De schaduw van de wind – Carlos Ruiz Zafon

“Nog steeds herinner ik me de ochtend dat mijn vader me voor het eerst meenam naar het Kerkhof der Vergeten Boeken. De eerste dagen van de zomer van 1945 regen zich aaneen en we wandelden door de straten van een Barcelona gevangen onder een asgrijze hemel, met een waterig zonnetje dat over de Rambla de Santa Mónica stroomde als een guirlande van vloeibaar koper.”

Ruim een half jaar nadat ik ermee begonnen was heb ik tijdens de kerstvakantie eindelijk de bestseller van Carlos Ruiz Zafón uitgelezen. Ik doel hier natuurlijk op De schaduw van de wind uit 2001. Het feit dat het zo lang heeft geduurd voordat ik dit boek kon afstrepen van de lijst NTL (nog te lezen) kent meerdere redenen. Daarom allereerst een summiere uitwijding van redenen waarom boeken bij mij soms in het vergeethoekje terechtkomen:

  1. Ik begin eraan maar het boek weet me totaal niet te boeien;
  2. Ik begin eraan maar het boek wordt ingehaald door andere NTL boeken waaraan ik ook begonnen was en die me meer weten te boeien;
  3. Ik begin eraan maar drukte op werk of in privéleven krijgen de overhand en van uitstel komt afstel;
  4. Ik begin eraan maar raak het boek kwijt.

Reden nr. 1 komt gelukkig niet zo vaak voor. In de loop van de jaren heb ik een gevoel ontwikkeld voor boeken die me wel zullen aanspreken. Via een beetje oriëntatie vooraf in combinatie met reeds opgedane leeservaring kan ik al snel voor mezelf het kaf van het koren onderscheiden. Natuurlijk tref ik nog wel eens een boek dat tegenvalt. Van een auteur waarvan je het niet verwacht. Of van een betrouwbare bron die blijkbaar in een bepaald spectrum van smaak toch ergens anders zit dan je tot zover had aangenomen. In de meeste gevallen zet ik het boek dan (gedeeltelijk ongelezen) in m’n boekenkast. Daar mag het dan hopen op een tweede kans.

Wat veel vaker gebeurd is dat een boek bij mij een (veel te) lange doorlooptijd heeft vanwege Reden nr. 2. Zoals zo veel fanatieke lezers heb ook ik de (voor niet-lezers vreemde) gewoonte om in meerdere boeken tegelijk te lezen. Sommige boeken sjouw ik met me mee, andere liggen op vaste plekken (nachtkastje slaapkamer zolder, bureau studeerkamer eerste verdieping, leesstoel woonkamer beneden) om gelezen te worden. Deze boeken lees ik zoals het uitkomt. Zo kan ik bezig zijn in een boek wat me redelijk boeit en lijkt het alsof ik het op korte termijn uit zal lezen, totdat ik plotseling gefascineerd raak door een ander boek wat op stel en sprong uitgelezen moet worden. Als dat boek uit is, dan kan het zijn dat ik een bepaalde stemming ben geraakt waardoor het niet ‘logisch’ is om het vorige boek weer op te pakken en in verder te gaan. Dus pak ik een ander boek. Waardoor de stapel dus continu zich aanpast aan m’n stemmingen en interesses van dat moment.

Terugkomend op De schaduw van de wind speelt in ieder geval Reden nr. 2 een grote rol. Vóór de zomervakantie ermee begonnen, werd het tijdens de zomervakantie verdrongen door The girl next door van Jack Ketchum. Een op ware feiten gebaseerd horror-achtig verhaal over een weeskind dat werd opgesloten en misbruikt. Hierna verloor ik mezelf in andere thriller-, horror- en detectivelectuur. Het was tenslotte vakantie. En na die vakantie was er weer werk. Veel werk. En kon Reden nr. 3 als excuus dienen voor een groeiende stapel NTL boeken (inclusief De schaduw van de wind). Het schoot niet echt op. Totdat een nieuwe vakantie zich aandiende. En ik onbevangen de NTL stapel aanschouwde en De schaduw mij een logische keuze leek (gebaseerd op minste aantal bladzijdes nog te lezen, zo de grootste kans lopend dat ik het boek tijdens de vakantie zou uitkrijgen). En aldus geschiedde.

Voor diegenen die niet weten waar het boek over gaat, hier een korte samenvatting:

In het oude centrum van Barcelona ligt het Kerkhof der Vergeten Boeken. Hoofdpersoon Daniel Sempere wordt door zijn vader, weduwnaar en boekhandelaar, meegenomen naar deze geheimzinnige, verborgen wereld van verhalen. Vanaf dat moment neemt Daniels leven een wending die hij niet had kunnen voorzien. Hij mag een boek uitzoeken en kiest De schaduw van de wind, geschreven door een zekere Julián Carax. Het boek laat hem niet meer los, ook al schudt de wereld tijdens het grauwe Franco-regime om hem heen op zijn grondvesten. Hij wil alles weten over het boek en de schrijver. En merkwaardigerwijs lijken alle mensen die hij ontmoet, ook de vrouwen op wie hij verliefd wordt, deel uit te maken van het grote spel waarvan het boek het middelpunt vormt.

Het was deze beschrijving (en dan vooral het fenomeen van het Kerkhof der Vergeten Boeken) dat me aansprak. Soms, wanneer ik voor mijn boekenkast sta, dan overvalt mij de gedachte dat al die boeken hier hun laatste rustplaats hebben gevonden. Door mij zullen ze nog wel gelezen worden, maar wie zal ze na mijn verscheiden nog eens vastpakken (om te lezen en te koesteren, niet om ze in een doos op te bergen en naar de stort te brengen). Mijmeringen die ik ook geprobeerd heb te omschrijven in de Opkomst van de Movel. In de boekhandel nam ik aldus het boek ter hand en zocht naar een passage over het Kerkhof der Vergeten Boeken. En die was al gauw gevonden:

“Deze plaats is een mysterie, Daniel, een heiligdom. Elk boek, elke band die je ziet, is bezield. Bezield door degene die het schreef, bezield door degenen die het lazen en doorleefden en ervan droomden. Telkens als een boek in andere handen overgaat, telkens als iemand zijn blik over de bladzijden laat gaan, groeit zijn geest en wordt sterk. Vele jaren geleden al, toen mijn vader me hier voor de eerste keer naartoe bracht, was dit een oude plek. Misschien wel net zo oud als de stad zelf. Niemand weet met zekerheid te zeggen hoe lang dit al bestaat of wie het gemaakt hebben. Als een bibliotheek verdwijnt, als een boekhandel haar deuren sluit, of als een boek in de vergetelheid raakt, dan zorgen wij, de bewakers die deze plek kennen, ervoor dat het hier terechtkomt. Hier wonen de boeken die niemand zich meer herinnert, de boeken die mettertijd in de vergetelheid zijn geraakt, wachtend op de dag dat ze overgaan in de handen van een nieuwe lezer, een nieuwe geest. In de winkel verkopen en kopen wij ze, maar eigenlijk hebben boeken geen eigenaar. Elk boek dat je hier ziet, is de beste vriend geweest van íemand. Nu hebben ze alleen ons nog, Daniel. Denk je dat je dit geheim zult kunnen bewaren?”

Woorden uitgesproken door de vader van Daniel. En ze hadden direct effect op me. Een tijdlang ben ik in de boekhandel blijven staan en ben door het boek blijven bladeren. Her en der een passage gelezen. Het boek aangeschaft. Uiteindelijk in de Engelse versie omdat ik bij vergelijking de Nederlandse vertaling op de een of andere manier te gekunsteld vond. Daar liepen de zinnen niet altijd (voor mijn gevoel) vlotjes door, wat ik bij de Engelse vertaling veel minder had. Thuisgekomen heeft het boek een aantal dagen liggen wachten voordat het aan de beurt was, maar eenmaal begonnen was het moeilijk om het boek weg te leggen.

Het eerste gedeelte waarin Daniel kennismaakt met het Kerkhof, daar een boek uitkiest (van Julian Carax) en gaandeweg geobsedeerd raakt door de schrijver, was goed te lezen. Zafón gaat uiterst zorgvuldig te werk in het oproepen van de juiste sfeer, en het mysterie rondom Julian Carax wordt beetje bij beetje complexer gemaakt door een gestage stroom aan nieuwe personen en verwikkelingen. Op een derde van de roman aangekomen merkte ik echter dat het verder lezen me steeds moeizamer afging. Telkens een klein stukje en dan weer enkele dagen niets. Totdat ik het boek vergat. Achteraf kan ik concluderen dat vooral de wijsneuzerigheid van Daniel me tegen begon te staan. Zijn taalgebruik en manier van denken leken me volstrekt niet natuurlijk voor een jongen van zijn leeftijd. Ik begon een hekel aan hem te krijgen en kon geen interesse meer opbrengen voor zijn zoektocht en belevenissen.

Ergens in november begon ik weer kleine stukjes te lezen voor het slapen gaan. Maar het leek meer op een verplichte oefening. Zowel het lezen van mij als de zoektocht van Daniel. Het wilde maar niet levendig worden. Terwijl de constructie van de roman, Daniel als een soort van spiegel van Julian toch echt wel goed in elkaar zat. Alleen de figuur van Fermín Romero de Torres, een zwerver die door Daniel en zijn vader onder hun hoede wordt genomen, zorgde ervoor dat ik weer zin had om door te lezen. Deze welbespraakte fantast met onbedwingbare eetlust bracht iedere keer humor en vaart in het verhaal. Hij kon op m’n sympathie rekenen, en voor hem pakte ik het boek toch elke keer weer op.

En zo werd het kerstvakantie en besloot ik De schaduw een laatste kans te geven voordat het boek onder Reden nr. 1 in de kast zou worden gezet. Inmiddels had Daniel (gelijk Julian) een uit de hand gelopen nacht doorgebracht met de liefde van z’n leven. En werd het duidelijk dat hij een even fataal(?) einde tegemoet zou gaan als Julian (gebaseerd op alle informatie zoals die tot nu toe in de roman was onthuld). Het tempo werd langzaam opgeschroefd en de spanning nam per bladzijde toe. Misschien had het te maken met de relatieve rust die ik had in de kerstvakantie, maar ook anders zou ik wel door zijn blijven lezen, vermoed ik.

Binnen de kortste keren was ik op pagina 294 aanbeland (van de 400) en kon ik beginnen aan het gedeelte beschreven vanuit de figuur van Nuria Monfort. Pas toen bleek hoe vernuftig Zafón deze roman had opgezet. Alle ideeën die ik had over hoe het mysterie in elkaar zat, bleken volledig fout te zijn. Begrijpelijkerwijs ga ik hier natuurlijk niet onthullen wat de crux in de levensgeschiedenis van Julian is, en welke rol Nuria hierin speelt. Daarvoor verwijs ik naar het boek zelf. Want ondanks mijn leeservaring met hindernissen ga ik dit boek toch aanbevelen om te lezen. De irritatie die ikzelf ondervond t.o.v. de figuur Daniel (en die niet is weggegaan) valt weg te strepen tegen de duizelingwekkende complexiteit van het mysterie rondom Julian Carax. Dat Zafón daarvoor regelmatig de toevlucht neemt tot vergezochte toevalligheden en een bovenmenselijke volharding bij enkele van zijn sleutelfiguren, neem ik ook op de koop toe.

Dit boek krijgt een plaatsje in m’n boekenkast en wordt zeker in de toekomst nog wel eens door mij opnieuw gelezen. Wat er daarna mee gaat gebeuren is ook voor mij een vraag.

Oh ja, Reden nr. 4 komt zelden voor. Zeker nu ik niet meer met de trein reis…

~ ~ ~

De schreeuw van de spreeuw

  • Fictief

Het gebeurde in een moment van onoplettendheid. Onvergeeflijk. Meteen was er het besef dat het grondig mis was. Wanhopig om zich heen tastend werd al snel duidelijk dat er geen enkel houvast was. De val naar beneden duurde echter maar kort en de landing was niet al te pijnlijk. Duizeligheid maakte al snel plaats voor angst. Doodsangst. Angst voor het onbekende. De totale duisternis hielp niet om deze angst te temperen. Ze begon te schreeuwen. Het was een afschuwelijk geluid.

De ijzige koude hield nu al enkele weken aan. De vooruitzichten gaven aan dat het ook de komende periode niet echt veel beter zou gaan worden. Alfred stond voor het raam. Moed te verzamelen om naar buiten te gaan. De houtvoorraad moest aangevuld worden. Er lag nog net voldoende om de dag mee door te komen, maar dan was het ook echt helemaal op. Alleen al de aanblik van het ondergesneeuwde kale erf deed hem over zijn hele lijf huiveren. Compleet verlaten op een grote groep vogels na. Dit was dus een van de nadelen van het achteraf wonen. Geen centrale verwarming maar een eenvoudige houtkachel. Zichzelf moed inpratend trok Alfred tenslotte z’n warme jas aan, zette een muts op, trok z’n laarzen aan en ging op zoek naar z’n handschoenen. Daarna pakte hij de kat op die in diepe slaap voor de kachel lag, en liep naar buiten. Tenslotte hoefde hij het niet in z’n eentje koud te hebben.

Na enkele uren zakte de ergste angst weg. De donkerte bleef. Er viel niets te zien. Zou men haar al missen? Voorzichtig probeerde ze terug te gaan naar de plek waar ze dacht dat haar val gebroken was. Slechts enkele ogenblikken later bleek dat de ruimte waarin ze gevangen zat daar ophield. Recht boven haar was het gat waar doorheen ze gevallen was. Als ze goed keek kon ze helemaal bovenaan een streepje licht zien. Weer sloeg de paniek toe. En met alle energie die in haar zat probeerde ze te ontsnappen uit deze naargeestige donkere en tochtige ruimte. Door keer op keer te springen trachtte ze om verder te omhoog te komen. Evenzo vele keren viel ze weer naar beneden. Het ontging haar volkomen dat ze continu bleef schreeuwen. Om hulp. Om aandacht. Om de donkerte weg te houden.

Buiten overviel de kou Alfred nog meer dan hij verwacht had. De kat kroop miauwend om zijn benen. ‘Samen uit, samen thuis’, dacht Alfred en aaide de kat over het hoofd. De vogels op het schuurtje begonnen flink kabaal te maken toen Alfred hen naderde over het erf. Wild fladderend vlogen ze op om een stukje verderop te gaan zitten. Alfred’s bedoeling was om allereerst wat sprokkelhout te pakken om daar een brandstapel van te maken. Bij dat vuur kon hij zich warm houden en wat houtblokken in kleinere stukjes hakken. Het had ook wel iets gezelligs zo’n kampvuurtje. Hij kreeg er bijna goede zin van. De kat ook. Stoer joeg ze achter de vogels aan, die nu helemaal uit hun dak gingen en krijsend op de vlucht sloegen. De kat gaf niet op en bleef de vogels achtervolgen tot ver op het erf.

De rest van de dag en zowat de hele nacht was ze blijven proberen te ontsnappen. Maar ze werd steeds zwakker, waardoor haar pogingen vruchteloos werden. Uitgeput was ze een tijdlang blijven zitten. Uiteindelijk besloot ze de andere kant op te gaan. Verder de donkerte in. Al heel snel voelde ze dat de grond onder haar ophield. En bijna was ze weer naar beneden gevallen. Voorzichtig keek ze over de rand. In de diepte zag ze een zwak schijnsel. Wat nu? Opnieuw sloeg de angst haar om het hart.

De wind joeg de vlammen van het kampvuur hoog op. Het knetterde van jewelste en de vonkenregen schroeide soms de warme kleding van Alfred. De bijl lag lekker in de hand en hij had de slag te pakken. Houtblok na houtblok werd in kleine stukjes gehakt. De vogels zaten inmiddels weer op de dakrand. Ze warmden zich aan het vuur en keken zwijgend toe. De kat was nergens te bekennen. De grond om Alfred heen raakte bezaaid met stukken hout. Tijd om het hout te verzamelen en de mand te vullen. De avond begon te vallen. Het werd al wat kouder. Opeens zag Alfred iets tussen het hout liggen wat hem nog niet eerder was opgevallen. Het leek een witte knikker. Met rode aders. Net zoals hij ze vroeger had verzameld. Alleen had hij deze kleurencombinatie nog niet eerder gezien. Nieuwsgierig raapte hij het voorwerp op. De vogels begonnen plotsklaps weer herrie te maken en even keek hij op. Het viel hem niet op dat de gehele dakrand bezet was door vogels. Z’n aandacht werd meer getrokken door de vreemde bal in de palm van z’n handschoen. Het bleek dat er niet alleen rode aders doorheen liepen, maar dat er ook een zwarte ronde vlek op zat. Een aantal vogels vloog nu luid schreeuwend op. Hun geluid was nu bijna oorverdovend. Maar dat drong niet tot Alfred door. Wel het besef dat hij hier geen knikker in z’n hand had. Waar was z’n kat gebleven?

Op het einde van de dag hoorde ze plotsklaps een geluid. Hadden ze haar gevonden!? Even was daar een gevoel van vreugde, totdat ze realiseerde dat het geluid vanuit de diepte kwam. Voorzichtig keek ze over de rand in de diepte. Een fel licht was daar nu te zien. Wat kon dat zijn? Gebiologeerd bleef ze kijken. Het licht werd alsmaar feller. En het werd ook warmer. Aangenaam zelfs. Ze ontspande zich even. En rekte haar stramme, gekneusde ledematen. Heen en weer wiegend kreeg ze eindelijk het gevoel dat alles goed zou komen. Langzaam verdween de angst uit haar lijf. Als bedwelmd kroop ze verder naar de rand en boog omlaag naar de diepte. Daar beneden was het licht alsmaar helderder geworden en nam de warmte nog steeds toe. Een verlangen om toe te geven en rust te zoeken nam bezit van haar. Niet boven was de uitgang, maar beneden moest ze zijn. Dan kon ze terug naar huis, naar haar familie. Waarom had ze dat niet eerder gezien? Eindelijk naar huis! Dacht ze, en tuimelde voorover de diepte in. Zwijgend deze keer.

Stekende pijnscheuten in z’n benen deden Alfred wankelen. Hij keek naar beneden en zag dat een aantal vogels om hem heen verzameld op de grond zaten. Om beurten sprongen ze op en pikten hem in z’n benen. Verschrikt deinsde Alfred terug. De vogels achtervolgden hem. Nu vlogen ze op hem af en probeerden hem in ’t gezicht te raken. Alfred bukte en hield beide handen voor z’n gezicht om zichzelf te beschermen. Hij wist nu waartoe deze vogels in staat waren. De bloederige oogbal van de kat had hij inmiddels laten vallen. Een kleine vijftig meter was het tot aan het huis. De schuur was geen optie want vanaf die plek kwamen de vogels nu in zwermen aanvliegen. Het leek of ze hem een bepaalde plek op dwongen. Richting kampvuur. De enige verlichte plek op het verder donkere erf. Niet langer verlaten, maar bevolkt door duizenden vogels. Spreeuwen. Die hem verder aanvielen. Zodat hij strompelend niet anders kon dan die kant opgaan waar de spreeuwen hem de ruimte lieten. Een nauwe tunnel richting het vuur. Alfred begon te schreeuwen. Maar verscholen achter zijn armen klonk het geschreeuw slechts gedempt. En ach, wie zou hem kunnen horen. Zo ver achteraf en zo overstemd door het geschreeuw van de spreeuwen. In zijn rug voelde Alfred nu dat de vlammen hem al begonnen te schroeien. Zijn volgende stap achteruit bracht hem uit het evenwicht. Hij was op de oogbal gaan staan. En tuimelde achterover het vuur in.
Eindelijk kon hij zichzelf nu horen schreeuwen. Het klonk afschuwelijk.
De spreeuwen keken doodstil toe.

Toen ze in het vuur van de houtkachel viel was ze plotsklaps weer bij haar positieven. De verzengende hitte deed haar opvliegen en uit alle macht probeerde ze te ontsnappen. Voor zich zag ze een uitweg! Met een harde klap die haar het bewustzijn bijna deed verliezen vloog ze tegen de raampje van de kacheldeur. Haar staart stond in brand. Ze begon opnieuw te schreeuwen. Door het raampje zag ze een man en een kat. Die stonden toe te kijken, maar deden niets. Achter hen zag ze een groter raam. Daarachter zag ze haar familie. Die hadden haar gevonden. Maar hadden niets kunnen doen.
Met alle kracht die ze nog in zich had vloog ze keer op keer tegen het raampje. Ze schreeuwde naar haar familie. De pijn van haar brandende vleugels was verschrikkelijk. Tenslotte zakte ze in elkaar. Bewusteloos door de rook. Brandend als een fakkel.
Eindelijk ging het kacheldeurtje open. Alfred gooide nog wat hout naar binnen. De kat keek nieuwsgierig toe. Het deurtje ging weer dicht.
De spreeuwen buiten keken doodstil toe.

~ ~ ~

OK, geen echte kok, maar schuilt er dan wel een echte vader in mij?

En toen was daar Ietje Heybroek. Familietherapeute en specialist op het gebied van het stiefgezin.

Waarom kom ik met haar aanzetten? Omdat het vakantie is. Een voor mij uiterst geschikt moment om oude kranten door te bladeren. Kranten die in hoge stapels mijn werkkamer bevolken, netjes gerangschikt op datum. Elke dag neem ik de ongelezen nieuw verschenen exemplaren en plaats die bovenop hun voorgangers van de vorige dag. Soms lukt het mij om nog dezelfde dag de nieuwe krant te lezen en dan verdwijnt de gelukkige op een andere stapel, namelijk bij de allesbrander. Waar ze uiteindelijk allemaal zullen eindigen.

Sinds kort hanteer ik een nieuw systeem. Maar ik ben er nog niet uit of dit een blijvend systeem gaat worden. Het heeft te maken met de manier waarop ik m’n oude kranten wegwerk. Al heel lang benader ik de stapel als volgt: ongelezen exemplaren bovenop bijvullen, maar van onder uit weglezen. Oftewel FiFo: First in, First out. Dus in slechte tijden (hoge stapels) zit ik kranten te lezen van maanden geleden.

Het grote voordeel is dat je veel waan-van-de-dag nieuws over kunt slaan. Weet je totaal niet waar het over gaat, zal het ook wel niet echt belangrijk zijn geweest, en kun je jezelf tijd besparen door het niet te lezen. Een ander voordeel is dat je herkenbare nieuwsfeiten anders leest, omdat je de kennis van vandaag met je meedraagt. En is het soms hilarisch de nieuwsduiders met terugwerkende kracht hun gelijk of ongelijk te zien uitdragen. Het grootste voordeel in mijn ogen is gelegen in het feit dat je nu vaak wat meer tijd hebt om de langere artikelen te lezen. Je hebt het koren van het kaf kunnen scheiden.

Maar elk niet-ideaal systeem draagt ook nadelen met zich mee. En één van de belangrijkste was dat ik in veel gevallen te laat verwijzingen met beperkte houdbaarheidsdatum zag. Zo liep ik vaak concerten, aanbiedingen, exposities, en soortgelijks mis.

Tijd om eens van systeem te veranderen. En een geschikt tijdstip om daarmee te beginnen was de huidige vakantie. Voortaan gaan we de LiFo benadering toepassen: Last in, First Out. En zodoende zat ik afgelopen week al in de krant van 24 december verdiept. Een krant waar ik anders pas over maanden aan toe zou zijn gekomen (gezien de hoogte van de NTL krantenstapel).

In deze krant kwam ik Ietje tegen. En zij had een (voor mij) intrigerende vraag: “Hoe stel ik mijn hart open voor deze vreemde kinderen?” Het ging hier over stiefouders en stiefgrootouders. En beide ben ik. Stiefvader van twee kinderen en stiefopa van één kleinkind. Mijn vriendin zo’n 13 jaar geleden leren kennen toen zij al twee kinderen had, en mee mogen maken hoe een van hen ondertussen haar eigen kind op de wereld heeft gezet. In de ogen van Ietje een relatief eenvoudige stiefsituatie. In de ogen van Peter een geweldig mooie gezinssituatie met alle bijbehorende complexiteit.

Maar OK, een eenvoudige stiefsituatie mede mogelijk gemaakt door het ontbreken van eigen kinderen. Want ik ben dus geen echte vader. Dientengevolge zal ik ook nooit een echte opa worden. En hoef ik me niet te buigen over de overtreffende trap van een niet-te-beantwoorden vraag: “Moet ik evenveel houden van mijn stiefkleinkinderen als van mijn eigen ‘kleinkroost’?” Dat schijnt namelijk de hamvraag te zijn waar alle stiefgrootouders zich mee bezighouden. Getuige in ieder geval de stroom vragen die binnen komen bij de online helpdesk van de Stichting Stiefmoeders (let wel, stiefmoeders, niet –ouders of –vader).

Gelukkig heeft Ietje daarvoor een nieuwe website geopend onder de naam www.stiefgrootouders.nl (niet kieskeurig.nl of eigenkleinkroosteerst.nl wat meer voor de hand had gelegen). En die kon ik nu dus meteen bezoeken! De krant was tenslotte slechts enkele dagen oud. Maar wat schetst mijn verbazing. Dit is wat ik zag:

En blijf ik met al mijn vragen zitten. Vragen die ik nooit had gehad zonder Ietje.

Ietje die ik nooit had gelezen indien ik m’n oude systeem nog had gevolgd.

Omdat over enkele maanden, wanneer Ietje normaal gesproken aan de beurt zou zijn om gelezen te worden, ik hoogstwaarschijnlijk voor de tweede keer stiefopa ga worden. En dan helemaal geen tijd heb om kranten te lezen. Dan loop ik zo trots als een stiefpauw met een stiefkleinkind aan de stiefhand en een ander in m’n stiefarm te paraderen. Een artikel over de problemen die stiefgrootouders zouden hebben, zal niet snel de roze stiefwolk bereiken waarop ik me dan zal bevinden. Ietje en de krant van 24 december zullen eerder kennismaken met de poepluier van nieuw stiefkleinkroost!

Stiefopa! Again!
M’n bloedeigen stiefkleinkinderen! Jazeker!

De systemen die ik hanteer om oude tijdschriften te lezen verschillen trouwens wezenlijk van die van oude kranten. Maar daarover een volgende keer.

~ ~ ~

Geïrriteerd Geïnspireerd door een artikel in Trouw 24 december 2008

[update 14:50 uur:] De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat bij nadere lezing van het artikel, er staat dat de site pas volgend jaar beschikbaar komt. Nog meer reden om m’n oude systeem te handhaven.

[update 29 januari 2009:] inmiddels is de website van Ietje beschikbaar. Natuurlijk was ik erg nieuwsgierig naar haar advies m.b.t. stiefgrootouders. Hier een stukje wat ik gecopieerd heb van haar site:

[…] U begrijpt zo kan ik nog wel even doorgaan met vragen waarmee ik bestookt word nu er steeds meer stiefgrootouders bijkomen. (in 2016 verwachten ze dat er meer stiefgezinnen zijn dan “gewone gezinnen”. Het stiefgrootouderschap zal steeds meer voorkomen)
Een stiefgezin is complex en die complexiteit kan je niet wegnemen. Stiefgrootouderschap is ook complex. Veel stiefgrootouders willen het als oude wijze mensen goed doen en misschien wel net als stiefouders te goed doen. Loop niet te hard van stapel, zou ik willen aanraden. Verlang niet teveel van u zelf en blijf vooral u zelf, hoewel er ook iets van flexibiliteit van u verwacht wordt.
Wat belangrijk is om te beseffen is dat de stiefkleinkinderen absoluut niet om u gevraagd hebben en misschien ook niet goed weten hoe ze u kunnen benaderen. Het zou fijn zijn als u als oudste en wijste daarover met de stiefkleinkinderen kan praten.
Vertel gewoon eerlijk dat u het moeilijk vindt om met de stiefkleinkinderen om te gaan.
Het kan raadzaam zijn om eerst maar eens de kat uit de boom te kijken. en niet meteen te oordelen of veroordelen[…]

~ ~ ~

De vetgedrukte gedeeltes heb ikzelf aangebracht. Ze vallen mij op omdat ik mezelf er helemaal niet in herken.
En zo staan er wel meer vreemde dingen (in mijn ogen althans) op de site van Ietje.
Neem een kijkje en oordeel zelf op:
www.oudersenkinderen.nl

~ ~ ~

Opkomst van de Movel

Een Movel is een verhaal op je mobiel, je download het verhaal eenmalig, opent het en begint met lezen. Na het eerste hoofdstuk wordt je gevraagd of je het verhaal wilt kopen. Zo, ja dan klik op je op de koop knop en kun je het hele verhaal op je gemak uitlezen, als het niet bevalt (het lezen op de mobiel of het verhaal) dan lees je niet verder en koop je het verhaal niet.
[bron]

Vaak sta ik voor mijn boekenkast en neem de boekruggen in ogenschouw. De dikke romans waar de titel horizontaal op past springen vaak als eerste in het oog. Ze vragen nadrukkelijk om aandacht. Maar die gaat net zo makkelijk naar de iets dunnere broeders en zusters die rondom hen heen verzameld staan. Allen zijn individuele bouwstenen die ik door de jaren heen tot mij heb genomen om mijn kennis te verrijken.
Ik kijk naar mijn boekenkast maar zie geen boek en kast. Ontelbare werelden waar ik (soms nog nooit) geweest ben zweven voor mijn geestesoog en nodigen mij uit voor een (her)nieuw(d) bezoek. De boekenkast is geen doodlopende muur in mijn kamer maar een raam naar buiten.

[…] the brain never evolved to read. Rather, reading reveals how the brain “rearranges older structures devoted to linguistic, perceptual and cognitive regions to make something new.”
[bron]

Op deze plek ga ik niet beweren dat ik alle boeken in mijn verzameling (al) heb gelezen. Wel meer dan de helft, en de rest gaat zeker gelezen worden. Dat heb ik mezelf altijd voorgehouden. Of het nu gaat gebeuren tijdens mijn werkzame leven of nadat ik gepensioneerd zal zijn. Dat is mij om het even. Alleen zal ik de komende jaren mezelf verplichten om voldoende ‘trainingsuren’ in te bouwen. Want volgens ontwikkelingspsychologe Maryanne Wolf behoort lezen niet tot de basisvaardigheden van onze soort, zoals lopen en ademen. We moeten het leren, dat wil zeggen we moeten er in onze hersenen neurale circuits voor aanleggen. En als we die niet onderhouden door ze vaak genoeg te gebruiken, worden ze afgebroken en vervangen door andere.

Volgens het Tijdbestedingsonderzoek 2008 van SPOT (Stichting Promotie Televisiereclame) besteden Nederlanders gemiddeld 13 minuten per dag aan het lezen van boeken. Dit is 3 minuten meer dan in 2006. Het zijn vooral vrouwen, ouderen en alleenstaande 40-plussers die boeken lezen; relatief weinig wordt er gelezen door full time werkenden en door jongeren tot 20 jaar.
[bron]

Als lezen dus te maken heeft met leren, en we tegelijkertijd mogen concluderen dat juist jongeren minder gaan lezen, dan zal hun leesvaardigheid gestaag afnemen. En zullen zij in de toekomst vervreemd raken van in ieder geval het medium Boek in al z’n hoedanigheden. Daarvoor in de plaats zullen zij meer uren doorbrengen op internet en daar hun ontspanning vinden en kennis opdoen. Surfend over de golven van een alsmaar uitdijend stuwmeer aan ongestructureerde data, beperken zij zich tot het innemen van kleine porties ‘infotainment’ (kennis in hapklare brokken; het nieuws in 60 seconden).

Dat ‘lot’ zal hoogstwaarschijnlijk ook mijn allerliefste dierbare kleinzoon ten deel vallen. Hoeveel moeite ik mijzelf ook zal getroosten om het niet zo (heel) ver te laten komen.
Er kan een dag komen dat hij voor mijn boekenkast zal staan en niet méér zal zien dan een blinde muur opgebouwd uit kleurrijke bouwstenen. Ik verheug mij niet op die dag.

De stelling:
Het is een goede zaak dat boek en boekdrukkunst langzaam maar zeker zullen verdwijnen. Het zijn mediavormen die hun beste tijd hebben gehad.

~ ~ ~

Historians still unborn will appreciate your cooperation in the future, Sonmi-451.
We archivists thank you in the present. […] Now, this silver egg-shaped device is called an orison. It records both an image of your face and your words. Once we’re finished, the orison will be archived at the Ministry of Testaments.

Cloud Atlas, David Mitchell (2003)

~ ~ ~

“Om een beschaving te vernietigen, moet je geen boeken verbranden. Overtuig gewoon de mensen om er geen meer te lezen.”
Ray Bradbury; Amerikaans science-fiction schrijver (1920-)

~ ~ ~

“Het is beter een mijl te reizen dan om duizend boeken te lezen.”
Confucius; Chinees filosoof (551 v.C. – 479 v.C.)

~ ~ ~

Alter Ego in Second Hyves – Wie ben ik?

  • Fictief

Wat een f*cking kl*te dag was het tot nu toe! En ’t was nog maar vroeg in de avond. Nog zeker enkele uren te gaan. Enkele uren die hem scheidden van de rust in z’n studeerkamer. Van rust en, nog veel belangrijker, het alleen kunnen zijn. Geen gezeur aan z’n hoofd daar in z’n kamertje. Lekker alleen. Alleen met z’n pc en z’n internet verbinding. En vervolgens inloggen. Inloggen met z’n fake userid. Met z’n onlangs aangemaakte alter ego. En dan contact zoeken met echte mensen. Van vlees en bloed. Om door hun foto’s te bladeren en hun krabbels en blogs te lezen. Foto’s van vakantie tripjes. Krabbels over uitstapjes met vrienden. Blogs over sportdagen. Whatever. Allemaal dingen die hij moest missen, maar wel naar hunkerde.
En dus keek en las hij dit alles avond na avond met een voyeuristische gulzigheid. En typte zijn reacties bij deze en gene. In de veiligheid van z’n pseudo-profiel.

Helaas nog enkele uren voordat hij van die randdebielen om zich heen verlost was. Personeel dat het vaak liet afweten. Klanten die zich gedroegen alsof ze koning zelf waren. En dankbaarheid was ver te zoeken. Even had hij gedacht dat het dit jaar met de plotseling opkomende kredietcrisis wel rustiger zou worden. Maar het leek wel of de branche waarin hij werkzaam was geen crisis kende. Crisis? Welke crisis! Complete koopgekte zag hij. Gekte die hij niet mee naar huis wilde nemen. Buiten z’n studeerkamertje wilde houden. Wat echter steeds moeilijker werd. Alleen z’n alter ego bood nog rust. Deed nog niet mee aan die gekte. Daar kon hij nog zichzelf zijn. Of was dat het begin van gekte?

Nee, iedereen om hem heen was gek geworden. Of hield zich in ieder geval van de domme. Want dacht alleen in eigenbelang. Zolang men in hem geloofde kon hij overal komen opdraven. In allerlei gedaantes. Want standaardisatie dat was natuurlijk weer teveel gevraagd. Kon hij hier in Nederland zich hullen in een rode mantel en bijpassende mijter, moest hij in Noord-Frankrijk z’n witte baard inruilen voor een rood exemplaar. In Zwitserland zagen ze ‘m vervolgens weer liever op een ezel dan op een witte schimmel. Zo was ’t in elke streek wel weer anders. Gek werd hij er van.

Het leek wel of elke dag een grotere beproeving werd. Alsof hij zich steeds moeizamer naar het eind van een werkdag toe moest slepen. Zo was het ‘m ook vandaag weer vergaan. Ten dode vermoeid gooide hij z’n streekgebonden klofje op de grond en sloot de deur achter zich. Met een zucht liet hij zich in z’n bureaustoel vallen. Met een routineus gebaar klikte hij de pc aan. Terwijl de pc opstarte leek het of hij nieuwe energie kreeg. Alle frustatie van de dag verdween uit z’n gestel. Met iets van afkeer typte hij z’n windows log-in gegevens
Gebruikersnaam: SantaKlaas
Wachtwoord: ***********

Nadat de internetverbinding tot stand was gebracht zocht hij onder favorieten naar de hyves pagina. De pagina van z’n alter ego. Zorgvuldig door een daartoe gespecialiseerd bedrijf geconstrueerd. Compleet met fake profielfoto, familiefoto’s, achtergrondinformatie, om het maar zo echt mogelijk te laten lijken. Al enkele weken hyvede hij nu met dit alter ego. En voelde zich er steeds meer in thuis. Z’n pagina werd steeds vaker bezocht, de krabbels en R&R’s stroomden binnen. De vriendenlijst groeide met de dag. Nu eerst maar eens inloggen om te zien hoeveel reacties hij binnen had gekregen. Zien of ze z’n blogjes konden waarderen.
Gebruikersnaam: peterpellenaars
Wachtwoord: **********

Ha, 12x nieuwe berichten in m’n inbox

~ ~ ~

Bad Sex in Fiction award voor Shakespeare?

Vroege Middeleeuwen:
Enig overgebleven fragment uit oerversie Romeo & Juliet => Rodewijn & Anita
Populaire raamvertelling die gewoonlijk in de late uurtjes werd voorgedragen:

Hé meisje!, zeg meisje, ben je al een beetje nat
ritsiepie ritsiepa ritsiepoe
Een harde lul die is gemaakt om mee te pompen
falderie, faldera

1590-1592:
Shakespeare is onder de indruk geraakt van de poëtische schoonheid en tragiek in het Rodewijk & Anita verhaal, en maakt een eerste engelse versie van Romeo & Juliet:

Here is the story of a real cool dude. Romeo’s his label, and he sho’ ain’t crude.
He went to a party where he wasn’t supposed to. He fell for a gal that he danced real close to.
Juliet, Juliet, yeah man.
The priest and the nurse, they got the two together. They built ’em a nest, like birds of a feather.
The problem was the old man and old lady didn’t want Romeo to be her matey.
Capulet, Montague, no man.
So he got in a fight with a real rough cat He killed him dead, and that was that.
The trouble was the dude was Juliet’s kin, And we all know blood’s thicker than skin.
Tybalt, Tybalt, po’ man.
The priest and the nurse hatched ’em a plan to fool Verona; Julie takes a pill, and they think she’s a goner.
The problem was Romeo’s a loner. He got kicked outta town by the dudes of Verona.
Romeo, Romeo, where you be? Yo, Mantua by the sea.
He gets a message the wrong way straight. He rides to Verona to see his mate.
When he arrives, he thinks he’s late; So he slays the Frenchman and opens the gate.
Paris, Paris, po’ man.
He sees his chick taking a nap; He gets real fonky and starts to rap.
He takes out the poison and drinks it real quick; He ends his life to be with his chick.
Romeo, Romeo, po’ man.
The priest comes in way too late, He sees all the blood near the gate.
Julie yawns and she sits up straight; She spies the priest and asks for her mate,
“Romeo, Romeo, where you be?”
“Lord, Child, can’t you see? Your dude is dead! No mo’ mister! I’ll take you away and make you a sister!”
Juliet, Juliet, po’ gal.
She sends him away. She says she won’t go. She picks up the cup and throws it on the flo’.
She gives her man a longing kiss. She grabs his knife and dies in bliss.
Juliet, Juliet, po’ gal.
Now the Montagues and Capulets, they made their peace; They raised up some statues to show their grief.
For never was a story of more woe Than this one here of Juliet and Romeo.

1593:
Shakespeare besluit de eerste versie te bewerken nadat hij er niet in slaagt om in de top-10 charts van de hitparade te komen. Hij gooit het over een andere boeg om een grotere doelgroep te bereiken. Het nu volgende fragment is exemplarisch:

Romeo comes over and pushes me gently back down on the fake fur. I try to rise up to kiss him – it’s so lovely, the kissing – but he pushes me down, again. He likes to kiss me all over before he does anything else. He starts with my eyes, and plants a tender kiss on each lid.
… He moves on to my ears, a kiss that makes my nipples stand erect, and me emit little moans that drown out to my own ears the loud, distracting sound of Cumberbatch swiping dock leaves and tearing nettles and long grasses very close to the rickety stoop. Romeo’s hands are caressing my breasts, now, and I am allowed to kiss him back, but not for long, for he breaks off, to give each breast the attention it deserves. As he nibbles and pulls with his mouth, his hands find my bush, and with light fingers he flutters about there, as if he is a moth caught inside a lampshade.
Almost screaming after five agonizingly pleasurable minutes, I make a grab, to put him, now angrily slapping against both our bellies, inside, but he holds both by arms down, and puts his tongue to my core, like a cat lapping up a dish of cream so as not to miss a single drop. I find myself gripping his ears and tugging at the locks curling over them, beside myself, and a strange animal noise escapes from me as the mounting, thundering crescendo overtakes me.

1594:
Na een spannende eindstrijd wint Shakespeare the Bad Sex Fiction award met bovenstaande scène. Dit is aanleiding voor hem om voor een laatste keer essentiële onderdelen te herschrijven.

1597:
Definitieve publicatie van Romeo & Juliet:


Act 1, Scene 5

ROMEO [To JULIET.]
If I profane with my unworthiest hand
This holy shrine, the gentle sin is this:
My lips, two blushing pilgrims, ready stand
To smooth that rough touch with a tender kiss.
JULIET
Good pilgrim, you do wrong your hand too much,
Which mannerly devotion shows in this;
For saints have hands that pilgrims’ hands do touch,
And palm to palm is holy palmers’ kiss.
ROMEO
Have not saints lips, and holy palmers too?
JULIET
Ay, pilgrim, lips that they must use in prayer.
ROMEO
O, then, dear saint, let lips do what hands do;
They pray — grant thou, lest faith turn to despair.
JULIET
Saints do not move, though grant for prayers’ sake.
ROMEO
Then move not, while my prayer’s effect I take.
[Kisses her.]
Thus from my lips, by yours, my sin is purged.
JULIET
Then have my lips the sin that they have took.
ROMEO
Sin from thy lips? O trespass sweetly urged!
Give me my sin again.
[Kisses her.]
JULIET
You kiss by th’ book.

~ ~ ~

Geïnspireerd door Rachel Johnson, die dit jaar (2008) de Bad Sex in Fiction Award heeft gewonnen. Het is haar winnende stukje tekst dat hierboven is gebruikt.

John Updike heeft trouwens een eervolle vermelding voor z’n gehele oeuvre gekregen.

Voor de volledigheid vermeld ik nog dat Romeo’s Rap geschreven is door Pat Alvarado en de oerversie van Rodewijn & Anita is natuurlijk herkenbaar als een echte Hans Teeuwen tekst.

~ ~ ~

Er schuilt geen echte kok in mij – en daar ben ik blij om!

Ik kan dus niet koken.

Het stadium dat ik water liet aanbranden tijdens eitjes koken ligt weliswaar achter mij, maar daarmee is toch wel een van de belangrijkste wapenfeiten meteen bekend gemaakt.

Natuurlijk lukt het mij nu een eenvoudige maaltijd samen te stellen. Zeker wanneer die gestoeld is op oerhollandse ingrediënten zoals aardappelen, bloemkool en stooflapje. Maar ook macaroni en bami zijn gerechten die ik durf te bereiden en te serveren.

Echter, ik kan dus niet koken.

Want een echte kok ziet een gerecht voor zich wat nog niet bestaat. Wat nog nooit gemaakt is misschien. Er is nog geen recept voorhanden, slechts het eureka gevoel dat met een beetje van dit en een beetje van dat er een eindproduct kan ontstaan wat fantastisch zal smaken. En er nog mooi uitziet ook. Want het oog wil ook wat.

De echte kok kijkt naar een stuk vlees en weet al welke behandeling er nodig is om dit vlees optimaal te gebruiken. Welk stukje het beste smaakt. Hoe dik of dun er gesneden moet gaan worden. Hoe lang het op het vuur moet staan en met welke kruiden. En zelfs hoe het uiteindelijk zal smaken. Alleen maar door er naar te kijken.

Ik kijk naar een stuk vlees, en zie een stuk vlees.
En pak het kookboek om te zien wat er moet gebeuren. Snijden, bakken of stoven, wachten, kookwekkertje erbij. Als de tijd voorbij is, volgende handeling. Niet proeven of het goed genoeg is, maar precies volgens de tijdsregels van het recept. Geeft in de meeste gevallen een goed resultaat. Hier onderscheiden zich de echte kok en ikzelf sterk van elkaar.

Maar waar we allebei hetzelfde over denken is het idee dat we iets bereiden wat met smaak gegeten kan worden. Waar iemand van kan genieten. In het geval van de echte kok ligt de lat hoog en wordt gestreefd naar een hemelse smaaksensatie, in mijn geval hoop ik dat men het voorgeschotelde bord eten met smaak helemaal op eet. En met een voldaan gevoel van tafel gaat.

Waar ik niet op hoop.
Dat men een hapje neemt.
Wat proeft.
Nog wat langer proeft.
En dan alles uitkotst!

Zoals een echte kok!

Zoals Gordon Ramsay!

 

Hier verschillen zich de echte kok en ikzelf onoverbrugbaar van elkaar.

~ ~ ~

Geschreven tijdens de bereiding van een heerlijke Chili con Carne volgens het boekje/zakje.

~ ~ ~

Beklemmend speelgoed – een ode aan de fantasie

Bijna pakjesavond en de brievenbus raakt meer en meer verstopt met speelgoedfolders. En met elke nieuwe dag die Opa en Oma dichter bij 5 december brengt, raken ze verder in de stress over hun geplande bijdrage aan het sinterklaasfeest voor hun kleinzoon. Zo jong en modern als ze denken te zijn kunnen ze toch niet ontkennen dat veel van het aangeprezen speelgoed hen totaal niets zegt. En weten ze zich slechts met moeite te verplaatsen in de speelgoedbelevingswereld van hun ruim 1,5 jaar oude kleinzoon.

Een uitgelezen kans doet zich voor als kleinzoonlief een nachtje komt logeren. Systematisch wordt al het in huis aanwezige speelgerei tevoorschijn gehaald en samen met de kleine dreumes ‘getest’. Na een klein half uur blijkt dat er bij hem een lichte voorkeur bestaat voor speelgoed met wieltjes, speelgoed dat je kunt stapelen en speelgoed dat geluid maakt. Maar echt veel wijzer zijn Opa en Oma niet geworden.

Totdat het kleine mannetje een klein groen mysterieus doosje ontdekt. Met daarin…
Mini-wasknijpers!

Een nieuwe wereld gaat voor hem alsook de verbaasde grootouders open. Want wat je al niet met mini-wasknijpers kunt doen (in willekeurige volgorde):

• 16 stuks (let op, dit aantal schijnt belangrijk te zijn, al weet men nog steeds niet waarom) op de grond leggen, en vervolgens wordt elke knijper uiterst voorzichtig opgepakt door de kleinste in het gezelschap en één voor één in de hand gelegd van oftewel Opa of Oma; op het moment dat de laatste knijper bij de 15x andere gelegd wordt, dan telt men gezamenlijk tot 3 om daarna met veel gejoel en gespartel van armen en benen alle 16x knijpers op de grond te laten vallen; en men begint overnieuw; ad infinitum…

• Men kan een uiterst groene gifkikker nemen en deze versieren met knijpers (waarbij men wel altijd aandacht moet besteden aan het feit dat dit alleen bij speelgoeddieren geoorloofd is)

• Eenmaal achter elkaar verbonden heeft men niet mini-wasknijpers op een rijtje (duh), maar een slang, of een toren, of een liaan, of een etc, etc,

• Dezelfde kikker kan zomaar ineens veranderen in de welbekende maar slechts sporadisch voorkomende mini-wasknijpermonster (in de verte verwant aan het koekjesmonster); dit dier eet vele knijpers met genoegen op, zonder daar noemenswaardig last van te hebben.

En zo zijn er nog vele manier te verzinnen om jezelf als kind te vermaken met mini-wasknijpers.

Dus de momenteel uiterst relaxte Opa en Oma hebben alle speelgoedfolders bij het oud papier gelegd en zijn bezig om een eigen catalogus samen te stellen van allerlei unieke varianten wat je kunt doen met mini-wasknijpers. En hebben hun cadeau al klaarstaan: een starters setje mini-wasknijpers. Weg met lego!

Iemand nog tips?

~ ~ ~

Geïnspireerd door Noah

~ ~ ~

Rattenvanger in moderne tijden

  • Fictief

In het stadhuis was het warm. Overal stond de verwarming op de hoogste stand. Zo ook in de raadszaal waar de voltallige gemeenteraad bijeen was gekomen. Er was slechts één agendapunt deze avond: de betaling van de rattenvanger. Want voor de tweede keer in de geschiedenis van het kleine stadje in Nedersaksen had men te maken gehad met een rattenplaag. Plotseling waren ze van heinde en verre opgedoken. En ook deze keer had alleen een mysterieuze rattenvanger uitkomst kunnen bieden. Tegen een vooraf overeengekomen prijs van één euro per rat, had de rattenvanger de opdracht aanvaard en reeds de volgende dag miljoenen ratten met zijn fluitklanken regelrecht de rivier ingelokt. Alwaar ze allen jammerlijk verdronken en door het water meegevoerd werden. En nu moest er betaald worden.

Buiten op het stadhuisplein was het koud. Ijskoud. Het was tenslotte al bijna december en de eerste sneeuw al enkele dagen geleden gevallen. De rattenvanger liep rondjes op het plein om zich warm te houden. Al enkele uren wachtte hij nu op z’n geld, maar nog steeds was er niemand uit het stadhuis naar buiten gekomen om hem z’n rechtmatige betaling te overhandigen. Wel kwamen er steeds weer andere mensen vanuit de stad naar het stadhuis en verdwenen naar binnen, om vooralsnog niet weer naar buiten te komen.

Een eind buiten de stad was het druk. Hier hadden zich de ratten verzameld die eerder die dag massaal in de rivier waren gesprongen, als schijnbaar daartoe aangezet door de betoverende muziek van de rattenvanger. Ze waren onrustig, want al weer te lang buiten hun veilige en vertrouwde onderkomen diep in de ingewanden van de heuvels rondom Hamelen. Slechts sporadisch kwamen ze naar buiten, en dan alleen als de nood allerhoogst was. En zover was het nu weer. Het was crisis. Door wanbeleid waren ze door hun gehele voorraad voedsel en geld heen. En opnieuw moesten ze de aloude truc met de rattenvanger uitvoeren. Een truc die altijd van succes verzekerd was. Eender geld of kinderen was de beloning van het geheime samenspel tussen de ratten en de rattenvanger. En beide konden ze deze keer goed gebruiken.

De rattenvanger keek voor de zoveelste keer op z’n horloge. Ruim vier uren lieten ze hem nu wachten. Geld alleen zou al bijna niet meer voldoende compensatie zijn voor de tijd die ze hem hier buiten in de kou lieten doorbrengen. Het zou hem weinig moeite kosten om in het donker op zijn terugweg richting heuvels, ergens enkele kleine kinderen mee te lokken. De gedachte aan wat hij eenmaal terug in z’n eigen grot met deze kinderen zou kunnen doen, deed de kou wat verdwijnen. En de ratten zouden op een makkelijke manier hun ergste honger kunnen stillen.

Ergens hoopte hij dat de bewoners van het stadje het geld niet beschikbaar zouden hebben.

De burgemeester had inmiddels alle bemiddelde stadsgenoten bij zich geroepen om te zien of ze gezamenlijk het verschuldigde bedrag compleet konden krijgen. Maar tot nu toe waren ze nog niet op de helft. De wanhoop werd groter bij elke nieuwe binnenkomer die zijn spaargeld op de grote vergadertafel legde. En ook niet in staat was om het gat te dichten.

Terwijl het angstzweet in dunne straaltjes over het voorhoofd van de burgervader liep, probeerde de wethouder van financiën tegen beter weten in opnieuw in te loggen op de schijnbaar geblokkeerde spaarrekening bij de IceSave Bank.

~ ~ ~

Geschreven onder het genot van ettelijke glazen rode wijn.
Geïnspireerd door het volgende nieuwsbericht:

Hamelen kampt met rattenplaag
18-11-2008 Door: NU.NL

(Hameln) – De Duitse stad Hameln (Hamelen), bekend van het sprookje van de Rattenvanger van Hamelen, kampt met een grote rattenplaag. Dat heeft een woordvoerder van de stad Hameln in Nedersaksen laten weten.
De zegsman stelde dat het aantal ratten in een gebied van volkstuintjes aan de rand van de stad explosief is gegroeid. Hameln kan de dieren niet op effectieve wijze bestrijden, omdat er onduidelijkheid is over de eigendomsverhoudingen in het gebied.

Wil je nog eens nalezen hoe het echte verhaal van de Rattenvanger ook al weer ging, neem dan hier een kijkje. Of kijk hier op Wikipedia voor andere interpretaties.

~ ~ ~

Stoppen met roken goed voor iedereen?

  • Fictief

“… vroeger … voorgoed … met roken …”
Vanwege een aanhoudende hoestbui kreeg ie slechts enkele woorden mee.
“Wat zei je?”
“Ik zei dus, dat ze vroeger bij ons in ’t dorp altijd zeiden dat iemand voorgoed gestopt was met roken. Wanneer ie dus overleden was. Dat zeiden ze bij ons. Vooral de oudjes.”
Hij keek nog eens naar beneden. Deze man zou dus gestopt zijn met roken. Als ie al rookte. Of beter, gerookt had. Dat zou trouwens nu nog maar moeizaam gaan. Een gedeelte van de onderkaak was uit het gezicht van de man verdwenen. Daardoor had je nu vrijuit zicht tot diep in de mond. Wat opviel was dat een hoop tanden ontbraken. Ook de tong van de man was op het eerste gezicht niet geheel compleet. En alles zat onder de blaren. Brandblaren.

“Volgens mij wist ie echt niets.”
“Pardon?”
“Over de deal. Bedoel ik. Dat ie niks wist. Anders had ie heus wel iemand verlinkt. Dus. Ik bedoel. Met wat er allemaal met ‘m is gedaan. Jezus! Ik dacht dat ie de tweede dag al te ver heen was. Met die strijkbout. Dus. Hoe verzin je ‘t. Had je dat al ooit eerder gedaan? Wat een brandlucht! Ik dacht nog, dalijk komt de brandweer binnenvallen in plaats van de politie. Hahahaha. Snap je ‘m? De brandweer.”
Nog steeds staarde hij naar het lichaam dat daar beneden aan z’n voeten lag. Bijna had z’n eerste schot doel gemist omdat een plotselinge hoestbui hem overvallen had. In plaats van keurig tussen de ogen was de kogel ingeslagen in de onderkaak van de man. En was een tweede schot nodig. Dat was ‘m nog nooit overkomen.

“Kun je ‘m een stukje deze kant opduwen?”
Peinzend keek hij naar de brandende sigaret in z’n hand. Helemaal oproken, of een symbolisch laatste trekje, of gewoon meteen helemaal stoppen?
“Je hoeft ‘m echt maar een stukje te rollen of zo. Met je voeten. Dan worden je handen niet vuil. Laat het vuile werk maar aan mij over. Da’s mijn specialiteit. Ieder het zijne. Zeg ik altijd. Ik ben niet in de wieg gelegd voor dat gemartel en zo. Met al die instrumenten. Laat mij maar gewoon op de uitkijk staan. Of rondrijden. Of een stukje graven zoals hier. Da’s goed voor de conditie. Kan dat luie zweet er uit. Hahaha.”
Een flinke duw met de punt van z’n schoen was voldoende om het lijk binnen het bereik van de man in de kuil te brengen. Terwijl die verder ging met het lijk helemaal in de kuil te trekken, nam hij toch nog een trek van z’n sigaret. Wat ‘m meteen weer een hoestbui opleverde.

Zeker van z’n zaak gooide hij de smeulende sigaret het lijk achterna de kuil in.
Z’n besluit stond vast. Vandaag zou hij stoppen met roken.
Hij had nog zoveel te doen. Zoveel werk wat op hem wachtte.

~ ~ ~
Geschreven onder het genot van ettelijke koppen koffie, maar géén sigaretten.
Geïnspireerd door het volgende nieuwsbericht:
Roemeen gemarteld wegens mislukte drugsdeal
06-11-2008 Door: NOVUM
Een Roemeen is vorige week gegijzeld en een aantal dagen gemarteld in een woning in Amsterdam-Zuidoost. Vermoedelijk heeft de Roemeen een bepaalde partij harddrugs niet geleverd.
Zijn familie werd onder druk gezet om losgeld te betalen, meldt de politie donderdag. Familieleden kregen via internet filmpjes aangeleverd, waarop was te zien dat het slachtoffer ernstig werd gemarteld. De Roemeen werd geslagen, geschopt, en bedreigd met een hete strijkbout. Nadere details over de marteling wil de politie niet vrijgeven.

~ ~ ~