niet in onze tijd.
[blz. 204]

~ ~ ~

Notulen Evaluatie Vlucht AZ454

  • Fictief

Notulen: Nr. 2009-001044 Vluchthaven Anchorage
Onderwerp: Evaluatie m.b.t. incidenten rondom Vlucht AZ454
Datum: Januari 13, 2009
Tijd: 21.00 – 22.00 uur
Aanwezig: X [Teammanager], Y [supervisor Verkeerstoren], Z [supervisor Onderhoud], A [supervisor Aankomst & Vertrek], B [supervisor Procedures en Kwaliteit], PP [medewerker Procedures en Kwaliteit]
Voorzitter: X
Notulist: PP
Classificatie: BEDRIJFSGEHEIM

De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom.

X:
Constateert dat hij nog nooit zoveel heeft zien fout gaan als bij Vlucht AZ454. Is teleurgesteld in alle betrokken afdelingen. Wil deze meeting niet gebruiken om zondebokken aan te wijzen, maar verwacht een actieplan hoe dit in de toekomst te voorkomen.

Y:
Beschrijft hoe en wanneer Vlucht AZ454 van de radar verdween. Via checklist bleek dat een essentieel onderdeel tijdelijk (58 sec.) niet gefunctioneerd had. Het bewuste onderdeel is in ieder geval tijdens de laatste twee onderhoudsbeurten niet gecontroleerd.

Z:
Geeft toe dat de laatste twee onderhoudsbeurten niet volledig zijn uitgevoerd. Heeft geen excuus anders dan werkdruk. Neemt de actie op zich om een onderzoek naar de radarinstallatie asap af te ronden. Alsook de actie om aandacht te besteden aan de rol en verantwoordelijkheid die de onderhoudsmonteurs hebben.

X:
Stelt voor om over te gaan naar het onderwerp van de foutieve passagierslijst.

A:
Hoogstwaarschijnlijk heeft het te maken met de gedeeltelijk overlappende vluchtnummers (AZ454 vs ZA544). Maar er zouden voldoende checks in het computersysteem moeten zitten om dit te voorkomen. Suggereert dat er misschien een bug in het systeem zit.

B:
Is het hier niet mee eens. Zij heeft het vermoeden dat de procedures niet correct zijn gevolgd.

A:
Geeft aan dat de procedures continu wijzigen.

B:
Verwijt A dat ze haar personeel niet tijdig aanmeldt voor nieuwe trainingen.

X:
Grijpt in. Vraagt zich af waarom er dan geen foutmelding verschijnt i.p.v. een (foutieve) passagierslijst.

B:
[geen antwoord]
Krijgt de actie voor een uitgebreide systeemtest en alle documentatie te updaten.

X:
Wil van A weten waarom er zo stug is vastgehouden aan de foutieve passagierslijst en er totaal niet geluisterd is naar de passagiers van Vlucht AZ454.

A:
Was op de hoogte van het feit dat de vlucht van de radar was verdwenen, maar niet dat dit aan een defecte radar had gelegen. Men was voorbereid op de aankomst van een groep jongeren die een excursie kwamen doen. Groot was de verbazing toen er uit het vliegtuig een aantal hoogzwangere vrouwen plus langbebaarde mannen verscheen. De passagiers werden meteen apart gezet en grondig verhoord.

X:
Is erg benieuwd of het inwendig onderzoek bij de zwangere vrouwen alsook het onbeholpen gedoe om de echtheid van de baarden te controleren daadwerkelijk nodig was. En of A snapt dat het door de passagiers als zeer vernederend is ervaren…

A:
[geen antwoord]

X:
…en of hij de klachtenstroom die inmiddels op gang is gekomen linea recta kan doorsturen naar A, en of hij de hoogstwaarschijnlijk gigantische schadeclaims op haar kan verhalen…

A:
[loopt weg]

B:
Stelt voor om de meeting even te onderbreken voor een korte pauze.

X:
Roept dat het hele zooitje ongeregeld eerst maar eens de puinhoop moet oplossen voordat ze aan een pauze mogen denken en loopt woedend het kantoor uit om niet meer voor een vervolg van deze meeting terug te keren.

Besloten wordt om een vervolgmeeting op korte termijn te laten uitschrijven door B.

~ ~ ~

Geschreven voor het Fantasierijk:
Opdracht voor Januari:
“In de buurt van de Aleoeten verdwijnt vlucht AZ 454 van de radarschermen. De verkeersleiders staan op het punt om alarm te slaan als het toestel plotseling weer opduikt. Later zal onderzoek leren dat het slechts 58 seconden uit beeld is geweest. Toch blijken alle mannelijke bemanningsleden en passagiers bij aankomst in Anchorage lange baarden te hebben. Vier van de vijf stewardessen en twaalf van de vrouwelijke passagiers aan boord zijn zwanger. De zwarte doos registreert alleen de laatste dertig minuten van een vlucht en kan ons dus niets wijzer maken. Datzelfde geldt helaas voor de bemanning en de passagiers. Zij kunnen zich niets bijzonders herinneren.”

Rara, wat is er gebeurd tijdens vlucht 454? (Be)schrijf het in maximaal 500 woorden en plaats het voor 1 februari op het Fantasierijk. O ja, aliens zijn niet toegestaan.

~ ~ ~