Chautauqua

Deze blogpost is deel 3 van 19 in de serie Zen - Robert Pirsig

chautauqua
[p.17-19]

Omdat motorrijden volgens de ik-persoon uitermate geschikt is om je gedachten te ordenen heeft hij het plan opgevat om in de vorm van een Chautauqua een aantal zaken met ons te delen die in zijn ogen belangrijk zijn.

Ik hoor je denken, “Een Chautauqua? Wat is dat in hemelsnaam?”

Zelf geeft de ik-persoon de volgende uitleg:

What is in mind is a sort of Chautauqua – that’s the only name I can think of for it – like the traveling tent-show Chautauquas that used to move across America, this America, the one that we are now in, an old-time series of popular talks intended to edify and entertain, improve the mind and bring culture and enlightenment to the ears and thoughts of the hearer.
[p.17]

De voorgaande keren dat ik Zen las heb ik hier verder niet bij stilgestaan. De eerste keer was ik ook verwonderd over dit vreemde woord maar met de uitleg erbij (die ik naar nu blijkt verkeerd heb geïnterpreteerd) dacht ik dat er verwezen werd naar een groep rondtrekkende indianen (van de Chautauqua stam) die al verhalen vertellend in hun bestaan wist te voorzien. Ik vond het een mooi beeld.

Maar het klopt dus van geen meter.

Vandaag heb ik de moeite genomen om me te verdiepen in de achtergrond van de Chautauqua. De link naar de indianen die ik zelf had gemaakt lag voor de hand, hoewel het anders in elkaar zit. Chautauqua is niet een indianenstam, maar een woord dat komt uit de taal van de Irokezen:

Chautauqua is an Iroquois word, meaning either “two moccasins tied together”, “bag tied at the middle”, “where the fish are taken out” or “jumping fish”.
[bron: Wikipedia]

Dit is echter niet waar de ik-persoon op doelt wanneer hij het heeft over Chautauqua. Hij verwijst naar een beweging gericht op de educatie van volwassenen die in 1874 ontstaan is. De eerste bijeenkomst was aan de oevers van het Chautauqua meer1 bij New York. De naam Chautauqua is daarna verbonden gebleven aan deze beweging:

Chautauqua, an adult education movement featuring lectures, plays, and musical performances; the word is also used for any single organization pursuing this activity. The idea was originated in 1874 in Chautauqua, New York, which lends its name to the format, but was soon copied elsewhere.
[bron: Wikipedia]

Al snel nam dit fenomeen een hoge vlucht en door geheel Amerika werden (voornamelijk) zomerkampen georganiseerd waar vanalles rondom kunst, cultuur en wetenschap in de meest brede zin werd onderwezen. Na de hoogtijdagen rond 1930 werd het echter allengs minder. Iets wat vooral te maken had met de opkomst van radio, bioscoop en TV.

Het leuke nu is dat ten westen van de Mississippi er sinds de begindagen één Chautauqua bestaat die nog steeds dienst doet, en dit zelfs het gehele jaar door. Leuk, omdat het gelegen is in Boulder, Colorado en laat dat nu net de plaats zijn waar ik verschillende keren voor mijn werk naar toe ben geweest.

Mijn eerste trip was in 2006 en door vertraging in Minneapolis2 kwam ik laat in de nacht aan op het vliegveld van Denver. In de huurauto zat geen navigatiesysteem en natuurlijk nam ik ergens de verkeerde afslag zodat ik uiteindelijk via Highway 36 Boulder binnenreed. Daar ben ik toen nog een keertje verdwaald en zoals het er nu naar uitziet dicht langs de Chautauqua gereden. Verder heb ik er nooit iemand over gehoord of er iets over gelezen. Iets wat ik hoop goed te maken bij een volgende trip naar Boulder (mocht dat er ooit nog eens van komen).

Schermafbeelding 2015-08-25 om 19.35.59

Op de website van The Colorado Chautauqua National Historic Landmark is een hoop informatie te vinden over de geschiedenis van deze beweging. En er schijnt een kentering in de maak te zijn:

Today, chautauqua is experiencing a renaissance. People are discovering that lifelong learning is one of the keys to living a happy, fulfilling life. Throughout North America existing chautauquas are thriving and ones from the past are being resurrected.
[bron: The Colorado Chautauqua National Historic Landmark]

In een volgende blogpost gaan we zien waar de ik-persoon uit Zen het over wil gaan hebben in zijn Chautauqua. Je kunt natuurlijk ook zelf alvast verder lezen in het boek.

~ ~ ~


  1. Inderdaad een meer in de vorm van twee aan elkaar gebonden moccasins. 

  2. Waar ik dit weekend weer naar toe mag. 

Ward

Vier werkdagen op rij reed ik laat op de avond van Boulder, Colorado naar mijn hotel in Longmont. Op de vijfde dag stopte ik stipt om drie uur in de namiddag, nam afscheid van mijn collega’s en reed op goed geluk de bergen in. Het voelde als een rebelse daad, hoewel ik er al zo’n zestig zeer efficiënte kantooruren op had zitten. Na een half uur zonder omlijnd plan gereden te hebben zag ik een bord met de plaatsnaam Ward. Iets zei me dat dit mijn bestemming van die dag zou worden. Vastberaden nam ik de afslag.

De weg slingerde zich omhoog door een almaar kaler wordend landschap. De vorst zat hier nog stevig in de bodem en steeds vaker zag ik grote schotsen opgevroren sneeuw de flanken bedekken. In een bocht van de weg viel me op dat ik via het achteruitkijkspiegeltje een goed zicht had over Boulder en omstreken. Ik parkeerde de huurauto en nam plaats aan een strategisch geplaatste picknicktafel.

Het was doodstil op een enkele overvliegende vogel na. Er stond een lichte bries die soms de naalden van de dennenbomen deed fluisteren. Beneden me lag de stad waar ik de hele week had vertoefd. Goed was te zien hoe de rechte wegen de laagbouw in kleine blokjes onderverdeelden. De bedrijvigheid was opvallend. Vele auto’s vervoerden mensen van links naar rechts of van noord naar zuid. Door de lijntjes te volgen kwam ik uit bij het hoofdkantoor van ons bedrijf. Er zat structuur in alles wat ik zag. En al die tijd moest ik denken aan Ward. Waar kwam die naam vandaan? Waarom wist ik zeker dat dit de juiste bestemming was voor het korte uitstapje wat me gegund was voordat ik weer terug zou vliegen naar Nederland? Ik vervolgde mijn weg naar hoger gelegen oorden. Riviertjes gingen soms verborgen onder grillige lagen ijs. Het gras op de hellingen oogde dor. De zon ging regelmatig schuil achter de bergtoppen. Bij elke nieuwe bocht die ik nam liet ik wat achter. Alle overbodige ballast kon overboord. Het werd gaandeweg leger in de auto. Daarvoor in de plaats vulde de ruimte zich met niets. Alleen de lokroep van Ward. Die klonk door de ijle lucht heen. Nog één bocht, zo wist ik. Hoe wist ik dat? Maar het klopte.

Op een verweerd bord viel af te lezen dat ik mijn einddoel had bereikt. Ward. Een bij elkaar geharkt zootje vervallen campers en huizen. Busjes, auto’s en motoren zonder wielen of in nog verdere staat van ontmanteling stonden overal tussen de woningen. In veel gevallen al diep weggezonken in de aarde. Het leek een ghosttown, verlaten door haar bewoners. Langzaam reed ik langs de huizen. De doorgaande weg was hier tevens hoofdstraat. Minder dan een minuut later had ik Ward alweer verlaten en kwam ik op een T-splitsing. Opnieuw parkeerde ik de huurauto. Bij gebrek aan een picknicktafel nam ik plaats op de motorkap. Ward lag onder me. Eén grote chaos. Alsof een handjevol woningen was uitgestrooid als zaadjes om een nieuwe wijk te laten ontspruiten. Zonder systeem. Op hoop van zegen. Er schoot me te binnen dat ik over dit gehucht had gelezen in het hotel. Ooit opgebloeid tijdens de goldrush omdat er enkele zilveraders waren gevonden was het na WO-II jarenlang zo goed als uitgestorven geweest, totdat er in de jaren zestig een hippiekolonie was neergestreken. Waarvan er nu nog enkele woonden. Ik vond het prachtig. Een uurtje later hernam ik volkomen uitgerust mijn reis. Naar Longmont.

~ ~ ~