50books – jaar 2015 – vraag 40

Deze blog­post is deel 40 van 49 in de serie 50books — 2015

Voor de blog­ger­slees­club Een per­fec­te dag voor lite­ra­tuur bespra­ken we deze week de roman Als de win­ter voor­bij is van Tho­mas Ver­bogt. Wat ik zelf een mooie bespre­king vond was die door Yolan­da de Haan. Zij schreef een onli­ne brief aan Ver­bogt waar­in zij haar eigen her­in­ne­rin­gen aan en foto’s van Nij­me­gen com­bi­neer­de met cita­ten uit het boek. In mijn reac­tie onder haar blog gaf ik aan dat ik spon­taan zin kreeg om zelf weer brie­ven te gaan schrij­ven. Doen! was haar niet geheel onver­wach­te reac­tie.
Zover is het nog niet geko­men (want wie zit er nu op een brief van mij te wach­ten?), maar wat ik wel deed was dat ik de Werk­brie­ven 1968–1981 door Joy­ce & Co. in mijn boe­ken­kast opzocht. De gehe­le vrij­dag­och­tend tot­dat mijn jong­ste klein­zoon op bezoek kwam heb ik erin zit­ten lezen. Smul­len! Maar ook gemeng­de gevoe­lens dat deze van ouds­her ver­trouw­de vorm van com­mu­ni­ca­tie lang­zaam maar zeker dreigt te ver­dwij­nen. Ter­wijl het bij­hou­den van een (onli­ne) dag­boek immens popu­lair blijft, zijn het gro­ten­deels alleen nog maar  brie­ven voor zake­lij­ke doel­ein­den die tegen­woor­dig geschre­ven wor­den. En dat is jam­mer.
Nog even afge­zien van het zelf schrij­ven van een brief, vind ik het name­lijk heer­lijk om brie­ven van ande­ren (ook dege­ne aan mij gericht zijn, maar ja wie wil mij nu een brief stu­ren?) te lezen. Met name de ver­za­mel­de cor­res­pon­den­tie van een meer of min­der bekend per­soon in de kunst- en cul­tuur­ge­schie­de­nis als­ook het lite­rai­re gen­re van de brief­ro­mans1 heb­ben mijn voor­keur. Het lijkt erop dat we ons in de nabije toe­komst alleen nog kun­nen te ver­heu­gen op oude cor­res­pon­den­tie uit pri­vé-archie­ven die ein­de­lijk hun gehei­men prijs­ge­ven.
Je raadt het natuur­lijk al, van­daag wil ik graag weten of jul­lie het gen­re van de brief­ro­man en/of gebun­del­de brief­wis­se­lin­gen ook zo kun­nen waar­de­ren.
vraag 40:
Lees jij nog wel eens een brief­ro­man of brie­ven­bun­del, en denk jij ook dat dit gen­re bin­nen­kort ver­dwe­nen is?
Kun jij je nog iets voor­stel­len bij de span­ning die het bracht wan­neer je dagen­lang in afwach­ting was van een brief geschre­ven door een goe­de vriend(in) of gelief­de? De uren aftel­lend tot­dat de post­bo­de zijn ron­de kwam doen en dan de teleur­stel­ling dat er weer niets bij zat en je nog een dag lan­ger geduld moest heb­ben? Is het essen­ti­eel om dit mee­ge­maakt te heb­ben om een brief­ro­man beter te kun­nen begrij­pen? Beleef jij een hei­me­lijk genoe­gen bij het lezen van de pri­vé-cor­res­pon­den­tie of heb jij ande­re rede­nen om je te ver­die­pen in ander­mans brie­ven?
Laat het ons weten en schroom niet aan te geven wan­neer je er hele­maal niets mee hebt. Dat brie­ven schrij­ven en ont­van­gen vroe­ger nog wel leuk was (omdat het niet anders kon) maar dat je ver­der geen ple­zier beleeft aan het lezen van brie­ven (fic­tief danwel echt). No hard fee­lings. […]  Lees ver­der


  1. Les Liai­sons Dange­reu­ses door Cho­der­los de Laclos is een bekend voor­beeld.