20210527

Cul­tuur­we­ten­schap­pen: 
Ver­der met para­graaf 4 ‘De kerk als afbeed­ling van het Hemel­se Jeru­za­lem’ in hoofd­stuk 6 ‘Kopie en navol­ging in het mid­del­eeuw­se bou­wen’ uit Manie­ren van kij­ken. Een mooi onder­deel in deze para­graaf vond ik de uit­leg dat bepaal­de ken­mer­ken van mid­del­eeuw­se ker­ke­lij­ke archi­tec­tuur ele­men­ten bevat­ten die type­rend zijn voor het stads­beeld uit dezelf­de peri­o­de waar­in het kerk­ge­bouw tot stand kwam. Bijvoorbeeld:

Het vroeg­chris­te­lij­ke kerk­ge­bouw is in die ziens­wij­ze een afspie­ge­ling van het basis­idee van een laat­an­tie­ke stad: je betreedt de kerk door het por­taal — de stads­poort — en komt in de mid­den­beuk — de hoofd­straat — met over­dek­te colon­na­des aan weers­zij­den. Op weg naar het altaar pas­seer je het tran­sept — de twee­de hoofd­straat, die noord-zuid loopt — en bereikt uit­ein­de­lijk het aller­hei­lig­ste, aan­ge­ge­ven met een tri­omf­boog met zui­len­stel­lin­gen — het cen­tra­le deel van de stad, met forum en basilica.

blz. 174, Manie­ren van kijken

Lezen — Fic­tie: 
Wolf Hall, Hila­ry Man­tel (blz. 147–161): Een nieu­we zomer met een nieu­we uit­braak van pest teis­tert Lon­den. Ook het gezin van Tho­mas Crom­well wordt (opnieuw) niet gespaard. Eer­der deze week had ik het met een col­le­ga over de kunst van her­in­ne­ren dat door de Grie­ken werd toe­ge­past bij het hou­den van rede­voe­rin­gen zon­der aan­te­ke­nin­gen op papier. Ik had beloofd het nog even op te zoe­ken, maar van­daag kwam ik het tegen aan het eind van hoofd­stuk ‘Make or Mar’. Altijd leuk, dit soort toevalligheden.


Toen op 27 mei:
2019 — Ik werd onder­vraagd.
2018 — Ik was bij­na te laat.
2015 — Ik deed mee aan een crowd­fun­d­ac­tie.
2014 — Ik besloot tot een dras­ti­sche ver­nieu­wing.
2013 — Ik nam mezelf te seri­eus.
2012 — Ik las te snel.


20210526

Rea­ge­ren om het rea­ge­ren:
Voor mijn werk zit ik veel in onli­ne ver­ga­de­rin­gen (ook al voor de pan­de­mie uit­brak en dit een nor­ma­le manier van elkaar ont­moe­ten werd) en vaak wordt er dan aan het eind van een onder­werp op de agen­da wat extra tijd inge­ruimd voor vra­gen of opmer­kin­gen. Die zijn er meest­al niet. Ook niet toen we nog bij elkaar in een ver­ga­der­ruim­te zaten. Ver­ge­lijk dat eens met de reac­tie­mo­ge­lijk­heid onder arti­ke­len op inter­net of soci­al media. Afhan­ke­lijk natuur­lijk van wie het geschre­ven heeft of de aard van het onder­werp ont­staat er in veel geval­len een onein­di­ge stroom reac­ties die slechts zel­den een waar­de­vol­le aan­vul­ling vor­men op het geschre­ve­ne. Rea­ge­ren om het rea­ge­ren. Zon­der echt in te gaan of open te staan voor de bood­schap van het arti­kel. Als men al de moei­te nam om het te lezen… => Ik heb het stuk niet gele­zen, maar ik wil er wél graag iets over zeg­gen — door Japke‑d. Bou­ma in nrc. 


Cul­tuur­we­ten­schap­pen:
Voor Inlei­ding kunst­ge­schie­de­nis 1 had­den we al de eer­ste twee para­gra­fen moe­ten bestu­de­ren van hoofd­stuk 6 ‘Kopie en navol­ging in het mid­del­eeuw­se bou­wen’ uit Manie­ren van kij­ken. Deze week is het de bedoe­ling de res­te­ren­de para­gra­fen te bestu­de­ren. Van­daag ben ik begon­nen aan para­graaf 3 ‘Aken en Jeru­za­lem als ide­a­le voor­beel­den’. Wat uit deze para­graaf blijkt is dat kopie en navol­ging in de aller­breed­ste zin geduid moet wor­den. Wij zijn mis­schien geneigd te den­ken dat de ver­ge­lijk­ba­re uiter­lij­ke ken­mer­ken of inrich­ting van het inte­ri­eur bepa­lend is om als kopie gezien te wor­den, maar ook zaken als maat­ver­hou­ding of zelfs de naam­ge­ving kan een rol spe­len als het om navol­ging gaat:

Zo kun­nen enke­le belang­rij­ke con­clu­sies wor­den getrok­ken. Ten eer­ste, dat tota­le gelij­ke­nis niet werd gere­a­li­seerd. Ten twee­de, dat ‘gelij­ke­nis’, en daar­mee het begrip ‘kopie’, niet alleen in visu­e­le ter­men moet wor­den gezien: min­stens zo belang­rijk zijn min­der in het oog lopen­de aspec­ten als maat en getal, naam en patroon­hei­li­ge. De archi­tec­tu­ra­le vorm biedt slechts zicht op één aspect van het ver­schijn­sel navolging. 

blz. 171–172, Manie­ren van kijken

Lezen — Fic­tie: 
Wolf Hall, Hila­ry Man­tel (blz. 125–147): De pogin­gen om het huwe­lijk van Hen­drik VIII te laten ont­bin­den met Catha­ri­ne van Ara­gon zijn voor­als­nog niet suc­ces­vol. Er wordt een ver­ga­de­ring in Lon­den geor­ga­ni­seerd om aan alle ondui­de­lijk­heid een ein­de te maken. Het lot van kar­di­naal Wol­sey hangt af van de uit­slag. Tho­mas maakt zich zorgen. 


Toen op 26 mei:
2014 — Ik bekeek mijn boe­ken­kast met ande­re ogen.
2013 — Ik wist weer een nieu­we 50books vraag te ver­zin­nen.
2012 — Ik werd ver­leid.
2010 — Ik zag de zomer­zon.
2002 — Ik zal haar missen.


20210525

Lees­ge­drag tij­dens de lock­down:
Op twit­ter zag ik een nog niet geheel afge­ron­de info­grap­hic voor­bij­ko­men met daar­in ver­schil­len­de aspec­ten van de invloed van de lock­down op ons lees­ge­drag. Ik heb hier­on­der een klein stuk­je uit de info­grap­hic geknipt in afwach­ting van de publi­ca­tie van het onder­zoek door de Let­te­ren­fa­cul­teit Uni­ver­si­teit Nij­me­gen. Het plan is dat dit over een maand ofzo gaat gebeu­ren. Lijkt me heel inte­res­sant wat de bevin­din­gen zoal zijn. 


Cul­tuur­we­ten­schap­pen: 
Ik kreeg een mel­ding dat er een nieu­we reac­tie was ver­sche­nen op het OU forum bij de inlei­ding kunst­ge­schie­de­nis met betrek­king tot het onder­werp van nieu­we tech­no­lo­gi­sche moge­lijk­he­den om oude kunst­ob­jec­ten te ana­ly­se­ren. Op 18 juni schreef ik daar­over omdat een van de mede­stu­den­ten een opmer­king in de stu­die­stof had gele­zen die aan­gaf dat deze nieu­we moge­lijk­he­den niet alleen voor ande­re inter­pre­ta­ties zorg­de voor wat betreft mate­ri­aal en her­komst, maar ook de vorm. Dat kon hij niet plaat­sen. Het vorm­de het begin van enke­le cre­a­tie­ve en wel­licht ver­ge­zoch­te spe­cu­la­ties door enke­len van ons, die ech­ter alle­maal niet geheel bevre­di­gend waren. Gis­te­ren ver­scheen het ver­los­sen­de ant­woord van onze voor­ma­li­ge bege­lei­der die hier­voor spe­ci­aal even van eme­ri­taat terug­keer­de. Het bleek om een type­fout te gaan…

Wel­licht ter ver­dui­de­lij­king kan ik aan­vul­len dat de redac­tie op dit hoofd­stuk voor de uit­ga­ve van het cur­sus­boek van de Inlei­ding kunst­ge­schie­de­nis in 2010 fout is uit­ge­pakt. In het oor­spron­ke­lij­ke Essay met de dezelf­de titel ten behoe­ve van het Essay­deel van de cur­sus Kunst in 1999, was de for­mu­le­ring als volgt: ‘Over tech­nie­ken en de toe­pas­sing […] ana­ly­ses. Voor­al over de her­komst van mate­ri­aal en beeld, als­me­de over de date­ring zijn […] heb­ben geleid.‘
In het essay ging het dus om de her­komst van het beeld en niet om die van de vorm waar­over het hoofd­stuk nu rept.


Lezen — Fic­tie: 
Wolf Hall, Hila­ry Man­tel (blz. 100–125): De pest slaat toe in hui­ze Crom­well en het gezin gaat in lock­down. Waar ken­nen we dat van…

The rule is for the hou­se­hold to hang a bunch of straw out­si­de the door as sign of infec­ti­on, and then restrict entry for for­ty days, and go abroad as litt­le as pos­si­ble.
Mer­cy comes in and says, a fever, it could be any fever, we don’t have to admit to the sweat … If we all stay­ed at home Lon­don would come to a standstill.

blz. 104, Wolf Hall

Toen op 25 mei:
2019 — Ik zag dat ik werd gade­ge­sla­gen.
2017 — Ik was bezig met een ver­hui­zing.
2015 — Ik hoor­de een gesprek tus­sen vader en dochter.


20210524

Onli­ne publie­ke ruim­te:
In NRC schrij­ven Mariet­je Schaake en Mar­leen Stik­ker geza­men­lijk een oproep aan de NPO om zich­zelf als orga­ni­sa­tie meer te rich­ten op het sti­mu­le­ren van inter­ac­tie in plaats van alleen maar een­zij­dig te zen­den. Ook dient het zich niet lan­ger te bedie­nen van een­zelf­de ‘pri­va­cy­schen­den­de sur­veil­lan­ce­tech­no­lo­gie’ als gebruikt door de Big Tech-partijen.


Cul­tuur­we­ten­schap­pen:
Het was de Romein­se kei­zer Con­stan­tijn (cir­ca 280–337, kei­zer 306–337) die zich bekeer­de tot het chris­te­lij­ke geloof en de hoofd­stad ver­plaatste naar een nieuw te bou­wen stad aan de Bos­po­rus, Con­stan­ti­no­pel. Door het niet lan­ger straf­baar stel­len van het open­baar belij­den van het chris­te­lijk geloof zien we gaan­de­weg steeds meer dui­de­lij­ke invloe­den van het chris­ten­dom in de beel­den­de kunst. Een goed voor­beeld zijn de sar­co­fa­gen (ste­nen doods­kis­ten), en een van de bekend­ste uit de 4de eeuw is die van Juni­us Bas­sus, pre­fect van de stad Rome. 

Ondanks de toe­ge­no­men tole­ran­tie ten opzich­te van het chris­ten­dom was het nog lang niet zo dat ieder­een de over­stap had gemaakt. Het werd veel­al in het open­baar bele­den, maar pri­vé bleef men bij het het oude geloof. Deze ambi­va­len­te hou­ding is te her­ken­nen in de reli­ëfs van deze sarcofaag: 

Bij de keu­ze voor deze sar­co­faag heeft Juni­us of heb­ben zijn nabe­staan­den geko­zen voor het chris­ten­dom als lei­draad voor de deco­ra­ties, zon­der ech­ter de oude­re Romein­se tra­di­ties geheel te ver­on­acht­za­men. De vor­men­taal van de reli­ëfs is Romeins; chris­te­lij­ke motie­ven zijn eraan toegevoegd.

blz. 51, Inlei­ding kunst­ge­schie­de­nis [1] — 101 hoog­te­pun­ten van de Wes­ter­se kunst

Een voor­beeld hier­van dat aan­ge­haald wordt is de weer­ga­ve van Eva (links­on­der in het twee­de seg­ment naast Adam) als een kui­se Venus waar­bij het beeld­mo­tief terug­gaat naar de Venus van Knidos van Praxi­te­les uit cir­ca 350 v.Chr. Ook het seg­ment ernaast met de intocht van Chris­tus op een ezel in Jeru­za­lem is weer ont­leent aan het Romein­se the­ma van de adven­tus, de intocht van een kei­zer in een stad. 

Sar­co­faag van Juni­us Bas­sus, cir­ca 359, maker onbe­kend
mar­mer, 117 cm hoog, 241 cm breed, 126 cm diep

Lezen — Fic­tie: 
Wolf Hall, Hila­ry Man­tel (blz. 66–100): De kar­di­naal is in onge­na­de geval­len bij de koning, en om een en ander beter te dui­den krij­gen we een over­zicht te lezen van hoe de koning gezwicht is voor Anne Boleyn. 

Toen op 24 mei:
2020 — Ik las dat de lock­down voor som­mi­ge min­der lock is dan voor ande­ren.
2016 — Ik leg­de een ver­band tus­sen de nieu­we invoeg­strook op de A12 en een pro­bleem op het werk.
2015 — Ik schreef mijn zon­dag­se 50books vraag.
2014 — Ik min­der­de.
2012 — Ik was van plan meer te gaan blog­gen.
2010 — Ik las Jouw gezicht mor­gen.


20210523

Cul­tuur­we­ten­schap­pen:
Een grap­pi­ge anek­do­te met betrek­king tot het rui­ter­stand­beeld van Mar­cus Aure­li­us is dat er tot ver in de mid­del­eeu­wen spra­ke was van een per­soons­ver­wis­se­ling. Men dacht dat het hier de eer­ste chris­te­lij­ke kei­zer Con­stan­tijn de Gro­te (cir­ca 280–337, kei­zer 306–337) betrof van­we­ge het ‘zegen­de gebaar’ dat gezien werd in de uit­ge­strek­te rech­ter­arm. Onder­zoek door mid­del van ver­ge­lij­kin­gen met por­tret­ten van heer­sers op mun­ten uit de Romein­se tijd wees ech­ter uit dat het hier gaat om Mar­cus Aure­li­us (121–180, kei­zer 161–180). De per­soons­ver­wis­se­ling heeft ervoor gezorgd dat het beeld niet werd ver­nie­tigd in een smelt­over wat het lot was van de mees­te bron­zen beel­den uit de oudheid.

Rui­ter­stand­beeld van Mar­cus Aure­li­us, na 162 — maker onbe­kend
brons, ver­guld, h. 4,24 m, l. 3,87 m

Lezen — Fic­tie: 
Wolf Hall, Hila­ry Man­tel (blz. 33–66): Nadat we ken­nis­ge­maakt heb­ben met het plaats­je Put­ney in 1500 waar Tho­mas Crom­well zijn geweld­da­di­ge vader ont­vlucht door de over­steek naar het Euro­pe­se vas­te­land te maken, nemen we een sprong naar 1527 waar we Tho­mas opnieuw terug­zien, nu als advi­seur van kar­di­naal Wol­sey. Deze laat­ste was een invloed­rijk man aan het konink­lijk hof, waar koning Hen­drik VIII zich lie­ver bezig­hield met de jacht (op die­ren en vrou­wen, zo ver­meld wiki­pe­dia) dan met staats­za­ken. Hen­drik VIII is getrouwd met Catha­ri­na van Ara­gon die eer­der getrouwd was geweest met de oude­re broer van Hen­drik die ech­ter vroeg­tij­dig kwam te over­lij­den aan een infec­tie­ziek­te. Omdat het Catha­ri­na niet lukt een gezon­de zoon het leven te geven, maar slechts een doch­ter, wil Hen­drik het huwe­lijk laten ont­bin­den. En dat bezorgt Wol­sey, en indi­rect Crom­well veel hoofdbrekens.


Hard­lo­pen: 
Door­de­weeks was het er weer niet van geko­men. Voor­na­me­lijk van­we­ge de lan­ge werk­da­gen en het slech­te weer. Hier regen­de het ten­min­ste zowat onaf­ge­bro­ken de afge­lo­pen week. Deze namid­dag klaar­de het dan ein­de­lijk op en greep ik de gele­gen­heid om er even tus­sen­uit te rennen. 


Toen op 23 mei:
2018 — Ik zag op tijd dat we een lek had­den.
2016 — Ik instal­leer­de een calo­rie­ën­tel­ler en wat ik toen toch zag.
2015 — Ik was een loser op de zaterdagochtend.


20210522

Groe­ne specht:
We had­den de groe­ne specht weer eens op bezoek. Dat was een hele tijd gele­den dat we die hier gezien had­den ach­ter in de tuin. Helaas was hij snel ver­dwe­nen toen ik hem pro­beer­de te fotograferen. 


Hoe nor­maal was het oude?
Er komt een tijd dat we uit de lock­down gaan en een open samen­le­ving waar ieder indi­vi­du vrij­uit kan bewe­gen weer tot de moge­lijk­he­den gaat beho­ren. Of, zoals men zegt, we gaan weer terug naar het oude nor­maal. De aan­dacht gaat dan voor­al uit naar het open­stel­len van win­kels, ter­ras­sen, e.d. waar­bij con­su­me­ren en eco­no­misch pro­fijt de hoog­ste pri­o­ri­teit krijgt. In haar essay in Trouw vraagt Joke Herm­sen zich af in hoe­ver­re dat oude nor­maal nog wel geschikt is voor de nieu­we situ­a­tie die is ontstaan:

Rust, ‘ver­traagd den­ken’, gesprek­ken over de wereld, scho­ling en inspi­ra­tie zijn dus nodig om wer­ke­lijk vrij te zijn. We wor­den niet vrij als we onbe­perkt mogen con­su­me­ren of geld ver­die­nen, maar als we onze kri­ti­sche, ethi­sche en cre­a­tie­ve ver­mo­gens blij­vend oefe­nen. De mens is vol­gens Kant het eni­ge wezen dat per­ma­nent opvoe­ding behoeft en ik ben sterk geneigd dit te gelo­ven. Niet dat deze opvoe­ding ons altijd zal weten te red­den, maar wel dat we zon­der den­ken en ver­beel­dings­kracht het tij niet zul­len keren.

Help, we gaan terug naar het oude nor­maal! — Joke Hermsen

Cul­tuur­we­ten­schap­pen:
In de jaren 101–102 en 105–106 voer­den de Romei­nen twee oor­lo­gen tegen de Daci­ërs, een volk dat ten noor­den van de Donau leef­de in het hui­di­ge Roe­me­nië. Het was onder aan­voe­ring van kei­zer Tra­ja­nus (53–117, kei­zer 98–117) dat ze wer­den ver­sla­gen en hun lei­der Dece­ba­lus zich over­gaf (en later zelf­moord pleeg­de). Het ver­haal van deze veld­toch­ten is in minu­ti­eus detail afge­beeld op het reli­ëf van de zuil van Tra­ja­nus die in opdracht van de Romein­se senaat werd gebouwd. Deze zuil staat nog steeds op zijn oor­spron­ke­lij­ke plaats in Rome.

Zuil van Tra­ja­nus, 107–112, maker(s) onbe­kend — moge­lijk naar ont­werk van Apol­lo­dorus van Damas­cus
mar­mer, zuil 29,78 m ofwel 100 Romein­se voet hoog, ø 3,68 m

Hoe­wel de ver­slag­leg­ging geba­seerd is op een his­to­ri­sche gebeur­te­nis is ze niet his­to­risch accu­raat. Het moet eer­der gezien wor­den als dynas­tie­ke pro­pa­gan­da. De ‘nobe­le’ bar­baar moet het uit­ein­de­lijk afleg­gen tegen de ‘geci­vi­li­seer­de’ bar­baar. De Daci­ërs kij­ken vaak ver­sla­gen en ang­stig, ter­wijl er ner­gens Romein­se sol­da­ten dood of gewond wor­den afge­beeld. Alleen Daci­ërs sneu­ve­len of wor­den gevan­gen genomen. 

Zuil van Tra­ja­nus (frag­ment)

De zuil was geplaatst tus­sen twee bibli­o­the­ken. Waar­schijn­lijk is hier bewust voor geko­zen. Er zijn inter­pre­ta­ties waar het fries gezien wordt als een ban­de­rol die zich om de zuil slin­gert. In deze opvat­ting zou de zuil beschouwd kun­nen wor­den als een ver­ti­caal opge­stel­de boekenrol.


Lezen — Fic­tie:
Wolf Hall, Hila­ry Man­tel (blz. 1–33): Ik kon het niet laten. Gis­ter lagen er twee boe­ken voor me klaar bij de loka­le boek­han­del en hoe­wel ik nog Anna Kare­ni­na nog niet hele­maal heb uit­ge­le­zen (slechts zo’n 300 blad­zij­den te gaan) besloot ik toch in Wolf Hall te begin­nen. Het boek gaat over de opkomst (en onder­gang?) van Tho­mas Crom­well die als een man van lage afkomst zich op weet te wer­ken tot een van de belang­rijk­ste advi­seurs van koning Hen­drik VIII. In totaal zijn er drie delen verschenen.


Toen op 22 mei:
2018 — Ik keek naar een ver­ga­de­ring met Mark Zuc­ker­berg.
2015 — Ik deel­de mijn frus­tra­tie met een col­le­ga.
2012 — Ik nam een foto.
2009 — Ik schreef weer een nieuw hoofd­stuk voor de Reünie.


20210521

Pre-boe­ken­week aan­ko­pen:
De loka­le boek­han­del stuur­de me een bericht­je dat mijn bestel­ling klaar lag om opge­haald te wor­den. Op het eind van de dag was ik aldus twee boe­ken rij­ker: Wolf Hall van Hila­ry Man­tel en Stem­vor­ken van A.F.Th. van der Heij­den. Bei­de boe­ken had ik een week eer­der besteld toen ik ein­de­lijk weer eens fysiek de boek­han­del kon betre­den. Ik was er om een cadeau­bon te kopen maar kon het van­zelf­spre­kend niet laten om ook wat voor mij­zelf uit te zoeken. 

Het boek van Man­tel had ik al op mijn lijst en door de gedwon­gen dvd-ses­sie van enke­le weken gele­den (de glas­ve­zel­ka­bel was tij­dens werk­zaam­he­den kapot­ge­trok­ken) waar­bij Wolf Hall ook aan bod kwam besloot ik het boek nu aan te schaf­fen. Wat betreft A.F.Th. van der Heij­den werd ik getrig­ge­red omdat ik er al een voor­aan­kon­di­ging van voor­bij had zien komen. Het is een zoveel­ste deel in de Tan­de­lo­ze Tijd cyclus waar­van ik vol­gens mij alle delen in bezit heb maar niet alle­maal gele­zen heb. Die ach­ter­stand wordt dus gro­ter vandaag. 

Op Nieuw­suur was van­daag aan­dacht voor A.F.Th. van der Heij­den naar aan­lei­ding van de publi­ca­tie van Stem­vor­ken => A.F.Th. van der Heij­den zweef­de tus­sen leven en dood in aan­loop naar nieuw boek. Ik had het eer­lijk gezegd niet mee­ge­kre­gen dat het zo slecht met zijn gezond­heid gesteld was. Gezien de immen­se taak die hij zich­zelf gesteld heeft om nog vele romans als onder­deel van de Tan­de­lo­ze Tijd en Homo Duplex cycli uit te bren­gen mag ik hopen dat hij goed voor zich­zelf blijft zorgen.


Cul­tuur­we­ten­schap­pen:
De list van de Grie­ken om het tien jaar durend beleg van Tro­je in hun voor­deel te doen beslech­ten was bij­na mis­lukt. Lao­co­ön, pries­ter van Apol­lo had het ver­moe­den dat er iets niet in de haak was met gro­te hou­ten paard dat de Grie­ken had­den ach­ter­ge­la­ten nadat ze zoge­naamd het beleg had­den opge­ge­ven en de waren ver­trok­ken. Voor­dat hij ech­ter de bur­gers van Tro­je kan waar­schu­wen het gevaar­te niet bin­nen de stads­mu­ren te halen wor­den hij en zijn twee zonen gedood door twee zeeslangen.

We ken­nen deze gebeur­te­nis door­dat het in detail is opge­te­kend door Ver­gi­li­us in zijn Aeneïs uit de 1ste eeuw v.Chr. (boek 2, vers 199–277). De ver­beel­ding ervan in mar­mer is in stuk­ken gevon­den in 1506 op de Oppi­us­heu­vel in Rome. Maker(s) en date­ring zijn onbe­kend. Er is ook one­nig­heid onder des­kun­di­gen of de oud­ste zoon aan de rech­ter­kant later is toe­ge­voegd. Qua stijl zijn er ver­schil­len aan te wij­zen. Waar­schijn­lijk is er ooit voor geko­zen om het beeld­houw­werk meer in over­een­stem­ming te bren­gen met het ver­haal in Aneïs omdat daar gespro­ken wordt over twee zonen.

Lao­co­ön, laat 1ste eeuw v.Chr.-vroeg 1ste eeuw n.Chr. — Age­san­der, Poly­dorus en Atha­no­dorus (?)
mar­mer, 189 cm hoog

Toen op 21 mei:
2020 — Ik was niet ver­baasd.
2019 — Ik zat plot­se­ling zon­der con­sul­tant.
2015 — Ik kreeg bezoek van een nieu­we mon­teur.
2014 — Ik had een geheim.
2011 — Ik was aan het ein­de der tijden.


20210520

Cul­tuur­we­ten­schap­pen:
Opnieuw een fries te bestu­de­ren van­daag. Nu van het mau­so­le­um van Hali­kar­nas­sos. Gis­ter deel­de ik de defi­ni­tie van ‘fries’ zoals die te vin­den is op wiki­pe­dia. De defi­ni­tie in de ver­kla­ren­de woor­den­lijst die bij de cur­sus hoort is dege­ne die wij geacht wor­den te leren en is geheel anders van opzet: 

fries: bij een tem­pel de, meest­al gebeeld­houw­de, rand boven de > archi­traaf; in de > Dori­sche orde ver­deeld in > tri­glie­fen en > met­open, in de > Ioni­sche orde een door­lo­pen­de band van figu­ren [dl. 1, nr. 1; dl. 2, afb. 10.3, 10.13, 10.14]. Ook gebruikt bij bij­voor­beeld > alta­ren en mau­so­lea [dl. 1, nr. 2].

De vet­ge­druk­te woor­den in de uit­leg bij het begrip ‘fries’ zijn ook begrip­pen die we moe­ten ken­nen, dus voor je het weet begin je met het opzoe­ken van een nieuw begrip en ein­dig je met een lan­ge lijst. Dat maakt dat de voort­gang van het stu­de­ren af en toe wat lang­za­mer gaat dan voor­af ingeschat. 

Fries van het mau­so­le­um van Hali­kar­nas­sos (frag­ment), cir­ca 365–345 v.Chr. — Sko­pas van Paros, Bry­axis, Leo­cha­res en Timo­theus
oor­spron­ke­lijk beschil­derd mar­mer, 89 cm hoog; de sok­kel waar­te­gen het reli­ëf was geplaatst meet 38,4 x 32 m

Op het fries, dat rond­om de vier zij­den van het mau­so­le­um was aan­ge­bracht, is de expe­di­tie te zien van de Grie­ken tegen de Ama­zo­nen. Er zijn ver­schil­len in stijl en afwer­king zicht­baar die waar­schijn­lijk ver­band hou­den met het feit dat vol­gens de over­le­ve­ring vier beeld­hou­wers ieder voor een zij­de ver­ant­woor­de­lijk was. 

Wat dui­de­lijk opvalt in ver­ge­lij­king met het Par­the­non­fries van gis­ter is de leven­di­ge dyna­miek van de uit­ge­beel­de figu­ren. Oor­spron­ke­lijk was de vlak­ke ach­ter­grond blauw gekleurd en waren de figu­ren ook beschil­derd. Ver­der was er brons gebruikt om uit­ste­ken­de gedeel­ten te accentueren. 

Fries van het mau­so­le­um van Hali­kar­nas­sos (frag­ment)

Toen op 20 mei:
2016 — Ik liep een rond­je over een trim­baan in aan­leg.
2013 — Ik werd uit­ge­ko­zen voor een foto­cur­sus.
2012 — Ik las dat het boek ten dode opge­schre­ven was.
2010 — Ik onder­ging een body-check.


20210519

Cul­tuur­we­ten­schap­pen:
Nu ik hoofd­stuk 5 gele­zen en samen­ge­vat heb zal ik de rest van de week weer bezig zijn met de ver­schil­len­de objec­ten die gere­la­teerd zijn aan de inhoud van de leer­stof, dat wil zeg­gen beeld­houw­kunst in de Grieks-Romein­se oud­heid. We begin­nen met het Par­the­non in Athe­ne, en dan met name het Parthenonfries. 

Een fries is in de kunst­ge­schie­de­nis en arche­o­lo­gie de term voor iede­re uit­ge­brei­de, ver­ha­len­de voor­stel­ling van men­sen, mytho­lo­gi­sche figu­ren en/of die­ren bin­nen een dui­de­lijk kader. Frie­zen heb­ben vaak een deco­ra­tie­ve func­tie (het­geen ove­ri­gens een die­pe­re bete­ke­nis niet per defi­ni­tie uit­sluit) en kun­nen op veler­lei wij­zen en in vele mate­ri­a­len zijn vervaardigd.

bron: Wiki­pe­dia
Par­the­non­fries (frag­ment) — 447–432 v.Chr., Phi­di­as
oor­spron­ke­lijk beschil­derd mar­mer, 160 m lang en 1 m hoog (het gehe­le fries)

Er is alge­me­ne con­sus dat de voor­stel­lin­gen op het fries ver­wij­zen naar de vier­jaar­lijk­se Pana­the­na­ï­sche pro­ces­sie, die van­af de stads­grens naar de Athe­na-tem­pel op de Akro­po­lis voer­de. Maar waar de menin­gen over uit­een lopen is of het hier een wer­ke­lijk his­to­ri­sche gebeur­te­nis betreft, of dat er spra­ke is van een ide­ë­le processie. 


Toen op 19 mei:
2020 — Ik las iets over her­ken­baar voed­sel.
2015 — Ik kreeg goe­de voor­ne­mens toen ik over Freud las.
2014 — Ik gaf me op voor een expe­ri­ment.
2013 — Ik ver­zon weer een nieu­we 50books vraag.


20210518

Cul­tuur­we­ten­schap­pen: 
Op het forum van de OU beho­ren­de bij de cur­sus Inlei­ding kunst­ge­schie­de­nis 2 gaf een mede­stu­dent aan de vol­gen­de pas­sa­ge in hoofd­stuk 5 niet hele­maal te begrijpen: 

Over tech­nie­ken en de toe­pas­sing van mate­ri­a­len zijn recen­te­lijk veel nieu­we inzich­ten ver­wor­ven dank­zij natuur­kun­di­ge ana­ly­ses. Voor­al ten aan­zien van de her­komst van mate­ri­aal en vorm en de de date­ring heb­ben nieu­we gege­vens geleid tot her­zie­ning van bestaan­de inzichten.

blz. 145 — Manie­ren van kijken

Dit was zijn pro­bleem: “Her­komst van het mate­ri­aal en date­ring kan ik begrij­pen maar wat moet ik me voor­stel­len bij ‘vorm’? Waar­schijn­lijk zie ik iets sim­pels over het hoofd.”

Scherp opge­merkt. Zelf had ik er de eer­ste keer over­heen gele­zen en bij het maken van een samen­vat­ting had ik deze para­graaf wel mee­ge­no­men, maar opnieuw niet stil­ge­staan bij het feit hoe natuur­kun­di­ge ana­ly­ses meer inzicht zou­den kun­nen geven in juist de vorm van een kunst­voor­werp. Getui­ge de eer­ste reac­tie op het forum bleek dat nog best een moei­lijk te beant­woor­den vraag. Ik besloot mijn eigen eer­ste inge­ving ook te delen. Zou het kun­nen dat door het inzet­ten van nieu­we ana­ly­se­tech­nie­ken bij een beeld­houw­werk te zien is dat er zwak­ke plek­ken in het mate­ri­aal zijn waar de beeld­hou­wer van een oor­spron­ke­lijk plan moet afwij­ken en aldus ein­digt met een vorm die ‘gestuurd’ is door de (on)mogelijkheden van het gebruik­te materiaal?


Toen op 18 mei:
2019 — Ik vond een eitje in de tuin. Of beter gezegd, een eier­schaal.
2013 — Ik wist het even niet meer.