altijd groener bij de buurman

Wij zijn allemaal tekortschietende wezens in een universum waar voor iedereen geen of slechts kortdurend geluk is weggelegd.

“Het is afgelopen. Ik leg er tegels in.” Met deze medeling gooide mijn oud-collega jaren geleden de handdoek in de ring. Hij had de strijd verloren. Het gras bij zijn buurman was al die jaren groener gebleken dan zijn vale gazonnetje. Wat hij er ook aan gedaan had, niets had succes gehad. Nu was het genoeg. De eerstvolgende zaterdag zou hij beginnen. Voor de zekerheid nam hij ook nog enkele dagen na het weekend vrij om de klus in één keer te klaren. Op donderdag was hij er weer. Helemaal in zijn nopjes. De tegels lagen er strak in. Hij had ook nog een kunststof tuinhuisje gekocht en dat achter op de plaats gezet.

Geluk is van korte duur en mag geen naam hebben.
Enkele weken later kwam hij zwaar depressief op het werk. Zijn pogingen om een oprukkende mierenplaag de kop in te drukken waren jammerlijk mislukt. In plaats van te accepteren dat hij niet voldoende zwarte aarde had verwijderd alvorens de tegels te plaatsen, zag hij bevestiging dat de diertjes de oorzaak waren van zijn vruchteloze pogingen een sappig groen gazon te creëren. Er waren rigoreuze maatregelen nodig. Bij gebrek aan voldoende spiritus om tussen de voegen van de tegels te gieten nam hij een volle jerrycan petroleum. Daarna ging hij in de deuropening van de bijkeuken staan en wierp een brandende lucifer de plaats op.

Er gebeurde niets.
Net toen hij een tweede lucifer wilde gebruiken klonk er een doffe dreun. Met verbazing zag hij hoe een enorme steekvlam alle tegels de lucht in blies en vervolgens het tuinhuisje volkomen verschroeide. Hij had niet meteen in de gaten dat twee van zijn vingers brandwonden opliepen door de brandende lucifer die hij nog steeds vasthield. Vanwege de ontploffing sneuvelden ook nog twee ramen van de bijkeuken.

Wij zijn tekortschietende wezens.
In datzelfde jaar kreeg zijn buurman last van mollen. Weer later kleurde het gras van groen naar bruin naar geel. Om daarna te verdorren. Mijn oud-collega zou hiervan genoten hebben, ware het niet dat hij inmiddels aan een hartaanval gestorven was. Twee huizen verder stond een man zich vergenoegd de handen te wrijven terwijl hij uitkeek over zijn gezonde grasmat. Hij wist het nog niet, maar zijn triomf zou van korte duur zijn.

~ ~ ~

Wat voor blogger ben ik nu eigenlijk?

Donderdagochtend 1 maart werd ik met een schok wakker. Het eerste wat ik me realiseerde was dat ik me verslapen had. De klok gaf 06.45 uur aan en ik wist zeker dat ik de wekker op 06.00 uur had gezet. Drie kwartier te lang in mijn bed blijven liggen. Vervolgens viel me op dat dit niet mijn bed was. Ik lag in een hotelkamer mijn tijd te verdoen. Wat me deed beseffen dat ik hier niet zonder reden lag. Er stond vandaag een belangrijke bijeenkomst gepland en ik zou daar een presentatie moeten verzorgen. Dat had ik een dag eerder te horen gekregen. Onze projectmanager was ziek geworden en zijn plaatsvervanger dat was ik.

Een lichte paniek begon zich van mij meester te maken. Of was het een opkomende misselijkheid die verband hield met het drinkgelag van gisteravond? Want dat werd me ondertussen ook wel duidelijk, het voorgenomen plan om slechts eventjes naar de hotelbar te gaan was jammerlijk mislukt. Ergens rond 02.30 uur rolde ik mijn bed pas in. Weg was de voorbereidingstijd voor mijn presentatie. Zowel gisteravond als deze ochtend. Klokslag 08.00 uur zou de bijeenkomst beginnen dus ik had net voldoende tijd om te douchen, ontbijten, tas inpakken, uitchecken en de weg vinden naar de conferentiezaal.

Onder de douche bekroop me een volgende gedachte. Er was nog iets dat ik gemist had. Het #iederedagbloggen wat ik zo stoer op 23 december ingezet had. Helemaal niet meer aan gedacht toen er doorgeschakeld werd van bier naar wodka. Zomaar vergeten. Weg was de illusie dat ik het met gemak een jaartje vol kon houden. Dit kon ik niet meer goedmaken. Zelfs als ik tien blogs zou posten later die avond dan nog zou er dat hatelijk hiaat zijn op de 29ste februari. Hoe cynisch ook. Juist die extra dag doet me das om. Niks geen plus-dag, maar een mineur-dag.

Nu is het zondag 4 maart. En dit wordt mijn eerste blog sinds die (ver)schrikkel(ijke)dag. Een blog waarin ik mij afvraag wat voor blogger ik nu eigenlijk ben. Want, heel eerlijk? Ik ben ergens wel blij dat ik ineens #iederedagblogger af ben. Door onvoorziene omstandigheden, zeg maar. Een beetje buiten mijn schuld om. Ik kon er niet zoveel aan doen. En nog wat excuses meer. Allemaal om aan te geven dat ik eigenlijk geen #iederedagblogger ben. Eigenlijk ben ik helemaal geen blogger in de zin dat ik een logboek bijhoud op het web. Mijn domein petepel.nl is voor mij nooit echt een blogsite geweest maar eerder een soort van verzamelplek waar ik mijn schrijfsels deel met de rest van de wereld.

Een blogger heb ik altijd gezien als iemand die dicht op de actualiteit zit of vanwege werk dan wel hobby zich gespecialiseerd heeft in een bepaald onderwerp. En daar dan redelijk frequent over schrijft. Met daarnaast natuurlijk ook nog de blogger die zeer regelmatig verslag doet van zijn of haar persoonlijk leven. Dit kan zelfs gecombineerd worden. Ik herken mijzelf niet in het voorgaande. Ik zie mezelf als een denker (als iemand die veel tijd nodig heeft om alles om hem heen te begrijpen) en een schrijver (als iemand die liever schriftelijk communiceert dan mondeling) en niet als blogger.

Want mijn probleem is dat ik veel te langzaam ben. Ik loop achter de feiten aan. Hoewel ik dagelijks de krant lees en het journaal bekijk heb ik tijd nodig om een ander te laten bezinken. Ook ben ik op zoek naar de nuance. Geen hyperigheid voor mij, maar het tegengeluid. De duiding. Vandaar mijn voorliefde voor geschiedenis. Dus verwacht van mij geen blogjes die inspelen op de actualiteit van de dag. Misschien af en toe een fictieblogje als speelse duiding. Onschuldig.

Verder loop ik ook achter de muziek aan. Beschouw mij maar als een ‘late adopter of old music’. De ontdekkingen die ik op muziekgebied doe zijn voor mezelf van onschatbare waarde. Maar om dat te delen zou voor velen mosterd na de maaltijd zijn. Daarom verwerk ik nieuw ontdekte muziek in blogjes waarin ik een aanleiding heb gezocht om de muziek te kunnen delen zonder te laten doorschemeren hoe veel te laat ik pas achter die mooie muziek ben gekomen.

En zo loop ik dus overal achteraan. Films zie ik pas een aantal jaren later op Film1 omdat ik nooit naar de bioscoop ga. Boeken lees ik pas jaren nadat ik ze heb aangeschaft omdat ik ze onderop de stapel ‘nog te lezen’ leg. TV-series of programma’s zie ik pas tijden later wanneer ze op dvd worden uitgebracht omdat ik bijna geen tv meer kijk. Dus waar zou ik dagelijks over moeten bloggen?

Schrijven, dat doe ik wel degelijk elke dag. Voornamelijk over datgene waarover ik dan denk. Waar ik me op dat moment mee bezighoud. En dat schrijven, wel, dat is me de afgelopen maanden duidelijk geworden, dat is een langzaam proces. Hoe verrassend in het licht van het voorgaande. Ik schrijf over de boeken die ik lees, of over de film die ik gezien heb. Ik schrijf over zomaar iets om een reden te hebben mijn nieuw ontdekte muziek te kunnen delen. Ik schrijf over wat me overkomen is, wat ik gezien heb, wat ik gehoord heb. En ik schrijf fictie. Ik verzin een hoop. Omdat ik met een teveel aan fantasie zit opgescheept.

Tijdens dat schrijven wil ik vrij zijn. Vrij zijn om de tijd te nemen het verhaal goed tot zijn recht te laten komen. Zonder deadline. Zonder concessie te doen aan de tijdsdruk om een onaf blog te posten. Wat precies datgene is geweest dat me de afgelopen tijd dwars zat. Schrijven was geen probleem. Maar wel iedere dag een fatsoenlijk blog te publiceren welke in mijn ogen helemaal afgerond was. Omdat ik voldoende goede ideeën in mijn hoofd meedraag om over te schrijven, maar niet in staat ben om dat elke dag op de juiste wijze tot een mooi einde te brengen.

Daarom ben ik dus blij dat het experiment is afgelopen. Ik ben geen #iederedagblogger, zelfs geen blogger. Dat is me duidelijk geworden, en in die zin is het experiment me waardevol gebleken. Wat ik wel ben is een schrijver. Van verhalen (informatief, persoonlijk of fictief) die hun tijd nodig hebben om geschreven te worden en te rijpen in mijn hoofd. En daar ga ik enthousiast mee verder. Dus uiteindelijk gaat er niet zo heel veel veranderen. Deze website blijft volgeschreven worden met hopelijk interessante verhalen, en wie weet, post ik tussendoor een update om te laten weten waar ik zoal mee bezig ben.

~ ~ ~

Hertelicht

Wanneer je iets de eerste keer foutief opslaat, gaat het nog maar moeilijk uit je systeem. Ik spreek uit ervaring. Zo had ik in 2010 een training gericht op verandermanagement. We leerden daar meteen al tijdens de introductie dat ons brein op een voorspelbare wijze met veranderingen omgaat. Voorspelbaar in de zin dat er altijd een aantal fases doorlopen wordt:

  1. Loss – Verlies
  2. Doubt – Twijfel
  3. Discomfort – Ongemak
  4. Discovery – Ontdekking
  5. Understanding – Begrip
  6. Integration – Integratie

Tussen fase 3 en 4 is een zogenaamde gevarenzone, waarin het omslagpunt plaatsvindt. Daar wordt de keuze gemaakt om door te gaan naar fase 4 en de kansen te ontdekken die de verandering in zich heeft, of dat vrees je doet terugvallen naar fase 1.

Fase 1 is de fase waarin je geconfronteerd wordt met een verandering. In veel gevallen zullen mensen zich overvallen voelen. Het overheersende gevoel is dat van verlies. Je wordt uit je ‘comfortzone’ getrokken. Wanneer je mensen observeert die onverwachts een verandering aangekondigd krijgen, dan valt op dat ze dit vaak als verlamd ondergaan. Na de eerste schok krijgen ze de rest van de boodschap nog maar zelden mee. Ze zijn volop bezig het nieuws te verwerken. Als boodschapper heeft het weinig zin op dit moment veel informatie te geven om de mensen gerust te stellen. Dat kan men beter op een later tijdstip doen.

Om een pakkend beeld te geven van de primaire reactie van een persoon die in fase 1 te horen krijgt over een op handen zijnde verandering, kwam de trainer met het volgende op de proppen:

like a deer in the headlights

Mooi gevonden, maar ik verstond/vertaalde:

gelijk een dier in het hertelicht

Wat voor mij heel logisch is, want lang lang geleden toen ik nog heel heel klein jongetje was, ging ik een keer logeren bij een klasgenootje. ‘s Avonds zag ik op zijn nachtkastje een klein beeldje staan. Het was een hert met een groot gewei. Hij had het gekregen van zijn grootvader die uit Oostenrijk kwam. Nadat het licht werd uitgedaan bleef het hert een zwak schijnsel afgegeven. Het was gemaakt van een bepaald soort materiaal dat nog een tijdlang blijft nagloeien. Later zag ik het vaker maar bijna altijd waren het dan religieuze voorstellingen. Niet bij mijn klasgenootje. Hij had een hert. En dat hert gaf licht in het donker. Sindsdien krijg ik dat niet meer uit mijn hoofd.

Vandaag was ik getuige van verscheidene dieren die als verstijfd naar onze projectmanager keken toen hij vlak voor de lunch een totaal onverwachte aankondiging deed. Het hertelicht moest ik er zelf bij denken. Maar dat was geen probleem.

~ ~ ~

Kat

Gister las ik een blog van Robert Keizer (@robertkeizer). Hij had die dag geen blog geschreven. Omdat het aan z’n kat lag. Ik vind dat erg flauw. Ten eerste had hij die dag wèl een blog geschreven. En ten tweede vind ik het niet leuk dat hij z’n kat de schuld gaf van het feit dat hij geen blog geschreven had. Het was ook niet eerlijk. Want hij had dus wèl een blog geschreven. Of had ik dat al gezegd?

Weet u wat het is met katten? Je kunt er altijd wel een blog over schrijven. Daarom ben ik zo boos op Robert Keizer. Omdat hij het potentieel aan blogmateriaal niet wil zien. Het ligt bij wijze van spreken voor het oprapen. Maar wat doet hij? Klagen! Alsof er niet altijd iets leuks te bloggen is over je kat!
Neem nu die van mij. Toevallig zit ie nu te slapen. Maar anders.

~ ~ ~

Popmeditatie

De opdracht was simpel. Een lijst van 10 liedjes (inclusief youtube clip) aanleveren met een korte omschrijving per nummer. Bijna onmiddellijk had ik het plan om niet te proberen een top-10 van de mooiste nummers bij elkaar te zoeken. Dat soort taken gaat mij nooit goed af. Nee, ik zou een kleine persoonlijke geschiedenis componeren rondom nederlandstalige nummers die ik met mijn jeugd associeer. Ik zou het eens een keer makkelijk voor mezelf maken.

Maar het is me gelukt. Uiteindelijk ging het me nog redelijk makkelijk af om liedjes te vinden die mij bij de eerste tonen ieder op hun eigen manier meevoeren naar specifieke momenten in mijn leven. De opsomming waarvoor ik heb gekozen is niet altijd op volgorde van wanneer de liedjes bekend werden, maar meer wanneer ze voor mij belangrijk werden. Nogmaals, het gaat me niet om de kwaliteit van de nummers, maar puur om wat ze met me doen wanneer ik ze hoor. Ze staan ergens voor. Het is niet mijn lijstje van mooiste nummers. Wel van liedjes die me dierbaar zijn.

Vanochtend heeft Steven Gort vanaf 08.00 uur de 10 nummers via twitter gedeeld met zijn volgers. Daarna heeft hij de omschrijvingen die ik hem had aangeleverd in zijn blog Popmeditatie No. 17 verwerkt. Ik ga ze hier wederom de revue laten passeren juist omdat ze me zo dierbaar zijn, maar met hier en daar een iets aangepaste tekst want waarom zou ik in herhaling vallen? Dus ga zeker ook bij Steven kijken voor hoe het deze zondagochtend de ‘ether’ in werd geslingerd.
Bij het einde van de lijst ben ik aanbeland in 1995. Er zal ooit een nieuwe popmeditatie nodig zijn om over de jaren daarna te kunnen verhalen.

1. Boudewijn de Groot – Land van Maas en Waal – 1967
Een lied als uit een oertijd. Mijn mythologisch verleden. Ik schreef er al vaker over:

Wanneer ik bij tijd en wijle mezelf omdraai en terugkijk over het pad wat ik tot dusverre heb afgelegd, dan zie ik aan het begin altijd hetzelfde beeld. Mijn moeder, fietsend, en ikzelf in het kinderstoeltje. Daar begint mijn geschiedenis. Althans, datgene wat ik zelf ervan kan herinneren.

Ik associeer het met mijn allervroegste jeugd (ik ben eind 1963 geboren). We fietsen over een zonovergoten dijk op weg naar overal en nergens. Een en al geluk voel ik erbij. Het is de algehele vrolijkheid van het lied vermoed ik. Ooit heb ik het lied voor mijzelf wel eens hernoemd in Land van Moeder en Zoon.

2. Connie Vandenbos – Ik ben gelukkig zonder jou – 1966
Bij dit lied is het de wervelende muziek aan het begin die me onmiddellijk oppakt en meeneemt. Maar niet terug naar het onbezorgde Land van Moeder en Zoon. De dreigende ondertoon die ik er zelf altijd in hoor, plaatst me in een tijdvak erna. Waar ik blijf zitten met een gevoel van naderend onheil. Alsof ik voorvoelde dat er enkele moeilijke jaren aan zaten te komen. Ik denk niet dat het me om de strekking van het lied ging, maar eerder dat ik toch geraakt ben door het refrein in een tijd dat het in mijn beleving niet zo goed ging tussen mijn ouders onderling. Wat ik me herinner is dat ik, alleen op mijn eigen kamertje, het lied meezong met de gedachte dat ik gelukkiger zou zijn zonder hen. In een poging om het geluk vast te houden.

3. Zwarte Riek – Me wiegie was een stijfselkissie – 1956
Thuis werden er ontzettend veel smartlappen door mijn vader gezongen. Altijd was hij op zoek naar een radiozender die dit soort muziek uitzond. Er waren dagen dat ik niets anders hoorde. Nog steeds ben ik in staat een heel repertoire uit het hoofd op te dreunen. Dit nummer van Zwarte Riek is meer blijven hangen dan andere vergelijkbare liederen. Het is voor mij de klassieker onder de smartlappen. In dit nummer komen alle andere smartlappen samen. Wanneer ik bij mijn vader in de auto zat, voorin en zonder gordel, dan zie ik onszelf om het hardst meezingen. Om de haverklap gaf hij dan een klap op mijn linkerbeen in de maat van de muziek. Smart(k)lappen zijn een directe band met mijn vader.

4. Jan Boezeroen – De fles – 1970
In mijn herinnering werd er vroeger door iedereen ontzettend veel gedronken. Op elk familiefeest of bijeenkomst dan ook werd de fles ontkurkt. Maar ook zonder feest was er altijd wel aanleiding om te drinken. Ook mijn vader deed daar flink aan mee. Wat niet altijd de sfeer ten goede kwam in huis. Er werd daarom dus ook veel stiekem gedronken. De kinderen werden ingeschakeld om regelmatig wat bier bij te halen (dat mocht toen nog). Het statiegeld van de lege flesjes bier mocht je dan vaak houden. Een mooie beloning. Dat is alles wat wij zagen.
Dit lied opende pas later voor mij de ogen voor het leed achter deze vorm van verslaving. Het onderwerp komt regelmatig terug in mijn blogs. Vooral in de blogs rondom het personage Hans voor De Reünie kon ik veel kwijt over wat het met een gezin kan doen.

Voor de volledigheid:
Ik is niet Peter.
Hans is Ik.
Fictief is Hans. 

5. Rita Hoving – Laat me alleen – 1976
Dit nummer associeer ik altijd met mijn moeder die in mijn ogen leed onder de situatie van een man die altijd aan het werk was (overdag op de bouw, ‘s avonds en in het weekend bijklussen) en daarnaast een stevig borreltje nam, omdat dat nu eenmaal zo hoorde. Aan mij en mijn jongere broertje had ze ook nog eens haar handen vol en veel zal ze van ons daarvoor in die jaren niet terug hebben gekregen. Ik had het gevoel dat ze in die tijd erg met haar ziel onder de arm liep en dit nummer paste helemaal bij het beeld dat zij liever alleen zou zijn. Waarvan ik vurig hoopte dat het niet zou gebeuren.

6. Gerard van Maasakkers – Hé goade mee – 1977
Op zondagochtend stond altijd Omroep Brabant op. Dit nummer werd altijd gedraaid (tenminste zo bewaar ik de herinnering) rondom het item waar ze uitgaangstips voor de zondag gaven. Toen vond ik het een nummer van niks. Ik begon me een beetje te schamen voor mijn dialect sinds ik op de middelbare school zat en daar leerde dat het ‘fout’ was en ik ABN moest leren. Het was de tijd dat ik nog een jongetje van hout was dat aarzelend de eerste schreden buiten het dorp aan het zetten was. De ‘grote stad’ was waar het allemaal gebeurde, en het dorpse moest afgeschud worden. Want het was tenslotte achterlijk. Hoe een mens zich kan vergissen. Later is juist dit nummer voor mij aanleiding geweest me weer meer en bewuster te gaan verdiepen in de Nederlandstalige en Brabantse muziek.

7. Toontje Lager – Stiekem gedanst – 1982
Langzaam kwam de periode dat we meer uitgingen en de meisjes in ons leven een belangrijker rol kregen. Niet de meest gelukkige tijd voor mij, want meisjes en mij, dat is niet echt mijn ding. Vaak bleef het op afstand kijken met een stel andere vrienden en hopen dat er iets wonderbaarlijks gebeurde. In concreto: dat het meisje in kwestie de eerste ‘move’ zou maken, en dat ik dan niet in opperste paniek zou wegvluchten. Het waren lange avonden op deze manier. Gelukkig dat we altijd de troost van de alcohol hadden die de pijn verzachtte. Tot de volgende ochtend aanbrak.

8. Noodweer – In de disco – 1983
Toch deed het vreemde feit zich voor dat op de camping waar mijn ouders een stacaravan hadden en ik een hele tijd een vakantiebaantje in de campingwinkel had, ik me in de kantine vrijer bewoog en durfde te uiten dan tijdens het ‘echte’ uitgaan. Door mijn werk in de campingwinkel werd ik onderdeel van de ‘campingcrew’ en werd er anders naar mij gekeken. Hierdoor werd ik wat losser en durfde me wat meer te uiten. Niet dat het daardoor altijd succesvol was. Echter meedoen ‘in de disco’ was iets wat gelukkig wel op de camping voor me was weggelegd. Dan maar een afgang op zijn tijd. Beter dan nooit een poging te hebben gewaagd.

9. Robert Long – Waarom huil je nou – 1983
Op dezelfde camping leerde ik mijn eerste grote liefde kennen waarmee ik in ’86 na mijn militaire diensttijd ging samenwonen. Regelmatig vraag ik me nog steeds af waar het in die jaren precies fout is gegaan. Welke rol ik daarin had. Want fout ging het. En schuld heb ik des te meer. Zodat we in ’93 we weer uit elkaar gaan. Waarom dit nummer in mijn leven kwam kort nadat zij uit ons huis vertrokken was dat weet ik niet meer. Wel dat ik bij beluistering elke keer opnieuw vanaf 1:54 compleet in stukken breek. Het is mijn achilleshiel.
[Voor de trouwe volger: Dit lied is mijn toen niet onthulde geheim uit het blog Songbird makes a man cry.]

10. Van Dik Hout – Stil in mij – 1994
Lang is de titel van dit lied mijn lijflied gebleven na de hiervoor beschreven breuk. Er was een gat van binnen geslagen dat dieper, groter, donkerder was dan ik kon en wilde accepteren. De Man van Hout draagt het gemis nog altijd met zich mee.

De gehele afgelopen week ben ik veel met deze muziekkeuze in de weer geweest. Het heeft me onbewust en bewust flink beziggehouden en een hoop ‘food for thought’ geboden. Zowel over hoe bepaalde zaken gelopen zijn alsook over hoe ik vandaag de dag in het leven sta. Er is me weer wat meer duidelijk geworden over de normen en waarden die ik in mijzelf meedraag en hoe deze gevormd zijn over de jaren. In die zin besef ik opnieuw hoe belangrijk muziek voor mij is.

Bij deze wil ik Steven Gort dus nogmaals danken voor de aanzet welke hij gegeven heeft tot dit voor mij belangrijke muzikaal geheugenexperiment.

~ ~ ~