Big City Small Boys

Bij het sta­tion aangekomen kre­gen we al snel onze eerste schok van de dag. Een tamelijk oude man stond iet­wat verdekt opgesteld buiten de fiet­sen­stalling. Reeds toen we naar bin­nen fiet­sten had hij ons al met een scheve glim­lach tande­loos toe gelachen. Bij het naar buiten komen liepen we hem voor­bij, druk met elka­ar in gesprek over de vele avon­turen die we van­mid­dag gin­gen beleven. Ons eerste avon­tu­ur com­pleet negerend. Het moest nog hard roepen voor­dat we pas op de plaats hield­en. Ver­baasd keken we om om recht tegen een rech­top staand lid aan te kijken. Met daarachter weer die man, maar nu in klassieke vogelver­schrikkers houd­ing. Hij mom­pelde iets onver­staan­baars, greep zijn ges­lacht vast, maak­te een trekkende beweg­ing en zich toen uit de voeten.

We schoten in een zenuwachtige giegel­lach. De toon was gezet.

We had­den het plan opgevat om naar de grote stad te gaan. We, dat waren vier brugk­lassers die eerder die dag te horen had­den gekre­gen dat de mid­da­glessen uit­gevallen waren.

Ik was nog maar een jonget­je van hout. De stadse bezoekin­gen die ik tot nu toe had gedaan waren alti­jd onder begelei­d­ing van een vol­wassene geweest. Dat zou van­daag gaan veran­deren. Mits we het kon­den betal­en.

Een half uur lat­er zat­en we in de trein. Nog steeds onder de indruk van het gigan­tis­che bedrag dat we voor onze retourt­jes had­den moeten betal­en. De afspraak dat we van ons plan zouden afzien indi­en de pri­js boven een x bedrag zou komen was in duigen gevallen toen we voor de kas­sa ston­den. Een strenge gri­js­gekapte vrouw met een­zelfde uit­stral­ing als onze direc­trice keek als het ware ons geld uit de porte­mon­nee. We had­den braaf het ver­schuldigde geld over­handigd.

We zouden zuinig aan moeten doen de rest van de dag. Hopelijk zouden we opge­wassen zijn tegen de groot­st­edelijke ver­lokkin­gen van de Bra­bantse metropool waarheen de trein ons zou voeren.

Na de gebruike­lijke omzw­ervin­gen door de druk­be­zochte winkel­strat­en kreeg iemand het lumineuze idee om naar de bioscoop te gaan. Want Caligu­la draaide. Snap je!?

Nie­mand uit de groep durfde te vra­gen wat of wie Caligu­la was. Pas bij de bioscoop zagen we de posters en begrepen dat het hier om harde porno ging. Althans dat dacht ik. Zoals gezegd, ik was nog maar een jong twi­jg­je. Verre van de Man van Hout die ik van­daag de dag gewor­den ben.

Aarze­lend schoven we aan in de rij voor de kas­sa. Er draaiden meer films dan alleen Caligu­la. Dat was jam­mer, want toen we ein­delijk aan de beurt waren kreeg de sto­er­ste uit onze groep toch nog last van faalangst. Ondanks het stot­teren begon hij goed met Ca…, Ca…, Ca.… Doch uitein­delijk bestelde hij vier kaart­jes voor CaZom­bies.

Of ik van de harde porno ook nacht­en wakker zou hebben gele­gen weet ik niet, maar van CaZom­bies in ieder geval wel.

Met wild klop­pend hart liepen we na de film terug naar het sta­tion. Om beurten probeer­den we de eigen ang­sten te maskeren door als een opges­tane dode de anderen te lat­en schrikken. Het ging niet van harte.

We besloten als afs­luit­ing van deze enerverende dag een milk­shake te gaan halen van onze laat­ste cen­ten. Tenslotte had­den we tijd genoeg voor­dat de trein vertrok.

Gezeten aan het raam slurpten we uit een riet­je en maak­ten daar­bij soms obscene gebaren naar vrouwelijke voor­bi­j­gang­sters. Tot­dat er een­t­je (donkergek­leurd dus extra gevaar­lijk) haar mid­delvinger opstak en dreigde naar bin­nen te komen.

We hield­en ons verder gedeisd. Het was wel weer genoeg geweest voor een eerste bezoek aan de grote stad.

~ ~ ~