Tijd om te slapen

Tijd om me heen.

Zo ver ik kan zien alleen maar hori­zon. Veel meer dan ik dra­gen kan. Met de schaar begin ik te knip­pen. Heel pre­cies door het rand­je waar het nu stopt en het dan begint. Uit­ein­de­lijk laat het los en kan ik de toe­komst naar me toe halen. Door het wat te bui­gen kan ik het in een U-vorm neer zet­ten. Mooi bin­nen hand­be­reik.

Blijf lezen →

Ome Cor — één openbaring…

Eén­maal had hij het zijn moe­der op de man af gevraagd. Of ze iets met Ome Cor had gehad? Ze had hem mee­wa­rig aan­ge­ke­ken en geen ant­woord gege­ven. In plaats daar­van had ze hem dicht tegen zich aan­ge­trok­ken en op het hoofd gekust. Heel even waan­de hij zich vei­lig tus­sen de zach­te bor­sten van zijn moe­der. Maar al snel zag hij in het don­ker

Blijf lezen →

Experimenten — Eric: Seizoen 1

Deze blog­post is deel 6 van 14 in de serie Eric & Sofie

Van­uit de hoog­te ziet ze zich­zelf lig­gen op een wit­te ope­ra­tie­ta­fel. Een fel­le lamp beschijnt haar in een laken gehul­de naak­te lichaam. In de hoe­ken van de kamer die aan haar blik ont­trok­ken zijn lijkt iemand te zijn. Geluid als van zwa­re adem­ha­ling. Een deur gaat open. Er valt don­ker­te naar bin­nen. Niet te zien is wie er de ruim­te ver­laat. Wan­neer de deur dicht­valt komt het laken tot leven. Het krijgt meer volu­me en dreigt haar gaan­de­weg te ver­stik­ken. Dood­se kil­te trekt in haar lijf. Alles om haar heen is nat. Lang­zaam zakt ze weg in een die­pe
Om met een schok wak­ker te wor­den.
Het besef van blind­heid. Eer­der dan de rea­li­teit van de blind­doek. En de hand­boei­en.

Blijf lezen →

Alles goed met je?

Daar lag hij dan. Sal­to over zijn fiets en daar­na met het gezicht vol tegen het asfalt.

Er werd iets onder zijn hoofd gestopt.
“Mijn neus.” Zei hij.
Wat? Zijn gezicht voel­de nat­ter dan de zach­te regen­val kon recht­vaar­di­gen. Een trein pas­seer­de ter­nau­wer­nood.
“Mijn been.” Zei hij.
Een gevoel van falen. Bescher­ming horen te bie­den. Dat ging zo niet. Niet hier.
“Waar ben ik?” Zei hij.

Blijf lezen →

Lelijke mensen

Ik zag deze avond twee lelij­ke men­sen over straat lopen.
Ze lie­pen hand in hand.
De groot­ste van de twee rook­te een sigaar.
Hij had een heel ouder­wets vest aan.
Een­tje zoals ik al erg lang niet meer gezien had.
Mijn oude opa had er zo een­tje ook wel eens aan.
Maar die is alweer een tijd­je dood.
Kun je nagaan hoe ouder­wets dat vest was.
Maar zij vond het leuk.
En hem ook.
Dat kon je goed zien.
Ze lach­ten naar elkaar.
En pak­ten elkaar nog ste­vi­ger vast.

Blijf lezen →

Schaamteloos

Hoi!” Ze zei het als­of het de nor­maal­ste zaak was voor haar. En mis­schien was het dat ook wel. Maar niet voor mij. Ik liet van schrik de zeep uit mijn han­den glip­pen. Ver­bou­we­reerd keek ik haar aan.

Raap je die zeep niet op?” vroeg ze ter­wijl ze zich­zelf begon uit te kle­den. Het blok­je zeep lag bui­ten de dou­che­ca­bi­ne, op de keu­ken­vloer. Ik keek van de zeep naar haar en weer terug naar de zeep. En weer naar haar. Ze was bezig een soort van nacht­hemd over haar hoofd te sjor­ren. Daar­on­der was ze naakt, op een minus­cu­le slip na. Blijk­baar bleef het kle­ding­stuk ergens vast zit­ten in haar haar, waar­door ze iet­wat voor­over­ge­bo­gen moest staan om er meer grip op te krij­gen. Snel stap­te ik uit de cabi­ne om de zeep te pak­ken.

Blijf lezen →