Rattenvanger in moderne tijden

In het stadhuis was het warm. Overal stond de verwarming op de hoogste stand. Zo ook in de raadszaal waar de voltallige gemeenteraad bijeen was gekomen. Er was slechts één agendapunt deze avond: de betaling van de rattenvanger. Want voor de tweede keer in de geschiedenis van het kleine stadje in Nedersaksen had men te maken gehad met een rattenplaag. Plotseling waren ze van heinde en verre opgedoken. En ook deze keer had alleen een mysterieuze rattenvanger uitkomst kunnen bieden. Tegen een vooraf overeengekomen prijs van één euro per rat, had de rattenvanger de opdracht aanvaard en reeds de volgende dag miljoenen ratten met zijn fluitklanken regelrecht de rivier ingelokt. Alwaar ze allen jammerlijk verdronken en door het water meegevoerd werden. En nu moest er betaald worden.

Buiten op het stadhuisplein was het koud. Ijskoud. Het was tenslotte al bijna december en de eerste sneeuw al enkele dagen geleden gevallen. De rattenvanger liep rondjes op het plein om zich warm te houden. Al enkele uren wachtte hij nu op z’n geld, maar nog steeds was er niemand uit het stadhuis naar buiten gekomen om hem z’n rechtmatige betaling te overhandigen. Wel kwamen er steeds weer andere mensen vanuit de stad naar het stadhuis en verdwenen naar binnen, om vooralsnog niet weer naar buiten te komen.

Een eind buiten de stad was het druk. Hier hadden zich de ratten verzameld die eerder die dag massaal in de rivier waren gesprongen, als schijnbaar daartoe aangezet door de betoverende muziek van de rattenvanger. Ze waren onrustig, want al weer te lang buiten hun veilige en vertrouwde onderkomen diep in de ingewanden van de heuvels rondom Hamelen. Slechts sporadisch kwamen ze naar buiten, en dan alleen als de nood allerhoogst was. En zover was het nu weer. Het was crisis. Door wanbeleid waren ze door hun gehele voorraad voedsel en geld heen. En opnieuw moesten ze de aloude truc met de rattenvanger uitvoeren. Een truc die altijd van succes verzekerd was. Eender geld of kinderen was de beloning van het geheime samenspel tussen de ratten en de rattenvanger. En beide konden ze deze keer goed gebruiken.

De rattenvanger keek voor de zoveelste keer op z’n horloge. Ruim vier uren lieten ze hem nu wachten. Geld alleen zou al bijna niet meer voldoende compensatie zijn voor de tijd die ze hem hier buiten in de kou lieten doorbrengen. Het zou hem weinig moeite kosten om in het donker op zijn terugweg richting heuvels, ergens enkele kleine kinderen mee te lokken. De gedachte aan wat hij eenmaal terug in z’n eigen grot met deze kinderen zou kunnen doen, deed de kou wat verdwijnen. En de ratten zouden op een makkelijke manier hun ergste honger kunnen stillen.

Ergens hoopte hij dat de bewoners van het stadje het geld niet beschikbaar zouden hebben.

De burgemeester had inmiddels alle bemiddelde stadsgenoten bij zich geroepen om te zien of ze gezamenlijk het verschuldigde bedrag compleet konden krijgen. Maar tot nu toe waren ze nog niet op de helft. De wanhoop werd groter bij elke nieuwe binnenkomer die zijn spaargeld op de grote vergadertafel legde. En ook niet in staat was om het gat te dichten.

Terwijl het angstzweet in dunne straaltjes over het voorhoofd van de burgervader liep, probeerde de wethouder van financiën tegen beter weten in opnieuw in te loggen op de schijnbaar geblokkeerde spaarrekening bij de IceSave Bank.

~ ~ ~

Geschreven onder het genot van ettelijke glazen rode wijn.
Geïnspireerd door het volgende nieuwsbericht:

Hamelen kampt met rattenplaag
18-11-2008 Door: NU.NL

(Hameln) – De Duitse stad Hameln (Hamelen), bekend van het sprookje van de Rattenvanger van Hamelen, kampt met een grote rattenplaag. Dat heeft een woordvoerder van de stad Hameln in Nedersaksen laten weten.
De zegsman stelde dat het aantal ratten in een gebied van volkstuintjes aan de rand van de stad explosief is gegroeid. Hameln kan de dieren niet op effectieve wijze bestrijden, omdat er onduidelijkheid is over de eigendomsverhoudingen in het gebied.

Wil je nog eens nalezen hoe het echte verhaal van de Rattenvanger ook al weer ging, neem dan hier een kijkje. Of kijk hier op Wikipedia voor andere interpretaties.

~ ~ ~

Stoppen met roken goed voor iedereen?

“… vroeger … voorgoed … met roken …”
Vanwege een aanhoudende hoestbui kreeg ie slechts enkele woorden mee.
“Wat zei je?”
“Ik zei dus, dat ze vroeger bij ons in ’t dorp altijd zeiden dat iemand voorgoed gestopt was met roken. Wanneer ie dus overleden was. Dat zeiden ze bij ons. Vooral de oudjes.”
Hij keek nog eens naar beneden. Deze man zou dus gestopt zijn met roken. Als ie al rookte. Of beter, gerookt had. Dat zou trouwens nu nog maar moeizaam gaan. Een gedeelte van de onderkaak was uit het gezicht van de man verdwenen. Daardoor had je nu vrijuit zicht tot diep in de mond. Wat opviel was dat een hoop tanden ontbraken. Ook de tong van de man was op het eerste gezicht niet geheel compleet. En alles zat onder de blaren. Brandblaren.

“Volgens mij wist ie echt niets.”
“Pardon?”
“Over de deal. Bedoel ik. Dat ie niks wist. Anders had ie heus wel iemand verlinkt. Dus. Ik bedoel. Met wat er allemaal met ‘m is gedaan. Jezus! Ik dacht dat ie de tweede dag al te ver heen was. Met die strijkbout. Dus. Hoe verzin je ‘t. Had je dat al ooit eerder gedaan? Wat een brandlucht! Ik dacht nog, dalijk komt de brandweer binnenvallen in plaats van de politie. Hahahaha. Snap je ‘m? De brandweer.”
Nog steeds staarde hij naar het lichaam dat daar beneden aan z’n voeten lag. Bijna had z’n eerste schot doel gemist omdat een plotselinge hoestbui hem overvallen had. In plaats van keurig tussen de ogen was de kogel ingeslagen in de onderkaak van de man. En was een tweede schot nodig. Dat was ‘m nog nooit overkomen.

“Kun je ‘m een stukje deze kant opduwen?”
Peinzend keek hij naar de brandende sigaret in z’n hand. Helemaal oproken, of een symbolisch laatste trekje, of gewoon meteen helemaal stoppen?
“Je hoeft ‘m echt maar een stukje te rollen of zo. Met je voeten. Dan worden je handen niet vuil. Laat het vuile werk maar aan mij over. Da’s mijn specialiteit. Ieder het zijne. Zeg ik altijd. Ik ben niet in de wieg gelegd voor dat gemartel en zo. Met al die instrumenten. Laat mij maar gewoon op de uitkijk staan. Of rondrijden. Of een stukje graven zoals hier. Da’s goed voor de conditie. Kan dat luie zweet er uit. Hahaha.”
Een flinke duw met de punt van z’n schoen was voldoende om het lijk binnen het bereik van de man in de kuil te brengen. Terwijl die verder ging met het lijk helemaal in de kuil te trekken, nam hij toch nog een trek van z’n sigaret. Wat ‘m meteen weer een hoestbui opleverde.

Zeker van z’n zaak gooide hij de smeulende sigaret het lijk achterna de kuil in.
Z’n besluit stond vast. Vandaag zou hij stoppen met roken.
Hij had nog zoveel te doen. Zoveel werk wat op hem wachtte.

~ ~ ~
Geschreven onder het genot van ettelijke koppen koffie, maar géén sigaretten.
Geïnspireerd door het volgende nieuwsbericht:
Roemeen gemarteld wegens mislukte drugsdeal
06-11-2008 Door: NOVUM
Een Roemeen is vorige week gegijzeld en een aantal dagen gemarteld in een woning in Amsterdam-Zuidoost. Vermoedelijk heeft de Roemeen een bepaalde partij harddrugs niet geleverd.
Zijn familie werd onder druk gezet om losgeld te betalen, meldt de politie donderdag. Familieleden kregen via internet filmpjes aangeleverd, waarop was te zien dat het slachtoffer ernstig werd gemarteld. De Roemeen werd geslagen, geschopt, en bedreigd met een hete strijkbout. Nadere details over de marteling wil de politie niet vrijgeven.

~ ~ ~

Dag winterzon, welkom winterslaap

06:05 uur
Verbaasd staar ik vanuit de slaapkamer naar het laagje ijs op de carport. Nu al? De tuinset is nog niet eens opgeborgen!
Het zolderraam heeft op een kier gestaan en er komt een wolkje uit m’n mond wanneer ik uitadem.

06:50 uur
Met verkleumde handen sta ik het ijs van de autoruit te krabben. Eenmaal gezeten in de auto zijn binnen korte tijd de ruiten en achteruitkijkspiegel beslagen. Het stuur voelt aan als koud ijzer in plaats van kunststof. De cd speler weigert dienst.

06:55 uur
Vloekend parkeer ik de auto aan de rand van de straat en stap uit. In de kofferbak vind ik uiteindelijk een zeem om de beslagen ramen definitief schoon te maken. Eenmaal weer aan het rijden schijnt de laaghangende zon recht in m’n gezicht. Op de radio klinkt het weerbericht. Vooralsnog de komende dagen meer van hetzelfde (dus nachtvorst).

07:45 uur
De pc is opgestart en een kopje koffie staat klaar. Alleen schijnt de zon recht in het scherm. Geïrriteerd doe ik de luxaflex dicht. Het kopje koffie voelt lekker warm aan in m’n handen. Andere collega’s komen binnen en de meesten klagen over de plotselinge koude.

09:00 uur
Het afdelingsoverleg begint met terugkoppeling uit het MT. Iemand klaagt dat de zon te fel naar binnen schijnt en dat het ook nog te warm wordt. Of ook hier de luxaflex niet dicht kan.

09:48 uur
Het laatste agendapunt betreft de interne verhuizing. Verhuizing?
Ja, naar een tijdelijke plek ergens diep in het gebouw. En. Oja. Een ruimte zonder buitenlicht. Wel ramen. Maar die kijken uit op de productievloer.
Geen buitenlicht?
Nee, geen buitenlicht.

Mag de luxaflex nog even open aub?

 

~ ~ ~

The girl next door – Jack Ketchum

Chapter Forty-Two

“I’m not going to tell you about this.
I refuse to.
There are things you know you’ll die before telling, things you know you should have died before ever having seen.
I watched and saw.”

Aan het woord is de jonge David, de 12-jarige verteller in de roman The girl next door. Het boek is dan inmiddels gevorderd tot pagina 291 en we naderen de eindfase van het verhaal. En op dat moment weet ik niet wat erger is; het niet willen vertellen door David wat er op dat moment te gebeuren staat zodat ikzelf (met de hele aanloop naar deze scene nog vers in het geheugen) overspoeld wordt door alle gruwelijkheden die (volgens mijn ‘dirty mind’) gaan plaatsvinden, of toch een plastische beschrijving door de ik-persoon die tot nu toe óók aankwamen als opeenvolgende stompen in de maag.

Uiteindelijk maakt het niet uit. Na dit korte hoofdstuk gaat het verhaal verder nadat datgene heeft plaatsgevonden wat David niet wil beschrijven. En wordt bladzijde na bladzijde duidelijk tot wat voor extreem geweld kinderen en een volwassene in staat zijn, en of je voorstellingsvermogen in staat was om dit kunnen (willen?) voorspellen. Tergend langzaam ontrolt zich de ontknoping die je ziet aankomen, maar die je probeert te ontkennen. Want dat mag niet, dat kan niet, dat hoort niet, dat wil je niet. Maar gebeurt toch.

Ondanks dat Jack Ketchum het roman-einde ietwat heeft aangepast met een heel klein beetje rechtvaardigheid er in, gaan m’n gedachten telkens naar de meisjes Sylvia en Jenny Likens die model hebben gestaan voor dit verhaal gebaseerd op ware gebeurtenissen.

The girl next door is het relaas van de jonge David die eind jaren ’50 ergens aan de buitengrenzen van New Jersey woont en meegezogen wordt in een draaikolk van geweld. Geweld gericht tegen twee weeskinderen die in de zomer van 1958 plotseling hun intrede doen in de bijna gesloten gemeenschap van enkele gezinnen aan het eind van een doodlopende straat. De meisjes komen te wonen in het buurgezin van David, welke bestaat uit een alleenstaande moeder en haar drie zonen.

Ruth, de alleenstaande moeder, is een vrouw waarvan bijna iedereen er ook wel een kent uit vroeger tijden. Een moeder waarbij je altijd iets meer mocht dan thuis. Langer tv kijken, een biertje drinken, een sigaretje roken, vloeken. Als jongen kijk je daar met bewondering naar, net zoals David uit het verhaal. En vooral in het begin van de roman krijgt o.a. dit aspect veel aandacht. Het lijkt een coming-of-age verhaal van David, zich afspelend in een lange zomervakantie, en gevuld met alle bekende nostalgische details die we kennen uit vergelijkbare films die zich afspelen in die tijd.

Maar er sluimert al dreiging voordat de weeskinderen hun intrede hebben gedaan. Netjes worden door Jack Ketchum de ingrediënten klaargezet voor het huiveringwekkende verhaal wat zich later zal gaan voltrekken. Elke beschreven gebeurtenis herbergt een detail wat later terugkomt, en waarvan je dan denkt “zie je wel, ik zag het al van verre aankomen”, zonder dat het te gemaakt wordt. Want tenslotte is het David die als ik-persoon terugblikt op deze traumatische episode uit zijn leven en daarbij zoekende is naar antwoorden/tekens/verklaringen voor datgene waarvan hij getuige is geweest.

En over datgene wat zich heeft afgespeeld kan ook ik hier kort zijn. Want wat heb je met alles wat tegenwoordig in de krant bijna dagelijks aan gruwelijk nieuws te lezen is, nog meer nodig dan de volgende aanwijzingen:

  • 2x ongewenste weesmeisjes in een gezin van moeder met 3x zonen;
  • een vrouw die langzaamaan de grip op de realiteit verliest en al haar frustatie richt op de meisjes;
  • een kelder die oorspronkelijk bedoeld was als schuilkelder tegen een nucleaire aanval;
  • buurtkinderen die de kans krijgen om ongestoord en aangemoedigd door een volwassene hun wrede onderlinge spelletjes te mogen botvieren op deze meisjes;
  • een doodlopende straat.

Uiteindelijk valt alles samen te vatten in het hierboven reeds beschreven hoofdstuk 42. Wil je toch met eigen ogen lezen wat er in die kelder gebeurt is, aarzel dan niet en schaf dit boek aan.

Maar zeg niet dat ik je niet gewaarschuwd heb.

Suburbia. Shady, tree-lined streets, well-tended lawns and cozy homes. A nice, quiet place to grow up. Unless you are teenage Meg or her crippled sister, Susan. On a dead-end street, in the dark, damp basement of the Chandler house, Meg and Susan are left captive to the savage whims and rages of a distant aunt who is rapidly descending into madness. It is a madness that infects all three of her sons – and finally the entire neighborhood. Only one troubled boy stands hesitantly between Meg and Susan and their cruel, torturous deaths. A boy with a very adult decision to make.

Jack Ketchum
The girl next door
Uitgever Leisure Fiction
ISBN 9780843960976

~ ~ ~

NOW A MAJOR MOTION PICTURE

~ ~ ~

The Poe Shadow – Matthew Pearl

Dit is de tweede historische thriller geschreven door Matthew Pearl, die z’n debuut maakte met The Dante Club.

Deze keer verdiept hij zich in de mysterieuze omstandigheden rondom de dood van de Amerikaanse dichter en schrijver Edgar Allan Poe in oktober 1849. Deze kwam te overlijden in de stad Baltimore (waar hij ook geboren was) zonder dat de meesten van zijn familie en vrienden wisten dat hij daar vertoefde. Hij verkeerde toen al in een deplorabele staat en overleed enkele dagen later. Men hield het op overmatig gebruik van drank en verdovende middelen. Maar al snel verschenen er ook andere verhalen met betrekking tot zijn laatste dagen in de lokale en landelijke kranten. Het feit dat Poe tijdens zijn leven een nogal turbulent leven leidde, plus de aard van de verhalen die hij schreef (mysterie, horror, thriller, etc.) gaf genoeg voedingsbodem voor allerlei speculaties.

Pearl heeft voor zijn boek een hoop research gedaan en komt in zijn boek met nieuwe ontdekkingen en bewijslast voor een alternatieve uitleg van Poe’s dood. In zijn verhaal voert hij een hoop historische personages op die betrokken waren bij de gebeurtenissen in deze jaren. Maar het verhaal wordt verteld door een niet-historische persoon. Het is een jongeman van rijke afkomst, Quentin Clark genaamd, die bij toeval getuige is van de sobere begrafenis van Poe. Omdat hij een fervent lezer en bewonderaar is van Poe, alsook het feit dat hij een correspondentie gestart was met hem, vat hij het idee op om de ware toedracht te onthullen over de laatste dagen van Edgar Allan Poe. Zeker wanneer er (in zijn ogen) onjuiste verhalen over Poe in de krant verschijnen.

Het originele in het verloop van deze zoektocht, is dat Clark op zoek gaat naar de persoon die model heeft gestaan voor de super-detective die Poe opvoerde in enkele van zijn verhalen (de illustere C. August Dupin uit The Murders in the Rue Morgue). Deze persoon weet hij uiteindelijk te vinden in Parijs, maar deze man heeft in eerste instantie geen zin om mee te werken aan het onderzoek van Clark. Hierna neemt het verhaal een volgende wending wanneer er zich een nieuwe gegadigde aandient die beweert model te hebben gestaan voor C. August Dupin. Op dat moment begint het verhaal wat meer vaart te krijgen en raakt tegelijkertijd Quentin Clark de grip op de gebeurtenissen kwijt. In de strijd die er ontstaat tussen de twee rivalen, dreigt Clark het onderspit te moeten delven en staan het voortbestaan van zijn goede naam en toekomst op het spel.

Zo beschreven lijkt het een vlot en spannend verhaal te zijn, maar in de praktijk was zeker de eerste helft van het boek een tamelijk langzaam voortkabbelend geheel. Weliswaar mooie sfeerbeelden van de tijd en gewoontes in 1849 en later, maar voor een thriller valt er niet veel spannends te beleven. Pas met de introductie van de tweede gegadigde voor C. Augist Dupin (een flamboyante man met schulden en een dievegge/moordenares als vrouw) komt het verhaal los en volgen de gebeurtenissen zich wat sneller op. En toch blijft het verhaal hier en daar toch weer steken in langere uitweidingen of te langzaam opgebouwde aanlopen naar een volgende gebeurtenis.

En daarom blijf ik dan ook met een onbestemd en onbevredigend gevoel achter. Het einde is weliswaar spannend beschreven en de meeste lijnen komen netjes bij elkaar, maar het overtuigd niet helemaal.

Kortom, een ruime voldoende voor het historische aspect van deze roman alsook de nieuwe onthullingen door Pearl. Maar als thriller net niet spannend genoeg naar mijn zin.

Pluspunt: het stimuleert wel om weer eens de oorspronkelijke verhalen van Poe op te pakken en te (her)lezen!

 

Baltimore, 1849. The body of Edgar Allan Poe has been buried in an unmarked grave. The conclusion that Poe was a second-rate writer who died a drunkard is accepted by all. But none of this deters Quentin Clark, an ardent admirer who risks his own career and reputation in a passionate crusade to salvage Poe’s.

The Poe Shadow
Matthew Pearl
Vintage Books
ISBN 978-0-099-47822-5

~ ~ ~

Eitje

Sorry Tristan.

Sorry dat ik het stom vond dat je de eiersnijder gebruikte om bijvoorbeeld ook champignons te snijden (en zo dat nuttige keukengereedschap naar z’n mallemoer hielp).

Het is alweer een tijdje geleden dat dit gebeurde, maar ik zag vandaag een advertentie1 voor IT personeel in een tijdschrift en zag dat je eigenlijk je tijd ver vooruit was. Je kunt er zo gaan solliciteren.

Tekst bij de advertentie: Anders tegen dingen aankijken – Originele oplossingen die werken

~ ~ ~


  1. De oorspronkelijke foto met de IT consultancy reclame ben ik helaas kwijtgeraakt…