The more you look

Deze blog­post is deel 17 van 19 in de serie Zen — Robert Pir­sig

[p.115–121]

Het artikel op De Cor­re­spon­dent over lifel­oggen waar ik het gis­ter over had begint met een ver­wi­jz­ing naar een studie uit 1951. In One Boy’s Day werd een poging gedaan om één dag uit het lev­en van een jon­gen vast te leggen. Het resul­taat was een boek van vijfhon­derd pagina’s dik en er had­den acht onder­zoek­ers aan gew­erkt. Tegen­wo­ordig, zo is de con­sta­ter­ing die vol­gt, hebben we daar een app voor die het­zelfde doet. Op de achter­grond. Automa­tisch.

Maar is zo’n app in staat om onze iden­titeit te van­gen mid­dels die almaar groeiende dataverza­mel­ing? In het artikel is men daar vooral­snog niet erg posi­tief over. De door Breg­je Hof­st­ede geïn­ter­viewde kun­ste­naar Con­stant Dul­laart:

Een bepaalde mis­vorm­ing is inher­ent aan het gebruik van deze tech­niek,’ zegt hij. ‘Een object (of een mens) moet wor­den terugge­bracht tot een beperkt aan­tal eigen­schap­pen, voor automa­tis­che cog­ni­tie er vat op heeft. De uit­zon­der­ing wordt wegge­fil­terd. Als we omgaan met automa­tis­che herken­ning, wor­den onze lev­ens vanzelf ges­im­pli­ficeerd tot karika­turen.’
[Zo stu­urt je smart­phone je lev­ensver­haal, Breg­je Hof­st­ede]

De vraag is of het slechts een kwest­ie van tijd is voor­dat de weten­schap er uitein­delijk in slaagt om zon­der de genoemde mis­vorm­ing een exacte copie van een unieke per­soon­lijkheid te creëren op basis van verza­melde data over die per­soon. Ik waag het te betwi­jfe­len. Niet omdat ik er ver­stand van heb. Maar omdat ik van­daag weer eens een aan­tal pagina’s gelezen heb in Zen and the Art of Motor­cy­cle Main­te­nance.

In hoofd­stuk 10 vertelt de ik-per­soon over Phae­drus en hoe die op jonge leefti­jd breekt met het rationele denkpro­ces in de weten­schap. Hij is er namelijk van over­tu­igd ger­aakt dat er iets mis is met de weten­schap­pelijke meth­ode om een bepaalde the­o­rie te bewi­jzen. Hypothe­ses en de weer­leg­ging daar­van staan hier­bij cen­traal. Gedurende zijn lab­o­ra­to­ri­umw­erk ont­dek­te hij dat er alleen maar meer hypothe­ses bij kwa­men. Voor de grap stelt hij zijn eigen natu­urkundi­ge wet op:

The num­ber of ratio­nal hypothe­ses that can explain any giv­en phe­nom­e­non is infi­nite.
[p.118, Zen]

Het duurt niet lang voor­dat hij inzi­et hoe nihilis­tisch deze benader­ing is.

If all hypothe­ses can­not be test­ed, then the results of any exper­i­ment are incon­clu­sive and the entire sci­en­tif­ic method falls short of its goal of estab­lish­ing proven knowl­edge.
[p.118, Zen]

Hij zoekt zijn heil bij Ein­stein. Tev­ergeefs. Zijn verdere studie naar antwo­or­den die kun­nen aan­to­nen dat hij het fout heeft brengt hem geen uit­sluit­sel. Het lijkt er zelfs ver­dacht veel op dat er con­sen­sus heerst bin­nen de weten­schap­pelijke wereld voor wat betre­ft deze fun­da­mentele teko­rtkom­ing. Men heeft het er niet over. Doet alsof het niet bestaat. Phae­drus begri­jpt niet hoe dit mogelijk is. Hij gaat op zoek naar oplossin­gen en de weg die hij daar­voor aflegt is het onder­w­erp van de hoofd­stukken die vol­gen.

Terug naar het automa­tisch lifel­oggen. Waarom betwi­jfel ik of het de weten­schap gaat lukken om op een rationele manier onze lev­ens waarhei­ds­getrouw in kaart te bren­gen zon­der daar­bij afbreuk te doen aan onze iden­titeit? Allereerst natu­urlijk omdat er alti­jd hypothe­ses aan te passen zullen komen om al die data te inter­preteren. En we hebben gelezen wat het prob­leem daar­bij is. En Phae­drus ont­dek­te nog iets anders. Iets wat het opti­mistis­che vooruit­gangs­geloof in de weten­schap verder onder­mi­jnt.

Zoals gezegd vor­men de hoeveel­heid opge­wor­pen hypothe­ses het prob­leem. Hoe meer, hoe moeil­ijk­er om ze alle­maal te testen.

And what seems to be caus­ing the num­ber of hypothe­ses to grow in recent decades seems to be noth­ing oth­er than sci­en­tif­ic method itself. The more you look, the more you see. Instead of select­ing one truth from a mul­ti­tude you are increas­ing the mul­ti­tude.
[p.119, Zen]

Juist door het toepassen van de rationele weten­schap­pelijke meth­ode komt men niet dichter tot een oploss­ing, maar beweegt men er steeds verder van weg.

~ ~ ~

Iedere dag lifeloggen

Vanocht­end schrok ik niet wakker van de wekker. Ergens tegen acht uur opende ik mijn ogen en zag dat het bij­na acht uur was. Daar schrok ik van. Want de wekker was niet gegaan.
Lichtelijk in paniek (waarom?) sprong ik uit bed. In de bad­kamer kwam ik enigszins tot rust. Het was geen doorde­weekse werkdag. Dus ik hoefde me niet te haas­ten om nog een beet­je op tijd op kan­toor te ver­schi­j­nen.
Had ik miss­chien een afspraak bij ons nieuwe huis? Nee, ook dat was niet het geval con­cludeerde ik tij­dens het tanden­po­et­sen. Ik hoefde zelfs dit week­end niet aan de slag met slop­er­shamer of koevoet. Na een maand hard werken bleek ik zo maar een dag­je vrij te hebben!
Tijd om onder het ont­bi­jt wat bij te lezen op onder andere De Cor­re­spon­dent. Mijn oog viel op Zo stu­urt je smart­phone je lev­ensver­haal door Breg­je Hof­st­ede. Zij doet hier ver­slag van haar poging om een maand lang haar dagelijkse lev­en vast te leggen. Niet (alleen) door er een dag­boek over bij te houden, maar met behulp van ver­schil­lende apps die haar beweg­in­gen en han­delin­gen mon­i­toren en ver­vol­gens ver­w­erken in (voorge­pro­gram­meerde) sce­nar­ios.
Wat een toe­val. Ik kon me nog goed herin­neren dat ze eerder over dit ini­ti­atief schreef. Allereerst dacht ik dat ze van plan was om iedere dag te gaan bloggen. Maar dat was niet zo. Ze wilde nieuwe vor­men van lifel­oggen gaan uit­proberen:

En de keuze­mogelijkhe­den groeien razend­snel. Denk aan ‘lifel­og­ging’: je hor­loge of smart­phone die automa­tisch foto’s of gelu­id­sop­na­men maakt, volau­toma­tis­che com­pi­laties. Een dig­i­taal baby­boek. Of apps waarin je je bezighe­den en stem­ming bijhoudt en beci­jfert.
[Ik ga een maand mijn lev­en loggen. Want wat voor verledens mak­en we straks? — Breg­je Hof­st­ede]

Ha!, dacht ik. Dat ga ik ook doen. Niet via die apps, maar gewoon, iedere dag bloggen. Want een maand gele­den kre­gen we de sleu­tel van ons nieuwe huis. Vanaf dag 1 zouden we volle bak aan de gang moeten met allereerst de ver­bouwing en gaan­deweg de ver­huiz­ing zodat we op 30 april hele­maal over moesten zijn. Het leek me leuk om iedere dag de voort­gang van dat alles hier te delen.
Zo hebben ze van­daag de vlo­erver­warm­ing gelegd. De reden waarom ik niet in het huis kan klussen.

Het is er niet van gekomen. Te vaak lag ik ’s avonds uit­geput op de bank ofwel waren we tot laat bezig om zak­en uit te zoeken in ver­band met gewi­jzigde plan­nen naar aan­lei­d­ing van onvoorziene ver­rassin­gen die voortk­wa­men uit de ver­bouwing. Alle­maal heel ver­moeiend en tij­drovend. Ook span­nend en enerverend. Maar het bloggen schoot er dan vaak bij in.
Miss­chien had ik er beter aan gedaan om toch een van de apps te gebruiken die Breg­je Hof­st­ede bespreekt in haar laat­ste artikel. Hoewel ze allen zo hun beperkin­gen1 ken­nen had ik er waarschi­jn­lijk meer mee vast­gelegd of gedeeld dan ik nu heb gedaan. De vraag is of ik er echt tevre­den mee zou zijn geweest. Ik zie bloggen toch meer als een per­soon­lijke ver­sla­g­leg­ging en niet zozeer als het zake­lijk reg­istr­eren van wat ik zoal doe op een dag. Dan maar wat min­der updates.
~ ~ ~


  1. Voor­beeld: “Wat er wordt bijge­houden, wordt gro­ten­deels bepaald door tech­nis­che beperkin­gen (gedacht­en en emoties zijn vooral­snog niet door com­put­ers af te lezen). De app beslist ver­vol­gens welke con­clusies er uit de beschik­bare infor­matie wor­den getrokken.”