In de herhaling

rereading

Op muziek kan ik soms erg jalo­ers zijn. Dat klinkt miss­chien wat raar, maar wat ik probeer te zeggen is het vol­gende: muziek is zo goed als alomte­gen­wo­ordig. Het maakt niet uit waar ik ben of wat ik doe, vaak speel ik muziek uit mijn eigen verza­mel­ing af of heb de radio aan staan. Zo kri­jg ik toch zon­der er al te veel voor te hoeven doen mijn dagelijkse por­tie muziek mee.

Hoe anders is dat met lit­er­atu­ur. Ik zal echt zelf een boek ter hand moeten nemen anders gaat het com­pleet aan me voor­bij. Nie­mand die iets voor­leest ter­wi­jl ik in de rij bij de super­markt sta. Geen ‘ele­va­tor­lit­er­a­ture’ in open­bare gebouwen die ik bezoek. Natu­urlijk kan ik een audioboek down­load­en op mijn mobiel of op cd voor in de auto. Maar dan is het wel zaak dat ik goed gecon­cen­treerd bli­jf want anders mis ik nog steeds een hele­boel.

Lezen is voor mij een indi­vidu­ele bezigheid die ik bij voorkeur zon­der al te rumo­erig gezelschap (lief­st hele­maal nie­mand) en met de juiste con­cen­tratie dien uit te voeren. Ter­wi­jl muziek luis­teren iets is wat ik zelfs tij­dens het berei­den van het avon­de­ten kan doen.

En dat maakt me dus zo jalo­ers. Want muziek kan op deze manier veel meer onderdeel van mijn lev­en wor­den dan lit­er­atu­ur. Een mooi num­mer zet ik op repeat en ver­vol­gens leer ik het in alle details ken­nen.

Maar een mooi boek?

Dat is gedoemd te verd­wi­j­nen naar de ver­getel­heid omdat er zoveel nog te lezen boeken klaarliggen. Niks geen repeat knop voor een boek waar ik na eerste lez­ing hele­maal weg van was. Hoo­gu­it zet ik het in mijn boekenkast (indi­en ik het gekocht had) ‘voor lat­er’. Vaak tegen beter weten in. Is dat eigen­lijk niet te zot voor woor­den?

Als ik daarom (van Hen­drik-Jan) een top-10 lijst­je moet opstellen van boeken die ik iedereen zou willen aan­raden, dan kies ik er nu eens voor om het anders aan te pakken. Wat hieron­der vol­gt zijn tien boeken waar­van ik ooit heb gezegd dat ik ze opnieuw zou gaan lezen mocht mij de tijd gegeven zijn.

Bij som­mi­gen is dat al gelukt en net als bij een mooi muzieknum­mer kan ik er nog steeds niet genoeg van kri­j­gen. Juist het vak­er lezen van dezelfde tekst maakt goeie lit­er­atu­ur alleen maar indruk­wekkender.

Zou het miss­chien niet beter zijn om de helft van het jaar te best­e­den aan het her­lezen van boeken die je ooit de moeite waard vond? En de andere helft aan nieuwe boeken? Ik ga het toch eens serieus over­we­gen.

Hoe dan ook, de opsom­ming die hieron­der vol­gt is slechts een kleine afspiegeling van wat ik graag opnieuw zou willen lezen en de vol­go­rde is com­pleet willekeurig. Zelfs nu ik het lijst­je ‘defin­i­tief’ heb neig ik er alweer naar om wat te veran­deren.

Maar het gaat om het idee, niet om de lijst. Dus hier komen ze.

Tien boeken die wat mij betreft in de herhaling mogen:

De zond­vloed — Jeroen Brouw­ers
Val­lende oud­ers — A.F.Th. van der Hei­j­den
Gan­green — Jef Geer­aerts
Kort Amerikaans — Jan Wolk­ers
Paint­ed bird — Jerzy Kosin­s­ki
S. — J.J. Abrams & Doug Dorst
Amer­i­can Psy­cho — Bret Eas­t­on Ellis
Zen and the Art of Motor­cy­cle Main­te­nance — Robert Pir­sig
1984 — George Orwell
The World accord­ing to Garp — John Irv­ing

~ ~ ~

Dit is een bij­drage voor het #50books ini­ti­atief dat in 2016 door Hen­drik-Jan de Wit wordt ver­zorgd.
Vraag 4
Welke 10 boeken zou iedereen gelezen moeten hebben?

~ ~ ~

Lezen

Ruim een week gele­den ging inter­net voor de eerste kapot. Zomaar, ineens was er geen verbind­ing meer. Beet­je gebeld met de helpdesk. Beet­je geklaagd. Beet­je gerom­meld met de ver­schil­lende draden. Een dag erna deed inter­net het weer. Om er enkele dagen lat­er weer mee te stop­pen. En het enkele uren lat­er even­t­jes nog te doen. Daar­na defin­i­tief niet meer.

Afgelopen vri­jdag kwam de mon­teur van UPC. Die zag het meteen tij­dens het doorme­ten. Kabel­breuk. Hoewel, nog net niet hele­maal. Een zwak sig­naal kwam soms door tot aan de modem. Maar het was niet sta­biel genoeg om het dataver­keer con­tinu ‘in de lucht’ te houden. Gelukkig kon hij de sig­naal­sterk­te iet­wat opschroeven zodat we de komende tijd inter­net kun­nen bli­jven gebruiken tot­dat de kabel ver­van­gen is.

Ik ver­moed dat ‘onze’ rat schuldig is, maar heb dat niet hardop uit­ge­spro­ken om elke aansprake­lijkhei­d­sclaim uit de weg te gaan. Het zal mij benieuwen of tij­dens de kabe­lop­graafw­erkza­amhe­den ook de bij voor­baat al ver­dachte rat tevoorschi­jn komt. Want die hebben we al een tijd niet meer gezien. Hopelijk heeft het gif wat door de bestri­jd­ings­di­enst is neergelegd ein­delijk effect gehad. En bli­jft de schade beperkt tot deze bij­na-kabel­breuk.

Dat insta­biele inter­net heeft trouwens wel een posi­tieve uitwerk­ing gehad. Ik kreeg wat extra tijd in de schoot gewor­pen die ik van plan was op te vullen met lezen. Over­al in huis liggen boeken waar ik ooit aan begonnen ben zon­der (om welke reden dan ook) het boek tot het einde uit te lezen, of waar ik zelfs nog hele­maal niet aan begonnen ben. Hier sto­orde ik me al geruime tijd aan.

Allereerst heb ik al deze rond­slin­gerende boeken opgeruimd zodat er enig overzicht ontstond. Daar­na heb ik vol­strekt willekeurig een fic­tie en een non-fic­tie boek gepakt met het voorne­men niet aan andere boeken te begin­nen voor­dat ik deze uit heb. Verder heb ik een account aange­maakt bij Goodreads om daar een wid­get te kun­nen gebruiken die de boeken laat zien welke ik momenteel lees (zie hier­naast in de rechterkolom: Op ’t nachtkast­je).

Heb ik aldus daad­w­erke­lijk iets gelezen, of is het bij deze omtrekkende voor­berei­din­gen gebleven? Nee, het is me gelukt Het trom­melv­el van Arturo Pérez-Reverte alsook het boeken­weekgeschenk Heldere hemel van Tom Lanoye te lezen.

En van­daag ben ik (her)begonnen in Impe­r­i­al bed­rooms van Bret Eas­t­on Ellis. Ook zo’n boek waar ik ooit ent­hou­si­ast mee van start ben gegaan waar­na op mys­terieuze wijze het boek uit zicht is verd­we­nen vooraleer het al zijn geheimen had pri­js­gegeven. Hopelijk gaat dat deze keer niet weer gebeuren.

Aldus zal het nie­mand ont­gaan zijn dat ik mijzelf de vri­jheid gun om na een uit­gelezen fic­tie boek door te gaan met een ander fic­tie boek. Maar een vol­gend non-fic­tie boek zal toch pas echt kun­nen nadat ik Willpow­er van Roy Baumeis­ter tot een goed einde heb gebracht. De bedoel­ing is verder nog dat ik zal proberen alle gelezen boeken in de vorm van een korte besprek­ing de revue te lat­en passeren.

Tot zover de mijzelf opgelegde regels en vorderin­gen. Miss­chien dat de aangekondigde boekbe­sprekin­gen ervoor zullen zor­gen de drama­tisch ingeza­k­te blogfre­quen­tie weer wat omhoog te krikken.

~ ~ ~

Steigerbouwer is wat ik ben

Er is een Chi­nees gezegde, en dat gaat als vol­gt: ‘Je moet jezelf ver­geten om suc­cesvol te zijn. Er bestaat geen zelf.’ ”

Aan het woord is een zeer suc­cesvolle onroerend­goed­mag­naat uit Chi­na. Samen met o.a. een autoverkop­er en een steiger­bouw­er wordt hij gevol­gd in de doc­u­men­taire ‘De Chi­nese Bub­ble’ van Tegen­licht. Op het eerste gezicht geen grot­er con­trast tussen deze man­nen, maar bij nadere beschouwing delen zij allen dezelfde ‘Chi­nese droom’ en werken ze hard mee aan het economis­che won­der. Met wis­se­lend suc­ces. Maar met dezelfde opof­fer­ings­berei­d­heid.

De onroerend­goed­mag­naat praat verder: Mijn dochter studeert in Enge­land. We zien elka­ar weinig. Ze voelt zich alti­jd onge­makke­lijk in mijn omgev­ing. Tij­dens onze laat­ste ont­moet­ing gaf ze aan met me te willen prat­en. Automa­tisch vertelde ik haar dat ze een afspraak kon mak­en.”

Ik moest als vanzelf denken aan een vergelijk­bare sit­u­atie welke ik onlangs nog gelezen had:

My father’s offices are in Cen­tu­ry City. I wait around for him in the large, expen­sive­ly fur­nished recep­tion room […] It doesn’t both­er me that my father leaves me wait­ing there for thir­ty min­utes while’s he in some meet­ing and then asks me why I’m late.”
[p.41 Less than zero, Bret Eas­t­on Ellis]

Vorig jaar kwam ‘Impe­r­i­al bed­rooms’ uit. Het is het ver­volg op ‘Less than zero’. Omdat ik laat­stge­noemde boek alweer jaren gele­den had gelezen besloot ik het opnieuw door te nemen om mijn herin­ner­ing op te fris­sen voor­dat ik aan ‘Impe­r­i­al bed­rooms’ zou begin­nen. Wederom was ik onder de indruk. Het toe­val wil dat rond de ker­stda­gen op Film 1 ook de ver­film­ing van het boek ‘Less than zero’ werd uit­ge­zon­den. Die had ik tot nu toe nog nooit gezien, dus bij uit­stek de ide­ale gele­gen­heid om de film kort na lez­ing van het boek te bek­ijken en te vergelijken. Zoals zo vaak (of bij­na alti­jd) viel me die tegen.

Gis­teren deed ik een­zelfde verzucht­ing opnieuw in mijn blog­je over ‘Nor­we­gian Wood’ (hoewel dit eerder een inge­vulde verwacht­ing is, want die ver­film­ing heb ik nog niet gezien). Na het posten van dit blog­je deed ik mijn lap­top uit, pak­te ‘Impe­r­i­al bed­rooms’, zocht mijn eigen slaap­kamer op, kroop in bed en begon dan ein­delijk te lezen in dit boek wat al maan­den eerder van plan was. Niet veel lat­er lag ik in een deuk om de (in mijn ogen) bril­jante openingsalinea’s.
We mak­en daar opnieuw ken­nis met de hoofd­per­soon Clay uit ‘Less than zero’. Vijfen­twintig jaar zijn ver­streken. En opnieuw is hij op weg naar Los Ange­les.

They had made a movie about us. The movie was based on a book writ­ten by some­one we knew. […] The movie was very dif­fer­ent from the book in that there was noth­ing from the book in the movie. […] In the book every­thing about me had hap­pened. […] The book was blunt and had an hon­esty about it, where­as the movie was just a beau­ti­ful lie. (It was also a bum­mer: very col­or­ful and busy but also grim and expen­sive, and it didn’t recoup its cost when released that Novem­ber).”
[p.3&7 Impe­r­i­al bed­rooms, Bret Eas­t­on Ellis]

Terug naar Chi­na. Daar zien we de steiger­bouw­er worste­lend met geheel geheel andere zor­gen. Zijn spaarzame vri­je nachtelijke uren brengt hij filosofer­end door. Hij wil wel degelijk ook suc­cesvol wor­den, maar het lukt hem niet om zichzelf te ver­geten. De opof­fer­ings­berei­d­heid valt hem zwaar. Gezeten in een kleine bedompte ruimte die door moet gaan voor een slaap­kamer zit hij te schri­jven in een noti­tieboek­je. De voice-over laat horen wat de steiger­bouw­er aan het papi­er toev­ertrouwt:

steiger­bouw­er is wat ik ben
één dag rust per jaar heet luxe
als ik werk, vlieg ik als een gri­jze rat
zelfs in m’n dromen
bevind ik me hoog in de lucht

één dag op de bouw­plaats voelt als een jaar
twee betraande ogen staren uit het raam
drie uur ’s nachts ik kan niet slapen
vier seizoe­nen na elka­ar geen tijd om te geni­eten
vijf uur ver­schi­jnt de baas als een haan in de ocht­end

~ ~ ~

Less than Zer0

 Er zijn maar weinig boeken die ik heb moeten dicht­slaan omdat me de moed ont­brak verder te lezen. In bij­na alle gevallen was het een boek geschreven door Bret Eas­t­on Ellis. Ter­wi­jl ik dit schri­jf ligt zijn laat­ste boek ‘Impe­r­i­al Bed­rooms’ pon­tif­i­caal naast mijn lap­top. De cov­er toont een totaal onherken­baar gezicht. Het kijkt recht in de cam­era, maar van­wege het tegen­licht is het geheel in schaduwen gehuld. Ogen vallen niet te ont­waren. De woor­den van de boek­ti­tel zijn er over­heen geprint. Uit het hoofd steken twee hoorns, als bij een duiv­el.
Bin­nenin valt te lezen dat

…the sto­ry takes on a creepy noirish bent as it bar­rels toward a con­clu­sion that reveals the hor­ror that lies at the cen­ter of a tor­tured soul…

Impe­r­i­al Bed­rooms’ is een direct ver­volg op ‘Less than zero’ uit 1985. Het debu­ut van Ellis. Toen ik dit boek voor de eerste keer las, ergens in ’89 of ’90, kwam ik in eerste instantie niet verder dan halver­wege. Niet van­wege expli­ci­et geweld of ander­szins hor­ro­rachtige tafer­e­len (ik was al heel wat gewend), maar door de over­weldigende leegheid in de leefw­ereld van de hoofd­per­so­n­en. Zon­der mezelf ook maar in het minst te vereen­zelvi­gen met de deca­dente, tot het bot ver­wende jon­geren uit de upper­class van Los Ange­les, raak­te ik volkomen uit het lood door de manier waarop Ellis hun dagelijkse beslom­merin­gen beschreef. Los­ge­weekt van tijd en ruimte zweven ze als con­tact­gesto­orde zom­bies van het ene feest naar het andere. Een exis­ten­tiële wan­hoop lijkt bez­it van hen genomen te hebben. Er wordt volop geëx­per­i­menteerd met aller­lei soorten ver­dovende mid­de­len. Maar de apathie over­heerst. Uren wor­den doorge­bracht voor de tv. Zwi­j­gend. Kijk­end naar MTV. Toen die nog muziek­clips ver­toonde. Of men spreekt af bij een of andere lunch­room. Om elka­ar ver­vol­gens mis te lopen. Want men was ver­geten waar het was. Of met wie men afge­spro­ken had.

En dat was het veron­trustende voor mij. Dat wat mij bij de keel greep. De knoop in m’n buik veroorza­ak­te.
Die ver­re­gaande vergee­tachtigheid.
In het begin vond ik het amu­sant. De bij­na kluchtige per­soonsver­war­rin­gen in de gevo­erde gesprekken:

I don’t know who to go with,” Alana says sud­den­ly.
“What about Cliff? Weren’t you going with Cliff?” asks Blair.
“I’m going with Cliff,” Kim says, look­ing at Blair.
“Oh, that’s right,” Blair says.
“Well, if you’re going with Cliff, I’ll go with War­ren,” Alana says.
“But I thought you were going out with War­ren,” Kim says to Blair.

De lol verd­wi­jnt echter al snel wan­neer ik besef dat het veel dieper zit. Met een onge­makke­lijk gevoel lees ik verder hoe de hoofd­per­soon Clay moeite moet doen om in de twee meis­jes die hij in het oud­er­lijk huis tegenkomt zijn zus­jes te herken­nen. Laat staan dat hij hun leefti­jd weet. Con­tact met zijn geschei­den oud­ers is er nauwelijks. Vrien­den van Clay geven regel­matig aan dat ze niet weten waar hun oud­ers zijn. Daar­voor hebben ze de show­bizzbladen nodig.
Hoewel het ze eigen­lijk hele­maal niet kan sche­len. Want nie­mand is echt geïn­ter­esseerd in elka­ar. Alles is gespeend van enig gevoel:

… so I tell her to come over here, sit down, and she thinks I want to hug her or some­thing and she comes over to me and puts her arms around my back and says some­thing like ‘I think we’ve all lost some sort of feel­ing.’

En zo gaat het bladz­i­jde na bladz­i­jde door. Wat mij langza­am in een diepe depressieve bui deed belanden. Omdat het mij con­fron­teerde met angst­beelden die ik rond die tijd mee­droeg. Hoewel niet zo extreem had ik ook het idee dat ik gevoel­loos was gewor­den voor veel zak­en om me heen. Net de 25 jaar gepasseerd en al volop bezig met huis­je boom­p­je beestje, zag het er aan de buitenkant leuk uit. Mooie lieve vriendin aan mijn zij, maar onmachtig om haar de liefde te schenken waar ze recht op had. Leuke baan, maar niet in staat om de kansen te gri­jpen die me voorge­houden wer­den.
Vaak neer­slachtig, maar het niet willen toegeven en de schi­jn ophouden.

Ik wist toen niet (en eigen­lijk nog steeds niet) waar dit deprimerende gevoel van­daan kwam. Wel dat ik er flink last van had. En het met nie­mand durfde of wilde delen. Schaamte over­heer­ste.
Toen ik aldus in ‘Less than zero’ begon te lezen zag ik een beeld opdoe­men van mezelf, zoals mijn omgev­ing mij zag. Een ongeïn­ter­esseerde gevoel­loze klootzak. Ik keek in de spiegel en gooide van schrik het voor­w­erp ver van me af. Lang bleef het boek ongelezen liggen. Tot­dat nieuws­gierigheid het won en ik verder begon te lezen om te zien of het toch niet goed zou aflopen. Of er hoop was.

Did you ever care about me?” she asks again.
“I don’t want to care. If I care about things, it’ll just be worse, it’ll just be anoth­er thing to wor­ry about. It’s less painful if I don’t care.”

Nee, die hoop was er niet. Geen grein­t­je. Less than zero.
Ter­wi­jl ik dit schri­jf ligt zijn laat­ste boek ‘Impe­r­i­al Bed­rooms’ pon­tif­i­caal naast mijn lap­top. De cov­er toont een totaal onherken­baar gezicht. Het kijkt recht in de cam­era, maar van­wege het tegen­licht is het geheel in schaduwen gehuld. Ogen vallen niet te ont­waren. De woor­den van de boek­ti­tel zijn er over­heen geprint. Uit het hoofd steken twee hoorns, als bij een duiv­el.
Bin­nenin valt te lezen dat

… when his life careens com­plete­ly out of con­trol, he has no choice but to plumb the dark­est recess­es of his char­ac­ter and come to terms with his pro­cliv­i­ty for betray­al.

~ ~ ~