Maandag, 28 januari 2019

Soms heb ik een teken van boven nodig voor het laat­ste duwt­je in de goede richt­ing. Dat teken kan van alles zijn. Een opmerk­ing van een col­le­ga bij de koffieau­tomaat, een affiche aan de rand van de snel­weg of een com­mer­cial op de radio. Het maakt niet uit. Als het ver­band houdt met onder­w­erp waar ik over loop te tobben dan gebruik ik het om mijn twi­jfe­lende besluitvorm­ing wat meer kracht bij te zetten.

Natu­urlijk weet ik heus wel dat het geen god­delijke ingreep in mijn lev­ensloop is. Het is niet meer dan selec­tieve per­cep­tie. Alleen vind ik het con­cept van zo’n teken wat span­nen­der. Ik ben niet gelovig of bijgelovig, maar het idee dat er in de schaduww­ereld om mij heen zich wezens bevin­den die volop bezig zijn mijn omgev­ing te voorzien van aller­lei hints die ik moet zien op te sporen maakt me erg gelukkig.

Gis­teren stru­ikelde ik weer eens over zo’n typ­is­che aan­wi­jz­ing.

Al lan­gere tijd loop ik na te denken of ik me niet eens moet gaan wagen aan de zoge­naamde ‘morn­ing pages’. Wat ik er in eerste instantie van wist is dat het een schri­j­foe­fen­ing is die elke ocht­end uit­gevo­erd moeten wor­den door drie bladz­i­jdes vol te schri­jven met alles wat er in je opkomt. Een allereer­ste stroom van gedacht­en onmid­del­lijk (of kort) na het ont­wak­en.

Een eerste teken kreeg ik een week gele­den tij­dens de work­shop Design Think­ing by Doing door Cor Noltee die vertelde hoe hij er in een opwelling mee begonnen was en hoe het hem geholpen had om een vol­gende stap te zetten, namelijk die van het dagelijks bloggen. Een tweede teken zag ik gis­ter en had direct te mak­en met wat Cor Noltee vorige week zei over het volpen­nen van die drie bladz­i­jdes per dag. Om die stroom van gedacht­en niet te onder­breken is het zaak snel te schri­jven en dat bereik je door je pen niet van het papi­er op te tillen en gewoon te bli­jven doorschri­jven. De woor­den en de zin­nen als een lange ket­ting aan elka­ar rij­gen.

Deze toevoeg­ing sprak me erg aan en gis­ter las ik er in een totaal andere con­text opnieuw over, en wel in Don Qui­chot. De brief die San­cho naar Dul­cinea van El Toboso moet bren­gen wordt door Don Qui­chot in een aan­teken­boek­je opgesteld. Onder­weg dient San­cho iemand te zoeken die in staat is om het over te schri­jven op brief­pa­pi­er. Don Qui­chot waarschuwt San­cho wel om het niet door een notaris te lat­en doen, ‘want die gebruiken het processen­hand­schrift, waar zelfs de duiv­el geen weg mee weet’.

Achter bij het note­nap­pa­raat staat uit­gelegd wat bedoeld wordt met dit processen­hand­schrift:

De letra proce­sa­da (of letra proce­sal) was de naam van een gecom­pliceerde schri­jfwi­jze, zo mogelijk nog erg­er dan de zgn. letra corte­sana, die hierin bestond dat men alle woor­den aan elka­ar schreef, zon­der de pen van het papi­er te licht­en, waar­door het geschrevene voor de oningewi­jde volkomen onlees­baar werd. De meth­ode vond veel toepass­ing onder notaris­sen en andere lieden die van hun pen lev­en moesten.

En zo ben ik weer terug bij de manier om woor­den aan elka­ar te schri­jven, door Cor Noltee ver­meld als de ide­ale manier om de morn­ing pages mee uit te voeren. Zal ik mor­gen­vroeg maar eens een eerste poging wagen?

~ ~ ~

Woensdag, 2 januari 2019

De tweede dag van het jaar staat voor de eerste dag dat ik met m’n hard­loop­schoe­nen aan weer een rond­je ben gaan ren­nen. In 2017 en 2018 heb ik gemerkt dat ik meer blessuregevoelig ben dan ik eigen­lijk wil toegeven. Wellicht begin­nen de jaren toch te tellen. Met Sur­vival­run ben ik al noodged­won­gen moeten stop­pen omdat elle­boog­b­lessures en een terugk­erende kuitkramp het zo goed als onmo­gelijk mak­en een run fat­soen­lijk uit te lopen. En vorig jaar heb ik ook nog eens een enkele keer een ‘nor­male’ hard­looprun voor­bij moeten lat­en gaan omdat het lichaam niet goed genoeg voelde om de uitdag­ing aan te gaan.

Het betekent niet dat ik nu hele­maal stop. Nee hoor, ik ga gewoon lekker door met hard­lopen. Dit jaar ga ik proberen de drie dagen regel te vol­gen waar ik hier al eens eerder over schreef en die redelijk sim­pel is:

  • nooit meer dan drie dagen achter elka­ar hard­lopen
  • nooit meer dan drie dagen achter elka­ar niet hard­lopen

Omdat ik de afgelopen weken nauwelijks aan sport heb gedaan ben ik van­daag rustig begonnen, en ik zal ook de komende tijd de boel niet forceren zelfs als het lekker gaat (zoals van­daag), en me zek­er niet meteen inschri­jven voor weer een nieuwe run zon­der dat ik weet of het me gaat lukken zon­der al te veel blessures regel­matig te bli­jven hard­lopen. Eens zien wat me 2019 dan zal bren­gen op sportief gebied.

~ ~ ~

In Mooi doo­dliggen van A.F.Th. van der Hei­j­den las ik de vol­gende pas­sage waarin de Rus­sis­che hoofd­per­soon vertelt hoe hij van zijn Ned­er­landse vriend leert waar het ‘jonassen’ van­daan komt:

Natan had me ver­haald over een Ned­er­lands gebruik, al stam­mend uit de Gouden Eeuw, van voor de sticht­ing van Sint-Peters­burg: het ‘jonassen’. Iemand werd in een lak­en gewikkeld door omstanders vast­ge­houden en ‘gejonast’, door elka­ar geschud, en onder het zin­gen van ‘Jonas die in de walvis zat / van je een, van je twee, van je drie…’ om ver­vol­gens omhoog te wor­den gegooid.
[p.190]

En ik moest denken aan Jonas Pan­za…, de betreurenswaardi­ge knecht van Don Qui­chot die dit typ­isch(?) Ned­er­landse gebruik in Span­je lijdza­am moest onder­gaan.

~ ~ ~

Zondag, 18 november 2018

Zo af en toe haal ik hier wat nieuws aan wat direct of indi­rect een link heeft met Roe­menië omdat het me meer dan anders bijbli­jft nu ik er vak­er naar­toe ga. Deze ocht­end las ik dat de schri­jf­ster Mira Feticu1 waarschi­jn­lijk een van de gestolen doeken uit de Rot­ter­damse Kun­sthal heeft teruggevon­den.

Bij­zon­der is dat zij al eerder een roman schreef over deze kun­stroof die door enkele Roeme­nen in 2012 gepleegd werd. Miss­chien omdat deze roman ook in het Roe­meens is ver­taald dat via via de infor­matie over de locatie van één van de gestolen kun­stvoor­w­er­pen bij haar is terecht­gekomen. Vreemd is wel dat ondanks het onmid­del­lijk doorgeven van de mogelijke vin­d­plaats aan de rechercheur die haar geholpen had met de roman er geen reac­tie kwam. Ze is er toen zelf maar opuit getrokken. En jawel hoor, in plas­tic gewikkeld vond ze een teken­ing van Picas­so terug, onder een steen. Of het de echte is, daarover lopen de menin­gen nogal uiteen.

Wat me opviel in het bericht dat hierover op nrc ver­scheen is dat zij de vol­gende opmerk­ing maak­te:

Toen ik na een paar dagen nog niets had geho­ord, ben ik zelf op het vlieg­tu­ig gestapt. Het voelde alsof ik Don Qui­chot was, want de kans dat je hem vin­dt is één pro­cent. Toch wil je het proberen.

Don Qui­chot. Ik weet niet pre­cies waarom ze hem in deze con­text aan­haalde, maar ik dacht zelf meteen dat ik weer eens verder moest gaan met het lezen en bloggen over deze markante roman­figu­ur.

~ ~ ~

Heb de daad bij het woord gevoegd => Jonas Pan­za. Een nieuw deel in de reeks over Don Qui­chot.

~ ~ ~

Update met betrekking tot de gevon­den Picas­so: het was een pub­liciteitsstunt. Twee Bel­gis­che the­ater­mak­ers had­den een copie van de teken­ing in Roe­menië ver­stopt en brieven met de vin­d­plaats naar ver­schil­lende adressen ver­stu­urd. Mira Feticu was erin getuind en schi­jnt nogal ver­bol­gen te zijn over deze onthulling. Meer lezen? Klik hier.

~ ~ ~


  1. Van oor­sprong Roe­meens, maar na haar huwelijk met een Ned­er­lan­der woonachtig in Ned­er­land. Klik hier voor haar web­site.