20211105 — vrijdag

Om con­tact te onder­hou­den met stu­den­ten die dezelf­de modu­les vol­gen aan de OU als waar ik me voor heb inge­schre­ven ga ik bij­na dage­lijks naar het dis­cus­sie­fo­rum om te lezen waar­over er zoal gedis­cus­si­eerd wordt. Logi­scher­wijs beperkt dat zich voor­na­me­lijk tot het onder­werp van de betref­fen­de modu­le en daar­aan ver­wan­te zaken zoals de voor­be­rei­ding voor een ten­ta­men of de orga­ni­sa­tie rond­om een studiedag. 

Er is ech­ter ook een groep stu­den­ten OU Cul­tuur­we­ten­schap­pen actief op het Dis­cord plat­form. Niet lang gele­den kreeg ik daar­voor een uit­no­di­ging. De opzet van de diver­se chat­ka­na­len is qua inde­ling gelijk­ge­trok­ken met die van de oplei­ding zelf, maar daar­naast zijn er ook kana­len met voor zich­zelf spre­ken­de namen als ‘wel­kom’, ‘voor­stel­len’ en ‘gekeu­vel’.

In die laat­ste kwam onlangs een ter­loop­se gemaak­te opmer­king voor­bij dat de pro­pe­deu­se per 1 sep­tem­ber 2022 een geheel ande­re invul­ling krijgt. Dat zorg­de natuur­lijk met­een voor een hoop onrust bin­nen de Dis­cord-gemeen­schap en de geruch­ten­ma­chi­ne ging nave­nant op vol­le toe­ren draai­en wat alle­maal niet hielp om de gemoe­de­ren te bedaren. 

Nu enke­le weken later komt er beet­je bij beet­je meer infor­ma­tie naar bui­ten. Helaas nog steeds niet via de offi­ci­ë­le kana­len. Het zijn voor­al de docen­ten die wat ze zelf te weten zijn geko­men door­ge­ven tij­dens stu­die­bij­een­kom­sten. Wat leidt tot een gefrag­men­teerd beeld van wat ons te wach­ten staat en waar spe­cu­la­tie nog steeds de over­hand heeft.

Deze avond ver­scheen de vol­gen­de upda­te van een mede­stu­dent, ook weer opge­te­kend tij­dens een studiebijeenkomst:

Het zit als volgt: het minis­te­rie bepaalt eens in de zoveel jaar de koers die een uni­ver­si­teit moet vol­gen, de opdracht die ze krijgt. Vijf jaar gele­den was die opdracht dat de OU moest aan­slui­ten op en voor­zien in de behoef­te van stu­den­ten die een vol­le­di­ge bache­lor of mas­ter wil­den vol­gen (de 2e kans stu­den­ten). Van­daar dat het nu erg gericht is op een hele bache­lor. De nieu­we eis van­uit de over­heid is dat de OU moet aan­slui­ten op maat­schap­pe­lij­ke ont­wik­ke­lin­gen. Naast deze eis speelt voor de OU ook mee dat er een terug­loop in het aan­tal stu­den­ten is en hopen ze met deze nieu­we opzet meer stu­den­ten te krij­gen die bij­voor­beeld wer­ken.
Con­creet bete­kent dit dat de pro­pe­deu­se met ingang van vol­gend jaar wordt opge­deeld in vier ‘rich­tin­gen’ die dus over­een­kom­sten heb­ben met maat­schap­pe­lij­ke the­ma’s. Als ik het me goed her­in­ner is het als volgt: 1. inclu­si­vi­teit en diver­si­teit (gen­der, kolo­ni­a­lis­me, BLM); 2. gezond­heid (geschie­de­nis daar­van o.a.); 3. media en cul­tuur; 4. nog iets met tech­niek. Die vier thema’s wor­den aan­ge­bo­den in blok­ken van elk 15EC. De inlei­din­gen in de (kunst)geschiedenis / let­ter­kun­de / filo­so­fie ver­dwij­nen dus komend stu­die­jaar even­als de rich­tin­gen voor de bache­lor. Van­af stu­die­jaar 2023/2024 ver­an­dert er ook een hoop voor de 2e jaars vak­ken en het jaar daar­op voor de 3e jaars vakken.

Opnieuw leidt het tot veel vra­gen op het Dis­cord-forum. Tege­lij­ker­tijd wor­den de con­tou­ren van de geschets­te ver­an­de­ring en het waar­om erach­ter wel iets dui­de­lij­ker. De belang­rijk­ste vraag is natuur­lijk waar­om de OU zo lang wacht met het naar bui­ten bren­gen van infor­ma­tie om zo’n ingrij­pen­de ver­an­de­ring te mana­gen. Tij­di­ge en hel­de­re com­mu­ni­ca­tie is de sleu­tel voor beter begrip en accep­ta­tie. In de nieuws­brie­ven van deze week werd er niet over gerept en ook op de web­si­te van de OU is niets te vin­den. Vreemd.

20211102 — dinsdag

In decem­ber was ik van plan om af te rei­zen naar Cluj-Napo­ca. Het is alweer ruim twee jaar gele­den dat ik er voor de laat­ste keer een werk­ge­re­la­teerd bezoek­je aan bracht. Inmid­dels zijn er veel wij­zi­gin­gen in mijn team geweest en wordt het de hoog­ste tijd om de nieu­we collega’s ook eens een keer in ’t echt te zien. Helaas gaat dat dit kalen­der­jaar niet meer luk­ken. Met de een na laag­ste vac­ci­na­tie­graad in Euro­pa is Roe­me­nië voor­lo­pig niet ‘a pla­ce to be’.

Ook in ons land­je met een vac­ci­na­tie­graad die voor 18-plus­sers meer dan 85 pro­cent bedraagt gaat het des­on­danks niet de goe­de kant op. Dus was er weer een pers­con­fe­ren­tie deze avond (en kon ik in een wel­haast leeg win­kel­cen­trum op m’n gemak bood­schap­pen doen) waar­in nieu­we maat­re­ge­len wer­den afgekondigd. 

Wat me hier­van in eer­ste instan­tie alleen maar gaat raken is het gebruik van een coron­ap­as voor de sport­school. Geluk­kig blijft het daar­bij want ik was eigen­lijk bang dat ze weer de deu­ren zou­den moe­ten slui­ten. Sinds kort heb ik name­lijk een proef­abon­ne­ment bij een loca­tie om de hoek waar ze ook een zwem­bad heb­ben. Daar kon je van­af 8 uur ’s och­tends baan­tjes zwem­men, maar van­af okto­ber kun je er op drie door­de­week­se dagen al om 7 uur terecht. Twee daar­van val­len samen met de dagen dat ik thuis blijf wer­ken. Ide­aal dus om voor­af­gaand aan de werk­dag even een ver­fris­sen­de duik te nemen.

Afbeel­ding: eigen collectie

Een col­le­ga ver­tel­de van­daag dat hij een huis gekocht had. Dat ver­baas­de mij nu de prij­zen zo gigan­tisch zijn. Ook had ik het idee dat hij nog niet zo lang gele­den ver­huisd was. Dat viel mee. Het was al meer dan vier jaar gele­den. Maar toch. Hij was er in ieder geval blij mee en ik had niet het idee dat hij zich bekocht voel­de en veel te veel had moe­ten betalen.

Waar­schijn­lijk door het ver­haal van mijn col­le­ga bleef ik later deze avond han­gen bij een column van Ester Nao­mi Per­quin in de Groe­ne Amster­dam­mer dat ook over ver­hui­zen ging. Het bleek niet een droom­huis maar een huur­huis te zijn waar­van ze de sleu­tels had­den, maar het mocht de pret niet druk­ken. Wel het terug­ke­ren­de beeld van een dame die pon­ti­fi­caal plaats had geno­men op het aan­recht tij­dens de bezich­ti­ging waar meer­de­re par­tij­en voor waren uit­ge­no­digd. Met haar hand­tas naast zich, wat een mooi beeld oplevert:

Die hand­tas, meen­de ik te begrij­pen, was het equi­va­lent van een hand­doek op een strand­stoel; een poging ergens bezit van te nemen, iets te clai­men. Dit zou háár huis moe­ten wor­den, dit zou háár keu­ken moe­ten zijn.

De column sluit af met een gewel­dig gedicht (vind ik) van Mar­ti­nus Nijhoff.

Wij ston­den in de keu­ken, zij en ik.
Ik dacht al dagen lang: vraag het van­daag.
Maar omdat ik mij schaam­de voor mijn vraag
wacht­te ik het onbe­waak­te ogenblik.

Maar nu, haar bezig ziend in haar bedrijf,
en de kans heb­bend die ik heb­ben wou
dat zij onvoor­be­reid ant­woor­den zou,
vroeg ik: waar­over wil je dat ik schrijf?

Juist vangt de fluit­ke­tel te flui­ten aan,
haar hul­lend in een wolk die opwaarts schiet
naar de gly­ci­ne door het tuimelraam.

Dan ant­woordt zij, ter­wijl zij lang­zaam­aan
drup­pe­lend water op de kof­fie giet
en zich de geur ver­breidt: ik weet het niet.

Impas­se

Mar­ti­nus Nij­hoff 
Uit: Nieu­we gedich­ten 
(1934), Que­ri­do

20211101 — maandag

Ik ont­vang een out of offi­ce bericht van een Duit­se col­le­ga. Reden: Aller­hei­li­gen. Een dag die ik vaak ver­war met Aller­zie­len. Dat is mor­gen pas. Het verschil? 

Aller­hei­li­gen is een chris­te­lij­ke feest­dag — jaar­lijks op 1 novem­ber — waar­op alle hei­li­gen (ruim hon­derd­dui­zend) van de rooms-katho­lie­ke kerk geza­men­lijk wor­den ver­eerd en herdacht.

Aller­zie­len is de dag waar­op in de rooms-katho­lie­ke kerk alle gelo­vi­ge zie­len van gestor­ve­nen wor­den her­dacht. Het feest wordt sinds de twaalf­de eeuw op 2 novem­ber gevierd op de dag na Allerheiligen. 

Van­daag is de geboor­te­dag van een col­le­ga op mijn afde­ling die ik erg hoog heb zit­ten. In janu­a­ri 2020 ging hij met ziek­te­ver­lof. Voor een ope­ra­tie waar­door hij een klei­ne maand uit de run­ning zou zijn. Dat liep anders. Het duur­de tot na de zomer van dat­zelf­de jaar, tij­dens een peri­o­de dat de lock­down iets­jes los­ge­la­ten werd voor­dat ik hem weer zag. Niet op kan­toor maar in een res­tau­rant voor een lunch­af­spraak na een zoveel­ste behan­de­ling in het zie­ken­huis. Wat ik toen niet wist is dat het de laat­ste keer zou zijn dat ik hem zou ontmoeten.

In sep­tem­ber van dit jaar is hij komen te over­lij­den. We scheel­den slechts een maand in leef­tijd. Ter­wijl ik mijn geboor­te­dag vier­de zat er tus­sen de ver­jaars­kaar­ten ook een overlijdensbericht. 

Van­daag vier ik zijn ver­jaar­dag. Mor­gen her­denk ik zijn heengaan.

20211031 — zondag

Het week­end staat meest­al vol­le­dig in het teken van todo-lijst­jes afwer­ken. Voor van­daag stond er onder meer voor mij op het pro­gram­ma om de laat­ste wal­no­ten te rapen en de bla­de­ren van het gazon te har­ken. Een klus­je waar toch mini­maal drie uur voor uit­ge­trok­ken moet wor­den. De vij­ver had ik geluk­kig vori­ge week al zo goed als hele­maal bla­der­vrij gemaakt, dus daar hoef­de ik niet opnieuw veel tijd aan te beste­den. De ove­ri­ge taken waren voor bin­nen, zoals stof­zui­gen en koken. 

De och­tend had ik gere­ser­veerd voor mijn stu­die. Ondanks dat ik pas ergens in janu­a­ri vol­gend jaar een vol­gend ten­ta­men heb was ik toch wat ach­ter geraakt op het sche­ma dat ik voor ogen had. Momen­teel is het voor de ver­an­de­ring erg druk op het werk en ook de res­te­ren­de weken van dit kalen­der­jaar zal dit wel zo blij­ven. Dus het stu­de­ren schiet er soms bij in door­de­weeks. Na het ‘Ter inlei­ding’ van de bun­del Veel­vor­mi­ge dyna­miek. Euro­pa in het ancien régime 1450–1800 dat ik gis­ter had samen­ge­vat was van­daag hoofd­stuk 1 aan de beurt, geschre­ven door Maar­ten Duij­ven­dak met als titel ‘Bevol­king, eco­no­mie en soci­a­le ver­hou­din­gen. Diver­gen­te ont­wik­ke­lin­gen in Europa’. 

Ik ben tot ergens hal­ver­we­ge geko­men. Het is taaie stof en ik moest me goed con­cen­tre­ren om de hoofd- en bij­za­ken goed uit elkaar te hou­den. Waar­schijn­lijk zal ik er later nog een keer met de stof­kam door­heen moe­ten om het nog kern­ach­ti­ger te krij­gen. Een tijd­ro­vend kar­wei blijft het, maar het is een manier die me tot nu toe meest­al goe­de resul­ta­ten geeft. Voor­lo­pig zie ik geen reden om van stu­deer­me­tho­de te wij­zi­gen. Het blijft een hob­by naast mijn werk en een ech­te dead­line heb ik niet. Ik wil gewoon mezelf ver­die­pen in de leer­stof en er wij­zer van worden.

Inte­res­sant vond ik de uit­een­zet­ting over de zoge­naam­de ‘twee­de feo­da­li­teit’. Het was een ken­mer­kend ver­schil tus­sen West- en Oost-Euro­pa. Ter­wijl in het Wes­ten de feo­da­li­teit zo goed als ver­dween, geraak­te juist tij­dens de vijf­tien­de tot de acht­tien­de eeuw een groot deel van de bevol­king in het Oos­ten in een situ­a­tie van lijf­ei­gen­schap. Om deze twee feno­me­nen uit elkaar te hou­den, spreekt men in het Wes­ten over ‘horig­heid’ en blijft de term ‘lijf­ei­gen­schap’ voor­be­hou­den aan de vari­ant in het Oosten. 

Naast enke­le over­een­kom­sten zijn er toch voor­al veel ver­schil­len. Zo moesten de lijf­ei­ge­nen in het Oos­ten veel meer en lan­ger op het domein van de heer wer­ken. Dat kon soms oplo­pen tot een vol­le­di­ge week. Het was tevens gebrui­ke­lijk dat zij hier­voor de nood­za­ke­lij­ke gereed­schap­pen en trek­die­ren mee­brach­ten. Ver­der had­den de heren veel macht door­dat het cen­tra­le bestuur niet in staat was juri­di­sche rech­ten en taken naar zich toe te trek­ken, iets waar­toe de cen­tra­le over­heid in het Wes­ten wel in staat bleek te zijn. 

De para­graaf sluit af met de kant­te­ke­ning dat een regel­ma­ti­ge gesug­ge­reer­de samen­hang tus­sen stij­gen­de graan­prij­zen en deze opkomst van lijf­ei­gen­schap in Oost-Euro­pa niet valt te bewij­zen. Er is meer onder­zoek nodig om een bete­re ver­kla­ring te vin­den voor deze twee­de feo­da­li­teit. Dit sluit aan bij waar al in het ‘Ter inlei­ding’ op werd gewezen:

Nage­noeg alle in dit boek aan de orde gestel­de onder­wer­pen en pro­ble­men kun­nen wor­den beschouwd als main issues in de geschied­schrij­ving over het ancien régime, waar­over de vak­we­ten­schap­pe­lij­ke dis­cus­sie in de regel vol­op gaan­de is. […] De lezer dient dus goed te besef­fen dat er geen ‘defi­ni­tie­ve’ inter­pre­ta­ties (kun­nen) wor­den gebo­den.
[p.28]

Waar­van akte.

20211030 — zaterdag

Het was tegen mid­der­nacht dat ik besloot om naar bed te gaan. Tot­dat me te bin­nen schoot dat de klok komen­de nacht een uur terug­ge­zet zou wor­den. Tegen­woor­dig gaat dat alle­maal auto­ma­tisch, op een paar appa­ra­ten na waar­on­der de klok die in de woon­ka­mer op de kast staat. Ik kon twee din­gen doen, nu de tijd ver­zet­ten of mor­gen­och­tend. Omdat ik het maar gedaan kon heb­ben deed ik het meteen. 

Plots was het elf uur en nog lang geen tijd om naar bed te gaan. Wat zou ik eens gaan doen? In het extra uur dat me in de schoot viel heb ik mezelf voor­ge­no­men om dage­lijks te gaan blog­gen. En wel niet eer­der dan ’s avonds na elf uur. Ooit strand­de een eer­de­re poging na twee maan­den uit­ge­re­kend op een schrik­kel­dag. Daar­om lijkt het me wel van sym­bo­li­sche waar­de dat ik het opnieuw pro­beer op een dag met, voor mij althans, vijf­en­twin­tig uur in plaats van de gebrui­ke­lij­ke vierentwintig.

Het is me nog niet dui­de­lijk waar­over ik iede­re avond denk te gaan blog­gen. Waar­schijn­lijk een kor­te terug­blik op de dag en wat ik zoal gedaan heb en over heb lopen pie­ke­ren. Zon­der pre­ten­ties (als ik die al ooit had met dit blog). Iets min­der vol­gens een vast stra­mien dan een reeks dage­lijk­se blog­posts die ik eer­der dit jaar pro­du­ceer­de. Daar­voor had ik een admi­ni­stra­tie nodig om alles goed bij te hou­den. Daar heb ik geen zin in en tijd voor. Uit de los­se pols zal het voor­na­me­lijk zijn. Geen gedoe met blog­ti­tels ver­zin­nen, plaat­jes erbij zoe­ken of vas­te onder­wer­pen. Maar wel (bij voor­keur) iede­re dag. Zolang het duurt. Lukt het niet (vaak genoeg), dan stopt het hier.

Over van­daag. De mees­te tijd is gegaan naar stu­de­ren. In de afge­lo­pen weken heb ik het stu­die­boek Veel­vor­mi­ge dyna­miek. Euro­pa in het ancien régime 1450–1800 onder redac­tie van Wil­lem Frij­hoff en Leo Wes­sels door­ge­no­men. De komen­de tijd ga ik beste­den aan het maken van samen­vat­tin­gen. Het inlei­den­de hoofd­stuk is geschre­ven door Wil­lem Frij­hoff en Leo Wes­sels zelf, en heeft als titel ‘Euro­pa, 1450–1800. Tra­di­tie en ver­nieu­wing, een­heid en verscheidenheid’.

De aller­eer­ste para­graaf gaat in op de prik­ke­len­de vraag­stel­ling of er wel zoiets bestaat als een Euro­pe­se geschie­de­nis, ter­wijl ver­vol­gens in de laat­ste para­graaf ver­der inge­zoomd wordt of er tij­dens het ancien régime spra­ke was van een Europ­se cul­tuur. In de tus­sen­lig­gen­de para­gra­fen wordt een over­zicht gege­ven van de meest belang­rij­ke his­to­ri­sche ont­wik­ke­lin­gen die op het Euro­pe­se grond­ge­bied in de bewus­te tijds­pe­ri­o­de heb­ben plaats­ge­von­den en hoe die geduid kun­nen wor­den. Van­zelf­spre­kend geven de veer­tien hoofd­stuk­ken die vol­gen (waar­van we er acht die­nen te bestu­de­ren voor deze cur­sus Inlei­ding cul­tuur­ge­schie­de­nis deel 1) meer detail en achtergrond. 

Daarna(ast) las ik in Vrij­heid. Een woe­li­ge geschie­de­nis geschre­ven door Anne­lien de Dijn. In dit boek beschrijft De Dijn de ont­wik­ke­ling van het con­cept ‘vrij­heid’ door de eeu­wen heen. Wie bedacht de defi­ni­tie en hoe is ze ont­staan? Daar­voor gaat ze 2500 jaar terug in de tijd naar de oude Grie­ken, om dan nauw­ge­zet het spoor naar ons hui­dig tijds­be­stek te vol­gen voor een beter begrip van onze poli­tie­ke visie op vrij­heid. Dat levert regel­ma­tig nieu­we inzich­ten op. Zo weer­legt zij in het hoofd­stuk ‘De weder­ge­boor­te van de vrij­heid’ de gang­ba­re opvat­ting dat de Refor­ma­tie en de natuur­rechts­leer het “vrij­heids­de­bat in een ‘moder­ne­re’ rich­ting heb­ben gestuurd.” 

Kort­om, een pro­duc­tie­ve en leer­za­me studiedag.

Oh ja, ’s avonds zocht ik een livestream terug op you­tu­be om die op mijn gemak te bekij­ken. Natuur­lijk deed you­tu­be heel erg z’n best om mij aller­lei ande­re film­pjes aan te beve­len waar­op ik hele­maal niet zat te wach­ten. Toch werd ik aan­ge­trok­ken door een clip waar gesug­ge­reerd werd dat iemand nog nooit iets van Pink Floyd had gehoord en dat gemis nu wil­de goed­ma­ken. Ik klik­te op deze zoge­naam­de ‘first hea­ring’ of ‘first reac­ti­on’ clip omdat ik benieuwd was hoe iemand zo’n eer­ste erva­ring met Pink Floyd zou onder­gaan. En graag naar muziek van Pink Floyd luister.

Het was heel even grap­pig om te zien hoe de per­soon in kwes­tie hoe­ge­naamd van niets wist en op de juis­te momen­ten ‘oeh’ en ‘ah’ riep. Even, omdat het over­dre­ve­ne er van­af spat­te. Want ik kon me niet aan de indruk ont­trek­ken dat het weer een zoveel­ste hype was (die waar­schijn­lijk al lang aan de gang is, maar meest­al mis ik zoiets) gezien de stroom aan iden­tie­ke clips die you­tu­be aan mij liet zien. Met ieder hon­der­dui­zen­den tot soms wel mil­joe­nen weer­ga­ven en in de com­men­taar­sec­tie vele dui­zen­den reac­ties. Een won­der­baar­lijk fenomeen.

20211022 — vrijdag

Afbeel­ding: eigen collectie

Mijn eer­ste seri­eu­ze ken­nis­ma­king met het werk van Jeroen Brou­wers moet ergens in 1989 zijn geweest. In de plaat­se­lij­ke boek­win­kel was een jon­ge­man werk­zaam die ido­laat van deze schrij­ver was. Hij roem­de zijn mees­ter­lij­ke beheer­sing van de Neder­land­se taal en de veel­zij­dig­heid van zijn lite­rai­re pro­duc­tie. Een recent ver­sche­nen bun­de­ling van de cor­res­pon­den­tie van Brou­wers (Kro­niek van een karak­ter, twee delen) had hij stuk­ge­le­zen en nu was het aftel­len naar de publi­ca­tie van De zond­vloed, een roman die het afslui­ten­de der­de deel zou vor­men van de zoge­naam­de Indi­ë­ro­mans. Het was dit boek waar­mee Jeroen Brou­wers zich aan mij presenteerde. 

Ik was met­een ver­kocht. Nooit eer­der had ik zoiets gele­zen. Ik was vol­ko­men over­rom­peld door de schit­te­ren­de stijl en de gede­tail­leer­de wij­ze waar­op een ik-ver­tel­ler (van beroep schrij­ver en sterk gemo­del­leerd naar de per­soon van Jeroen Brou­wers zelf) ver­slag doet van een aan­tal trau­ma­ti­sche erva­rin­gen die zijn ver­de­re leven bepaald heb­ben. Nadat ik dit boek (762 pagina’s dik!) stuk­ge­le­zen had (en het zou niet bij deze eer­ste keer blij­ven) ben ik van­zelf­spre­kend eer­der werk gaan opzoe­ken (waar­on­der aller­eerst de voor­gaan­de twee Indi­ë­ro­mans) en Jeroen Brou­wers blij­ven volgen. 

Als resul­taat heb ik momen­teel zo’n twin­tig boe­ken van hem in mijn bezit waar­mee ik dacht — zon­der daar enig bewijs voor te heb­ben — rede­lijk com­pleet te zijn. Hoe mis kon ik het heb­ben. Een aan­tal weken gele­den zag ik bij toe­val dat er een boek uit­ge­ko­men was dat het œuvre van de inmid­dels 80-jari­ge Brou­wers als onder­werp heeft. In het arti­kel stond aan­ge­ge­ven dat de auteur Lode­wijk Ver­duin ruim tien­dui­zend pagina’s had gele­zen om aldus door te drin­gen tot de kern van dit œuvre. Let wel, dit zijn ruim tien­dui­zend pagina’s gepu­bli­ceerd werk door Brou­wers zelf. In het boek Een­zaam­heid in ein­de­loos meer­voud geeft Ver­duin dit nog eens heel pre­cies aan (voor­af­gaand door aller­eerst Brou­wers te cite­ren uit een inter­view in 1979 met Tom van Deel):

‘Een lite­rair œuvre bestaat uit boe­ken die elkaar steeds maar aan­vul­len, in onder­de­len of als geheel […] zodat men, als ik dade­lijk dood ben — nu of over vijf­tig jaar — in ieder geval van mijn werk, voor­zo­ver dat dan bestaat, kan zeg­gen: het vormt een een­heid.’ En: ‘Ik wil dat mijn œuvre één geheel wordt. Dat œuvre staat nooit los van het leven van de schrij­ver. Ooit is er ergens een meneer die het bekijkt en zich afvraagt: waar­om staat dat daar?‘
Drie­ën­zes­tig boe­ken en 10 470 blad­zij­den lang ben ik die meneer geweest, en voor­dat ik terug­treed uit het voet­licht en weer in de don­ke­re cou­lis­sen ver­dwijn, doe ik nog een poging om de kern van dit hecht samen­han­gen­de œuvre aan te wij­zen en de ont­wik­ke­ling ervan te beschrij­ven.
[p.229]

Ver­duin schrijft dit in het afslui­ten­de hoofd­stuk ‘Ver­la­ten­heid. Con­clu­sie’ waar­in hij aller­eerst de stijl en vorm van Brou­wers karak­te­ri­seert en ver­vol­gens ingaat op de door hem gehan­teer­de the­ma’s, sym­bo­len en psy­cho­lo­gie. In de voor­gaan­de hoofd­stuk­ken heeft hij al uit­voe­rig op chro­no­lo­gi­sche wij­ze stil­ge­staan bij deze onder­wer­pen en gepoogd door onder­ling ver­ge­lijk en aan­ge­vuld met secun­dai­re bron­nen deze door Brou­wers zelf aan­ge­haal­de ‘een­heid’ in zijn werk te vin­den. Hij waagt het om in te gaan tegen de schrij­ver zelf die meer­maals heeft aan­ge­ge­ven dat lief­de, lite­ra­tuur en dood zijn cen­tra­le thema’s zijn. Ver­duin ver­vangt lief­de door angst, iets waar­mee ik het — op grond van mijn beschei­den ken­nis (want zeg nou zelf, slechts twin­tig boe­ken heb ik van hem gele­zen) mee eens ben. Het ver­klaart ook beter waar­om ik zo gefas­ci­neerd ben door het werk van Brou­wers, want angst, lite­ra­tuur en dood zijn ook voor mij onder­wer­pen die mij het meest aan­spre­ken in lite­ra­tuur. Jeroen Brou­wers geeft mij als zoda­nig waar ik naar op zoek ben en doet dat boven­dien in een onge­ë­ve­naar­de wijze.

Het boek van Lode­wijk Ver­duin is voor mij een wel­ko­me aan­vul­ling geble­ken op mijn ken­nis van het werk van Jeroen Brou­wers. Het laat op een hel­de­re en over­tui­gen­de wij­ze zien (door con­ti­nu ver­ban­den aan te wij­zen in de vele publi­ca­ties) hoe dit stre­ven naar een­heid in het ont­zag­wek­ken­de œuvre door de jaren heen heeft plaats­ge­von­den. Het maakt het œuvre van Brou­wers in mijn ogen daar­door nog rij­ker. Met de dui­ding door Ver­duin wordt (her)lezing nog inte­res­san­ter. Tevens vormt het vol­gens mij een mooie intro­duc­tie voor een­ie­der die het werk van Brou­wers nog niet kent om daar­van als­nog ken­nis te nemen. Hope­lijk is het een aan­moe­di­ging om daad­wer­ke­lijk een boek van hem ter hand te nemen. Voor mij is het aan­lei­ding om te pro­be­ren wat hia­ten in mijn ver­za­me­ling op te vul­len en weer wat vaker iets van Jeroen Brou­wers te gaan lezen. 

Een­zaam­heid in ein­de­loos meer­voud is een ver­fris­send, com­pact over­zichts­werk voor lief­heb­bers van Jeroen Brou­wers en een gede­gen gids voor alle nieu­we lezers die dit groot­se œuvre nog zul­len gaan ontdekken.

Lode­wijk Ver­duin
Een­zaam­heid in ein­de­loos meer­voud
Het œuvre van Jeroen Brou­wers
Atlas Con­tact

P.S. Op 28 sep­tem­ber 2021 ver­zorg­de Spui25 een spe­ci­aal pro­gram­ma naar aan­lei­ding van de publi­ca­tie van het boek Een­zaam­heid in ein­de­loos meer­voud. Hier­voor waren de vol­gen­de spre­kers uit­ge­no­digd die ieder voor zich ingin­gen op het werk van Jeroen Brou­wers, om ver­vol­gens af te slui­ten met een groepsdiscussie:

Lode­wijk Ver­duin stu­deer­de Neder­lands aan de Uni­ver­si­teit van Amster­dam. Essays en kri­tie­ken van zijn hand ver­sche­nen onder meer in De Groe­ne Amster­dam­mer, De GidsHol­lands Maand­bladde lage lan­den en de Neder­land­se Boe­ken­gids. Hij is redac­teur van Tira­de.

Ellen Deckwitz is the­a­ter­ma­ker, dich­ter en colum­nist voor NRC Han­dels­blad en De Nieuws BV. Onlangs won ze met haar bun­del Hoge­re Natuur­kun­de de E.du Perronprijs.

Désan­ne van Bre­dero­de stu­deer­de filo­so­fie. Sinds haar roman­de­buut in 1994 schrijft ze naast fic­tie, arti­ke­len en essays over uit­een­lo­pen­de levens­be­schou­we­lij­ke onder­wer­pen en geeft ze regel­ma­tig lezin­gen. In het voor­jaar van 2021 ver­scheen bij uit­ge­ve­rij Que­ri­do haar negen­de roman, geti­teld De tas.

Vin­cent Mer­jen­berg stu­deer­de Neder­lands in Gro­nin­gen en werk­te bij een uit­ge­ve­rij in Amster­dam. Zijn ver­ha­len ston­den in onder meer De Gids en De Revi­sor en dit voor­jaar ver­scheen zijn debuut­ro­man De grij­zen, die geno­mi­neerd is voor de Bron­zen Uil.

Lisan­ne Snel­ders (mode­ra­tor) is pro­gram­ma­ma­ker en redac­teur, met een inte­res­se in het snij­vlak van lite­ra­tuur, poli­tiek en maat­schap­pij. Momen­teel werkt ze o.a. voor inter­na­ti­o­naal lite­ra­tuur­fes­ti­val Read My World en Brain­wash (Omroep HUMAN). In 2018 pro­mo­veer­de ze aan de Uni­ver­si­teit van Amster­dam op de poli­tiek van de cul­tu­re­le her­in­ne­ring aan Nederlands-Indië.

Het pro­gram­ma is HIER te bekijken.

20211017 — zondag

Afbeel­ding: eigen collectie

Tij­dens de zomer­pe­ri­o­de heb ik geen pau­ze geno­men van mijn stu­die aan de Open Uni­ver­si­teit. De inlei­ding kunst­ge­schie­de­nis waar­mee ik bezig was wil­de ik niet afraf­fe­len om nog net aan het eind van juli een ten­ta­men te kun­nen doen. Wat ik onder­tus­sen — met val­len en opstaan — heb geleerd is dat een goe­de basis belang­rijk is. Dus zat ik in de maan­den juli en augus­tus bij­na elke dag met mijn neus in de boe­ken om de lees­stof goed te bestu­de­ren en er samen­vat­tin­gen van te maken. Dat het gehol­pen heeft om een goed resul­taat te sco­ren is natuur­lijk mooi mee­ge­no­men maar mij ging het er toch echt om dat de stof hope­lijk vol­doen­de inge­daald is zodat ik er in het ver­volg van de stu­die gebruik van kan maken.

De vol­gen­de inlei­ding die op het pro­gram­ma staat is die van cul­tuur­ge­schie­de­nis (in totaal zijn er vier dis­ci­pli­nes: let­ter­kun­de, kunst­ge­schie­de­nis, cul­tuur­ge­schie­de­nis en filo­so­fie). Daar ben ik met­een mee begon­nen nadat ik het ten­ta­men inlei­ding kunst­ge­schie­de­nis ach­ter de rug had. Dit­maal is het een cur­sus die op elk gewenst moment opge­pakt kan wor­den. Wat ik ech­ter voor­af niet goed had uit­ge­zocht qua plan­ning was dat de data van de ten­ta­mens (een lite­ra­tuur­lijst en een mul­ti­ple-choi­ce ten­ta­men) wél vast­staan. Toen ik daar­ach­ter kwam was het eigen­lijk al te laat om me met flink wat extra stu­deer­werk vol­doen­de voor te berei­den. En zoals ik hier­bo­ven al aan­gaf gaat het mij niet om het zo snel moge­lijk bin­nen­ha­len van stu­die­pun­ten. Ik heb de tijd.

Daar­om heb ik beslo­ten het wat rus­ti­ger aan te doen nu de vol­gen­de ten­ta­men­ron­de en het samen­stel­len van een lite­ra­tuur­lijst pas voor begin 2022 gepland staan. Mis­schien dat het me de ruim­te geeft wat meer aan­dacht aan mijn blog te geven voor­dat ik defi­ni­tief de knoop door­hak wat ermee te doen als ik als­nog in gebre­ke blijf met het regel­ma­tig publi­ce­ren van een nieu­we blogpost.

Het heeft me in ieder geval de kans gege­ven het boek Een­zaam­heid in ein­de­loos meer­voud. Het œuvre van Jeroen Brou­wers, geschre­ven door Lode­wijk Ver­duin in (voor mijn doen) betrek­ke­lijk kor­te tijd uit te lezen. Waar­over ik bin­nen­kort hoop te gaan bloggen.

20211013 — woensdag

Afbeel­ding: Step­hen Pici­lai­dis | Unsplash.com

Vori­ge week zat ik voor de eer­ste keer sinds alle pan­de­mie­pe­ri­ke­len weer eens in een trai­ning die niet onli­ne gege­ven werd maar lek­ker ouder­wets op loca­tie. Al een aan­tal maan­den ga ik mini­maal twee tot drie dagen per week naar kan­toor in Ede en dat bevalt goed. Thuis­wer­ken is fijn en zal ik ook zeker regel­ma­tig blij­ven doen, maar het op kan­toor samen kun­nen wer­ken met collega’s is in veel opzich­ten effi­ci­ën­ter wat mij(n werk) betreft. 

De laat­ste (ver­plich­te) trai­ning die ik voor dit kalen­der­jaar nog op mijn lijst­je had staan is er een­tje die nor­maal gespro­ken met een groep collega’s uit diver­se (meest­al Euro­pe­se) ves­ti­gin­gen samen gedaan wordt. Naast de les­stof zijn er veel opdrach­ten die in klei­ne groep­jes uit­ge­voerd die­nen te wor­den en dat kan inder­daad alle­maal vir­tu­eel (zoals ik voor twee ande­re trai­ning dan erva­ren heb) maar het werkt op loca­tie toch net iets beter. En dan doel ik voor­na­me­lijk op per­soon­lij­ke con­tact voor­af, tij­dens en na deze ses­sies. De inter­ac­tie is veel natuur­lij­ker en diep­gaan­der dan online.

Dus ik was blij te horen dat het dit­maal inder­daad weer ging luk­ken om de trai­ning op ons kan­toor in Ede te orga­ni­se­ren. Uit­ein­de­lijk waren we met een totaal van zes­tien deel­ne­mers in een gro­te ver­ga­der­ka­mer waar vol­doen­de ruim­te en lucht­ver­ver­sing gere­geld was om ons allen een com­for­taal en vei­lig gevoel te geven. Want onwen­nig was het nog wel in het begin. Voor mij was het de eer­ste keer sinds de coro­na­re­stric­ties begin 2020 om weer met meer dan zes men­sen voor het werk in dezelf­de ruim­te te zijn. Boven­dien ook nog eens zon­der mond­kap­jes en zo. 

En deze week met­een weer collega’s op bezoek voor een 3‑daagse mee­ting die half vir­tu­eel en half op loca­tie was. Eigen­lijk is het de gewoon­te dat we voor deze jaar­lijk­se plan­ning­mee­ting alle­maal afrei­zen naar een plek die afwis­se­lend in de VS, Euro­pa of Azië is, maar dat is nog niet moge­lijk (plus de vraag of het ooit nog op deze manier gaat plaats­vin­den). Dus was het alter­na­tief dat we elkaar in klei­ne­re groe­pen opzoch­ten en op deze wij­ze de vir­tu­e­le mee­ting bijwoonden. 

Van­avond heb­ben we met het groep­je in Ede een res­tau­rant bezocht voor een geza­men­lijk diner. Opnieuw voor mij een bele­ve­nis die alweer een hele tijd gele­den was. We kozen voor het oude poli­tie­bu­reau dat nu Moe­ke heet en waar de sfeer super­ge­zel­lig was en het eten voor­tref­fe­lijk. De con­tro­le op QR codes werd vlot­jes uit­ge­voerd en zorg­de voor geen enkel pro­bleem of onge­mak. Het was fijn om te ver­toe­ven in het nieu­we oude normaal.

20211010 — zondag

Afbeel­ding: Fred­die Mar­ria­ge | Unsplash.com

Ik geef mezelf nog enke­le maan­den. Of beter, ik geef dit blog nog enke­le maan­den. Lukt het me niet hier regel­ma­tig iets te publi­ce­ren (lees: mini­maal twee keer per week) dan moet ik me ern­stig afvra­gen waar­om ik er voor blijf beta­len deze site in de lucht te hou­den die boven­dien toch al geen bezoe­kers meer trekt omdat er niets nieuws te lezen valt. 

Vreemd genoeg wil ik wel dege­lijk zeer regel­ma­tig nieu­we con­tent plaat­sen. Het komt er alleen niet van. Over­dag bor­relt en bruist het van­bin­nen maar zodra ik me neer­zet ach­ter het toet­sen­bord blij­ven de woor­den en zin­nen weg. Als­of ze nooit door mijn brein heb­ben gedwar­reld. Na een tijd­je vruch­te­loos naar een lege pagi­na op het scherm te heb­ben geke­ken geef ik de moed op en ga terug naar mijn studieboeken.

Is dit van blij­ven­de aard dan is de uiter­ste con­se­quen­tie dat dan maar de stek­ker eruit gaat. Valt er weer een stuk­je onpro­duc­tie­ve aflei­ding weg — zoals eer­der: een hoop soci­al media. Eens zien of deze drei­gen­de dead­line wel voor inspi­ra­tie gaat zorgen.

20210924 — vrijdag

Het was zover. Voor het ten­ta­men Inlei­ding kunst­ge­schie­de­nis 2 kon ik bij de stu­die­lo­ca­tie Nij­me­gen terecht in plaats van een onli­ne thuis­ten­ta­men met proc­to­ring. Hoe­wel dat bij Inlei­ding let­ter­kun­de 2 zon­der pro­ble­men was ver­lo­pen vond ik het toch een heel gedoe. En het bracht ook wel wat extra span­ning met zich mee. Wat als de inter­net­ver­bin­ding plots zou weg­val­len, er onver­wacht een bericht zou bin­nen­ko­men ter­wijl ik alle noti­fi­ca­ties dacht uit­ge­zet te heb­ben, of dat er gevraagd zou wor­den om de kamer weer even te scan­nen wat tot con­cen­tra­tie­ver­lies kon leiden. 

Ik was alleen nog niet eer­der op de stu­die­lo­ca­tie in Nij­me­gen geweest.

Dus ver­trok ik van­och­tend ruim­schoots op tijd, par­keer­de mijn auto bij de eer­ste de bes­te gele­gen­heid aan het begin van de Eras­mu­s­laan naast het Rad­boud­zie­ken­huis en wan­del­de op mijn gemak — want tijd genoeg — rich­ting de stu­die­lo­ca­tie. Op een gege­ven moment moest ik de straat over­ste­ken vol­gens de beweg­wij­ze­ring die ik trouw volg­de. Ik keek naar links, naar rechts, en nog eens naar links voor­dat ik over­stak en volg­de het pad naar wat ik in de ver­te tus­sen de bomen door aan­zag voor de studielocatie.

Dat bleek ech­ter een geheel ander gebouw te zijn waar ik geen ingang van kon ont­dek­ken maar waar ik geluk­kig wel via een open­staand raam bij een van de kan­toor­ka­mers iemand kon vra­gen of zij wist waar de stu­die­lo­ca­tie van de OU was. Dat wist ze. Ik moest weer terug en wat ver­der door­lo­pen waar ik was overgestoken. 

Toen ik weer bij de over­steek­plaats was zag ik nu pas dat er een tien­tal meters ver­der inder­daad een lan­taarn­paal stond met daar­aan beves­tigd een bord­je dat de OU rechts aan de weg gele­gen was. Niet echt voor de hand lig­gend. Beter had het mij gele­ken als het bord­je aan de over­kant van de weg had gestaan bij de ingang van het pad. Om mis­ver­stan­den te voorkomen.

Nog steeds ver voor de aan­vangs­tijd liep ik de stu­die­lo­ca­tie bin­nen, meld­de me aan bij de balie en kon na een kop kof­fie en wat geklets met twee ande­re stu­den­ten met mijn ten­ta­men begin­nen. Veer­tig mul­ti­ple-choi­ce vra­gen later ver­trok ik weer huis­waarts met een voor­lo­pi­ge sco­re van 33 goe­de ant­woor­den. Een rui­me vol­doen­de. De vol­gen­de hal­te is Inlei­ding cul­tuur­ge­schie­de­nis 1.