Thema 1 – Adel, burgers en arbeiders

Deze blogpost is deel 13 van 16 in de serie Cultuurwetenschappen
George Bellows, New York (1911)

Na inleidende teksten variërend van hoe we een studieplan kunnen maken en tips over efficiënt leren tot wat cultuurwetenschappen is en een kennismaking met het boek van Philipp Blom neemt voor mij de studie daadwerkelijk een aanvang met de introductie van het eerste thema. Zoals gezegd is cultuurwetenschappen aan de OU een interdisciplinaire opleiding bestaande uit vier pijlers:

  • cultuurgeschiedenis
  • kunstgeschiedenis
  • letterkunde
  • filosofie

In deze oriëntatiecursus worden allereerst de vier disciplines afzonderlijk gepresenteerd en toegepast. Thema 1 met als titel ‘Adel, burgers en arbeiders’ gebruikt cultuurgeschiedenis als benadering om de ingrijpende maatschappelijke veranderingen die de modernisering rond 1900 met zich meebracht onder de loep te nemen. Niet verwonderlijk dat in de volgende drie thema’s de andere disciplines voorbij komen. Vervolgens krijgen we nog eens twee thema’s waarin bepaalde onderwerpen op een interdisciplinaire wijze bestudeerd gaan worden.

Thema 1 dus.

Om de verwachtingen van de beginnende student te managen worden meteen de leerdoelen opgesomd. Na de bestudering van dit thema

  • bent u in grote lijnen bekend met de sociale en politieke verhoudingen in Europa rond 1900, in het bijzonder Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland
  • hebt u kennis van de sociale en politieke verhoudingen binnen de Nederlandse maatschappij rond 1900
  • kunt u uitleggen wat de discipline cultuurgeschiedenis inhoudt en welke ontwikkelingen zij heeft doorgemaakt
  • hebt u enige ervaring opgedaan met het lezen van wetenschappelijke literatuur en het analyseren van bronnen uit de periode rond 1900.

Dat is te overzien. Mijn opgedane kennis van lichtjaren geleden toen ik geschiedenis studeerde in Utrecht is weliswaar diep weggezonken, maar ik heb het idee dat eenmaal losgewoeld het toch wel (fragmentarisch misschien) naar de oppervlakte zal opborrelen waar het hopelijk de nieuwe kennis kan aanvullen.

De teksten die we voor dit eerste thema voorgeschoteld krijgen zijn twee hoofdstukken uit het boek De duizelingwekkende jaren van Philipp Blom:

  • 1900: De dynamo en de maagd
  • 1901: Wisseling van de macht

en de volgende teksten in de reader:

  • Wat is cultuurgeschiedenis? door Peter Burke
  • ‘Feesten en beelden van het vaderland’ door Jan Bank en Maarten van Buuren, uit: 1900. Hoogtij van burgerlijke cultuur
  • ‘Stand’ door Ileen Montijn, uit: Leven op stand, 1890-1940
  • ‘Onze kleine Burgerij’, uit: Tilburgsche Courant, 10 maart 1908

Ik zal ze in deze volgorde de revue laten passeren als onderdeel van de blogserie Cultuurwetenschappen zodat je een idee krijgt wat er zoal aan bod komt. Wat ik nu al kan verklappen is dat het gevarieerde teksten zijn waar ik een hoop van heb opgestoken. Blijf dus regelmatig terugkomen voor nieuwe updates.

~ ~ ~

Een korte onderbreking voordat er drie levens eindigen

Deze blogpost is deel 36 van 38 in de serie Don Quichot - Cervantes

Eerste deel – Vijfendertigste hoofdstuk:

Hetwelk handelt over het heldhaftig en vervaarlijke gevecht dat Don Quichot voerde met enige zakken rode wijn, en waarin tevens een einde komt aan het verhaal van de Ongepast Nieuwsgierige

Je zou het haast vergeten na bijna drie hoofdstukken waarin hoofdzakelijk de lotgevallen van Anselmo, Lotario en Camila centraal stonden, maar dit boek heeft toch echt Don Quichot als hoofdpersoon. In hoofdstuk 32 is er voor hem snel een kamer in gereedheid gebracht zodat hij eens goed kon uitrusten terwijl de rest van het gezelschap zich naar de eetkamer begaf voor een welverdiende maaltijd. Naderhand bleef de groep gefascineerd luisteren naar het verhaal van de Ongepast Nieuwsgierige zoals dat werd voorgelezen door de pastoor.

Maar onze held is alive and kicking want juist nu, zo goed als aan het eind van dat verhaal duikt plots Sancho Panza op die luidkeels de pastoor wist te overstemmen met de hulpkreet dat Don Quichot in een zwaar gevecht op leven en dood gewikkeld was met de reus die het op prinses Micomicona gemunt zou hebben. Dat deze reus en prinses Micomicona verzonnen waren om Don Quichot weg te lokken uit zijn zelfverkozen isolement in de bergen hebben we eerder kunnen lezen. Een geslaagde actie met helaas als negatieve bijkomstigheid dat onze goedgelovige ridder er vast van overtuigd was dat hier niets van gelogen was en hij daadwerkelijk de aangewezen persoon is om orde op zaken te stellen.

Wel vreemd dat deze reus dan toch opduikt zo ver van de plek waar hij normaal gesproken de boel onveilig maakt. En om het betoog van Sancho kracht bij te zetten dat zijn meester belaagd werd klonk er een hoop kabaal vanaf de bovenverdieping zodat niemand er meer aan twijfelde dat er wel degelijk iets aan de hand was op de slaapkamer van Don Quichot. Het was alleen de laatste opmerking van zijn trouwe knecht die weer eens opnieuw liet blijken dat hij zelf net zo van de realiteit was afgedwaald als zijn dolende meester:

Blijft u nou niet staan luisteren maar gaat u naar binnen om ze van elkaar af te halen of mijn heer te helpen; alhoewel dat wel niet meer nodig zal wezen want de reus is vast en zeker al een lijk en geeft God rekenschap van het verdorven leven dat hij geleid heeft; ik heb zelf gezien hoe het bloed over de grond stroomde en zijn afgehakte hoofd in een hoek rolde: het is wel zo groot als een flinke wijnzak.

Don Quichot, p.262

Het was de waard die meteen de tegenwoordigheid van geest had te concluderen dat hier niet een reus slachtoffer was geworden van de daadkracht getoond door Don Quichot maar zijn voorraad wijn die op dezelfde kamer lag opgeslagen in zakken waar hij ook zo gastvrij was geweest de ridder een slaapplek te bieden. En inderdaad waren ze allen niet veel later getuige van een slaapwandelende Don Quichot die verwoed bezig was met een scherp zwaard de vele zakken wijn te doorsteken. Slechts met veel moeite konden de pastoor en Cardenio tussenbeide komen voordat de waard en zijn niet langer genode gast elkaar de herberg uit zouden vechten. Niet dat Don Quichot er wakker van werd.

Het was ook de pastoor die, nadat ze Don Quichot weer in bed hadden weten te krijgen, moest beloven voor de schade garant te staan voordat de algehele rust weer enigszins was teruggekeerd. De hoogste tijd voor hem om het resterende gedeelte voor te lezen van de Ongepast Nieuwsgierige.

Ook over het huwelijksleven van Anselmo en Camila was de rust neergedaald na alle consternatie die Anselmo het definitieve vertrouwen had gegeven dat zijn vrouw hem nooit had en nooit zou bedriegen met een ander. Zijn plan was geslaagd zonder dat hij doorhad hoezeer hij zelf was bedrogen. Dat Camila afstandelijk deed richting Lotario, en Lotario voor de vorm liet blijken wat minder op bezoek te zullen komen omdat Camila hierdoor te zeer van streek zou raken, was allemaal niet nodig. Anselmo wilde er niet van weten en

op die wijze werd Anselmo op duizenderlei wijze de bewerker van zijn schande, terwijl hij dacht dat hij het van zijn geluk was.

Don Quichot, p.264

Zo had dit nog jaren door kunnen gaan, maar het noodlot sloeg alsnog toe en maakte vele slachtoffers. Op een kwade avond meende Anselmo geluid te horen in de kamer van Leonela, de dienstmeid van Camila. Haar mannenbezoek wist nipt te ontsnappen maar Anselmo dreigde haar te doorboren met een mes als zij niet bereid was te vertellen wie er uit het venster was gesprongen. Leonela wist in paniek niets anders te verzinnen dan dat zij Anselmo dingen kon vertellen ‘van meer belang dan u kunt vermoeden.’ Daartoe zou zij echter pas de volgende ochtend toe in staat zijn want het hele gedoe had haar veel te overstuur gemaakt en ze moest eerst tot rust zien te komen.

Anselmo ging daarmee akkoord maar sloot Leonela voor de zekerheid wel op in haar kamer. Tegen zijn vrouw vertelde hij het voorval in geuren en kleuren inclusief de belofte van haar dienstmeid dat zij morgenvroeg enkele bijzondere zaken zou onthullen. Voor Camila was het duidelijk dat haar relatie met Lotario niet langer een geheim zou blijven. Midden in de nacht toen Anselmo in diepe slaap was glipte zij het huis uit om hulp te zoeken bij Lotario. Die wist niets beter te verzinnen dan haar naar een klooster te brengen en zelf de hielen te lichten.

De volgende dag was Anselmo zo benieuwd naar wat Leonela hem zou vertellen dat hij in zijn haast niet doorhad dat Camila niet langer in de echtelijke sponde lag. Wat hij wel snel genoeg doorhad was dat Leonela via het venster was ontsnapt met behulp van aan elkaar geknoopte lakens. Terug in zijn slaapkamer bemerkte hij nu pas dat Camila in geen veld of wegen te bekennen was. Ook Lotario bleek spoorloos te zijn toen hij hem ten einde raad ging opzoeken. Eenmaal weer terug thuis waren al zijn knechten en bedienden bovendien met de noorderzon vertrokken.

Het zou een passend einde zijn geweest aan een vreemd verhaal van een man die de ultieme test voor zijn vrouw bedacht had en daar zelf aan ten onder was gegaan. Maar het ging verder. En ik kan jullie vertellen dat het met Anselmo, Camila en Lotario alledrie slecht afloopt getuige de slotzin die als volgt luidt:

Zo eindigde het leven van deze drie, een einde ontstaan uit een onbezonnen begin.

Don Quichot, p.266

Voor de verandering laat ik het eens hierbij. Mocht je nieuwsgierig zijn hoe zij precies aan hun einde komen dan raad ik je aan om de laatste bladzijdes van het vijfendertigste hoofdstuk zelf te lezen en lees dan ook meteen hoofdstuk zesendertig want daar ga ik volgende week zondag mee verder. Tot dan!

~ ~ ~

20200404 – Leven in tijden van Corona

Een ‘ping’ verstoorde mijn zenmomentje deze namiddag. Ik was bezig onkruid te verwijderen in een gedeelte van de tuin waar dat mij toevertrouwd is. Al het groen dat tussen het grind opkomt is onkruid. Geen twijfel over mogelijk. Vandaar dat Inge mij zonder toezicht daar met een gerust hart kan laten wieden en ikzelf mij enkele uren kan wanen als ware ik Hendrik-Jan de Tuinman himself. En dan was het ook nog eens heel mooi weer. Wat wil je nog meer? Ja, minder onkruid en corona natuurlijk, da’s logisch.

De ping was een seintje dat er een tekstbericht was binnengekomen. Had ik behoefte om te kijken of kon het ook wachten? Het laatste besloot ik en verloor me weer in gedachten die zo betekenisloos waren dat er niets van is blijven hangen. Heerlijk.

Bij de koffiepauze een uurtje of zo later opende ik alsnog het tekstbericht. Hallo Peter, je cadeautje is gearriveerd en ontvangen door Annie. Mooi zo, dacht ik voordat ik doorhad dat er iets niet klopte aan dat bericht. Annie is mijn moeder. Eerder deze week had ik haar aan de lijn om te vragen hoe alles ging in Brabant. Goed. Geen reden tot zorg. Het was allemaal wat ongemakkelijk nu ze binnen moesten blijven maar verder alles onder controle. Wel jammer dat ze komende zaterdag geen bezoek konden ontvangen voor haar verjaardag.

Dat vond ik ook. Er zat voor ons dus niets anders op dan een mooi cadeau uit te zoeken en dat te laten bezorgen in plaats van zelf af te reizen richting Brabant. Want daar wilde ze niets van weten. Laten we dit jaar gewoon alle veiligheidsvoorschriften in acht nemen zodat we volgend jaar allemaal gezond en wel zijn om dan de verjaardagsfeesten wat grootser aan te pakken. Ik begon te rekenen. In 2021 wordt mijn vader 85 jaar en mijn moeder 80. En zijn ze ook nog eens 60 jaar getrouwd. Dat zijn zeker bijzondere dagen om bij stil te staan.

En zodoende zat ik op mijn mobieltje te staren naar het tekstbericht terwijl ik normaal gesproken aan koffie met gebak had moeten zitten in mijn ouderlijk huis. Het was niet anders. Alleen wat klopte er niet aan dat berichtje? Ping! Het licht begon te dagen. Er had Piet moeten staan. Hij was vandaag jarig. Niet mijn moeder. Had ik het echt verkeerd gedaan? Ik checkte op de website de tekst die ik met het cadeau had laten meesturen op de begeleidende wenskaart. Inderdaad. Gefeliciteerd Ma, stond er in toepasselijke sierletters die ik uit had gezocht. Ongelooflijk. Hoe had ik dat verkeerd kunnen doen?

Afijn, gedane zaken nemen geen keer en snel belde ik mijn ouders op. Die konden er smakelijk om lachen. Vooral mijn moeder want zij had nu een doos met haar lievelingschocolade die ze voorlopig nog niet van plan was te delen met mijn vader. Ik probeerde haar de schuld in de schoenen te schuiven van mijn vergissing omdat ze in ons telefoongesprek eerder die week had gezegd dat ze het zo jammer vond dat ze geen bezoek konden ontvangen voor haar verjaardag. Maar daar trapte ze niet in. Ze had gezinspeeld op de verjaardag van mijn vader. Die van haar is een weekje later en misschien dat ik daarom zelf de link had gelegd.

Uiteindelijk was ik blij dat er verder geen bezoek bij mijn ouders zou komen. Onze kaart met de verkeerde tekst erop zou niemand onder ogen komen. Een nieuw tekstberichtje later die namiddag maakte een eind aan die illusie. Het was mijn jongere broer die me feliciteerde met de verjaardag van onze moeder. LOL.

Aan het eind van de avond toen we ons welverdiende avondeten genuttigd hadden na het harde werken in de tuin zaten we nog even op het terras. Het was doodstil. De vogels hadden al hun rustplaats opgezocht want moesten er morgenvroeg weer op tijd uit. Het begon flink af te koelen na een dag die hogere temperaturen had gebracht dan voorspeld maar toch konden we het niet opbrengen naar binnen te gaan. In deze tijden van social distancing prijzen wij ons gelukkig dat we gezegend zijn met voldoende ruimte rondom ons huis zodat we ongestoord buiten kunnen vertoeven. Dan wil je niet naar binnen.

Vanaf het terras hebben we zicht op een hoogspanningsmast die een heel eind verderop in de weilanden staat. Op het hoogste punt zat een grote vogel. Ik kon niet goed uitmaken wat het was. Een roofvogel? Een reiger? Of misschien een ooievaar? Die hadden we hier in de directe omgeving nog niet eerder gezien. Het inzoomen gaf niet het beste resultaat vanwege de invallende schemering maar duidelijk is te zien dat het wel degelijk een ooievaar was.

~ ~ ~

De duizelingwekkende jaren – Inleiding

Deze blogpost is deel 12 van 16 in de serie Cultuurwetenschappen
Jacques-Henri Lartigue, 1912 Automobil Delage

Het studiemateriaal bij de Oriëntatiecursus Cultuurwetenschappen bestaat naast een reader ook uit het boek De duizelingwekkende jaren geschreven door Philipp Blom. Met als ondertitel ‘Europa 1900-1914’. Van het boek hoeven we maar ongeveer de helft te lezen. De inleiding en acht van de vijftien hoofdstukken. Ik kon het niet laten om ook de andere hoofdstukken te lezen. In deze blogpost sta ik stil bij de inleiding.

Blom begint de inleiding met een anekdote over een jongeman die in 1912 aan de kant van de weg staat om een foto te maken van de voorbijrazende auto’s die deelnemen aan de Franse Grand Prix. Wat hem betreft is zijn poging mislukt als hij later het resultaat ziet. De wagen staat er half op en de achtergrond is niet scherp en vervormd.

Hij bergt de foto weg. Zijn naam is Jacques-Henri Lartigue. Het beeld dat hij mislukt acht, zal veertig jaar later worden tentoongesteld en hem beroemd maken. Het toont precies de opwinding, de energie en de snelheid die zo belangrijk waren voor de jaren van de eeuwwisseling en de herfst van 1914.

De duizelingwekkende jaren, p.11

Dit is typerend voor de aanpak die Blom gehanteerd heeft bij dit boek. Bij aanvang van ieder hoofdstuk zien we iets dergelijks terugkomen. Een pakkende gebeurtenis uit de jaren voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog die symbool staat voor het onderwerp of thema dat in het betreffende hoofdstuk aan bod komt.

Voor deze inleiding heeft de anekdote tot doel te laten zien dat de beginperiode van de twintigste eeuw niet gezien moet worden als een verlengstuk van de negentiende eeuw die doorliep tot aan het uitbreken van de oorlog. Voor de mensen die rond 1900 leefden, zo betoogt Blom zou dit nostalgische beeld van de goede oude tijd of belle époque niet overeenkomen met hun ervaringen. Vervolgens schetst hij in het kort een aantal kenmerken die toen al typerend waren voor de verandering die was ingezet:

  • snelle technologische veranderingen
  • nieuwe ongekende communicatiemiddelen
  • voortschrijdende globalisering
  • ingrijpende sociale veranderingen
  • allesomvattende consumptiemaatschappij

De wereld was ontegenzeggelijk in alle facetten van het leven sneller en moderner geworden maar dat had naast allerlei positieve verworvenheden die nog maar kort daarvoor ondenkbaar waren geweest ook een keerzijde. De snelheid ging velen te snel. Het werd als angstaanjagend ervaren, zeker als de maatschappelijke veranderingen die ermee in gang werden gezet niet strookten met het vertrouwde beeld of de positie van diegenen die erdoor geraakt werden. Houvast verdween, maar het was onduidelijk wat ervoor in de plaats zou komen en dat bracht een hoop onrust en nervositeit met zich mee.

Kortom, het is duidelijk dat Philipp Blom in de inleiding er al op uit is ons te overtuigen van het feit dat de oorsprong van onze huidige technologische en moderne samenleving zijn oorsprong toch echt heeft in de jaren voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog en niet erna. En daarom roept hij de lezer op mee te doen aan een gedachtenexperiment bij het lezen van zijn boek:

stel u voor dat in bibliotheken overal ter wereld een plaag van even vraatzuchtige als selectieve boekwormen alle boeken en foto’s, films en andere documenten over de jaren tussen juli 1914 en 2000 onherstelbaar zou hebben beschadigd. […] Stel u voor dat u de jaren 1900 tot en met 1914 zou kunnen bekijken zonder dat de slagschaduw van de toekomst een duister licht werpt op hun historische heden, als een moment van leven met alle complexiteit en contradicties die daarbij horen, met een toekomst die openligt, precies zoals die jaren zijn beleefd door de mensen uit die tijd.

De duizelingwekkende jaren, p.15

Waarom niet?, zou je misschien geneigd zijn te denken. Of misschien vindt je wel van jezelf dat je dit altijd al doet. Dat was in ieder geval wel mijn eerste ingeving toen ik deze oproep las. Maar toen ik er over ging nadenken moest ik toch wel bekennen dat het veel eerder heel normaal is om het juist niet te doen. En misschien is het wel onmogelijk om het anders te doen. Want we dragen die informatie en kennis nu eenmaal met ons mee. De een wat meer dan de ander, maar toch. Hoe kun je daar aan voorbij gaan zodat je je onbevooroordeeld en zonder voorkennis van wat hun te wachten staat kunt verplaatsen in de mensen die toen leefden?

Philipp Blom geeft nog een tip. Wees even onbevangen als de fotograaf uit de anekdote waarmee hij begint.

Ook al leidt dat misschien tot een vervormd resultaat, een subjectief beeld dat alleen een deel van de werkelijkheid kan vangen, toch is dat de beste manier om de snelheid, de urgentie, de onbevangheid van het leven in die tijd vast te leggen.

De duizelingwekkende jaren, p.14

Geen garantie tot succes maar ik ga het proberen.

Stel je voor dat je de jaren 1900 tot 1914 zou bezien zonder de schaduw die de gruwelijke gebeurtenissen van de twintigste eeuw daarover geworpen hebben. Stel je voor dat je niets wist van de Somme, van Stalingrad, Auschwitz, Hiroshima, dat de toekomst nog open en oningevuld zou zijn.

Zo beschrijft Blom die veertien jaren: zoals ze beleefd zijn in al hun complexiteit en tegenstrijdigheid en met de bijbehorende hoop en vrees. Hoe zag Frankrijk eruit in 1900, ten tijde van de Wereldtentoonstelling? Wat hield de Engelsen bezig in het jaar waarin koningin Victoria stierf? Blom beschrijft de industriële ontwikkeling en de aanzienlijke versnelling waarin de wereld vervolgens raakte. De twintigste eeuw is niet begonnen in de loopgraven, maar in de duizelingwekkende jaren die eraan voorafgingen. Blom betrekt de literatuur en de beeldende kunst erbij en brengt zodoende het verleden op een buitengewoon aantrekkelijke wijze tot leven.

De duizelingwekkende jaren. Europa 1900-1914
Philipp Blom
De bezige bij
ISBN 978023460022

~ ~ ~

20200331 – Leven in tijden van Corona

Waarom ziet een plaatje1 van het corona virus er zo onschuldig uit? Zo mooi zelfs? Je wordt erdoor op het verkeerde been gezet. Het moet juist afschrikwekkend zijn. Representatief voor de dodelijke wurggreep waarmee het de gehele wereldbevolking langzaamaan verstikt.

Dat dacht ik eerst. Totdat ik de Winnie de Poeh zag die langzaam maar zeker verzwolgen wordt in het corona moeras. Alsnog een gruwelijk plaatje.

~ ~ ~


  1. In dit geval: An isolate from the first US case of Covid-19. Photograph: CDC/Reuters