De toekomst is aan mij!

Zo las ik deze avond:

De astrolo­gen kampten met een gat tussen Maagd en Schor­pi­oen. Ze mis­ten een soe­pele over­gang tussen bei­de tekens en hebben er toen Weegschaal tussen gezet. Dat is natu­urlijk een vreemd teken, als je erover nadenkt. Weegschaal valt met Water­man en Tweelin­gen onder de lucht­tekens. Nou zijn Water­man en Tweelin­gen als mensen nog wel te plaat­sen in de twaalf tekens van de dieren­riem, maar Weegschaal heeft niets menselijks, laat staan iets dier­lijks in de dieren­riem. Weegschaal is een werk­tu­ig, een machine, een ding! De weegschaal als per­fect instru­ment dat domweg luis­ter naar commando’s.
[De tolk van Java, p.496, Alfred Bir­ney]

Ik ben een weegschaal. Hoewel ik op de hoogte ben van het bestaan van een dieren­riem heb ik me daar verder nooit in verdiept. Vraag me dus niet om de twaalf tekens op te noe­men. Grote kans dat ik ergens halver­wege bli­jf steken. Het boeit me verder ook niet. Enig geloof hecht­en aan de voor­spel­lende (of erg­er, lots­bepal­ende) rol die de con­stel­latie van ster­ren tij­dens je geboorte zou hebben op je verdere lev­en doe ik niet.

Toch deed me deze pas­sage wel de wenkbrauwen fron­sen. Is het werke­lijk waar dat de weegschaal het enige teken in de dieren­riem is dat geen dier of mens is? Hoe vreemd is dat? Omdat de uit­sprak­en gedaan wor­den door een fic­tief per­son­age in een roman heb ik het voor de zek­er­heid opge­zocht. En het klopt. Alle andere elf tekens zijn ofwel dier­lijk ofwel menselijk. Bli­jft over, de weegschaal.

Wat moet ik daar nu weer van vin­den? Ergens heeft het wel iets. Je zou het kun­nen inter­preteren als een unieke rol bin­nen het geheel. Onderdeel van, maar tegelijk­er­ti­jd anders dan de rest. Ik ver­moed dat er boeken volgeschreven zijn over deze uit­zon­der­ingsposi­tie bin­nen de dieren­riem plus de ver­schil­lende inter­pre­taties over de beteke­nis hier­van. Die ga ik echter niet lezen.

Mooier lijkt het me hier mijn eigen invulling te geven. Want het bleef me nog een tijd­je bezighouden nadat ik De tolk van Java niet veel lat­er uit­gelezen had. Zoals ik het nu zie staat de weegschaal sym­bool voor de vol­gende en laat­ste fase van lev­en op aarde, en wel de kun­st­matige intel­li­gen­tie. Na de dieren en de mensen zijn de machines aan de beurt om te heersen. En dat zal eerder het geval zijn dan men pak­weg een eeuw gele­den had kun­nen voorzien.

Veel mensen (van dieren weet ik het eerlijk gezegd niet) zijn huiv­erig voor de robo­tis­er­ing van de samen­lev­ing, maar ze kun­nen gerust zijn gezien het feit dat juist de weegschaal hier­voor in de dieren­riem is opgenomen. Want zeg nou zelf, met de meeste ken­merken in de popas­trolo­gie (ja, ik beken, ik heb me een klein beet­je ingelezen in de materie) voor wat betre­ft weegschaal kan de toekomst alleen maar beter wor­den:

diplo­matiek, bereid tot het sluiten van com­pro­mis­sen, maar mogelijk wel manip­u­latief, kan goed samen­werken, eerlijk, gebal­anceerd, onpar­ti­jdig, ide­al­is­tisch (in relaties), char­mant, rustig in omgang, soci­aal sterk, last met het nemen van beslissin­gen, veran­der­lijk, houdt van vrede, goedgelovig, beïn­vloed­baar, ele­gant, artistiek, heeft een goede smaak, houdt van plezi­er, zach­taardig, gevoelig tegen­over anderen, ana­lytisch, aardig, vrolijk, roman­tisch
[wikipedia]

Het is slechts een kwest­ie van tijd voor­dat ik en mijn mede-weegschalen de hege­monie van de wereld zullen overne­men en er een ‘bet­ter place’ van gaan mak­en. Moeil­ijk zal dat niet zijn.

En met die inspir­erende gedachte ga ik nu naar bed.

~ ~ ~

Feest onder ouderlijk toezicht

Zomaar van die herin­ner­in­gen die plots opkomen wan­neer je een boek leest. In dit geval moest ik denken aan een ver­jaardags­feest bij een klasgenoot tij­dens mijn mid­del­bare schoolti­jd. Dat kwam van­wege De tolk van Java door Alfred Bir­ney. Daarin zoekt een Indis­che jonge­man rond 1950 zijn cor­re­spon­den­tievriendin op in Hel­mond of all places. Haar oud­ers hebben er een schoen­winkel in de Heis­traat.

Ook de oud­ers van mijn klasgenoot had­den een winkel ergens in het cen­trum van Hel­mond. Op de uitn­odig­ing stond dat het een Amerikaanse fuif zou gaan wor­den dus we wer­den geacht alle­maal iets te eten of drinken mee te nemen. Ik wist niets beters te verzin­nen dan een fles wijn thuis uit de drankvoor­raad te pikken. Het bleek bij toe­val een nogal dure en goede keus te zijn zo kreeg ik veel lat­er te horen, maar dat terz­i­jde.

Vooraf deden de wild­ste ver­halen de ronde over het feest. Het klasgenoot­je had een aan­tal vriendin­nen die op z’n zachts gezegd nogal los­bandig waren. Ze speelden allen hock­ey en waren nogal makke­lijk in de omgang, althans vol­gens enkele vage ken­nis­sen die lid waren van dezelfde hock­ey­club. Een klasgenoot­je waar ik toen­der­ti­jd een oog­je op had zou ook van de par­tij zijn, dus ik had al met al hoge verwachtin­gen van de avond.

Groot was mijn teleurstelling toen we de huiskamer boven de winkel betraden. Als een stel kamp­be­waarders zat de fam­i­lie van de jarige job in een hoek aan tafel zon­der hun plaats ook maar voor een min­u­ut te ver­lat­en. Al het andere meu­bi­lair was tijdelijk ver­wi­jderd of aan de kant geschoven zodat er vol­doende ruimte was om te dansen. Verder ston­den er alleen nog wat hoge tafelt­jes waarop we onze drankjes en hap­jes kon­den zetten. De licht­en waren zelfs gedempt om een intieme sfeer te creëeren, maar de stem­ming kwam er nooit echt in zolang we gadeges­la­gen wer­den door het groep­je stilzwi­j­gende vol­wasse­nen die iedere beweg­ing van ons nauwlet­tend in de gat­en hield.

Veel eerder dan gedacht ver­li­eten de eerste klasgenoten vroeg in de avond het feestje. Ook ikzelf bood algauw excus­es aan dat ik de vol­gende dag ’s ocht­ends moest voet­ballen en mijn nachtrust hard nodig had. Een­maal buiten vertrok ik lin­ea rec­ta richt­ing bin­nen­stad van Hel­mond en zocht een aan­tal vrien­den op om alsnog flink te gaan feesten. Hoe dat afgelopen is staat me verder niets meer van bij.

Voor een Hel­mondse schoen­mak­ers­dochter, een Indis­che voor­ma­lige oor­logstolk en hun zoon bestaat er geen heden. Alleen een belast verleden. De zoon achter­vol­gt zijn oud­ers met vra­gen over de oor­log in Ned­er­lands-Indië die door­woedt in het gezin. Hun ver­halen zijn span­nend, hilar­isch, gruwelijk, niet te bevat­ten, rauw, maar niet zon­der humor.

De tolk van Java
Alfred Bir­ney
Uit­gev­er De Geus
ISBN 9789044538502

~ ~ ~