Van mij – Eric & Sofie: Seizoen 2

Deze blogpost is deel 11 van 11 in de serie Eric & Sofie

Roerloos als een havik loerend naar een prooi hangt de scherpe punt enkele millimeters boven het huidoppervlak. Poriën staan nietsvermoedend uitnodigend open. Lichtblonde donshaartjes raken gehypnotiseerd door het statisch veld en strekken zich uit naar boven. Haast teleurgesteld zakken ze weer in, wanneer alsnog de punt een beetje naar links beweegt. Een betere positie aanneemt. Wachtend op het juiste moment.

Geconcentreerd zoekt Eric naar de juiste plek om te beginnen. Hij weet dat het moeilijk, zoniet onmogelijk is nog te corrigeren wanneer de eerste aanzet niet goed is. Dan wordt het een smeerboel.
Plotseling geheel zelfverzekerd stoot hij resoluut het koele staal in het wijkende vlees. Zoals zo vaak heeft Eric de fysieke gewaarwording dat wanneer het verzet breekt hij dit kan voelen in zijn vingertoppen. Een lichte elektrische schok die door zijn lichaam trekt. De overgave. Het zich eigen maken. Toe-eigenen van andermans lichaam.
Een druppel bloed welt op. Hij likt zijn lippen.
Verstoord door een geluid van buiten kijkt Eric op van zijn werk. Een vrachtwagen die met veel kabaal door de straat rijdt. Onder zich voelt hij hoe de vrouw zich uit haar benarde positie probeert te bevrijden. Hij zet wat meer druk met beide knieën en laat zich wat verder voorover zakken. Een zachte bries door het open raam doet zijn bezwete rug verkillen. Als het weer stil is kijkt Eric naar zijn vorderingen. Hij is bijna klaar.

Eric staat schuin achter Moniek. Zijn handen heeft hij gebald tot vuisten. Het liefst zou hij ze rond haar hals leggen en die langzaam dichtknijpen. Dit als straf voor het waardeloze voorstel om een keertje samen naar het zwembad te gaan. Hoe had hij kunnen instemmen?
Over haar schouder kijkt hij geërgerd naar de lange rij die schuifelend in een traag tempo zich richting de glijbaan voortbeweegt. Vol afschuw overziet hij de vele slappe bleke lijven. Zelfs de allerjongsten schamen zich niet voor hun vetkwabben. Zie ze daar staan op die trap, de losers. Opgewonden joelend voordat ze in de donkere tunnel verdwijnen.
Hij krijgt een visioen van de glijbaan als een enorme gehaktmolen waar het minderwaardige vlees in verwerkt wordt. Om beneden als gehakt uitgespuwd te worden in een poel van donkerrood schuimend bloed. Hoe heerlijk zou het zijn daar een duik in te kunnen maken. Drijvend in een lauwwarme soep van vermalen vlees en botten. Dikke smurrie die als natte slierten zeewier tussen de vingers glijdt. Onbewogen kijkt hij toe als sommigen uit de rij proberen te vluchten. Glibberend over de natte tegelvloer rennen ze richting uitgang maar worden genadeloos door de bewakers het bad in geslagen. Proestend komen ze boven water. Daarna kokhalzend wanneer ze beseffen wat ze hebben binnengekregen. Gorgelende geluiden wanneer een haak in hun hals verdwijnt en ze weer op het droge worden getrokken. De paniek slaat over op de wachtende menigte. Het gegil is oorverdovend.
“Hé, loop eens door, eikel!”
Voordat Eric zich om kan draaien, vervolgt de stem:
“Als je niet durft, pussy, move dan een fucking eind op. Kunnen wij verder.”
Verbaasd kijkt Eric de jongeman aan die hem nu passeert, en met zijn vriendin aan de hand vóór Moniek in de rij gaat staan.
Eric voelt dat Moniek wat dichter tegen hem aan gaat staan. Hij hoort haar sussende woordjes uitspreken. Bang dat ze is, dat hij een scene gaat maken. Maar hij is zich niet bewust van de beledigingen aan zijn adres. Hij heeft alleen maar oog voor het meisje aan de hand van de opgeschoten slungel. Beiden zijn rijkelijk versierd met tatoeages. Echter twee springen er voor hem uit. Tussen haar schouderbladen staat met zwierige letters ‘Made in Holland’. En boven haar billen in een iets kleinere letter ‘Eigendom van Wesley’. Een erectie zwelt op in zijn boxershort.

Een aantal dagen later sluit hij de deur van hun rijtjeshuis. In het zwembad was het niet moeilijk geweest om te zien welk kluisnummer het sleuteltje had dat ze aan haar pols droeg. Zonder moeite had hij later die middag het kluisje open gekregen en het huisadres achterhaald.
Nu wandelt hij in het donker van de nacht op zijn gemak terug naar waar hij de auto eerder heeft achtergelaten. In de tas die hij draagt zitten twee bloederige lappen. Zorgvuldig had hij ze uitgesneden. Daarna had hij er nieuwe stukken vel voor in de plaats genaaid. Zo kon ze weer met een schone lei beginnen, mocht ze weten te herstellen. Wesley had geen bezwaar gemaakt.

Sinds die tijd was zijn fascinatie alleen maar groter geworden voor de in zijn ogen meest simpele manier om andermans lichaam te claimen. Door het er gewoon op te tatoeëren. Waarom had hij hier niet eerder aan gedacht? Meteen had hij de benodigde instrumenten aangeschaft. Bij zijn Moniek had hij kunnen experimenteren. Ruimte genoeg. Voorlopig had hij zich beperkt tot eenvoudige voorstellingen die hij op internet gevonden had. Hij had het snel in de vingers.
Maar hij brak zijn hoofd over een passende tekst die hij op zijn slachtoffers kon achterlaten. Zijn eigen naam was uitgesloten. En een alter vond hij helemaal niets. Uiteindelijk was ook hier de oplossing subliem in eenvoud: ‘Van mij’.
Een slachtoffer had hij snel op het oog. Maar toen, midden in de voorbereidingen, had de komst van Sofie zijn wereld op de kop gezet en de plannen compleet doen wijzigen.

Het contact op afstand met Sofie had hem verrast. Snel werd duidelijk dat Sofie meer dan alleen een serial groupie was, ze had ook daadwerkelijk de smaak van het moorden te pakken. Meedogenloos had ze zijn opdrachten uitgevoerd. De foto’s die hij kreeg doorgestuurd van haar laatste proeve van bekwaamheid hadden hem op een idee gebracht.

Vandaag was het zover. ‘s Middags had hij zich teruggetrokken op zijn studeerkamer. De ingelijste teksten die boven zijn bureau hingen gaven hem ook nu weer de juiste inspiratie. Na een laatste routinecheck kon het benodigde gereedschap ingepakt worden. Daarna nam hij een koude douche.
Stipt om zeven uur betrad hij de slaapkamer. Zonder haast te maken ontdeed hij zich van zijn kleding. Pakte de spullen uit de tas en ging toen schrijlings over de vrouw zitten die op haar buik op bed lag. Nadat hij overtuigd was van de juiste plek begon hij met zijn werk.

Een voorbij daverende vrachtwagen haalt hem slechts korte tijd uit zijn concentratie. Hij is bijna klaar. Met vaste hand dirigeert hij de naald in juiste banen. De letters geeft hij zwierige krullen mee. Iets wat hij pas onlangs heeft geleerd. Tevreden bekijkt hij het resultaat.
Twee woorden om aan te geven dat dit lichaam van eigenaar verwisseld is.

Hij pakt de camera en maakt een foto van de tekst. Daarna nog eentje, maar dan zonder flits, zodat de tekst beter te lezen is. Een laatste foto van ietwat meer afstand, zodat ook het gezicht van de vrouw goed te zien is. Daarna verzendt hij de foto’s en de nieuwe opdracht naar het adres wat alleen bij Sofie en hem bekend is.

Uitgeput laat hij zich achterover op bed vallen. Tevreden met zichzelf kan hij niet nalaten zachtjes te grinniken. Eindelijk heeft hij een veilige manier gevonden om zich van die irritante zeug te ontdoen. Gek wordt hij de laatste tijd van haar. Zie ze daar nu staan draaien voor de spiegel om te kunnen lezen wat er in haar nek staat. Nee, lenig is ze niet. Dom wel.
Onwetend dat hij haar op een presenteerblaadje heeft aangeboden. Binnenkort zal haar lot bezegeld worden, terwijl hij zichzelf een alibi zal verschaffen. Geniaal. Hij moet er nog harder om lachen.
Moniek kijkt hem wanhopig aan.
“Wat staat er nu precies, Eric? Ik kan het niet goed zien. Het lijkt wel of er ‘Voor jou’ staat. Klopt dat?”
“Klopt.”
“Maar hoezo? Ik begrijp het niet.”
“Geeft niets,” zegt Eric terwijl hij opgestaan is en Moniek terug naar het bed trekt. Minzaam kijkt hij haar aan alvorens haar om te draaien.
“Dat komt nog wel.”
Ruw werkt hij zich bij haar naar binnen. De letters beginnen te dansen voor zijn ogen.

~ ~ ~

Cut like a Buffalo – Eric & Sofie: Seizoen 2

Deze blogpost is deel 10 van 11 in de serie Eric & Sofie

To get the optimum use out of the buffalo, the Native Americans had a specific method of butchery, first identified at the Olsen-Chubbock archaeological site in Colorado. The method involves skinning down the back in order to get at the tender meat just beneath the surface, the area known as the “hatched area.” After the removal of the hatched area, the front legs are cut off as well as the shoulder blades. Doing so exposes the hump meat, as well as the meat of the ribs and the Bison’s inner organs. After everything was exposed, the spine was then severed and the pelvis and hind legs removed. Finally, the neck and head were removed as one. This allowed for the tough meat to be dried and made into pemmican.

Zachtjes streelt Eric over de schouders van de vrouw die naast hem ligt. Zijn vrouw. Zijn Sofie!
Het dekbed heeft ze gedeeltelijk van zich afgeschud. Haar naakte rug is naar hem toegedraaid. Ongerepte vlakte. Een nieuw tabula rasa.
In gedachten ziet hij de optimale snijlijnen opdoemen. Het mes in z’n hand voelt plotseling zwaar.

Ze sliep al toen hij in bed stapte. Hij had overwogen haar wakker te maken, maar had zich bedacht. Op deze manier had hij meer gelegenheid haar van dichtbij te bestuderen in het spaarzaam binnenvallende maanlicht. God, wat was ze mooi.

Alweer enkele maanden waren verstreken sinds ze plotsklaps in z’n leven was verschenen. Met een waarschuwing dat haar man hem op de hielen zat. Geïntrigeerd geraakt was hij haar gaan volgen om uit te vinden of er geen geraffineerde valstrik voor hem was uitgezet. Niets was minder waar. Sofie was daadwerkelijk geobsedeerd door hem. Ze had de test glansrijk doorstaan.

Toch bleef daar die twijfel. Het was te mooi om waar te zijn.

Hij schuift het dekbed nog wat verder naar beneden. Ontbloot haar volle ronde billen. Precies zoals hij ze zich had voorgesteld. Dan richt hij de punt van het mes op haar nek. Behendig volgt hij de contouren van haar ruggengraat om bij haar achterste te eindigen. Hier legt hij het mes plat op haar linkerbil. Een rilling trekt door haar lichaam. Hij voelt hoe het vlees meegeeft wanneer hij de druk opvoert.

Zo blijft hij een poos zitten. In gedachten verzonken. Z’n hoofd vol met grazende bizons. Vredig zwerven ze in enorme kuddes over de Amerikaanse prairie. Volledig in harmonie met de Indianen die alleen bizons doden voor het vlees en de huiden. En ze verder met rust laten. Uit respect. Wel vijftig miljoen bizons moeten er op enig moment zijn geweest.

Hij hoort hoe een auto de stille straat komt ingereden.
“Tijd om te vertrekken,” mompelt hij in zichzelf.
Nadat hij het mes heeft opgeborgen en het dekbed teruggelegd heeft, buigt hij nog eenmaal over haar heen. Half verscholen in haar beschermende haardos fluistert hij een boodschap. Het klinkt als “You cut like a Buffalo.”
Vanuit de diepste diepten van haar slaap stijgt een warm bevestigend gekreun op.

Op de overloop houdt Eric zich in één van de kamers verborgen. Geduldig luistert hij hoe de man beneden z’n post doorneemt, iets te drinken uit de koelkast neemt en dan de trap opkomt. Hij verdwijnt in de badkamer. Zet de douche aan. Gooit z’n kleren op de overloop. Stapt dan onder de douche.
Eric komt voorzichtig uit z’n schuilplaats tevoorschijn. Hij ziet hoe de deur van de badkamer open staat. De man staat nietsvermoedend te douchen. Het gordijn is half dicht. Een ideale gelegenheid om zich van hem te ontdoen. Maar hij heeft andere plannen. Daarom draait hij zich om en loopt de trap af. Beneden aangekomen hoort hij hoe Sofie wakker is geworden. Vanuit de slaapkamer roept ze, “Ben jij dat?”
Bijna gelijktijdig met de man onder de douche, antwoordt Eric met “Ja, schat.” Hij vraagt zich af of Sofie hem gehoord heeft voordat hij de deur achter zich in het slot doet.

In de auto kijkt hij op z’n horloge. Kwart over drie. Er blijft niet veel tijd over tot het eerste ochtendgloren. Hij speelt wat met z’n voet op het gaspedaal terwijl hij voor de spoorwegovergang staat. Veewagons denderen monotoon voorbij. Het geloei van de verdoemde dieren is oorverdovend.

Een almaar aanzwellende golf gelukszoekers overspoelde in de negentiende eeuw het Amerikaanse vasteland van Oost naar West. Nietsontziend in hun streven tot kolonisering vaagden ze alles weg wat hen in de weg liep. Binnen de kortste keren waren er nog maar zo’n 500 bizons over.

Als hij de deur van de slaapkamer opent wenst hij zich dat het deze keer eindelijk gaat lukken. De voorgaande twee pogingen waren op een mislukking uitgelopen.
Hij kijkt rond. Alles lijkt nog op dezelfde plaats te staan zoals hij het had achtergelaten. De man is er slecht aan toe. Snel zet hij de camera aan. Zoomt in op het gezicht van de vrouw. Wijd opengesperde ogen kijken recht in de lens.
“En? Heb je al een besluit genomen?”
“…”
“Jaknikken is voldoende.”

Eric zoomt uit en stelt de camera zo in dat beide personen goed in beeld komen. Ze zitten tegenover elkaar in een keukenstoel. Vastgebonden en gekneveld. Op de stoelleuning bij de vrouw is een pistool bevestigd. Haar vinger is om de trekker geklemd. Vastgehouden door plakband.

“Kijk nou nog eens naar hem. Dat ziet er toch niet uit.
Hij kan toch nooit meer een goede vader voor je kind zijn.
Dat kind wil later spelen en rennen. Niet een rolstoel duwen.”

De vrouw begint hevig te schudden in haar stoel wanneer Eric op haar komt toegelopen. Hij legt een mes op haar schoot en maant haar stil te blijven zitten omdat ze zich anders kan bezeren. Uit z’n broekzak haalt hij een kogel. Die stopt hij in het pistool. Alles is nu gereed.

“Ik ga je nu voor de laatste keer vragen om de trekker over te halen.
Als je het niet doet, snij ik je keel door. En daarna vermoord ik alsnog je echtgenoot.
Blijft je kindje alleen over.
Heb je dat liever?”

Terloops kijkt Eric in de camera bij de volgende woorden:
“Je moet dit zelf doen. Ik wil je wel helpen om je zover te krijgen.
Maar je moet zelf de trekker overhalen.
Het mes steken.
Vergif mengen.
Wat dan ook.
Ik geloof in jou.”
Duidelijker kon hij niet zijn.

Niet begrijpend kijkt de vrouw op naar Eric. De man aan de overkant is inmiddels weer bewusteloos geraakt. Het pistool gericht op zijn hoofd. Eric pakt het mes op uit haar schoot. Zet het op haar keel. Maakt een kleine beweging om aan te geven dat het nu menens is.
“Ik tel af.
Drie, twee, …”

Een gedempte knal weerklinkt in de kleine kamer.

“Hmm, beetje slordig.
Dat pistool is zeker wat verschoven tijdens mijn afwezigheid.”
“…”
“Nou ja, het komt op hetzelfde neer. Hij zal het niet overleven. Hoop ik voor hem.”

~ ~ ~

Serial Groupie – Eric & Sofie: Seizoen 2

Deze blogpost is deel 9 van 11 in de serie Eric & Sofie

“Jezus Christus Crimineel! Wat ben jij een sukkel, zeg!
Echt, ik zweer het je!”

“Godverklote, wat moet ik nu met die arm?
Kunnen we weer opnieuw beginnen.
Alsof ik niets anders te doen heb.
Jezus!”

“Heb je nog geluk dat je een andere arm hebt.
Stel voor dat het je pik was geweest.”

“Ja, ja, ik weet het. Slecht voorbeeld.
Maak me nou niet kwader dan ik al ben. Please!”

Uiteindelijk was het me dan toch gelukt om alles opgenomen te krijgen zonder dat ikzelf pontificaal in beeld liep. Wat een hels karwei, filmen. Laat staan dat monteren achteraf. Maar met het eindresultaat kon ik wel leven. Ik wel.
Nu was het zaak om het op de geheugenkaart te zetten en deze dan strategisch achter te laten in de bibliotheek. Kijken of er gehapt zou worden. En afwachten wat haar reactie zou gaan zijn. Hier zou mijn mensenkennis getest worden.
Eerlijkheidshalve moet ik bekennen toch wel nerveus te zijn.

Een gevoel dat ik niet direct had toen mijn blik enkele maanden eerder op het volgende krantenbericht was gevallen:

‘Boetiek ‘Dressed 2 kill’. De smaak van bloed blijft lang in je mond hangen, is het niet?
Mijn man zit je op de hielen. Zoek me op!!’

Ik las zelfs nog wat verder voordat de naam van de boetiek een belletje deed rinkelen. Eerst zachtjes, toen luider en luider. Hels kabaal in mijn hersenpan.
‘Wat nou ‘Mijn man zit je op de hielen.’?
Er zit me helemaal niemand op de hielen! Ze weten gewoonweg niet waar ze het moeten zoeken. De eikels. Ze tasten in het duister. Hoe zouden ze mij, de random killer, ooit kunnen vinden!?’

Woedend was ik.
Totdat het besef doordrong dat indien het bericht inderdaad tot mij gericht zou zijn, er wel degelijk sprake was dat iemand me op het spoor was. Verbijsterd bleef ik naar het bericht staren.

In de volgende weken droeg ik het bericht overal met me mee. Geregeld nam ik het tevoorschijn en probeerde verschillende scenarios te toetsen op waarschijnlijkheid. Was het een valstrik? Een toevalstreffer? Had het niets met mij te maken?

Het was in die periode dat ik een toevallige voorbijganger tijdens een van mijn nachtelijke omzwervingen midden op een verlaten winkelstraat neergestoken heb. Random, dat zeker. Ook wel Kill and Rush. Maar toch geheel tegen mijn principes in. Be Prepared was ik echt niet.
Ik besefte dat ik actie moest gaan ondernemen. Iets doen was beter dan niets doen.

‘Zoek me op!!’
Was makkelijker dan ik had gedacht. Via krantenverslagen en internet kon ik binnen de kortste keren lokaliseren wie de onderzoeksleider was in enkele van de moordzaken die men had samengebracht als zijnde het bewijs dat er een seriemoordenaar bezig was. Een fluitje van een cent om zijn liefje te identificeren. Zijn Sofietje.
De volgende fase nam wat meer tijd in beslag. Zorgvuldig ging ik de gangen na van deze Sofie. Wat ze zoal deed de hele dag. Wie ze ontmoette. Waar ze werkte. Wat haar hobby’s waren. De vele bezoekjes die ze bracht aan de bibliotheek. De boeken die ze las. Die ik zelf ook ging lezen.
En langzaam begon zich een plan te vormen.

De eerste kruimels die ik achterliet waren verstopt in voor de hand liggende titels. Misdaadverhalen over seriemoordenaars en –verkrachters. De boodschappen waren nietszeggend voor ieder ander, maar ik wist dat indien Sofie er op zou stuiten, ze onmiddellijk door zou hebben dat ze van mij afkomstig waren.
Al na enkele dagen had ze gehapt en gereageerd. Een nieuw bericht verscheen in de krant.
Nog steeds wist ik niet met zekerheid of het geen valstrik zou kunnen zijn. Maar dat zou mijn plan afdoende gaan bewijzen. En het zou me nog meer brengen. Het dodelijke bewijs dat ik een partner in crime had gevonden. Of althans iemand die me niet zou aangeven. Me zou adoreren en bijstaan. Misschien wel begrijpen.

Nieuwe kruimels werden gestrooid. Deze keer tussen de secundaire literatuur met case studies over zogenaamde serial killer groupies. Fascinerende gevallen die ik ademloos had verslonden. Nooit eerder had ik een idee gehad van de seksuele aantrekkingskracht die uitging van mijn niet alledaagse hobby. Als Sofie was wat ik dacht wat ze was, dan stond ze hierin niet alleen.

Elke volgende dag haastte ik me de krant door te bladeren naar een levensteken van haar. Op zoek naar het bevrijdende bericht dat ik goed zat. Een week later was het raak. Ik had mijn eigen Victoria Redstall gevonden!

Nu kon ik eindelijk het aas uitgooien waarmee ik de vis zou vangen en binnenhalen. Met kloppend hart verstopte ik het geheugenkaartje. Hopelijk zou ze niet te lang wachten met reageren. Haar neef was er al redelijk slecht aan toe.

“Ha! Hier zullen we een bericht van je lievelingsnichtje hebben.
Eens kijken wat ze schrijft.”

“Zo, lief nichtje heb jij. Daar zul je blij mee zijn.”

“Wacht, ik zal het je zelf laten lezen.”

“Oh, nee. Dat gaat natuurlijk niet meer.
Ik zal het je voorlezen.
Eerst even je ore…, euh die gaatjes vrijmaken.”

~ ~ ~

Kill & Rush! – Eric: Seizoen 1

Deze blogpost is deel 8 van 11 in de serie Eric & Sofie

Het moeilijkst is om zonder te spetteren dodelijke messteken toe te brengen. De gegeven tijd is ook een uitdaging. Slechts enkele minuten heb je de tijd. Dat is dan ook meteen de kick.
‘Kill & Rush!’
Groot contrast met zijn zorgvuldig geplande moordpartijen ‘aan huis’.

Hij kijkt de vrouw recht in haar ogen. Die staan wijd open. Onder zijn hand voelt hij de natte warmte van haar tong. Tanden pogen in zijn handpalm te bijten, maar krijgen geen grip. Ze spartelt met haar benen.

Met zijn volle gewicht hangt hij nu tegen haar aan. Drukt haar alsmaar harder tegen de wand. Het mes houdt hij stevig vast. Diep zit het weggezonken in haar zij. Bloed gutst uit de wond. Naar beneden op het bankje, waar het opgenomen wordt door haar kleding.
Gefascineerd blijft hij in haar ogen kijken. Zou het hem lukken om de overgang te kunnen zien? Het moment waarop zij vertrekt naar een andere plek? De geest geeft?
Impulsief likt hij haar neus. Brengt zijn tong in een holte. Cirkelt rond. Trekt zich terug en hapt vervolgens toe. De zilte smaak van snot. Vermengd met tranen. En bloed natuurlijk.
Haar ogen worden troebel. De weerstand neemt af.

“Eric?”

“Eric?”
“Hmm.”
“Eric? Kun je alsjeblieft even iets ruilen? Het is te klein.”
“Hmm.”

Moniek steekt haar arm door het gordijn en voelt dat het kledingstuk wordt aangepakt door Eric. Ze gaat zitten. Haar armen heeft ze beschermend om haar bovenlijf geslagen. Het is kil. Ze krijgt kippenvel.
Vanuit haar ooghoeken bekijkt ze zichzelf in de spiegel. Nog steeds niet gewend. Opnieuw vraagt ze zich af wat Eric ziet in de vele tatoeages op haar lichaam. Die hij zelf aanbrengt. Tijdens pijnlijke sessies. Ze probeert aan iets anders te denken.
Het wachten duurt lang. Onbewust zingt ze zachtjes mee met de achtergrondmuziek. ‘Just another manic Monday.’
Pas nu valt het haar op dat de stilte is teruggekeerd in het hokje naast haar. Terwijl ze dat… setje paste had haar buurvrouw af en toe tegen de wanden gebeukt. Alsof ze continu haar evenwicht verloor tijdens het omkleden. Zou Eric het ook gehoord hebben?
Waar blijft hij toch?
Hopelijk is er geen grotere maat beschikbaar.

“Kleed je maar aan.”
“Waarom? Hoef ik niet meer iets anders te passen?”
“Nee, laat maar. We gaan.”
“Maar, Eric…”
“Schiet nou maar op!”

Met al zijn kracht had Eric het hoofd van de bewusteloze vrouw op het haakje aan de muur gespietst. Hij had een beugel-bh gevonden en haar die aangetrokken. Voorzichtig had hij van boven in beide borsten gesneden. Zodat ze bijna los kwamen van haar lichaam. Als rijpe vruchten bleven ze in de ruime cup liggen drijven. Zijn blik was als vanzelf over haar naakte lichaam gegaan, neerwaarts naar het minuscule slipje dat ze aan had. Te klein voor haar bikinilijn. Met één haal had hij het broekje losgesneden. Aarzelend had hij zijn hand tussen haar benen gebracht. Geen designervagina. Voordat hij haar daar scalpeerde had hij nog eventjes met haar schaamlippen gespeeld.
Hierna was het de hoogste tijd om de kleine ruimte te verlaten. Snel had hij in de paskamerspiegel gecheckt of er iets van bloed op hem terecht was gekomen. En was toen naar buiten gestapt.

Ietwat later stapt Moniek uit het pashokje.

Samen lopen ze de winkel uit.
Eenmaal in de winkelstraat stelt Eric voor om ergens koffie te gaan drinken. Weer een stukje verder geeft hij aan dat hij iets vergeten is en vraagt aan Moniek om voor hem een espresso te bestellen bij de eerste zaak die ze ziet. Hij rent terug.
Moniek blijft staan en vraagt zich af wat hij vergeten zou kunnen zijn. Totdat haar aandacht wordt afgeleid door een etalage. Ze krijgt weer zin om te gaan winkelen. Eric had deze keer een gezellig stadje uitgezocht. Dat deed hij altijd, de spaarzame keren dat hij meeging.
Alleen jammer dat ze soms van die kleine winkeltjes ingingen waar ze dan van die hoerige spullen aan moest trekken. Uiteindelijk kochten ze nooit iets, maar het passen vond ze vervelend. Gelukkig hadden ze dat voor vandaag weer gehad.

Eric kijkt om zich heen als hij de zaak binnenstapt. Zo te zien was er niemand binnengekomen nadat ze vertrokken waren. Mooi.
De eigenaresse is bezig wat bh’s recht te hangen. Ze herkent haar klant van daarnet.

“Bent u iets vergeten?”
“Jazeker”, zegt Eric.

Terwijl hij recht op haar afloopt trekt hij zijn mes tevoorschijn.

~ ~ ~

In het Fantasierijk – Eric: Seizoen 1

Deze blogpost is deel 7 van 11 in de serie Eric & Sofie

Ik kijk tegen het achterhoofd van mijn ontvoerder. We zitten in een auto. De man achter het stuur. Ikzelf op de achterbank.
Er is iets over m’n mond geplakt. Is hij bang dat ik anders ga gillen?

De man draait zich om en kijkt me doordringend aan voordat hij zijn blik weer op de weg richt.
Begint hij nu ook nog te praten tegen mij? Ja hoor, wat een eikel. Duidelijk een steekje los. Wat je eerder bij mij zou verwachten.
Even opletten wat hij zegt.

“…dacht zeker de dans te ontspringen, of niet soms!? Maar ik zag je wel zitten in de hoek van de kamer. Tot nu toe wijst er nog geen enkel spoor naar mij, en dan zou ik nu een ooggetuige over het hoofd zien? Ik dacht het niet, mannetje. Jij gaat mooi mee, en dan zal ik eens kijken wat ik met je ga doen.”

Het zal wel. Verwacht hij nu dat ik iets terug ga zeggen? Zou ook zonder die tape over mijn mond bijzonder zijn geweest.
Breng me nu maar gewoon terug naar huis. Alsof ik iets zou verklappen. Thuis wacht iemand die me de komende tijd hard nodig zal hebben. Meer dan anders, ben ik bang.

Altijd had ik gedacht dat pijn niet iets voor ons zou zijn. Maar daarin heb ik me erg vergist. Wat heet, de pijn is ondraaglijk!
Toen de man, die zichzelf voorgesteld heeft als Eric maar ik weiger die naam te gebruiken, in mijn rechterbeen begon te zagen, dacht ik bijna flauw te vallen. Later is dat alsnog gebeurd. Niet nadat hij ook mijn linkerbeen had afgezaagd. Het beeld van al dat houtwol werd me ineens teveel.

Visioenen van magazijnen en winkelschappen. Heel even dacht ik alles gedroomd te hebben, totdat nieuwe pijnscheuten me terugbrachten in de realiteit. Terug bij de man. Terug in deze martelkamer. Ik vrees dat ik hier mijn einde zal vinden.
Nu komt hij op me af met een tang in z’n handen. Dreigend houdt hij dit instrument vlak voor mijn hoofd. Of beter, vlak voor mijn ogen.
Hij zal toch niet? Neeeeehhh!!
Aaaahhh!! Mijn oog! Auwauwauwauw.

Waar ben ik?
Waarom zie ik niets?
Wat is die brandlucht?

Ik voel geen pijn meer. Ik wil terug naar huis. Naar mijn familie…

Een vrouw zit aan tafel. Voor haar staat een mok thee. Ernaast een doosje tabletten. In de keuken is het een en al bedrijvigheid. De politie is bezig met sporenonderzoek.
Zojuist is haar man (althans wat er van hem over was) naar buiten gedragen.
Boven hoort ze haar zoontje. Die nog van niets weet.
Hoe moet ze hem vertellen waar zijn vader is gebleven?
Ze kijkt op en ziet haar kleine jongen de trap afkomen. Nog in pyjama. Hij huilt.
Zou hij al onbewust weten wat er zich heeft afgespeeld vannacht?
Beneden aangekomen slaat hij zijn armen om haar heen en drukt zich stevig tegen haar aan. Bijna onhoorbaar klinkt zijn stemmetje vanuit haar ochtendkleding: “Mamma, waar is mijn knuffel?”

~ ~ ~

Experimenten – Eric: Seizoen 1

Deze blogpost is deel 6 van 11 in de serie Eric & Sofie

Vanuit de hoogte ziet ze zichzelf liggen op een witte operatietafel. Een felle lamp beschijnt haar in een laken gehulde naakte lichaam. In de hoeken van de kamer die aan haar blik onttrokken zijn lijkt iemand te zijn. Geluid als van zware ademhaling. Een deur gaat open. Er valt donkerte naar binnen. Niet te zien is wie er de ruimte verlaat. Wanneer de deur dichtvalt komt het laken tot leven. Het krijgt meer volume en dreigt haar gaandeweg te verstikken. Doodse kilte trekt in haar lijf. Alles om haar heen is nat. Langzaam zakt ze weg in een diepe
Om met een schok wakker te worden.
Het besef van blindheid. Eerder dan de realiteit van de blinddoek. En de handboeien.

Eric zit aan de keukentafel. De fruitschaal die midden op tafel stond, heeft hij naar zich toegetrokken. Hij twijfelt tussen een peer of een appel. Er zijn dagen dat een dilemma als dit hem tot razernij kan drijven. Niet vannacht. Als in trance maakt hij een weloverwogen keuze voor een appel. Elstars zijn tenslotte z’n lievelingsappels.
Het rijtje messen dat voor hem ligt bezorgt hem een volgende keuzemoment. Dit keer een meerkeuze vraag. Ook nu geen frustratie, maar direct het meest bloederige mes uitgezocht.
Aandachtig begint Eric te schillen. Eerder die avond is het gekozen mes daar erg geschikt voor gebleken.

Dan de woede die op komt zetten. Op zichzelf. Maar vooral op haar man. Hij had alle afspraken geschonden. De regels met voeten getreden. Dat de onderworpene de grenzen van het spel bepaalt.
Veel te lang had het geduurd voordat hij naar boven was gekomen. Al half in slaap was ze verre van opgewonden toen ze zijn handen over haar lichaam voelde gaan. De magie van eerder die avond was verdwenen. Om later teleurstelling bij haar man te voorkomen gaf ze meteen het afgesproken teken. Als reactie werd er een opgepropte nylonkous in haar mond gestopt. Furieus was ze hevig om zich heen gaan schoppen. Met een ruwheid niet gewend van hem, werden haar voeten daarop vastgeklonken aan de uiteinden van het bed.
In een uiterste poging zich los te wringen kromde ze haar rug. Een striemende slag op één van haar borsten deed haar ineenkrimpen van pijn. Ze raakte in ademnood door de prop. Haar neus werd langzaam dichtgeknepen.

Het belletje van de magnetron haalt Eric uit z’n concentratie. Verstoord kijkt hij op. Het streven om de schil van de appel als één stuk te verwijderen is vergeten. Ook waarom de magnetron aan was gezet. Had hij dat zelf gedaan? Op de tafel voor hem staat de videocamera. Ernaast ligt de hondenriem. Er hangt een weeë lucht in de keuken.
Eric spoelt de opname een stukje terug en bekijkt de laatste beelden. Daarna schakelt hij over naar ‘Record’ en opent het deurtje van de magnetron. Twee paar uitpuilende ogen kijken in de camera. Het ziet er anders uit dan Eric had ingeschat. Een leerzaam experiment. Gelukkig was er nog ruimte op de tape.

Maar toch ook op haarzelf. Vanwege het schaamteloze genot. De ervaring van het weerloos zijn was nog nooit zo totaal geweest. Overgeleverd aan haar man had haar lijf de overhand genomen. Na de verbijstering over deze ongekend harde aanpak was de lust ontwaakt. Ze had de andere borst toegekeerd en gulzig alle vernederingen ondergaan. Het moest wel als aanmoediging zijn overgekomen.
Altijd had ze het gevoel gehad dat haar man niet goed raad wist met dit aspect in hun rollenspel. Hij had ooit aangegeven dat sadisme hem niet lag.
Deze avond was daar geen sprake van geweest. Verregaande perversiteit gecombineerd met brute agressie had haar volledig uitgeput en verwoest. Alles deed haar pijn en ze verlangde naar een bad.
Daarom was ze uiteindelijk zo kwaad op hem. Want hij was zomaar in slaap gevallen. Half op haar. Half in haar. Zonder haar los te maken. Met de prop nog in haar mond. De blinddoek voor haar ogen.

Eric stopt de videocamera in de tas en maakt een laatste rondje door keuken- en woonkamer. De lampen doet hij uit. Het waxinelichtje wordt uitgeblazen. Koffiekopjes en wijnglazen zet hij in de vaatwasser. Als laatste pakt hij de sleutelbos van tafel en loopt naar de voordeur. Hij wil naar huis, heeft sinds tijden weer eens zin in zijn vrouw.

Koud en nat drukt zijn gewicht op haar naakte lijf. Het lukt haar niet om hem van zich af te schudden. Buiten haar eigen gejaagde ademhalen door de neus, is het doodstil in de kamer.
Dan hoort de vrouw dat de voordeur van het nachtslot gehaald wordt.

~ ~ ~