Concert

Deze blogpost is deel 9 van 9 in de serie We zijn allemaal alleen

We zijn inmiddels twee jaar verder. Suzan woont nog steeds op zichzelf. Geen partner. Niemand is bij haar ingetrokken. Oh, ze heeft genoeg aanloop gehad, daar niet van. En menig man heeft zonder al te veel moeite tot haar slaapkamer weten door te dringen. Maar daar bleef het bij. Als ze al niet ‘s nachts uit eigen beweging schielijk vertrokken waren dan zorgde Suzan er zelf wel voor dat al snel duidelijk werd dat ze niet van plan was om het ontbijt met hen te delen. Het bed voor een nacht, daar bleef het bij. Voldoende mannen die daar niet moeilijk over deden.

Of ze gelukkig is? Ik zou het niet weten. Net zoals het voor mij een raadsel is of Laurens het geluk gevonden heeft. Wat hij in ieder geval niet voorzien had was dat de inkoopassistente een zoontje had toen hij Suzan voor haar inruilde. Hij had er niet naar gevraagd en zij was er niet over begonnen. Totdat haar ex op een dag onverwachts kwam binnenvallen met het verhaal dat hij een tijd naar het buitenland moest. Voor zaken. De afspraak dat hij voor langere tijd de zorg voor hun zoontje had genomen zodat zij aan haar ontwikkeling kon werken kwam hierbij te vervallen. Vond hij. Zonder al te veel plichtplegingen liet hij het kind en enkele koffers bij hen achter.

Het enige wat ik wel weet is dat Laurens niets moet hebben van kinderen. Lang is hij daarom niet bij haar gebleven. Ondanks dat zij flink haar best deed om het hem naar de zin te maken toen ze doorhad dat hij niet echt gecharmeerd was van de nieuwe situatie. Maar het lag er te dik bovenop voor hem. En het kind verdween er niet door. Met de dag zag hij er meer tegenop om na het werk terug te keren. Nee, dat ging ‘m niet worden. Net zoals hij niet zo lang geleden van de ene op de andere dag bij Suzan was vertrokken liet hij nu ook de inkoopassistente in de steek.

Terug naar Suzan zag hij niet zitten. Een beetje met hangende pootjes smeken of ze het nog een keertje konden proberen (wat hij diep in zijn hart toch niet wilde) en dat hij spijt had (had hij eigenlijk helemaal niet) was wel het laatste wat hij zou doen. Beter was het om maar eens een tijdje als vrijgezel door het leven te gaan. Even alle ruimte nemen en geen rekening te hoeven houden met een zoveelste vriendin die het uiteindelijk ook niet bleek te zijn leek hem een beter plan.

Het beviel hem prima. Zo goed dat hij ook nu nog altijd geen nieuwe relatie heeft. Natuurlijk was er regelmatig sprake van een one-night stand maar net als zijn spaarzame bezoekjes aan de Mc Donalds was de voorpret meestal beter dan de daadwerkelijke consumptie. Hij bleef in de meeste gevallen met een nare bijsmaak achter wanneer een vrouw zonder al te veel plichtplegingen vroeg in de ochtend vertrok. Hij had nooit een prostituee bezocht en hoewel dit er niet mee te vergelijken viel voelde het voor hem min of meer gelijk. Dat de drankjes waarop hij de avond ervoor getrakteerd had terug betaald moesten worden. De laatste tijd ging hij daarom steeds minder op stap. Aan Suzan had hij nog wel eens gedacht zonder ooit contact met haar op te nemen.

En nu, twee jaar later, staan ze samen in de rij voor een concert. Zonder dat ze het van elkaar weten. Het mag niet echt toeval heten want ze waren allebei ruim voordat ze elkaar kenden fan van de artiest die hier vanavond komt optreden. Maar toch. Laurens staat enkele meters achter Suzan en laat zijn blik over de rij glijden om heel even te blijven hangen bij de blonde haardos van Suzan voordat hij verder naar voren kijkt. Dat gaat nog wel even duren. Om de tijd te doden opent hij de facebook app op zijn mobieltje. Suzan, die even een lichte huivering voelde die haar nekhaartjes overeind deed gaan kijkt om zich heen naar de wachtenden. Ze heeft met niemand specifiek afgesproken maar is toch altijd benieuwd of ze bekenden tegenkomt op zo’n avond. Dan gaat ze verder met een update te schrijven voor op haar facebook profiel. Ze heeft er zin in! Even schudt ze met haar haren en maakt dan een selfie.

~ ~ ~

Eerste kerstdag

Deze blogpost is deel 8 van 9 in de serie We zijn allemaal alleen

Suzan schenkt zichzelf nog maar eens een kopje koffie in. Dit is haar eerste kerstmis zonder Laurens sinds ze een half jaar geleden uit elkaar zijn gegaan. Honderdvijfenzestig dagen om precies te zijn. Op die bewuste dag zelf hadden ze geen ruzie gehad. Na het avondeten was Laurens gaan tennissen met collega’s. De volgende ochtend werd Suzan wakker in een verder leeg bed. Later op de dag belde Laurens haar op dat hij was ingetrokken bij een vrouw waar hij al een tijdje een verhouding mee had.

De koffie smaakt bitter. Suzan was nog niet gewend aan het nieuwe apparaat. Hoewel, nieuw? Het was een afdankertje van een vriendin dat was blijven staan nadat ze het eerste kluswerk in haar appartement achter de rug had. Net zoals dat voor meer spullen het geval was. Gekregen van behulpzame vrienden die haar kant hadden gekozen. Want zo voelde het wel. Alsof er ergens een geheime vergadering was geweest waar men had moeten kiezen tussen Laurens en Suzan. De uitslag was nooit publiekelijk bekend gemaakt maar ergens had Suzan het idee dat ze er als verliezer was uitgekomen.

Met haar koffie in de hand loopt Suzan van de keuken naar de woonkamer. In de hoek staat de kerstboom die ze gister gekocht heeft. De hele middag was ze bezig geweest om tussen de vele, grotendeels nog ingepakte dozen, de kerstversiering te zoeken. Zonder resultaat. Daarna had ze geen zin meer gehad om nog de stad in te gaan om nieuwe te kopen. Met een deken was ze op de bank gekropen en al snel in slaap gevallen. Midden in de nacht was ze wakker geschrokken. Even had ze gedacht dat iemand haar stond aan te staren. Laurens? Nee, het was de kerstboom.

Morgen heeft Suzan afgesproken om bij haar ouders op bezoek te gaan. De rest van de familie zal er ook zijn. Voor vandaag had ze wat vrienden gevraagd of ze zin hadden bij haar kerst te vieren. Niemand kon. Ze had niet echt haar best gedaan iemand over te halen alsnog te komen. Het was wel best zo. De laatste tijd is Suzan het liefst alleen. Nergens heeft ze nog zin in. Vanavond zal ze haar ouders bellen dat ze zich niet goed voelt. Oh, niets ernstigs hoor. Gewoon wat grieperig. Het zal wel de vermoeidheid zijn die er nu pas uitkomt na alles wat er de afgelopen tijd is voorgevallen. Maak je vooral niet ongerust over mij.

Terug in de keuken zet Suzan het lege koffiekopje in de wasbak en spoelt ze de overige koffie weg. Ze denkt erover een klein uurtje op bed te gaan liggen. Niet langer. Misschien is het toch wel een beetje waar van die vermoeidheid. Dat zou helemaal niet zo vreemd zijn. Het waren tenslotte echt zware maanden geweest. Voordat ze in bed kruipt zet ze voor de zekerheid haar telefoon uit. De gordijnen zijn nog dicht. Het duurt niet lang voordat ze in een droomloze slaap glijdt.

~ ~ ~

Derde kerstdag

Deze blogpost is deel 7 van 9 in de serie We zijn allemaal alleen

[Het is zaterdagochtend. Suzan en Laurens zitten aan de keukentafel.]

Waarom begon je gisteren toch weer over politiek?

Nou?
[Iemand staat op.]
Wil je nog wat koffie?
Ja begin maar over iets anders. Negeer me maar.
Koffie?
Nee ik hoef geen koffie.
[Iemand gaat weer zitten.]
Nou?
Wat nou?
Nou als in ga ik nog antwoord krijgen.

[Iemand staat op en schenkt zich koffie in.]
Ik dacht dat je geen koffie hoefde.
Klopt. Net niet nu wel.
Lekker kinderachtig.
Nee jij met je geen antwoord geven op mijn vraag. Dat is pas volwassen gedrag.

Nou?
Ik ga me aankleden. We moeten nog boodschappen doen.
Jezus! Wat ben jij een eikel!
Nee die broer van jou. Dat is een fijne vent.
Wat heeft dat er nu weer mee te maken?
Je wilde het toch over gisteren hebben? Dan kun je het krijgen ook. Vanaf nu ga ik naar geen enkel familiefeestje als ik weet dat die hufter van een broer van jou er ook is.
Het is anders ook jouw familie!
Huh? Waar heb je het over?
Ooit gehoord van schoonfamilie? Denk toch na voordat je zomaar wat roept.
Whatever. Ik ga me aankleden.
[Iemand staat op.]
Whatever whatever. Praat toch normaal. We zijn hier in Nederland.
Dat zei je broer ook.
Wat? Wat zei je?

~ ~ ~

Druk

Deze blogpost is deel 6 van 9 in de serie We zijn allemaal alleen

Suzan keek uit het raam. Buiten stonden allemaal auto’s naast elkaar. Er was slechts één plekje vrij. Maar omdat links en rechts van het vak nogal slordig was geparkeerd zou het niet meevallen om daar nog een auto tussen te krijgen. Misschien een heel kleintje. Zo eentje die je steeds vaker zag. Met een 45 km sticker op de achterkant geplakt. Ze had zich al verscheidene keren afgevraagd of daar alleen gehandicapten in mochten rijden. Vroeger had er bij hen in het dorp ook iemand gewoond die gehandicapt was. Maar die ging overal met de rolstoel naar toe. Binnenkort moest ze toch maar weer eens de parkeerregels op de agenda zetten.

Ze dacht na over de vraag die haar gesteld was. De coach roerde ondertussen door zijn koffie. Zijn vingers waren uitzonderlijk lang viel haar op. Sinds kort hadden ze geen wegwerpbekertjes meer, maar echte glazen en mokken. Veel professioneler, vond Suzan. In de ondernemingsraad was er veel over te doen geweest, en ook nu, alweer enkele maanden na de invoering werd er regelmatig over gesproken bij het koffieautomaat. Gezeur, zei Suzan dan altijd hardop. Ze keek opnieuw naar buiten. Er zat een meeuw op de vrije plek tussen de auto’s. Wat zei je? vroeg de coach.

Na afloop van de sessie liep Suzan een stukje mee met de coach richting receptie. Daar gaf ze hem een hand. Hij had haast. Een collega van haar stond al te wachten. Die was nu aan de beurt. Maar de coach ging snel voor een sigaretje naar buiten. Zou ze hem vertellen dat het bedrijfsbeleid was dat er niet bij de ingang gerookt mocht worden? De vraag was alleen of hij onder die regels viel. Tenslotte was hij een bezoeker. Geen medewerker. Nog steeds voelde ze de warmte van zijn handdruk in haar eigen handpalm. Nu ze ineens wist waarom ze zo emotioneel was geworden tijdens dat vervelende rollenspel onlangs kon ze het hem niet meer vertellen. Hopelijk zou het haar bij de volgende sessie eerder te binnen schieten.

De rest van de dag klikte ze door haar email maar op niet eentje gaf ze een antwoord. Net voordat ze naar huis ging selecteerde ze alle berichten in haar inbox en daarna klikte ze op de prullenbak. Of ze het zeker wist? Ja.

En? Nog iets bijzonders meegemaakt vandaag?
Nee, niet echt. Jij?
Nee. Ik ook niet echt.
Nog wat boontjes?
Nee, nee. Ik heb genoeg zo.
Zeker weten? Er is genoeg.
Ja, echt. Zeker weten. Ik heb vanmiddag in de kantine al flink gegeten.
Oh. Hoezo?
En we hadden ook nog gebak.
Van wie? Waarom?
Dinges was jarig. Euhm, komop die kerel van Finance. Je weet wel.
Jaap?
Ja, Jaap. Precies. Goh, dat ik nou niet op z’n naam kon komen.
Ik dacht dat Jaap weg was bij jullie.
Nee, dat is Ben. Ben. Die is weg, ja.
Oh. 
Jaap is er wel een tijdje tussenuit geweest.
Vlees?
Lekker. Hij had een burnout of zo. Aansteller.
Hm…
Alsof je overwerkt kunt raken op de afdeling Finance. Laat me niet lachen.
Nee. Smaakt het?

Die avond had Laurens geen tijd om na het eten gezellig bij Suzan op de bank te gaan zitten. Voor een bepaald project moest hij een ingewikkeld document doorlezen en van commentaar voorzien. Morgen zouden ze het in een ingelaste spoedvergadering doornemen. De voltallige stuurgroep had toegezegd aanwezig te zijn. Toen hij eindelijk klaar was zag hij tot zijn schrik dat het al bijna vier uur in de ochtend was. Suzan lag met wijdopen ogen naar het plafond te staren. Maar dat had Laurens niet in de gaten bij het voorzichtig in bed stappen. Hij wilde haar niet wakker maken.

~ ~ ~

Een korte toelichting bij We zijn allemaal alleen

Deze blogpost is deel 5 van 9 in de serie We zijn allemaal alleen

Gisteren schreef ik het volgende terug naar Anna in de reactieruimte onder Sorry:

Nou, eerlijk gezegd heb ik ook nog niet zo heel veel vertrouwen in de mensenkennis van de verteller (ik-persoon).

In dit vierde deel uit de reeks We zijn allemaal alleen, geeft de verteller toe dat hij zich vergist heeft bij de introductie van de vrouwelijke hoofdpersoon (Suzan) door te impliceren dat zij vreemdgaat. Blijkbaar heeft hij (de verteller dus, die de gewoonte heeft om zich als ‘ik’ af en toe rechtstreeks tot de lezer te richten) sindsdien meer informatie in handen gekregen waardoor hij zich genoodzaakt ziet om op deze boude uitspraak terug te komen.

In We zijn allemaal alleen ga ik (ditmaal ik, de schrijver dus, en niet de ik-persoon ofwel de verteller) een experiment aan om met slechts twee namen (Laurens en Suzan) een vervolgserie op te zetten om te ontdekken of deze twee personen (die bij aanvang inderdaad niet meer zijn dan slechts twee namen) bij mij gaan leven als zijnde echte personages wanneer ik er maar eenmaal over begin te schrijven en me noodgedwongen verder in hen ga verdiepen voor de broodnodige consistentie in elk vervolgdeel. Ik (ik) wil ook wel eens een keertje meemaken dat de fictieve personages met je aan de haal gaan, zoals ‘echte’ schrijvers dat geregeld mee schijnen te maken.

Het vreemde is nu dat al meteen in het eerste deel zich een derde personage onaangekondigd heeft opgedrongen, en wel die hierboven aangehaalde ik-persoon (de verteller). Daar had ik (ik) niet op gerekend. Wat zou ik (ik) daar onbewust mee bedoeld hebben? Is hij (de ik-persoon) een metafoor van de schrijver (ik (ik)) om de worsteling te laten zien wanneer je bij aanvang van een verhaal nog niet voldoende kennis hebt van je hoofdpersonages? Maar dan heb ik (ik) tevens een derde personage geïntroduceerd welke ik (ik) ook nog niet zo goed ken. Hoe betrouwbaar maakt dat hem dan als verteller (ik-persoon) als ik (ik) hem verder nog moet ontdekken (en hij (als verteller (ik-persoon)) tegelijkertijd Laurens en Suzan moet ontdekken terwijl ik (ik) als schrijver deze personages nog niet eens ken?)? En hoe kan het dat zo iemand plompverloren ‘uit de lucht’ komt vallen terwijl ik (ik?) dat helemaal niet voor ogen had? Waar is de vrijheid van de schrijver (ik?)? Wie bepaalt uiteindelijk wat ik (ik?) schrijf? Wie gaat met wie aan de haal?

Sorry, ik merk dat het Peter niet lukt om zijn impulsief opgestarte experiment inzichtelijk voor het voetlicht te brengen. Terwijl het voorwaar enkele heel interessante en fundamentele vraagstukken probeert te beantwoorden. Ik stel daarom voor dat we hem nog wat tijd gunnen zodat hij het wat verder kan uitdenken voordat hij een nieuwe poging onderneemt tot duiding. Laten we hem de kop niet gek maken. De arme jongen heeft het al druk genoeg momenteel op zijn werk.

Dan ga ik weer terug naar Laurens en Suzan. Daar is een hoop gaande. Binnenkort meer daarover.

~ ~ ~

Sorry

Deze blogpost is deel 4 van 9 in de serie We zijn allemaal alleen

Vrijdagavond.
[Laurens bekijkt foto’s op een tablet. Suzan leest een tijdlijn op haar mobieltje.]
Zullen we dit weekend iets leuks gaan doen?
Misschien. Waar heb je zin in?
[Iemand staat op en loopt naar de keuken. Er worden kopjes in de vaatwasser gezet.]
Gewoon. Weer eens een keertje op zaterdagavond de stad in of …
We zijn al een hele tijd niet bij mijn ouders op bezoek geweest.
Ook niet bij mijn ouders.
Klopt. Maar daar begin jij zelf nooit over.
[De ene na de andere zender zapt voorbij op tv.]
Ook niet om naar jouw ouders te gaan wat dat betreft.
Ik wel.
Dat weet ik maar ik bedoelde iets anders met leuk.
Snap ik. Dan zit er niets anders op dan naar de stad te gaan.
Laat maar. Als het zo moet hoeft het voor mij niet niet meer.
[Het volume op tv gaat harder.]
Ook goed. Ga ik wel in mijn eentje.
[Het volume gaat nog wat harder zodat het dichtslaan van een deur een verdieping hoger bijna niet is te horen.]

Zaterdagmiddag. De boodschappen zijn gedaan. Een to-do lijstje is voor een gedeelte afgewerkt. Laurens en Suzan zitten samen aan de keukentafel. Ze drinken een kopje koffie. Buiten schijnt de zon. Suzan vraagt of Laurens nog een laatste boodschap kan doen. Iets wat ze eerder die ochtend vergeten is om mee te nemen. Laurens slaakt een zucht. Gister zat hij rond dezelfde tijd in de kantine op het werk. Tegenover hem aan tafel zat de nieuwe inkoopassistente. Met haar ogen dicht zat ze lichtjes achterover geleund te genieten van de korte pauze. Heimelijk had hij naar haar strakke buik zitten staren. Naar haar kleine borsten. Zijn collega’s vonden haar lelijk. Een mager zesje was het eindoordeel. Laurens was het daar niet mee eens. Maar dat had hij niet durven toegeven.

Zaterdagavond, in de auto weer op weg naar huis na een bezoek aan de ouders van een van hen, denkt Laurens opnieuw aan haar. Hij laat zijn hand tussen de dijen van Suzan glijden. Het windt hem op dat vanuit passerende auto’s misschien gezien kan worden wat hij doet. Zou Suzan het toestaan dat hij haar borsten aanraakt? De borsten van Suzan zijn ook klein. In de kantine had hij te laat gemerkt dat de inkoopassistente inmiddels haar ogen weer geopend had. Onderzoekend was ze hem aan blijven kijken. Opnieuw krijgt hij een erectie. Suzan duwt zijn hand weg.

Eenmaal thuis gaan ze al snel naar bed. Ze kletsen nog een beetje na over de dag. Het was toch wel gezellig geweest. Aarzelend komt het eruit, maar toch. Daarna hebben ze seks. Laurens komt klaar tussen de borsten van Suzan. Suzan denkt even niet aan haar werk.

Sorry. Ik wil nog even mijn excuses aanbieden. Suzan is niet vreemd gegaan. Ik heb me vergist. Tenminste zo lijkt het. De man waarmee ze uit het hotel kwam is haar coach bij het managementstraject waaraan ze deelneemt. Die middag tijdens het rollenspel was ze erg geëmotioneerd geraakt en daar hadden ze na afloop nog een tijdje over gesproken. Er was dus niets aan de hand.

Wat Laurens betreft heb ik echter zo mijn twijfels.

~ ~ ~