Geschilderd in Brazilië, geschilderd door een Hollander

Frans Post — Gezicht op Olin­da (1662)

[Twit­ter RT] @Cultuur_OU: De schil­de­rij­en van de 17e eeuw­se Hol­land­se schil­der Frans Post: erf­goed van Neder­land of Bra­zi­lië? Lees meer in het column van John van der Gaag, stu­dent #Cul­tuur­we­ten­schap­pen @OU_Nederland => Frans Post: erf­goed van Neder­land of Brazilië?

De schil­der Frans Post reis­de in 1636 mee met Johan Mau­rits van Nas­sau, de nieu­we gou­ver­neur van Bra­zi­lië. Tij­dens zijn ver­blijf tot 1644 maak­te Post acht­tien schil­de­rij­en die nu beschouwd wor­den als de eer­ste wes­ter­se afbeel­din­gen in hun soort van Zuid-Ame­ri­ka. Ze heb­ben dus een gro­te his­to­risch-cul­tu­re­le waar­de. Al deze schil­de­rij­en plus teke­nin­gen en schet­sen wer­den mee terug­ge­no­men naar Neder­land, alwaar Post dit Bra­zi­li­aans the­ma bleef gebrui­ken in zijn schil­de­rij­en omdat het een onder­schei­dend ele­ment vorm­de in de zeven­tien­de eeuw­se schildersmarkt.

In het arti­kel door John van der Gaag wordt die­per inge­gaan op hoe veel van deze schil­de­rij­en door de eeu­wen heen hun weg heb­ben gevon­den naar Bra­zi­lië en op de ver­schil­len­de waar­de­ring en rela­tie tot het ver­le­den die deze afbeel­din­gen heb­ben op bei­de continenten.

Uit onder­zoek van voor­al Bra­zi­li­aan­se en Ame­ri­kaan­se kunst­his­to­ri­ci blijkt dat het werk van Post zich eerst ver­spreid­de onder men­sen in de Repu­bliek die een con­nec­tie had­den met de voor­ma­li­ge kolo­nie. In de 18e eeuw ging de con­nec­tie van de schil­de­rij­en met Bra­zi­lië ver­lo­ren en raak­ten de wer­ken ver­spreid in Euro­pa als afbeel­din­gen van mooie exo­ti­sche land­schap­pen. Daar­na zorg­de het opko­mend nati­o­na­lis­me in de twee­de helft van de 19e eeuw voor een gro­te­re inte­res­se naar bij­zon­de­re peri­o­des in het ver­le­den van de natie, zowel in Neder­land als in Brazilië.

~ ~ ~

MvdG: Kan ons verleden bij het grof vuil?

Op de kolo­ni­sa­tie volg­de de deko­lo­ni­sa­tie, op de deko­lo­ni­sa­tie de post­ko­lo­ni­a­le migra­ties. De migran­ten die in Neder­land arri­veer­den wer­den niet met open armen ont­van­gen, maar had­den wel het recht zich te ves­ti­gen. Ze had­den een krach­tig reto­risch argu­ment tegen xeno­fo­be reac­ties: ‘Wij zijn hier omdat jul­lie daar waren!’ 

Zo begint Gert Oost­in­die zijn arti­kel voor de Maand van de Geschie­de­nis. Ik had het niet eer­der zo beke­ken, maar het is inder­daad een terecht weer­woord. Een logi­sche con­se­quen­tie van het kolo­ni­a­le han­de­len. Geluk­kig gaat Oost­in­die daar­na ver­der in op de vraag ‘en wat nu?’, want dat de migran­ten een meer dan vali­de reden had­den om zich hier te ves­ti­gen was ver­vol­gens ook weer de start een nieuw pro­ces: een nood­za­ke­lij­ke inte­gra­tie en geza­men­lij­ke ver­wer­king van een gedeeld verleden.

Nie­mand zal het ont­gaan zijn dat het debat zich de laat­ste tijd voor­al richt op stand­beel­den in de publie­ke ruim­te die een een­zij­dig beeld geven van bepaal­de aspec­ten in ons gedeel­de ver­le­den (bepaald van­uit de in het ver­le­den boven­lig­gen­de par­tij in de machts­hi­ë­rar­chie) waar gro­te delen van de Neder­land­se bevol­king zich niet in her­ken­nen of door geschof­feerd voe­len. In hun hui­di­ge vorm en vaak pro­mi­nen­te plaats dra­gen ze bij tot het instand­hou­den van een visie die allang niet meer past bij het voort­schrij­dend inzicht op onze geschiedenis. 

Oost­in­die geeft aan dat ‘deze beel­den­storm’ niet iets nieuws is. Al decen­nia­lang wor­den er acties onder­no­men om onwel­ge­val­li­ge zaken te cor­ri­ge­ren of te ver­wij­de­ren en te ver­van­gen door cul­tu­re­le uitin­gen die beter bij de hui­di­ge tijd passen. 

Het is alle­maal nog niet genoeg, maar dit is de domi­nan­te trend, niet de ach­ter­hoe­de­ge­vech­ten waar­in het kolo­ni­a­le ver­le­den wordt verheerlijkt. 

Er moet nog heel veel gebeu­ren, dat is ook de bood­schap van Oost­in­die. Hij maakt wel de kant­te­ke­ning dat het een schu­rend pro­ces dient te zijn. Niet de gehe­le nati­o­na­le geschie­de­nis in één keer op de mest­vaalt gooi­en omdat er niets van deugt. 

~ ~ ~ 

In okto­ber schrijf ik regel­ma­tig een blog­post naar aan­lei­ding van de arti­ke­len op de site van de Maand van de Geschie­de­nis rond het the­ma van 2020: Oost/West.

~ ~ ~

MvdG: Kleinkind van vluchtelingen

De Jood­se groot­ou­ders aan moe­ders­kant van Nata­scha van Wee­zel leer­den elkaar ken­nen in Den Haag bij ANSKI, de ver­e­ni­ging voor Oost-Euro­pe­se Joden in Neder­land. Alle­bei waren ze in 1938 naar Neder­land gevlucht na de Kris­tall­nacht. Haar opa van­uit Ber­lijn, en haar oma van­uit Wenen. Tij­dens de oor­log beslo­ten ze opnieuw te vluch­ten. Nu als stel. Hun doel was Zwit­ser­land. Uit­ein­de­lijk zijn ze er ter­nau­wer­nood aan­ge­ko­men na een avon­tuur­lij­ke reis die ver­schei­de­ne keren hele­maal ver­keerd had kun­nen aflopen. 

In het arti­kel door Van Wee­zel maakt zij een link naar deze bar­re tocht die haar groot­ou­ders onder­na­men en de levens­les­sen die zij van haar moe­der geleerd heeft, die ze op haar beurt van haar ouders had mee­ge­kre­gen: ‘moed tonen en opko­men voor de rech­ten van vluchtelingen’.

Het is een per­soon­lijk relaas van­daag als onder­deel van de Maand van de Geschie­de­nis. Want Nata­scha van Wee­zel ver­telt na de beschrij­ving van hoe haar groot­ou­ders de oor­logs­ja­ren ver­vol­gens hoe ze zelf als der­de gene­ra­tie­kind lan­ge tijd gewor­steld heeft met deze ‘erfe­nis’. Ze ervoer een con­stan­te druk om haar fami­lie geluk­kig te maken gezien het enor­me leed dat hen ten deel was geval­len. Een onmo­ge­lij­ke taak natuur­lijk. Pas nadat ze haar demo­nen een plaats had gege­ven kon ze ver­der. De levens­les­sen die haar moe­der door­ge­ven heeft zijn daar­bij lei­dend geble­ven. Het helpt haar bij de strijd tegen dis­cri­mi­na­tie en de hulp aan vluchtelingen.

~ ~ ~ 

In okto­ber schrijf ik regel­ma­tig een blog­post naar aan­lei­ding van de arti­ke­len op de site van de Maand van de Geschie­de­nis rond het the­ma van 2020: Oost/West.

~ ~ ~