Van mij — Eric & Sofie: Seizoen 2

Deze blog­post is deel 14 van 14 in de serie Eric & Sofie

Roer­loos als een havik loerend naar een prooi hangt de scherpe punt enkele mil­lime­ters boven het huidopper­vlak. Poriën staan nietsver­moe­dend uitn­odi­gend open. Licht­blonde don­shaart­jes rak­en gehyp­no­tiseerd door het sta­tisch veld en strekken zich uit naar boven. Haast teleurgesteld zakken ze weer in, wan­neer alsnog de punt een beet­je naar links beweegt. Een betere posi­tie aan­neemt. Wach­t­end op het juiste moment.

Gecon­cen­treerd zoekt Eric naar de juiste plek om te begin­nen. Hij weet dat het moeil­ijk, zoni­et onmo­gelijk is nog te cor­rigeren wan­neer de eerste aanzet niet goed is. Dan wordt het een smeer­boel.
Plot­sel­ing geheel zelfverzek­erd stoot hij res­olu­ut het koele staal in het wijk­ende vlees. Zoals zo vaak heeft Eric de fysieke gewaar­word­ing dat wan­neer het verzet breekt hij dit kan voe­len in zijn vinger­top­pen. Een lichte elek­trische schok die door zijn lichaam trekt. De over­gave. Het zich eigen mak­en. Toe-eige­nen van ander­mans lichaam.
Een drup­pel bloed welt op. Hij likt zijn lip­pen.
Ver­sto­ord door een gelu­id van buiten kijkt Eric op van zijn werk. Een vracht­wa­gen die met veel kabaal door de straat rijdt. Onder zich voelt hij hoe de vrouw zich uit haar benarde posi­tie probeert te bevri­j­den. Hij zet wat meer druk met bei­de knieën en laat zich wat verder voorover zakken. Een zachte bries door het open raam doet zijn bezwete rug verkillen. Als het weer stil is kijkt Eric naar zijn vorderin­gen. Hij is bij­na klaar.

Eric staat schuin achter Moniek. Zijn han­den heeft hij gebald tot vuis­ten. Het lief­st zou hij ze rond haar hals leggen en die langza­am dichtkni­jpen. Dit als straf voor het waarde­loze voors­tel om een keert­je samen naar het zwem­bad te gaan. Hoe had hij kun­nen instem­men?
Over haar schoud­er kijkt hij geërg­erd naar de lange rij die schuife­lend in een traag tem­po zich richt­ing de gli­jbaan voort­be­weegt. Vol afschuw overzi­et hij de vele slappe bleke lijven. Zelfs de aller­jong­sten schamen zich niet voor hun vetk­wabben. Zie ze daar staan op die trap, de losers. Opge­won­den joe­lend voor­dat ze in de donkere tun­nel verd­wi­j­nen.
Hij kri­jgt een visioen van de gli­jbaan als een enorme gehak­t­molen waar het min­der­waardi­ge vlees in ver­w­erkt wordt. Om bene­den als gehakt uit­ge­spuwd te wor­den in een poel van donker­rood schuimend bloed. Hoe heer­lijk zou het zijn daar een duik in te kun­nen mak­en. Dri­jvend in een lauwwarme soep van ver­malen vlees en bot­ten. Dikke smur­rie die als nat­te slierten zeewier tussen de vingers gli­jdt. Onbe­wogen kijkt hij toe als som­mi­gen uit de rij proberen te vlucht­en. Glib­berend over de nat­te tegelvlo­er ren­nen ze richt­ing uit­gang maar wor­den genade­loos door de bewak­ers het bad in ges­la­gen. Proes­tend komen ze boven water. Daar­na kokhalzend wan­neer ze besef­fen wat ze hebben bin­nengekre­gen. Gorge­lende gelu­iden wan­neer een haak in hun hals verd­wi­jnt en ze weer op het droge wor­den getrokken. De paniek slaat over op de wach­t­ende menigte. Het gegil is oorver­dovend.
“Hé, loop eens door, eikel!”
Voor­dat Eric zich om kan draaien, ver­vol­gt de stem:
“Als je niet durft, pussy, move dan een fuck­ing eind op. Kun­nen wij verder.”
Ver­baasd kijkt Eric de jonge­man aan die hem nu passeert, en met zijn vriendin aan de hand vóór Moniek in de rij gaat staan.
Eric voelt dat Moniek wat dichter tegen hem aan gaat staan. Hij hoort haar sussende woord­jes uit­spreken. Bang dat ze is, dat hij een scene gaat mak­en. Maar hij is zich niet bewust van de beledigin­gen aan zijn adres. Hij heeft alleen maar oog voor het meis­je aan de hand van de opgeschoten slun­gel. Bei­den zijn rijke­lijk ver­sierd met tatoeages. Echter twee sprin­gen er voor hem uit. Tussen haar schoud­erbladen staat met zwierige let­ters ‘Made in Hol­land’. En boven haar billen in een iets kleinere let­ter ‘Eigen­dom van Wes­ley’. Een erec­tie zwelt op in zijn box­er­short.

Een aan­tal dagen lat­er sluit hij de deur van hun rijt­jeshuis. In het zwem­bad was het niet moeil­ijk geweest om te zien welk kluis­num­mer het sleutelt­je had dat ze aan haar pols droeg. Zon­der moeite had hij lat­er die mid­dag het kluis­je open gekre­gen en het huisadres achter­haald.
Nu wan­delt hij in het donker van de nacht op zijn gemak terug naar waar hij de auto eerder heeft achterge­lat­en. In de tas die hij draagt zit­ten twee bloed­erige lap­pen. Zorgvuldig had hij ze uit­gesne­den. Daar­na had hij er nieuwe stukken vel voor in de plaats genaaid. Zo kon ze weer met een schone lei begin­nen, mocht ze weten te her­stellen. Wes­ley had geen bezwaar gemaakt.

Sinds die tijd was zijn fas­ci­natie alleen maar grot­er gewor­den voor de in zijn ogen meest sim­pele manier om ander­mans lichaam te claimen. Door het er gewoon op te tatoeëren. Waarom had hij hier niet eerder aan gedacht? Meteen had hij de ben­odigde instru­menten aangeschaft. Bij zijn Moniek had hij kun­nen exper­i­menteren. Ruimte genoeg. Voor­lop­ig had hij zich beperkt tot een­voudi­ge voorstellin­gen die hij op inter­net gevon­den had. Hij had het snel in de vingers.
Maar hij brak zijn hoofd over een passende tekst die hij op zijn slachtof­fers kon achter­lat­en. Zijn eigen naam was uit­ges­loten. En een alter vond hij hele­maal niets. Uitein­delijk was ook hier de oploss­ing sub­liem in een­voud: ‘Van mij’.
Een slachtof­fer had hij snel op het oog. Maar toen, mid­den in de voor­berei­din­gen, had de komst van Sofie zijn wereld op de kop gezet en de plan­nen com­pleet doen wijzi­gen.

Het con­tact op afs­tand met Sofie had hem ver­rast. Snel werd duidelijk dat Sofie meer dan alleen een ser­i­al groupie was, ze had ook daad­w­erke­lijk de smaak van het moor­den te pakken. Mee­do­gen­loos had ze zijn opdracht­en uit­gevo­erd. De foto’s die hij kreeg doorges­tu­urd van haar laat­ste proeve van bek­waamheid had­den hem op een idee gebracht.

Van­daag was het zover. ‘s Mid­dags had hij zich teruggetrokken op zijn studeerkamer. De ingeli­jste tek­sten die boven zijn bureau hin­gen gaven hem ook nu weer de juiste inspi­ratie. Na een laat­ste rou­tinecheck kon het ben­odigde gereed­schap ingepakt wor­den. Daar­na nam hij een koude douche.
Stipt om zeven uur betrad hij de slaap­kamer. Zon­der haast te mak­en ont­deed hij zich van zijn kled­ing. Pak­te de spullen uit de tas en ging toen schri­jlings over de vrouw zit­ten die op haar buik op bed lag. Nadat hij over­tu­igd was van de juiste plek begon hij met zijn werk.

Een voor­bij dav­erende vracht­wa­gen haalt hem slechts korte tijd uit zijn con­cen­tratie. Hij is bij­na klaar. Met vaste hand dirigeert hij de naald in juiste banen. De let­ters geeft hij zwierige krullen mee. Iets wat hij pas onlangs heeft geleerd. Tevre­den bek­ijkt hij het resul­taat.
Twee woor­den om aan te geven dat dit lichaam van eige­naar ver­wis­seld is.

Hij pakt de cam­era en maakt een foto van de tekst. Daar­na nog een­t­je, maar dan zon­der flits, zodat de tekst beter te lezen is. Een laat­ste foto van iet­wat meer afs­tand, zodat ook het gezicht van de vrouw goed te zien is. Daar­na verzendt hij de foto’s en de nieuwe opdracht naar het adres wat alleen bij Sofie en hem bek­end is.

Uit­geput laat hij zich achterover op bed vallen. Tevre­den met zichzelf kan hij niet nalat­en zacht­jes te grin­niken. Ein­delijk heeft hij een veilige manier gevon­den om zich van die irri­tante zeug te ont­doen. Gek wordt hij de laat­ste tijd van haar. Zie ze daar nu staan draaien voor de spiegel om te kun­nen lezen wat er in haar nek staat. Nee, lenig is ze niet. Dom wel.
Onwe­tend dat hij haar op een pre­sen­teerblaad­je heeft aange­bo­den. Bin­nenko­rt zal haar lot bezegeld wor­den, ter­wi­jl hij zichzelf een ali­bi zal ver­schaf­fen. Geni­aal. Hij moet er nog hard­er om lachen.
Moniek kijkt hem wan­hopig aan.
“Wat staat er nu pre­cies, Eric? Ik kan het niet goed zien. Het lijkt wel of er ‘Voor jou’ staat. Klopt dat?”
“Klopt.”
“Maar hoe­zo? Ik begri­jp het niet.”
“Geeft niets,” zegt Eric ter­wi­jl hij opges­taan is en Moniek terug naar het bed trekt. Min­za­am kijkt hij haar aan alvorens haar om te draaien.
“Dat komt nog wel.”
Ruw werkt hij zich bij haar naar bin­nen. De let­ters begin­nen te dansen voor zijn ogen.

~ ~ ~

Cut like a Buffalo — Eric & Sofie: Seizoen 2

Deze blog­post is deel 12 van 14 in de serie Eric & Sofie

To get the opti­mum use out of the buf­fa­lo, the Native Amer­i­cans had a spe­cif­ic method of butch­ery, first iden­ti­fied at the Olsen-Chub­bock archae­o­log­i­cal site in Col­orado. The method involves skin­ning down the back in order to get at the ten­der meat just beneath the sur­face, the area known as the “hatched area.” After the removal of the hatched area, the front legs are cut off as well as the shoul­der blades. Doing so expos­es the hump meat, as well as the meat of the ribs and the Bison’s inner organs. After every­thing was exposed, the spine was then sev­ered and the pelvis and hind legs removed. Final­ly, the neck and head were removed as one. This allowed for the tough meat to be dried and made into pem­mi­can.

Zacht­jes streelt Eric over de schoud­ers van de vrouw die naast hem ligt. Zijn vrouw. Zijn Sofie!
Het dekbed heeft ze gedeel­telijk van zich afgeschud. Haar naak­te rug is naar hem toege­draaid. Ongerepte vlak­te. Een nieuw tab­u­la rasa.
In gedacht­en ziet hij de opti­male sni­jli­j­nen opdoe­men. Het mes in z’n hand voelt plot­sel­ing zwaar.

Ze sliep al toen hij in bed stapte. Hij had over­wogen haar wakker te mak­en, maar had zich bedacht. Op deze manier had hij meer gele­gen­heid haar van dicht­bij te bestud­eren in het spaarza­am bin­nen­val­lende maan­licht. God, wat was ze mooi.

Alweer enkele maan­den waren ver­streken sinds ze plot­sklaps in z’n lev­en was ver­sch­enen. Met een waarschuwing dat haar man hem op de hie­len zat. Geïn­trigeerd ger­aakt was hij haar gaan vol­gen om uit te vin­den of er geen ger­af­fi­neerde val­strik voor hem was uit­gezet. Niets was min­der waar. Sofie was daad­w­erke­lijk geob­sedeerd door hem. Ze had de test glan­srijk doorstaan.

Toch bleef daar die twi­jfel. Het was te mooi om waar te zijn.

Hij schuift het dekbed nog wat verder naar bene­den. Ont­bloot haar volle ronde billen. Pre­cies zoals hij ze zich had voorgesteld. Dan richt hij de punt van het mes op haar nek. Behendig vol­gt hij de con­touren van haar ruggen­graat om bij haar achter­ste te eindi­gen. Hier legt hij het mes plat op haar link­er­bil. Een rilling trekt door haar lichaam. Hij voelt hoe het vlees meegeeft wan­neer hij de druk opvo­ert.

Zo bli­jft hij een poos zit­ten. In gedacht­en ver­zonken. Z’n hoofd vol met grazende bizons. Vredig zwer­ven ze in enorme kud­des over de Amerikaanse prairie. Volledig in har­monie met de Indi­a­nen die alleen bizons doden voor het vlees en de huiden. En ze verder met rust lat­en. Uit respect. Wel vijftig miljoen bizons moeten er op enig moment zijn geweest.

Hij hoort hoe een auto de stille straat komt ingere­den.
“Tijd om te vertrekken,” mom­pelt hij in zichzelf.
Nadat hij het mes heeft opge­bor­gen en het dekbed teruggelegd heeft, buigt hij nog een­maal over haar heen. Half ver­sc­holen in haar bescher­mende haar­dos fluis­tert hij een bood­schap. Het klinkt als “You cut like a Buf­fa­lo.”
Vanu­it de diep­ste diepten van haar slaap sti­jgt een warm beves­ti­gend gekre­un op.

Op de over­loop houdt Eric zich in één van de kamers ver­bor­gen. Geduldig luis­tert hij hoe de man bene­den z’n post doorneemt, iets te drinken uit de koelka­st neemt en dan de trap opkomt. Hij verd­wi­jnt in de bad­kamer. Zet de douche aan. Gooit z’n kleren op de over­loop. Stapt dan onder de douche.
Eric komt voorzichtig uit z’n schuilplaats tevoorschi­jn. Hij ziet hoe de deur van de bad­kamer open staat. De man staat nietsver­moe­dend te douchen. Het gordi­jn is half dicht. Een ide­ale gele­gen­heid om zich van hem te ont­doen. Maar hij heeft andere plan­nen. Daarom draait hij zich om en loopt de trap af. Bene­den aangekomen hoort hij hoe Sofie wakker is gewor­den. Vanu­it de slaap­kamer roept ze, “Ben jij dat?”
Bij­na gelijk­ti­jdig met de man onder de douche, antwo­ordt Eric met “Ja, schat.” Hij vraagt zich af of Sofie hem geho­ord heeft voor­dat hij de deur achter zich in het slot doet.

In de auto kijkt hij op z’n hor­loge. Kwart over drie. Er bli­jft niet veel tijd over tot het eerste ocht­end­glo­ren. Hij speelt wat met z’n voet op het gaspedaal ter­wi­jl hij voor de spoor­we­gov­er­gang staat. Veewag­ons den­deren mono­toon voor­bij. Het geloei van de ver­doemde dieren is oorver­dovend.

Een almaar aanzwellende golf geluk­szoek­ers over­spoelde in de negen­tiende eeuw het Amerikaanse vaste­land van Oost naar West. Niet­sontziend in hun streven tot kolonis­er­ing vaag­den ze alles weg wat hen in de weg liep. Bin­nen de kort­ste keren waren er nog maar zo’n 500 bizons over.

Als hij de deur van de slaap­kamer opent wenst hij zich dat het deze keer ein­delijk gaat lukken. De voor­gaande twee pogin­gen waren op een mis­lukking uit­gelopen.
Hij kijkt rond. Alles lijkt nog op dezelfde plaats te staan zoals hij het had achterge­lat­en. De man is er slecht aan toe. Snel zet hij de cam­era aan. Zoomt in op het gezicht van de vrouw. Wijd openges­perde ogen kijken recht in de lens.
“En? Heb je al een besluit genomen?”
“…”
“Jaknikken is vol­doende.”

Eric zoomt uit en stelt de cam­era zo in dat bei­de per­so­n­en goed in beeld komen. Ze zit­ten tegen­over elka­ar in een keuken­stoel. Vast­ge­bon­den en gekn­eveld. Op de stoelle­un­ing bij de vrouw is een pis­tool beves­tigd. Haar vinger is om de trekker gek­lemd. Vast­ge­houden door plak­band.

Kijk nou nog eens naar hem. Dat ziet er toch niet uit.
Hij kan toch nooit meer een goede vad­er voor je kind zijn.
Dat kind wil lat­er spe­len en ren­nen. Niet een rol­stoel duwen.”

De vrouw begint hevig te schud­den in haar stoel wan­neer Eric op haar komt toegelopen. Hij legt een mes op haar schoot en maant haar stil te bli­jven zit­ten omdat ze zich anders kan bez­eren. Uit z’n broekzak haalt hij een kogel. Die stopt hij in het pis­tool. Alles is nu gereed.

Ik ga je nu voor de laat­ste keer vra­gen om de trekker over te halen.
Als je het niet doet, snij ik je keel door. En daar­na ver­mo­ord ik alsnog je echtgenoot.
Bli­jft je kind­je alleen over.
Heb je dat liev­er?”

Ter­loops kijkt Eric in de cam­era bij de vol­gende woor­den:
“Je moet dit zelf doen. Ik wil je wel helpen om je zover te kri­j­gen.
Maar je moet zelf de trekker over­halen.
Het mes steken.
Vergif men­gen.
Wat dan ook.
Ik geloof in jou.”
Duidelijk­er kon hij niet zijn.

Niet begri­jpend kijkt de vrouw op naar Eric. De man aan de overkant is inmid­dels weer bewusteloos ger­aakt. Het pis­tool gericht op zijn hoofd. Eric pakt het mes op uit haar schoot. Zet het op haar keel. Maakt een kleine beweg­ing om aan te geven dat het nu menens is.
“Ik tel af.
Drie, twee, …”

Een gedempte knal weerklinkt in de kleine kamer.

Hmm, beet­je slordig.
Dat pis­tool is zek­er wat ver­schoven tij­dens mijn afwezigheid.”
“…”
“Nou ja, het komt op het­zelfde neer. Hij zal het niet over­leven. Hoop ik voor hem.”

~ ~ ~

Serial Groupie — Eric & Sofie: Seizoen 2

Deze blog­post is deel 10 van 14 in de serie Eric & Sofie

Jezus Chris­tus Crim­i­neel! Wat ben jij een sukkel, zeg!
Echt, ik zweer het je!”

God­verk­lote, wat moet ik nu met die arm?
Kun­nen we weer opnieuw begin­nen.
Alsof ik niets anders te doen heb.
Jezus!”

Heb je nog geluk dat je een andere arm hebt.
Stel voor dat het je pik was geweest.”

Ja, ja, ik weet het. Slecht voor­beeld.
Maak me nou niet kwad­er dan ik al ben. Please!”

Uitein­delijk was het me dan toch gelukt om alles opgenomen te kri­j­gen zon­der dat ikzelf pon­tif­i­caal in beeld liep. Wat een hels kar­wei, fil­men. Laat staan dat mon­teren achter­af. Maar met het ein­dresul­taat kon ik wel lev­en. Ik wel.
Nu was het zaak om het op de geheugenkaart te zetten en deze dan strate­gisch achter te lat­en in de bib­lio­theek. Kijken of er gehapt zou wor­den. En afwacht­en wat haar reac­tie zou gaan zijn. Hier zou mijn mensenken­nis getest wor­den.
Eerlijkhei­d­shalve moet ik beken­nen toch wel nerveus te zijn.

Een gevoel dat ik niet direct had toen mijn blik enkele maan­den eerder op het vol­gende kran­ten­bericht was gevallen:

Boetiek ‘Dressed 2 kill’. De smaak van bloed bli­jft lang in je mond hangen, is het niet?
Mijn man zit je op de hie­len. Zoek me op!!’

Ik las zelfs nog wat verder voor­dat de naam van de boetiek een bel­let­je deed rinke­len. Eerst zacht­jes, toen luider en luider. Hels kabaal in mijn hersen­pan.
‘Wat nou ‘Mijn man zit je op de hie­len.’?
Er zit me hele­maal nie­mand op de hie­len! Ze weten gewoon­weg niet waar ze het moeten zoeken. De eikels. Ze tas­ten in het duis­ter. Hoe zouden ze mij, de ran­dom killer, ooit kun­nen vin­den!?’

Woe­dend was ik.
Tot­dat het besef door­drong dat indi­en het bericht inder­daad tot mij gericht zou zijn, er wel degelijk sprake was dat iemand me op het spoor was. Ver­bi­js­terd bleef ik naar het bericht staren.

In de vol­gende weken droeg ik het bericht over­al met me mee. Geregeld nam ik het tevoorschi­jn en probeerde ver­schil­lende sce­nar­ios te toet­sen op waarschi­jn­lijkheid. Was het een val­strik? Een toe­val­str­e­f­fer? Had het niets met mij te mak­en?

Het was in die peri­ode dat ik een toe­val­lige voor­bi­j­ganger tij­dens een van mijn nachtelijke omzw­ervin­gen mid­den op een ver­lat­en winkel­straat neergesto­ken heb. Ran­dom, dat zek­er. Ook wel Kill and Rush. Maar toch geheel tegen mijn principes in. Be Pre­pared was ik echt niet.
Ik besefte dat ik actie moest gaan onderne­men. Iets doen was beter dan niets doen.

Zoek me op!!’
Was makke­lijk­er dan ik had gedacht. Via kran­ten­ver­sla­gen en inter­net kon ik bin­nen de kort­ste keren lokalis­eren wie de onder­zoek­slei­der was in enkele van de moordza­k­en die men had samenge­bracht als zijnde het bewi­js dat er een seriemo­or­de­naar bezig was. Een fluit­je van een cent om zijn lief­je te iden­ti­fi­ceren. Zijn Sofi­et­je.
De vol­gende fase nam wat meer tijd in beslag. Zorgvuldig ging ik de gan­gen na van deze Sofie. Wat ze zoal deed de hele dag. Wie ze ont­moette. Waar ze werk­te. Wat haar hobby’s waren. De vele bezoek­jes die ze bracht aan de bib­lio­theek. De boeken die ze las. Die ik zelf ook ging lezen.
En langza­am begon zich een plan te vor­men.

De eerste kruimels die ik achter­li­et waren ver­stopt in voor de hand liggende titels. Mis­daad­ver­halen over seriemo­or­de­naars en –verkrachters. De bood­schap­pen waren niet­szeggend voor ieder ander, maar ik wist dat indi­en Sofie er op zou stu­iten, ze onmid­del­lijk door zou hebben dat ze van mij afkom­stig waren.
Al na enkele dagen had ze gehapt en gereageerd. Een nieuw bericht ver­scheen in de krant.
Nog steeds wist ik niet met zek­er­heid of het geen val­strik zou kun­nen zijn. Maar dat zou mijn plan afdoende gaan bewi­jzen. En het zou me nog meer bren­gen. Het dodelijke bewi­js dat ik een part­ner in crime had gevon­den. Of althans iemand die me niet zou aangeven. Me zou ador­eren en bijs­taan. Miss­chien wel begri­jpen.

Nieuwe kruimels wer­den gestrooid. Deze keer tussen de secundaire lit­er­atu­ur met case stud­ies over zoge­naamde ser­i­al killer groupies. Fascinerende gevallen die ik adem­loos had ver­slon­den. Nooit eerder had ik een idee gehad van de sek­suele aantrekkingskracht die uit­ging van mijn niet alledaagse hob­by. Als Sofie was wat ik dacht wat ze was, dan stond ze hierin niet alleen.

Elke vol­gende dag haastte ik me de krant door te bladeren naar een lev­en­steken van haar. Op zoek naar het bevri­j­dende bericht dat ik goed zat. Een week lat­er was het raak. Ik had mijn eigen Vic­to­ria Red­stall gevon­den!

Nu kon ik ein­delijk het aas uit­gooien waarmee ik de vis zou van­gen en bin­nen­halen. Met klop­pend hart ver­stopte ik het geheugenkaart­je. Hopelijk zou ze niet te lang wacht­en met rea­geren. Haar neef was er al redelijk slecht aan toe.

Ha! Hier zullen we een bericht van je lievel­ingsnicht­je hebben.
Eens kijken wat ze schri­jft.”

Zo, lief nicht­je heb jij. Daar zul je blij mee zijn.”

Wacht, ik zal het je zelf lat­en lezen.”

Oh, nee. Dat gaat natu­urlijk niet meer.
Ik zal het je voor­lezen.
Eerst even je ore…, euh die gaat­jes vri­j­mak­en.”

~ ~ ~