Einde zomervakantie

Na de kor­te vakan­tie in Zee­land beslo­ten we via Ant­wer­pen terug naar huis te keren. Daar ble­ven we toch wat lan­ger han­gen dan gepland omdat het weer in de loop van de dag steeds ver­der opklaarde.

~ ~ ~

Midweek VS

Voor mijn werk mocht ik naar de VS. Het was de twee­de keer sinds ik er in 1993 voor een lan­ge zomer­va­kan­tie zes weken rond­ge­reisd had. Met een col­le­ga vloog ik van Amster­dam naar Newark en van daar­uit namen we een huur­au­to. De col­le­ga die er val vaker was geweest gaf aan dat hij altijd moei­te had om op de juis­te wij­ze Newark uit te komen en vroeg me nadruk­ke­lijk om goed de kaart te lezen ter­wijl hij zou rij­den. Het luk­te ons zon­der al teveel moei­te om de juis­te weg naar Fis­h­kill te vin­den. Ik nam de omge­ving extra goed in me op omdat ik wist dat enke­le dagen later ik in m’n een­tje weer terug zou moe­ten rij­den van Fis­h­kill naar Newark.

In plaats van kamers in het hotel kre­gen we ieder een eigen ‘vakan­tie­huis­je’ toe­ge­we­zen. De eer­ste nacht heb ik bij­na geen oog dicht­ge­daan omdat ik de air­co niet wist uit te zet­ten. Ver­der beviel het uit­ste­kend. Jam­mer genoeg waren we er maar zelden.

Voor de terug­reis kon ik ’s mid­dags een huur­au­to opha­len. Ik was ver­baasd dat het een Mus­tang betrof. Hoe­wel ik niet iemand ben die veel om auto’s geeft vond ik dit toch wel kic­ken (afge­zien van de wit­te kleur). Het zal nie­mand ver­ba­zen dat ik er een stuk­je voor ben omge­re­den om er lan­ger van te genieten.

~ ~ ~

Reisje Rijssen

Voor de ver­an­de­ring kwam het zo maar eens uit dat we bei­den tege­lij­ker­tijd een paar daag­jes vrij had­den en dus ver­trok­ken Inge en ik naar Rijs­sen om gebruik te maken van een Bil­der­berg-bon die we nog kon­den ver­zil­ve­ren voor­dat de uiter­ste houd­baar­heids­da­tum over­schre­den zou zijn.

De omge­ving was er schit­te­rend. Heel wat kilo­me­ters heb­ben we al fiet­sends afge­legd door een wel­haast onein­dig natuurgebied.

Maar zelfs het prach­tig­ste uit­zicht kan niet voor­ko­men dat je soms nood­ge­dwon­gen een sani­tai­re stop moet inlas­sen wan­neer de rust­plaat­sen te ver uit elkaar lig­gen (of wan­neer je iets vaker dan nood­za­ke­lijk de ver­keer­de afslag neemt).

Geluk­kig is er altijd wel iemand te vin­den die dan een oog­je in het zeil houdt.

~ ~ ~

Hongerige merel

De merel die zo druk bezig was geweest met tak­jes eer­der dit voor­jaar waren we uit het oog ver­lo­ren. Dit jaar zeker geen nest in onze coni­fe­ren maar hoogst­waar­schijn­lijk ergens ver­der­op in de straat. Tot­dat we ‘m de afge­lo­pen dagen toch weer zo af en toe in onze tuin zagen rond­schar­re­len op zoek naar voed­sel. Waar het nest was had­den we nog niet ontdekt.

Tot van­daag. Luid gepiep bracht ons op het spoor. Een nest in onver­wach­te hoek mand. Ken­ne­lijk was het eer­ste nest niet gelukt of had de merel dit jaar geko­zen om het via de fran­se slag te doen. Hoe dan ook, wat nes­tel in een lege bloe­men­mand was vol­doen­de om een eitje in uit te broeden.

Nu had het merel­jong hon­ger. Van­daar al dat gepiep. Maar moe­der merel was ner­gens te bekennen.

Uit­ein­de­lijk heb­ben we maar wat nat voed­sel gemaakt en met een pin­cet­je naar bin­nen gepropt. Hope­lijk neemt moe­der natuur merel het van­af mor­gen weer over. Zoals het hoort.

~ ~ ~

Schuiven naar boven