Donderdag, 24 januari 2019

Met een nati­o­na­le feest­dag wordt ieder jaar op 24 janu­a­ri in Roe­me­nië tij­dens de ‘Dag van de Roe­meen­se Ver­e­ni­ging’ gevierd dat het Vor­sten­dom Mol­da­vië en Wala­chije op 24 janu­a­ri 1862 for­meel wer­den ver­e­nigd tot Roe­me­nië met als hoofd­stad Boe­ka­rest.” Bron: Wereld Fees­ten Alma­nak.

Ik had er geen reke­ning mee gehou­den, met deze nati­o­na­le feest­dag in Roe­me­nië, toen ik vorig jaar novem­ber mijn trip­je naar Cluj-Napo­ca door­schoof naar janu­a­ri. Ook mijn Roe­meen­se collega’s ver­ga­ten mij te waar­schu­wen dat ik een dag min­der met hen zou kun­nen wer­ken omdat de cam­pus dicht zou blij­ven. Pas op ’t laatst kreeg ik af en toe com­men­taar waar­om ik een ver­ga­de­ring had gepland op een vrije dag. Tja, ik besloot niet opnieuw de trip te ver­schui­ven aan­ge­zien het er dan op neer zou komen dat pas ergens in maart een vol­gend geschikt moment zou zijn. Dan maar een dag­je van­uit het hotel wer­ken. Ten­slot­te had de rest van Euro­pa geen vrij.

Het liep zoals gewoon­lijk toch weer iets­jes anders. Van wer­ken is van­daag wei­nig terecht geko­men. Een uur­tje van half tien tot half elf in de och­tend. Daar­na werd ik opge­pikt bij het hotel voor een kraam­vi­si­te bij een col­le­ga thuis. Daar werd ik ver­wend met veel kof­fie, aller­lei soor­ten koek­jes en niet veel later scha­kel­den we over naar piz­za en (ondanks het vroe­ge uur) wijn. Alles zelf­ge­maakt! Om half drie, toen ik bij een ande­re col­le­ga ver­wacht werd voor een late lunch zat ik bom­vol. Het werd ech­ter niet gezien als een excuus om dan maar wat min­der te eten. Ook nu volg­de het ene gerecht het ande­re op, afge­wis­seld met ver­schil­len­de soor­ten (ster­ke) drank. Tegen half zes stom­mel­de ik naar bui­ten, besloot geen taxi te bel­len maar een lan­ge wan­de­ling terug naar het hotel te maken om zo het vele eten wat te laten zak­ken. Het deed me goed.

Hier­bij wat foto’s die ik onder­weg maak­te.

De tocht begon bij de ‘Iuli­us mall’ een groot over­dekt win­kel­cen­trum waar net als in Neder­land op een vrije dag ieder­een naar toe gaat, want ‘wat moet je anders?’. Aan het win­kel­cen­trum is een gro­te vij­ver gele­gen die er jaren gele­den ver­waar­loosd bij lag, maar sinds een gron­di­ge opknap­beurt meer aan­trek­kings­kracht heeft op de plaat­se­lij­ke bevol­king. Voor­al in de zomer is het er erg gezel­lig. Nu waren er wei­nig wan­de­laars te zien van­we­ge het niet al te bes­te weer en had de omge­ving opnieuw de ver­trouw­de deso­la­te sfeer van ouds­her.

Nadat ik een rond­je vij­ver had gedaan stak ik de gro­te weg over en liep paral­lel met de hoofd­weg die dwars door Cluj gaat en waar mijn hotel aan gele­gen was door een wijk die voor­na­me­lijk bestond uit oude half ver­val­len woon­blok­ken die nog uit de tijd van het Roe­men­een­se staats­hoofd Nico­lae Ceaușes­cu stam­den.

Een paar stra­ten ver­der doken er woon­blok­ken op uit een iets recen­te­re peri­o­de maar nog steeds van een depri­me­rend stem­men­de een­to­nig­heid. Tege­lij­ker­tijd weet ik door enke­le bezoek­jes aan collega’s waar­van er som­mi­gen in zo’n woon­blok wonen dat het er van bin­nen altijd weer even knus en gezel­lig is als waar dan ook. Ook hier geldt: ‘don’t jud­ge a book by it’s cover’.

~ ~ ~

Terug in het hotel plof­te ik met een boek op bed voor­dat ik tegen ach­ten een dou­che nam. In de bad­ka­mer schrok ik enorm van enke­le gigan­ti­sche knal­len. Als­of er ergens explo­sies waren. Met een hand­doek omge­sla­gen ren­de ik naar het raam en schoof de gor­dij­nen opzij om tot mijn ont­zet­ting te zien dat er een gro­te brand was in het cen­trum.

Nog voor­dat ik iets kon doen (wat dan, in hemels­naam?) zag ik een vuur­pijl de lucht in schie­ten en niet veel later klonk opnieuw een lui­de knal. Vuur­werk. Het was gewoon ordi­nair sier­vuur­werk. Snel pak­te ik mijn tele­foon om wat foto’s te maken. Tien minu­ten na ach­ten was het weer voor­bij. Ik ging me aan­kle­den voor een laat­ste afspraak op deze bij­zon­de­re dag.

~ ~ ~

Dinsdag, 22 januari 2019

Ter­wijl ik deze avond terug in het hotel lees dat er in Neder­land een com­ple­te ver­keers­cha­os is ont­staan door de sneeuw kan ik mel­den dat ook Cluj te maken heeft gehad met win­ter­se tafe­re­len. Toen ik deze och­tend de gor­dij­nen open­de zag ik de eer­ste sneeuw op de daken lig­gen. Na het ont­bijt stond ik bui­ten op de taxi te wach­ten was men begon­nen met het trot­toir aan de straat­zij­de schoon te vegen. Dat was nog niet het geval bij de uit­gang van het hotel. Bij­na ging een hotel­gast net voor mij onder­uit bij het ver­la­ten van de lob­by. Dat was voor mij het teken om voor­zich­tig te zijn.

Aan de straat­zij­de was men zoals gezegd dus al vol­op bezig om het trot­toir sneeuw­vrij te maken. De ‘men’ was in dit geval een groep­je jon­ge­man­nen die ver­woed bezig waren met bezems de mees­te sneeuw weg te vegen. Een sneeuw­rui­mer had­den ze niet. Ook strooi­den ze geen zout of iets der­ge­lijks over het gedeel­te waar ze hun werk al had­den gedaan. Omdat het rus­tig door­sneeuw­de leek het me dat het een kwes­tie van tijd voor­dat hun noes­te arbeid weer teniet was gedaan.

Maar voor­als­nog gin­gen onver­dro­ten voort. Vreemd genoeg alleen links van mij. Aan de rech­ter­kant gin­gen ze mis­schien later begin­nen, of het kon zijn dat daar een ande­re groep­je voor kwam opdra­ven. Ik heb het niet kun­nen con­tro­le­ren want mijn taxi was inmid­dels gear­ri­veerd.

Op de cam­pus waar ik de dag zou door­bren­gen had men de trot­toirs ook al schoon­ge­maakt. Hier werd wel drif­tig met zout gestrooid zodat de paden ook ’s mid­dags nog sneeuw­vrij waren toen we rich­ting het res­tau­rant wan­del­den.

Toen ik ’s avonds met de taxi weer terug naar het hotel ging viel er nog steeds sneeuw. Niet zoveel meer, maar toch. Er was ech­ter van files geen spra­ke. Met niet meer dan enke­le minu­ten ver­tra­ging was ik tegen half zeven weer terug op mijn hotel­ka­mer.

~ ~ ~

Maandag, 21 januari 2019

Gis­ter­avond moest ik opzoe­ken hoe laat ik ook alweer de taxi geboekt had om me op te pik­ken van het hotel. Was het acht uur of later? Half acht dus. Met een uur­tje tijd­ver­schil voelt het opstaan om half zeven dan wel met­een aan als half zes. Best vroeg. De afge­lo­pen ander­half jaar ben ik mini­maal tien keer naar Cluj gevlo­gen en heb dus zeker twin­tig keer de klok moe­ten ver­zet­ten. Tel daar­bij de diver­se trip­jes naar Lei­ces­ter (ook een uur tijd­ver­schil) en de ‘nor­ma­le’ zomer- en win­ter­tijd­over­gang bij op dan gaat het ruim over de twin­tig keer dat ik met dit feno­meen te maken heb gehad. Geluk­kig heb ik er geen last van.

Wat wel jam­mer is is dat het deze och­tend nog erg don­ker was. De tra­di­ti­o­ne­le foto met hashtag room­wit­ha­view die ik nor­maal altijd plaats op inst­agram liet ik daar­om nog even ach­ter­we­ge. Het plaat­je is wel gelukt maar mis­schien is leu­ker om er een­tje bij dag­licht te schie­ten. Want over het uit­zicht ben ik deze keer eens wat meer tevre­den. Geen blin­de muur, par­keer­plaats of ach­ter­af­steeg­je maar een uit­zicht van­uit de zes­de ver­die­ping rich­ting het cen­trum van de stad waar de torens van de diver­se reli­gi­eu­ze gebou­wen par­man­tig boven alles en ieder­een uit­ste­ken. Alleen zie je dat niet zo goed. Even wach­ten op een beter moment van de dag.

~ ~ ~

Zondag, 20 januari 2019

Of er spe­ci­aal iemand op de zon­dag voor Don Qui­chot een bezoek­je aan mijn blog brengt is me niet bekend (mis­schien kun je het laten weten mid­dels een reac­tie onder deze post). Mocht het zo zijn dan bij deze mijn wel­ge­meen­de excu­ses. Van­daag ver­schijnt er geen nieuw deel­tje in de gestaag groei­en­de reeks. Niet omdat ik er weer de brui aan geef. Wees gerust, ik heb er juist de smaak weer van te pak­ken gekre­gen. Nee, de reden is dat ik van­daag naar Cluj-Napo­ca reis voor een week­je over­dracht van het team aldaar aan de van ouder­schaps­ver­lof terug­ke­ren­de mana­ger. Dit, in com­bi­na­tie met wat klus­sen in de och­tend lie­ten geen tijd over om een nieu­we bij­dra­ge te schrij­ven.

Nu zou je kun­nen zeg­gen dat ik het dan maar iets beter had moe­ten plan­nen door de blog­post gis­ter al te schrij­ven. Helaas had ik toen ook geen tijd. Net als van­daag begon de dag met ver­schil­len­de klus­sen en rond het mid­dag­uur ver­trok ik rich­ting Dord­recht voor een work­shop Design Thin­king by Doing, ver­zorgd door de ono­ver­trof­fen en bij­zon­der sym­pa­thie­ke Cor Nol­tee. Ik had me hier niet zelf voor inge­schre­ven maar was vol­ko­men tot mijn aan­ge­na­me ver­ras­sing hier­voor uit­ge­no­digd door de min­stens zo sym­pa­thie­ke en hart­ver­war­mend lie­ve Elja. Dus, opnieuw, geen tijd.

En ja, ik weet het. Er staat niets geschre­ven over deze work­shop op zater­dag. Daar moet ik ook nog aan wer­ken. Of ik die upda­te dan met terug­wer­ken­de kracht op zater­dag ga zet­ten (anti­da­te­ren) weet ik nog niet. Mocht ik daar­toe beslui­ten (beslo­ten heb­ben) en je leest deze blog­post pas daar­na dan moet een en ander vreemd over­ko­men. Het zij zo.

~ ~ ~

Ik ben inmid­dels in Cluj met drie kwar­tier ver­tra­ging en het sneeuwt hier. Niet veel in tegen­stel­ling tot ande­re delen van Roe­me­nië waar het wel met bak­ken uit de lucht is geko­men. Helaas was het al don­ker bij aan­komst. Mooie plaat­jes kun je daar­om mis­schien pas van­af mor­gen ver­wach­ten mocht de sneeuw blij­ven lig­gen en niet al com­pleet tot pap zijn gere­den of weg­ge­smol­ten door inval­len­de dooi.

~ ~ ~

Donderdag, 17 januari 2019

Bij geen blo­gin­spi­ra­tie neem ik plaats op deze stoel en ga lezen. Ook als ik wel blo­gin­spi­ra­tie heb zit ik vaak op deze stoel om te lezen. Gewoon, omdat het zo’n fijn plek­je is. En voor­al omdat er zoveel te lezen is waar­over ik ooit wil blog­gen. Het lees­hoek­je lijkt klein maar het is eigen­lijk een soort van nis in mijn stu­deer­ka­mer en van­uit de stoel kijk ik uit op mijn boe­ken­kast aan de ande­re kant van de kamer. Als ik naar links kijk voor­bij het klei­ne boe­ken­kast­je wat je nog net op de foto ziet dan kan ik door het raam de voor­tuin en de Lin­ge zien. Ook niet slecht. Een ande­re voor­na­me reden waar­om ik vele uren door­breng in deze stoel.

~ ~ ~

Woensdag, 16 januari 2019

Op dezelf­de wen­tel­trap als gis­ter zit van­daag een vrouw. Voor­dat ik haar zie hoor ik al dat er een stuk­je ver­der­op omhoog iemand zich op de trap bevind. Zou het weer die vrouw met hoog­te­vrees zijn die een nieu­we poging onder­no­men heeft om haar groot­ste angst recht in de ogen te kij­ken? Is ze bezig zich­zelf moed in te pra­ten? Niet bij de tre­des neer te gaan zit­ten?  Eer­lijk gezegd kan ik me dat niet voor­stel­len, maar ik wil me aan­ge­naam laten ver­ras­sen en ben op alles voor­be­reid. Ik neem me voor als zij het echt is om dan vol­op tot hulp te zijn haar ver­der te bege­lei­den naar de ver­die­ping waar ze wil zijn.

Een aan­tal tre­des hoger krijg ik zicht op dege­ne die beslo­ten had niet meer ver­der te gaan. Het is inder­daad een vrouw. Erg jong nog. Gehuld in een ver­pleeg­sters­uni­form (hoe­wel ik dat niet met zeker­heid kan zeg­gen) zit ze tegen de bui­ten­leu­ning van de trap geleund. Ik heb even het idee dat ze een siga­ret zit te roken maar dat slaat natuur­lijk ner­gens op. Het trap­pen­huis is een plek waar mis­schien niet zoveel men­sen gebruik van maken toch lijkt het me niet de meest voor de hand lig­gen­de loca­tie om stie­kem een peuk­je weg te paf­fen. Ze is bezig de trap te poet­sen. Met een emmer­tje naast haar en een niet al te schoon doek­je in de hand wrijft ze rede­lijk onge­ïn­spi­reerd over de tre­de waar­op ze zojuist had geze­ten. Althans zo stel­de ik me dat voor. Dat ze van boven­af komend al wrij­vend op weg is naar de kel­der.

Ik excu­seer me voor het geval ik met mijn schoen­zo­len haar nij­ve­re werk onge­daan zou maken en omzeil voor­zich­tig de emmer die mid­den op de trap­tre­de staat. Ze mom­pelt iets wat ver­lo­ren gaat in de slech­te akoes­tiek van de hol­le buis waar we ons in bevin­den. Omdat ik het niet ver­sta draai ik me om en wil vra­gen of ze het mis­schien kan her­ha­len. Het is ech­ter niet tegen mij gericht zo merk ik nu pas. Ze heeft een draad­loos dop­je in haar oor en is in gesprek met iemand. Ik vraag me of ze me mij wel gezien heeft nu ik zie hoe vol­le­dig ze opgaat in de con­ver­sa­tie met waar­schijn­lijk een goe­de vrien­din en onder­wijl op de auto­ma­ti­sche piloot bezig is haar cor­vee uit te voe­ren.

Zacht­jes flui­tend om haar niet te sto­ren ver­volg ik mijn tocht naar een hoge­re eta­ge alwaar ik mijn zie­ken­huis­be­zoek vol­gens voor­lo­pi­ge plan­ning voor de laat­ste keer ga afleg­gen. De pati­ënt mag mor­gen weer naar huis.

~ ~ ~

Dinsdag, 15 januari 2019

Het is druk bij de lift. Ik moet naar de vijf­de ver­die­ping. Omdat ik jong van hart ben kies ik als alter­na­tief voor de trap. Een best wel stei­le wen­tel­trap bij nader inzien. Voor mij beklimt een vrouw op leef­tijd maar altijd nog jon­ger dan ik dezelf­de trap. Aan­van­ke­lijk best wel snel maar dat ver­an­dert al bij de eer­ste omwen­te­ling. Ook begint ze te hij­gen. Na de twee­de omwen­te­ling moet ze even uit­rus­ten en grijpt daar­bij de leu­ning aan de bin­nen­zij­de vast. Een kapi­ta­le fout want nu heeft ze vrij zicht door de spij­len op de diep­te bene­den. Het lijkt of ze bij­na onder­uit gaat van angst wan­neer ze rea­li­seert ern­sti­ge hoog­te­vrees te heb­ben.

Ik vraag of ik van hulp kan zijn. Met boven­men­se­lij­ke kracht geeft ze aan dat dit niet nodig is ter­wijl ze tree­tje voor tree­tje en zucht na zucht haar weg omhoog ver­volgt. Tus­sen de zuch­ten door laat ze weten na de der­de omwen­te­ling de trap te zul­len ver­la­ten om als­nog de lift te nemen. Laat nu net de deur bij de der­de ver­die­ping geslo­ten zijn. Gedul­dig blijf ik op haar staan wach­ten tot ze van de schrik beko­men is en vol­doen­de adem heeft om er een aller­laat­ste vier­de omwen­te­ling uit te per­sen. Dan ver­l­lat ze ein­de­lijk vol­op zwe­tend en met rood aan­ge­lo­pen gezicht het trap­pen­huis waar ze door enke­le niet toe­val­lig aan­we­zi­ge ver­pleeg­sters wordt opge­van­gen en voor de zeker­heid even op een gereed­staand zie­ken­huis­bed wordt gelegd.

Flui­tend ver­volg ik mijn tocht naar een hoge­re eta­ge alwaar ik mijn zie­ken­huis­be­zoek ga afleg­gen.

~ ~ ~