Lezen

Ruim een week gele­den ging inter­net voor de eerste kapot. Zomaar, ineens was er geen verbind­ing meer. Beet­je gebeld met de helpdesk. Beet­je geklaagd. Beet­je gerom­meld met de ver­schil­lende draden. Een dag erna deed inter­net het weer. Om er enkele dagen lat­er weer mee te stop­pen. En het enkele uren lat­er even­t­jes nog te doen. Daar­na defin­i­tief niet meer.

Afgelopen vri­jdag kwam de mon­teur van UPC. Die zag het meteen tij­dens het doorme­ten. Kabel­breuk. Hoewel, nog net niet hele­maal. Een zwak sig­naal kwam soms door tot aan de modem. Maar het was niet sta­biel genoeg om het dataver­keer con­tinu ‘in de lucht’ te houden. Gelukkig kon hij de sig­naal­sterk­te iet­wat opschroeven zodat we de komende tijd inter­net kun­nen bli­jven gebruiken tot­dat de kabel ver­van­gen is.

Ik ver­moed dat ‘onze’ rat schuldig is, maar heb dat niet hardop uit­ge­spro­ken om elke aansprake­lijkhei­d­sclaim uit de weg te gaan. Het zal mij benieuwen of tij­dens de kabe­lop­graafw­erkza­amhe­den ook de bij voor­baat al ver­dachte rat tevoorschi­jn komt. Want die hebben we al een tijd niet meer gezien. Hopelijk heeft het gif wat door de bestri­jd­ings­di­enst is neergelegd ein­delijk effect gehad. En bli­jft de schade beperkt tot deze bij­na-kabel­breuk.

Dat insta­biele inter­net heeft trouwens wel een posi­tieve uitwerk­ing gehad. Ik kreeg wat extra tijd in de schoot gewor­pen die ik van plan was op te vullen met lezen. Over­al in huis liggen boeken waar ik ooit aan begonnen ben zon­der (om welke reden dan ook) het boek tot het einde uit te lezen, of waar ik zelfs nog hele­maal niet aan begonnen ben. Hier sto­orde ik me al geruime tijd aan.

Allereerst heb ik al deze rond­slin­gerende boeken opgeruimd zodat er enig overzicht ontstond. Daar­na heb ik vol­strekt willekeurig een fic­tie en een non-fic­tie boek gepakt met het voorne­men niet aan andere boeken te begin­nen voor­dat ik deze uit heb. Verder heb ik een account aange­maakt bij Goodreads om daar een wid­get te kun­nen gebruiken die de boeken laat zien welke ik momenteel lees (zie hier­naast in de rechterkolom: Op ’t nachtkast­je).

Heb ik aldus daad­w­erke­lijk iets gelezen, of is het bij deze omtrekkende voor­berei­din­gen gebleven? Nee, het is me gelukt Het trom­melv­el van Arturo Pérez-Reverte alsook het boeken­weekgeschenk Heldere hemel van Tom Lanoye te lezen.

En van­daag ben ik (her)begonnen in Impe­r­i­al bed­rooms van Bret Eas­t­on Ellis. Ook zo’n boek waar ik ooit ent­hou­si­ast mee van start ben gegaan waar­na op mys­terieuze wijze het boek uit zicht is verd­we­nen vooraleer het al zijn geheimen had pri­js­gegeven. Hopelijk gaat dat deze keer niet weer gebeuren.

Aldus zal het nie­mand ont­gaan zijn dat ik mijzelf de vri­jheid gun om na een uit­gelezen fic­tie boek door te gaan met een ander fic­tie boek. Maar een vol­gend non-fic­tie boek zal toch pas echt kun­nen nadat ik Willpow­er van Roy Baumeis­ter tot een goed einde heb gebracht. De bedoel­ing is verder nog dat ik zal proberen alle gelezen boeken in de vorm van een korte besprek­ing de revue te lat­en passeren.

Tot zover de mijzelf opgelegde regels en vorderin­gen. Miss­chien dat de aangekondigde boekbe­sprekin­gen ervoor zullen zor­gen de drama­tisch ingeza­k­te blogfre­quen­tie weer wat omhoog te krikken.

~ ~ ~

De voorlezer

Ze was een aan­dachtige toe­hoorster. […] Toen de dagen langer wer­den, ging ik langer door met lezen om in de schemer­ing met haar in bed te liggen.
Wan­neer ze op mij was inges­lapen, op de bin­nen­plaats de zaag was ver­stomd, de mer­el zong en er van de kleuren van de din­gen in de keuken alleen nog lichtere en donkere nuances gri­js rest­ten, was ik vol­maakt gelukkig.

[De voor­lez­er. Bern­hard Schlink. blz. 37]

~ ~ ~

Soms, als ik alleen thuis ben, gooi ik alle schroom van me af en begin hardop te lezen. Denk­end aan Jan van Veen hoor ik een diep­donkere stem ges­taag door oneindi­ge ether gaan.
Iets waar ik ontzettend jalo­ers op kan zijn.

Zo graag zou ik zelf ook in staat zijn om het vele mooie wat ik onder ogen kri­jg zon­der haperin­gen te kun­nen voor­lezen. Aan mijn kleinkinderen bijvoor­beeld. Maar vooral ook lat­er. Aan jou. Op onze oude dag. Geza­men­lijk gezeten op een makke­lijke bank, met een deken­t­je over de benen. In alle rust. En eigen tem­po.

Ik con­cen­treer me op de tekst. Schraap mijn keel en begin. Aarze­lend en zoek­end naar een cadans die past bij de tekst. Een­maal op gang probeer ik niet te luis­teren naar mijn eigen gelu­id. Wat zo anders klinkt dan wan­neer ik ‘hardop in mezelf’ lees. Het valt erg tegen. Maar ik geef niet op. Tenslotte heb ik vol­doende tijd om het me eigen te mak­en.

Hoewel? Gis­ter kwam het ver­zoek bin­nen of ik ook een stuk­je uit eigen ‘werk’ wil voor­dra­gen tij­dens de boekp­re­sen­tatie van Adren­a­line. Een bun­del met korte span­nende ver­halen, waaron­der een­t­je van mijn hand. Ergens (zow­el tijd en ruimte) eind okto­ber. Ik heb (j)a gezegd. En moet nu nodig oefe­nen op b.

~ ~ ~

Wat is erg­er? Dat ik gaan­deweg mijn zicht ver­lies en niet meer kan lezen, of dat mijn stem het begeeft en er van voor­lezen lat­er niets meer terechtkomt?
Vooral­snog is geen van bei­den actueel, dus her­vat ik mijn pogin­gen en lees met qua­si-gedra­gen stem op een willekeurige plek verder:

Een prachtige liefdes­geschiede­nis,’ ver­vol­gde ze, en ze hief haar ogen naar Quart op. ‘En net als alle prachtige liefdes­geschiedenis­sen was het een tragis­che geschiede­nis.’

[Het trom­melv­el. Arturo Pérez-Reverte. blz. 208]

~ ~ ~