Dik

Lang gele­den zat ik met een hier niet nad­er te noe­men fam­i­lielid een avond ste­vig door te drinken. Het was bij hem thuis en er was drank in overvloed. Op de radio stem­mige soul­muziek. Geen vuilt­je aan de lucht, zou je zeggen. Toch ging het mis. Ergens diep in de nacht werd bij mij een gevoelige snaar ger­aakt. Een open zenuw. Waar­van ikzelf niet doorhad dat die zo open lag. Voor hem moet het zijn geweest alsof hij nietsver­moe­dend op een bermbom stuitte. Plots had­den we woor­den. Ik maak­te hem voor vanalles uit. Mid­den in de ruzie stapte ik op en liet hem ver­bouw­ereerd achter.

De vol­gende dag heb ik schoor­voe­tend een half­s­lachtige poging gedaan om mijn uit­barst­ing te verk­laren. Excus­es heb ik achter­wege gelat­en omdat ik het idee had dat de verk­lar­ing vol­doende moest zijn om mijn gedrag goed te prat­en.

Jaren gin­gen voor­bij. Jaren waarin we elka­ar door aller­lei omstandighe­den steeds min­der gin­gen zien. Maar iedere keer wan­neer we elka­ar zagen, dan was er een onbestendig gevoel bij mij. Ik kon hem niet goed onder ogen komen. Het lief­st ver­meed ik hem. Ter­wi­jl hij alti­jd even jovi­aal richt­ing mij was. Schaamde ik mij miss­chien nog steeds voor die nacht? Dat ik een pret­tig samen­z­i­jn zo abrupt kapot had gemaakt?

Deze week lees ik ‘Mak­ers’ van Cory Doc­torow. Met nog zo’n 100 pagina’s te gaan moet het me lukken dit boek uit te kri­j­gen vóór de jaar­wis­sel­ing. En daar­na moet ik nog meer dan 200 pagina’s in ‘Mao’s mas­samo­ord’ lezen, en dan zit mijn doel­stelling voor 2012 er op. Gaat lukken.

In ‘Mak­ers’ zijn Per­ry, Lester en Suzanne de voor­naam­ste per­son­ages. Per­ry en Lester zijn twee hip­pie-achtige uitvin­ders (nerds), die gere­cruiteerd wor­den door een nieuw gevor­md bedri­jf­s­con­glom­er­aat (Koda­cell, een samen­voeg­ing van Kodak en Dura­cell). Het idee is dat Koda­cell over heel de VS ver­spreid alle­maal kleine teams aan nieuwe pro­ducten laat werken en ver­vol­gens de oude infra­struc­tu­ur inzet om de pro­ducten snel bij de con­sument te bren­gen. Vooral Per­ry en Lester blijken al snel erg suc­cesvol. De ambitieuze CEO van Koda­cell vraagt de jour­nal­iste Suzanne om het team op te zoeken en ver­slag te doen van deze ontwik­kelin­gen omdat hij van mening is dat hier iets bij­zon­ders staat te gebeuren.

Voor zover de uiterst sum­miere inlei­d­ing van het boek. Waar ik het hier over wil hebben is dat Lester erg, heel erg dik is. En dat hij een beet­je, een heel erg beet­je veel ver­liefd raakt op Suzanne. Dus nodigt hij ergens op een willekeurige avond, wan­neer Per­ry er niet is, plom­pver­loren Suzanne uit voor een afspraak­je. Suzanne’s gedacht­es gaan als vol­gt:

She hadn’t been on a date in some­thing like a year, and he was a real­ly nice guy and so forth. But pro­fes­sion­al ethics made that impos­si­ble, and besides.
And besides. He was huge. He’d told her he weighed near­ly four hun­dred pound. So fat, he was, essen­tial­ly, sex­less. Round and unshaped, doughy.
[p.40, ‘Mak­ers’ — Cory Doc­torow]

De afspraak gaat niet door. De suc­cesvolle avon­turen van het dri­etal wel. Alle­maal komen ze redelijk ver­mo­gend aan bij de tweede helft van het boek. Lester heeft de kans aange­grepen om een groot gedeelte van zijn for­tu­in uit te geven aan een nieuwe rev­o­lu­tion­aire manier van gewichtsver­lies die in Rus­land erg in opkomst is. Als her­boren en twee­hon­der pond lichter weet hij Suzanne uitein­delijk toch voor zich in te nemen. Ze lijkt hele­maal weg te zijn van ‘the new Lester’. Toch lukt het Lester niet om een gezonde sex­uele relatie met haar op te bouwen. Op een van de nacht­en dat het weer eens op ruzie uit­loopt en een gefrus­treerde Suzanne het huis heeft ver­lat­en om wat af te koe­len, vraagt Per­ry wat er aan de hand is:

Hel­lo, Lester,” he said. “Some­thing on your mind?”
He barked a humor­less laugh. “With her, I’m still fat.”
[p.207, ‘Mak­ers’ — Cory Doc­torow]

Nu ben ik verre van dik. Maar ik moest wel meteen aan die nacht met mijn hier niet nad­er te noe­men fam­i­lielid denken. En waarom ik elke keer weer wan­neer ik hem zie, dat verve­lende onbestendi­ge gevoel kri­jg. Miss­chien is het antwo­ord wel heel sim­pel:
“Bij hem, ben ik nog steeds die onre­delijke sfeerbed­er­vende jonge­man.” 

Ik zal hem eerdaags toch eens recht op de man af vra­gen of hij zich nog iets van dat voor­val kan herin­neren.

~ ~ ~

Toeval in de maak

Het was pas tij­dens het beluis­teren van het lied ‘The Mak­er’ door Daniel Lanois dat ik de con­nec­ties zag. Achterovergele­und aan mijn bureau bekeek ik een live sessie van dit num­mer op Youtube waarin Lanois aangeeft hoeveel arti­esten dit num­mer al hebben uit­gevo­erd. Ook gaat hij in op de ontstaans­geschiede­nis. Het was tij­dens een verbli­jf in Dublin, waar hij zichzelf weer­spiegeld zag in het diepzwarte water van de Lif­fey dat hij de inspi­ratie vond voor het schri­jven er van. Ik vroeg me af of hijzelf in de afgelopen tijd aan ‘The Mak­er’ had moeten denken. Niet de song, maar meer in de zin van ‘de schep­per’ of, dichter bij huis, de chirur­gen die hem geholpen hebben na zijn motoron­geluk van enkele maan­den gele­den.

Op dat moment schoot me te bin­nen dat ik eerder die avond een aflev­er­ing uit de BBC-serie ‘The Mak­ing of Me’ had zit­ten kijken. In dit pro­gram­ma werd de Britse atleet Col­in Jack­son gevol­gd in zijn zoek­tocht naar de mogelijke oorza­k­en van zijn suc­ces. Vol­gens de wer­vende tekst op de BBC web­site zouden de vol­gende vra­gen aan de orde komen:

Are some of us born win­ners and oth­ers des­tined to be couch pota­toes? Are peo­ple like Col­in born with super­hu­man poten­tial or could some­thing as sim­ple as the month we’re born affect our chances of sport­ing suc­cess? Nature or nur­ture — what makes us who we are?”

In feite was de ont­dekkingsreis van Jack­son gericht op het ontrafe­len van het mys­terie hoe en/of waarom hij gewor­den is wie hij van­daag de dag is. Maar daar­naast werd zijdel­ings ook stilges­taan bij de vraag of het mogelijk zou zijn om atleten zoals Jack­son te ‘repro­duc­eren’ indi­en een­maal hun ‘geheim’ was bloot­gelegd.

Een vraag­stelling die ver­dacht veel leek op een­zelfde onder­zoek in een ander pro­gram­ma op de tv nog iets eerder die avond. Daar werd inge­gaan op de toen­e­mende ver­gri­jz­ing, en dan spec­i­fiek in Japan waar dit prob­leem al erg urgent is. Eén van de oplossin­gen die men in de lab­o­ra­to­ria reeds in een ver­gaand sta­di­um had uit­gew­erkt was het ‘kopiëren’ van mensen. Men had een toekom­stvisie waarin elk per­soon een robot­copie van zichzelf had. Mocht men op oud­ere leefti­jd beperkt wor­den in de beweg­ingsvri­jheid, dan bestond de mogelijkheid om liggend in bed of zit­tend in een rol­stoel, de robot de wijde wereld in te sturen. Men zou de robot kun­nen con­trol­eren door de eigen stem, of via lichaams­be­weg­in­gen in bed of rol­stoel. Zo was men dan nog steeds in staat om bijvoor­beeld een col­lege te kun­nen geven of andere activiteit­en die men gewend was tot die tijd te doen.

In deze doc­u­men­taire wer­den beelden uit de film ‘Sur­ro­gates’ gebruikt om het con­cept met de gek­loonde robots toe te licht­en. Het toe­val wil dat ik juist deze film eerder die dag gepro­gram­meerd had op mijn UPC medi­a­box omdat ze lat­er in de week uit­ge­zon­den zou wor­den op Film1. De korte omschri­jv­ing op IMDB.com had mijn inter­esse gewekt:

Set in a futur­is­tic world where humans live in iso­la­tion and inter­act through sur­ro­gate robots, a cop is forced to leave his home for the first time in years in order to inves­ti­gate the mur­ders of oth­ers’ sur­ro­gates.”

Kor­tom, ik werd me bewust van een hele aaneen­scha­kel­ing van zak­en ron­dom het klo­nen, repro­duc­eren en creëren van per­so­n­en. In werk­ing gezet door het zoeken naar nieuws over her­s­tel van Daniel Lanois.

En nu vraag ik me af, is dit alles toe­val? Waar­bij ik de doo­d­doen­er ‘toe­val bestaat niet’ even vergeet. Maar eerder denk aan een andere uit­ing van toe­val, namelijk ‘syn­chroniciteit’:

Wan­neer twee of meer gebeurtenis­sen min of meer tegelijk­er­ti­jd optre­den in een voor de betrokkene zin­vol ver­band, dat niet noodza­ke­lijk als causaal wordt ervaren. Een­voudig gezegd: je ervaart het als “meer dan gewoon toe­val”; omdat de twee gebeurtenis­sen voor jou met elka­ar te mak­en schi­j­nen te hebben, maar niet zo dat het ene het andere heeft voort­ge­bracht.” [Wikipedia]

Of is het een vorm van ges­tu­urde waarne­m­ing, waar­bij we alleen willen zien wat we willen zien? Een zelf aan­gelegd fil­ter tegen de anders over­weldigende hoeveel­heid infor­matie die bin­nen­stroomt en ons dreigt te over­spoe­len?

Ik weet het niet, maar eerlijk gezegd vat bij mij meer en meer het idee dat dit asso­ci­atieve denkpa­troon te mak­en heeft met onze groeiende aan­wezigheid op datzelfde inter­net. Juist daar is het gemeen­goed gewor­den om via hyper­links van het ene punt naar het andere punt te sprin­gen. Omdat de ene plek blijk­baar een rel­e­vantie bevat naar een andere plek. We lezen een blog. Zien een link. Klikken op de link. Wor­den naar een andere site gebracht. Waar we een nieuwe ver­wi­jz­ing zien. En klikken verder.
Dieper in het veel­tewi­jdeweb.
Waar­na we onszelf wijs mak­en dat enkele uren van ver­slavend gek­lik zek­er niet doel­loos was. Maar ons veel nieuwe inzicht­en heeft gebracht.
Net zoals we de log­i­ca zoeken na een dag vol van vers gecon­sumeerde infor­matie en data.
Struc­tu­ur aan­bren­gen.
Zingev­ing.

Zo stel ik mezelf gerust.

En probeer ik te ver­geten dat op mijn nachtkast­je een boek ligt te wacht­en van Cory Doc­torow, met als titel ‘Mak­ers’.

~ ~ ~