What does it all mean?

Deze blogpost is deel 19 van 19 in de serie Zen - Robert Pirsig

[p.127-130]

Ik lees weer verder in Zen and the Art of Motorcycle Maintenance. Eerlijk gezegd heb ik er de afgelopen tijd wel vaker in gelezen, maar ik ga nu proberen (net zoals me dat bij Don Quichot gelukt is) om er weer regelmatig over te bloggen en de verhaallijn van het boek aan te houden zodat de serie blogposts uiteindelijk het gehele boek van begin to eind bestrijkt.

Bijna een jaar geleden pakte ik het boek ook na ruim een jaar weer op toen ik het tegenkwam bij het uitpakken van dozen vol boeken die een tijd lang opgeslagen hadden gestaan vanwege de verhuizing. Net als nu begon ik er in te lezen met de verwachting dat ik er ook weer regelmatig over zou gaan bloggen. Het is er niet van gekomen. Deels had het te maken met de toegenomen werkdruk op kantoor waar ik een andere rol had gekregen, maar terugkijkend op die periode speelde misschien ook wel mee dat ik nog niet echt de rust gevonden had waarnaar ik op zoek was. Ik pakte vanalles op zonder dat er een gedachte of structuur achter zat. Iets wat voor mij noodzakelijk is om niet voortijdig af te haken en met iets anders te beginnen.

Dat voelt inmiddels veel beter. Niet alleen heb ik fysiek m’n plek in huis voor elkaar in de vorm van een redelijk opgeruimde werkkamer, maar daarnaast (of misschien wel daardoor) is de onrust in m’n hoofd zo goed als verdwenen. Op kantoor is het weliswaar nog steeds erg druk, echter er is veel meer overzicht en duidelijkheid over wie wat moet doen. Wat helpt is dat er ook enkele nieuwe collega’s zijn bijgekomen. Dat scheelt een hoop. Dingen die ik oppak kan ik ook afmaken. En thuis begint dat ook te werken met alles wat we op onze to-do lijst hebben staan.

Eens zien of ik dat kan doortrekken naar de activiteiten waarmee ik mijn vrije tijd wil vullen. Het lezen van Zen heb ik altijd graag gedaan omdat de filosofische uitweidingen in combinatie met de motortocht mij enerzijds telkens een hoop nieuwe inzichten geven en me continu aan het denken zetten, en anderzijds allerlei herinneringen naar boven halen aan de vele keren dat ik zelf in de gelegenheid was om door de VS te reizen.

Ook nu was dat weer het geval na het lezen van slechts enkele bladzijdes. Phaedrus (het alter ego van de ik-persoon, tevens verteller van het verhaal) is op het punt aangekomen dat hij met een puur wetenschappelijke benadering niet verder komt met het analyseren van het probleem dat hij zelf opgeworpen heeft dat elk experiment een oneindig aantal hypotheses genereert en daarom dus nooit afgerond kan worden.

He discovered that the science he’d once thought of as the whole world of knowledge is only a branch of philosophy, which is far broader and far more general.
[p.128]

Het duurt niet lang voordat hij uitkomt bij de vragen waar het allemaal mee begint (en eindigt): What does it all mean? What’s the purpose of all this?

En dit wordt meteen gevolgd door een overgang naar de realiteit waar het reisgezelschap de top van het hooggebergte heeft bereikt en

At a turnout on the road we stop, take some record photographs to show we have been here […]
[p.128]

Het bracht me terug naar 1993 toen we onderweg naar Yellowstone zelf ook regelmatig de auto aan de kant parkeerden om een foto van onszelf met het overweldigende uitzicht op de achtergrond te maken. Er was nog geen sprake van de selfie-cultuur zoals die vandaag de dag alomtegenwoordig is, maar zelfs toen al vroeg ik me geregeld af als we opnieuw bij een volgend ‘viewpoint’ met veel andere toeristen een foto maakten ‘What does it all mean?’ en ‘What’s the purpose of all this?’. Het is al die jaren nooit minder geworden, laat staan dat ik er ook maar enigszins een bevredigend antwoord op gevonden heb. Er over nadenken blijft daartegenover onverminderd interessant.

En zo legde ik na het lezen van slechts drie bladzijdes het boek alweer terzijde om in gedachten verzonken bij het raam te staan zonder veel mee te krijgen van wat er zich afspeelde in de achtertuin waar het een komen en gaan was van allerlei soorten vogels.

~ ~ ~

Op drift

Deze blogpost is deel 18 van 19 in de serie Zen - Robert Pirsig

[p.122-127]

Tussen alle boeken die ik de afgelopen tijd had uitgepakt kwam ik ook Zen and the Art of Motorcycle Maintenance weer tegen. De laatste keer dat ik erin gelezen (en erover geblogd) had was ruim een jaar geleden. Ik sloeg het boek open waar ik gebleven was en las verder. Meteen zat ik weer midden in het verhaal. Net zoals je met oude vrienden die je jaren niet gezien hebt ook gewoon verder praat.

Phaedrus, de alter-ego van de verteller laat noodgedwongen de methodologische manier van wetenschappelijk onderzoek los omdat hij dreigt vast te lopen. Ongemerkt gaat hij over tot een meer intuïtieve manier van waarheidsvinding:

[…] no longer the frontal truths of science, those toward which the discipline pointed, but the kind of truth you see laterally, out of the corner of your eye. In a laboratory situation, when your whole procedure goes haywire, when everything goes wrong or is indeterminate or is so screwed up by unexpected results you can’t make head or tail out of anything, you start looking laterally.
[p.124, Zen]

Het is iets wat ik herken in mijn dagelijkse werkzame leven. Regelmatig lopen we daar tegen problemen aan bij het gebruik of de implementatie van geavanceerde software. Niet altijd weten we dan via een logische procedure de onderliggende oorzaak te vinden. Soms moeten we genoegen nemen met een tijdelijke oplossing die er voor zorgt dat we verder kunnen, maar waarbij we continu de knagende onzekerheid voelen dat het probleem zich op elk moment weer kan voordoen.

Vaak doet zich pas een volgende oplossingsrichting aan wanneer er afstand genomen is. Ergens in het onderbewustzijn blijft je brein er toch mee bezig. Minder gestructuurd wellicht. En ineens zie je het probleem (from the corner of your eye) in een ander daglicht, waardoor er ook ruimte is voor alternatieve benaderingen om het op te lossen.

Bij mij werkt dat afstand nemen het best als ik iets compleet anders ga doen. Hardlopen, bijvoorbeeld. Of muziek luisteren. Tuinieren schijnt ook te werken, zo heb ik gemerkt sinds we verhuisd zijn. Ik kom dan in een soort van trance die het actieve denken ‘uitschakelt’. Erna, wanneer de bezigheid achter de rug is, blijken bepaalde zaken waar ik tegenaan zat te hikken ineens een stuk minder problematisch zonder dat ik er voor mijn gevoel echt over nagedacht had.

Het grappige is dat een muzieknummer van Neil Young waarbij ik makkelijk in die gemoedstoestand geraak, de titel Driftin’ back heeft. En op drift raken is nu juist wat Phaedrus doet:

Drifting is what one does when looking at lateral truth. He couldn’t follow any known method of procedure to uncover its cause because it was these methods and procedures that were all screwed up in the first place. So he drifted. That was all he could do.
[p.125]

Zijn zoektocht brengt hem naar de andere kant van de wereld en levert hem een hoop nieuwe inzichten op. Wanneer hij uiteindelijk terugkeert in de VS besluit hij filosofie te gaan studeren aan de universiteit.

~ ~ ~

The more you look

Deze blogpost is deel 17 van 19 in de serie Zen - Robert Pirsig

[p.115-121]

Het artikel op De Correspondent over lifeloggen waar ik het gister over had begint met een verwijzing naar een studie uit 1951. In One Boy’s Day werd een poging gedaan om één dag uit het leven van een jongen vast te leggen. Het resultaat was een boek van vijfhonderd pagina’s dik en er hadden acht onderzoekers aan gewerkt. Tegenwoordig, zo is de constatering die volgt, hebben we daar een app voor die hetzelfde doet. Op de achtergrond. Automatisch.

Maar is zo’n app in staat om onze identiteit te vangen middels die almaar groeiende dataverzameling? In het artikel is men daar vooralsnog niet erg positief over. De door Bregje Hofstede geïnterviewde kunstenaar Constant Dullaart:

‘Een bepaalde misvorming is inherent aan het gebruik van deze techniek,’ zegt hij. ‘Een object (of een mens) moet worden teruggebracht tot een beperkt aantal eigenschappen, voor automatische cognitie er vat op heeft. De uitzondering wordt weggefilterd. Als we omgaan met automatische herkenning, worden onze levens vanzelf gesimplificeerd tot karikaturen.’
[Zo stuurt je smartphone je levensverhaal, Bregje Hofstede]

De vraag is of het slechts een kwestie van tijd is voordat de wetenschap er uiteindelijk in slaagt om zonder de genoemde misvorming een exacte copie van een unieke persoonlijkheid te creëren op basis van verzamelde data over die persoon. Ik waag het te betwijfelen. Niet omdat ik er verstand van heb. Maar omdat ik vandaag weer eens een aantal pagina’s gelezen heb in Zen and the Art of Motorcycle Maintenance.

In hoofdstuk 10 vertelt de ik-persoon over Phaedrus en hoe die op jonge leeftijd breekt met het rationele denkproces in de wetenschap. Hij is er namelijk van overtuigd geraakt dat er iets mis is met de wetenschappelijke methode om een bepaalde theorie te bewijzen. Hypotheses en de weerlegging daarvan staan hierbij centraal. Gedurende zijn laboratoriumwerk ontdekte hij dat er alleen maar meer hypotheses bij kwamen. Voor de grap stelt hij zijn eigen natuurkundige wet op:

The number of rational hypotheses that can explain any given phenomenon is infinite.
[p.118, Zen]

Het duurt niet lang voordat hij inziet hoe nihilistisch deze benadering is.

If all hypotheses cannot be tested, then the results of any experiment are inconclusive and the entire scientific method falls short of its goal of establishing proven knowledge.
[p.118, Zen]

Hij zoekt zijn heil bij Einstein. Tevergeefs. Zijn verdere studie naar antwoorden die kunnen aantonen dat hij het fout heeft brengt hem geen uitsluitsel. Het lijkt er zelfs verdacht veel op dat er consensus heerst binnen de wetenschappelijke wereld voor wat betreft deze fundamentele tekortkoming. Men heeft het er niet over. Doet alsof het niet bestaat. Phaedrus begrijpt niet hoe dit mogelijk is. Hij gaat op zoek naar oplossingen en de weg die hij daarvoor aflegt is het onderwerp van de hoofdstukken die volgen.

Terug naar het automatisch lifeloggen. Waarom betwijfel ik of het de wetenschap gaat lukken om op een rationele manier onze levens waarheidsgetrouw in kaart te brengen zonder daarbij afbreuk te doen aan onze identiteit? Allereerst natuurlijk omdat er altijd hypotheses aan te passen zullen komen om al die data te interpreteren. En we hebben gelezen wat het probleem daarbij is. En Phaedrus ontdekte nog iets anders. Iets wat het optimistische vooruitgangsgeloof in de wetenschap verder ondermijnt.

Zoals gezegd vormen de hoeveelheid opgeworpen hypotheses het probleem. Hoe meer, hoe moeilijker om ze allemaal te testen.

And what seems to be causing the number of hypotheses to grow in recent decades seems to be nothing other than scientific method itself. The more you look, the more you see. Instead of selecting one truth from a multitude you are increasing the multitude.
[p.119, Zen]

Juist door het toepassen van de rationele wetenschappelijke methode komt men niet dichter tot een oplossing, maar beweegt men er steeds verder van weg.

~ ~ ~

Ontdekkingsreis door het onbekende

Deze blogpost is deel 16 van 19 in de serie Zen - Robert Pirsig

[p.109–114]

Een kort hoofdstuk vandaag. Slechts zes bladzijdes. Het begint met een beschrijving hoe de motorrijders hun weg vervolgen via de Yellowstone Valley door de staat Montana. Onderweg zien ze een gedenkteken voor de ontdekkingsreizigers Lewis en Clark die begin 19de eeuw een expeditie ondernamen om over het land van oost naar west te trekken, de zogenaamde Northwest Passage. Na een uiteenzetting over deductie en inductie, twee vormen van argumentatietechnieken om op een logische manier een hiërarchisch opgebouwd systeem te doorgronden, eindigt het hoofdstuk met een bijna-botsing. Een tegemoet komende vrachtwagen heeft moeilijkheden om terug te komen op de andere rijbaan na een inhaalmanoeuvre en weet de motor van de ik-persoon op het nippertje te ontwijken.

De beschrijving van het landschap en het net-niet ongeluk nemen iets meer dan één bladzijde in beslag, de rest gaat over het voornaamste verschil tussen deductie en inductie en hoe je deze wetenschappelijke methodes kunt inzetten bij het oplossen van problemen. Toch wordt het nergens saai of komt het te geforceerd over. Dat heeft me altijd gefascineerd aan dit boek. De wisselwerking tussen het reisverslag en Chautauqua blijft boeiend. En het lijkt of ik bij elke herlezing weer iets nieuws ontdek.

Zo was me niet eerder de parallel met de trek naar het westen opgevallen (of bijgebleven) waaraan regelmatig gerefereerd wordt. Al eerder las ik:

I am a pioneer now, looking onto a promised land.
[p.96, Zen]

Ik had er de volgende aantekening bij gemaakt:

  • pionier zoals in de oorspronkelijke betekenis van ‘the westward expansion’, bekend van de slogan ‘Go West, young man!’;
  • pionier in de gedachtenwereld van Phaedrus

Nu dan opnieuw een verwijzing in de vorm van het gedenkteken voor Lewis en Clark. Het lijkt een metafoor te zijn voor de zoektocht van de ik-persoon door de gedachtenwereld van Phaedrus. De flarden verloren gewaande (beter: verloren gemaakte) kennis die hij stukje bij beetje weet te herinneren kan men vergelijken met het in kaart brengen van onbekend gebied. Zonder dat duidelijk wordt hoe en waar het gaat eindigen.

Voor mijzelf vormden de uitweidingen over filosofie en wetenschap net zo goed een expeditie door onbekend terrein. Gelukkig trof ik in Pirsig de perfecte reisleider. Hoewel ik niets met motors had/heb, waren de voorbeelden van motoronderhoud om de theoretische stof uit te leggen zo aansprekend dat ik geen moeite had om door te blijven lezen ondanks dat ik lang niet alles begreep. Afgewisseld met de belevenissen tijdens de motortrip zorgde het ervoor dat ik niet voortijdig afhaakte maar wilde weten hoe het verder ging. Wat mij betreft een ideale combinatie om nieuwe stof te leren.

~ ~ ~

De klassieke schoonheid van een goed functionerend systeem

Deze blogpost is deel 15 van 19 in de serie Zen - Robert Pirsig

[p.97-108]

Mijn eerste levensjaren heb ik doorgebracht op een bouwplaats en ik geloof dat het mij op een bepaalde manier heeft gevormd. Niet dat ik een ware Bob de Bouwer ben geworden. Verre van. Geef me een hamer en spijker en ik geef je al snel de opdracht om mij naar de dichtsbijzijnde eerste hulp post te brengen. Nee, waar ik op doel is iets heel anders.

De hele dag hing ik op die bouwplaats rond. Wat ik voornamelijk deed was kijken. Naar de bouwvakkers die met hun gereedschap continu onderweg waren. Naar de vrachtwagens die af en aan reden om materiaal te brengen. Naar de steigers die opgebouwd werden. Naar het beton dat gestort werd. Naar de gebouwen die vanuit het niets verrezen.

Ik was gefascineerd door de bedrijvigheid die in alle vroegte begon en almaar doorging tot vaak laat in de avond bijgeschenen door grote felle bouwlampen. Het hield voor mijn gevoel nooit op. En ik vond het prachtig. Om te zien.

Nu is dat niet anders. Ik heb het geluk te werken in een vestiging die niet alleen kantoren herbergt maar ook een heuse produktiehal. Vanuit de eerste verdieping heb je toegang tot een balustrade waarvandaan je zowat de gehele werkvloer kunt overzien. Daar sta ik regelmatig te kijken.

Bij dat kijken gebeurt er iets merkwaardigs. In het begin zie ik alleen de fysieke inrichting en het personeel wat er werkzaam is. Ik zie hoe een lasser een instrument op de werkbank takelt. Hoe een karretje volgeladen wordt met onderdelen. Hoe de lamp boven de x-ray cabine op rood springt. Schijnbaar allemaal willekeurige activiteiten. Zonder enige samenhang.

Gaandeweg treedt er echter een verandering op. Alsof mijn blik zich vernauwt. Alsof de tijd zich verruimt. Ik begin stromen te zien. Als in een time-lapse video. Niet langer zie ik collega’s met karretjes rondlopen. In plaats daarvan begint zich een structuur te openbaren die normaal gesproken verborgen is. Een dieperliggend systeem dat aan al deze activiteit ten grondslag ligt. Waardoor alles wat gedaan wordt betekenis krijgt. En het mooiste is natuurlijk wanneer je ziet dat het klopt. Dat wat gedaan wordt ook het effect heeft wat vooraf bedacht was. Een klokwerk met radertjes die allemaal perfect op elkaar afgestemd zijn. Van een hypnotiserende schoonheid.

Door het lezen van Zen and the Art of Motorcycle Maintenance ben ik deze wijze van kijken beter gaan begrijpen. Voorheen had ik ook wel enig besef van concepten, structuren en systemen, maar door de uitleg van onderliggende vormen en de tegenstelling tussen de klassieke en romantische wereldvisie viel alles veel beter op zijn plaats. Sommige passages die ik las waren echte eye-openers:

There is a classic esthetic which romantics often miss because of its subtlety. The classic style is straightforward, unadorned, unemotional, economical and carefully proportioned. Its purpose is not to inspire emotionally, but to bring order out of chaos and make the unknown known. It is not an esthetically free and natural style. It is esthetically restrained. Everything is under control. Its value is measured in terms of the skill with which this control is maintained.
[p.76, Zen]

Niet dat ik het meteen begreep. Sommige passages waren veel te abstract bij eerste lezing. En ook mijn kennis van de Engelse taal schoot vaak tekort. Stug volhouden, omdat ik het gevoel had iets belangrijks op het spoor te zijn, deed me echter keer op keer de tekst herlezen voor een beter begrip. Gek genoeg heb ik nooit de Nederlandse vertaling erbij genomen. Blijkbaar had ik wel door dat het uiteindelijk niet zozeer met het Engels te maken had maar veel eerder de (voor mij) ingewikkelde materie die Pirsig mij voorschotelde.

Gelukkig dat er ook voldoende ‘down to earth’ passages waren die veel beter te volgen waren en me de motivatie gaven door te blijven lezen. Deze passages vormden de link tussen het filosofische gedeelte en de uitweidingen over het motoronderhoud zelf (die ik geneigd was in het begin over te slaan maar essentieel zijn om het totaalplaatje te kunnen vatten). Zo’n passage kwam voorbij in het gedeelte wat ik deze week las. Het maakte een eerder gemaakte opmerking over ‘The motorcycle is a system’ meteen een stuk duidelijker:

I’ve noticed that people who have never worked with steel have trouble seeing this – that the motorcycle is primarily a mental phenomenon. They associate metal with given shapes – pipes, rods, girders, tools, parts – all of them fixed and inviolable, and think of it as primarily physical. But a person who does machining or foundry work or forge work or welding sees ‘steel’ as having no shape at all. Steel can be any shape you want if you are skilled enough, and any shape but the one you want if you are not. Shapes […] are what you arrive at, what you give to the steel. Steel has no more shape than this old pile of dirt on the engine here. These shapes are all out of someone’s mind. That’s important to see. The steel? Hell, even the steel is out of someone’s mind. There is no steel in nature. Anyone from the Bronze Age could have told you that. All nature has is a potential for steel. There’s nothing else there. But what’s ‘potential’? That’s also in someone’s mind!
[p.104-105, Zen]

Zen ben ik gaan lezen op middelbare leeftijd. Het raakte me met uitzondering van de vader-zoon relatie, verder niet echt. Pas toen ik een paar jaar bij Philips had gewerkt in de logistieke sector en ik het boek opnieuw las als mid-twintiger, begon ik het meer te waarderen ondanks dat ik veel niet begreep. Sindsdien ben ik het boek regelmatig blijven herlezen. En elke keer leer ik weer iets nieuws. Ook over mezelf. Nog steeds. Fascinerend.

~ ~ ~

The terror! The terror!

Deze blogpost is deel 14 van 19 in de serie Zen - Robert Pirsig

 

[p.83-96]

It took me more than a week to deduce from the evidence around me that everything before my waking up was a dream and everything afterward was reality.
[p.93, Zen]

Het is bijna Halloween en overal zie ik lijstjes verschijnen van de beste horrorfilms of -verhalen. Ondanks dat ik een redelijke macabere fantasie heb (zie bijvoorbeeld mijn reeks verhalen met de seriemoordenaar Eric in de hoofdrol) ben ik niet zo’n bijster grote fan van dit genre. Zolang het flink over the top is met veel bloed en afgehakte ledematen, dan gaat het nog wel. Ergens lukt het me om afstand te blijven houden en mezelf te zien als een kijker of lezer. Dat gaat me veel minder makkelijk af zodra het psychologisch wordt. Verhalen of films waarbij het niet meer duidelijk is of een persoon droomt of waakt kruipen bij mij onder de huid en raak ik niet snel kwijt. Dat is voor mij echte horror.

Laat ik die horror vandaag of all places tegenkomen in Zen and the Art of Motorcycle Maintenance.

Ik ben aanbeland bij het laatste hoofdstuk van deel 1. Nadat het reisgezelschap per motorfiets hun tocht weer heeft hervat gaat de ik-persoon verder met zijn verhaal over Phaedrus, iemand die we in het vorige hoofdstuk hebben leren kennen als een denker die niet door zijn omgeving begrepen werd en uiteindelijk uit de samenleving is verwijderd.

Allereerst wordt er opnieuw stilgestaan bij het verschil tussen een klassieke en romantische benadering van de wereld. Ditmaal wordt de metafoor gebruikt van een handvol zand. Van alle gewaarwordingen en indrukken die we de hele dag opdoen laten we er slechts een paar tot ons doordringen (de handvol zand) omdat we anders helemaal gestoord zouden worden. Met deze handvol (die voor ons gelijk staat aan de wereld) gaan we vervolgens aan de slag om ze verder onder te verdelen. Dat doen we met ‘het mes‘ waarmee Phaedrus zo vaardig was. Dit onderverdelen is een oneindig proces. De algemeen heersende (romantische) opvatting is dat dit continu ‘snijden’ alles kapot maakt. Phaedrus probeerde hier tegenin te brengen dat het tegelijkertijd iets nieuws opleverde:

Mark Twain’s experience comes to mind, in which, after he had mastered the analytic knowledge needed to pilot the Mississippi River, he discovered the river had lost its beauty. Something is always killed. But what is less noticed in the arts – something is always created too. And instead of just dwelling on what is killed it’s important also to see what’s created and to see the process as a kind of death-birth continuity that is neither good nor bad, but just is.
[p.87, Zen]

Daar hield Phaedrus zich mee bezig. En het is z’n ondergang geworden. Maar wat is nu precies zijn relatie tot de ik-persoon die zoveel over hem te vertellen heeft?

Het wordt ons duidelijk gemaakt aan de hand van een belevenis die de ik-persoon jaren geleden heeft meegemaakt. Op een feestje had hij zoveel gedronken dat hij een kamer opzocht om eventjes wat tot rust te komen. Hij werd echter pas de volgende ochtend wakker in een volkomen vreemde omgeving waar hij vrij was om zijn kamer te verlaten maar niet het gebouw. Het duurde nog een week voordat hij doorhad dat de hele gebeurtenis van het feestje en zijn dronkenschap niet voorgevallen was. Naarmate zijn herstel vorderde kreeg hij meer informatie. Hij had een nieuwe persoonlijkheid gekregen. De vorige was door een behandeling met electroshocks vernietigd. ‘But who was the old personality whom they had known and presumed I was a continuation of?’

Dat was natuurlijk Phaedrus.

De vorige persoonlijkheid van de ik-persoon was compleet doorgedraaid en een gevaar voor zijn omgeving geworden waardoor er niets anders opzat om hem te laten verdwijnen. Voor altijd om nooit meer terug te keren. ‘I have never met him. Never will.’

Maar zeg nooit nooit. Gaandeweg de route die de reizigers afleggen gaat de ik-persoon steeds meer van de omgeving herkennen hoewel hij er bij zijn weten nooit eerder is geweest. Wel is hem bekend dat Phaedrus in deze contreien gewoond en gewerkt heeft. Dat kan slechts één ding betekenen. Phaedrus ontwaakt. En daar begint voor mij de horror, zo beklemmend omschreven in de volgende passage:

The EYES! That is the terror of it. These gloved hands I now look at, steering the motorcycle down the road, were once his! And if you can understand the feeling that comes from that, then you can understand real fear – the fear that comes from knowing there is nowhere you can possibly run.
[p.94, Zen]

~ ~ ~