Guilty pleasure

De drie­mans­band begon aan een nieuw num­mer. De zanger knipte in zijn vingers om het juiste ritme te vin­den en een gedeelte van het pub­liek haak­te in. Het was voor de zanger aan­lei­d­ing om een waarschuwing uit te doen gaan. Mocht iemand het miss­chien niet weten, het num­mer duurde ruim vier minuten en een­maal begonnen met het vingerknip­pen zag hij wel graag dat nie­mand voor­ti­jdig afhaak­te. Zon­der op antwo­ord te wacht­en zette hij het lied Ben­ny in.

Ik moest zacht­jes lachen. We waren in Ede, in schouw­burg Cul­tura voor het optre­den van Ger­ard van Maasakkers die veer­tig jaar in het lied­jes­vak zat. Bij toe­val had ik gezien dat hij hier een voorstelling zou ver­zor­gen en met enig geluk had ik nog aan kaart­jes kun­nen komen. Voor ons tweet­jes want Inge is ook een groot fan van deze Bra­bantse trou­ba­dour.

Toen ik een aan­tal jaar gele­den mijn baan bij Philips inruilde voor een werkgev­er dichter bij huis, kwam ik in Vee­nen­daal terecht. Wat ik als eerste te horen kreeg was dat ik op moest passen met grap­jes te mak­en over religie. Mid­den in de ‘bible belt’ lag dat nogal gevoelig. Een aan­tal jaar ver­huis­den we naar een andere locatie. In Ede. Alles was nieuw, behalve de waarschuwin­gen met betrekking tot het geloof. Ook in Ede liepen er nog vol­doende mensen rond die recht in de leer waren.

Met deze achter­grond bekeek ik de vele bezoek­ers in de foy­er vooraf­gaande aan het optre­den met meer dan gewone belang­stelling. Voor mijn gevoel zag ik heel wat, vooral oud­ere stellen die nogal vormelijk of sti­jf­jes gek­leed waren voor een informeel uit­je op de zater­da­gavond. Her en der zag ik zelfs een zwarte kous voor­bij komen. Het zou alle­maal geen prob­leem hoeven te zijn. Ger­ard van Maasakkers mag dan begonnen zijn als een echte hip­pie in de tijd van ‘flower pow­er’, zijn liedtek­sten zijn zelden of nooit con­tro­ver­sieel. Veeleer roman­tisch en sen­ti­menteel.

Ben­ny is in die zin een kleine uit­zon­der­ing. En ik had het idee dat niet iedereen hier­van op de hoogte was. Voor­lop­ig knipte het pub­liek nog vrolijk mee op de muziek ter­wi­jl Van Maasakkers zong over de jonge Ben­ny die in de vierde klas Mavo zit en net zoals elke andere gezonde boeren­jon­gen met z’n gevoe­lens voor meis­jes worstelt. Tot­dat hij een naak­t­je jon­gen onder de douche ziet. Dan ont­dekt hij zijn ware aard.

En in het pub­liek hapert op ver­schil­lende plekken de vingerknik. Bevroren in de lucht. Om aarze­lend weer in te hak­en bij de frase dat dat gelukkig bij ons niet voorkomt. Een soort van escape uit deze gênante sit­u­atie waar men zichzelf had inge­manou­vreerd. Snel klap­pen nu en hopen dat de arti­est meteen verder gaat met een vol­gend lied. Ik bleef nog even grin­niken.

~ ~ ~

Volledi­ge tekst Ben­ny:

Ben­ny zit in 4-mavo
Ben­ny wil werken met z’n hand
Ben­ny haalt hendig de havo
Mer Ben­ny wil liev­er gaon werken op ’t land
Mee z’n hand als kolen­schup­pen
Speult ie sax in de her­me­nie
En hij stad in de goal
Van ’t elf­tal van de school
Nee aan Benny’s ziede ’t nie
Mer Ben­ny die tobt, Ben­ny denkt,
Nie­mand zal me geleu­ven as ik ’t gao zeggen
Want Ben­ny da’s toch ne getapte vent
Ben­ny hee geen mei­d­je
Hee wel verk­er­ing gehad
Zoe­nen da ging nog
Mer as ze wa meer wou was Ben­ny ’t al hul gauw zat
Hij dacht, da zal nog wel kom­men
Hij wou da’t over zou gaon
En da’t ie net zo gewoon as z’n vrien­den van school was
D’r had ie ’t toch ook wel spellekes mee gedoan
Mer toen kwam di’n enen dag
Onder d’n douche mee die jon­gen
Hij wist nie wa-t-ie zag
God­sallemachtig, goe­dendag
Hier kan geen mei­d­je aan tip­pen
En nou zit Ben­ny vur de tele­visie
Mee z’n ouwelui op de bank
Z’n hart bonkt hard,
Z’n hart hart bonkt hard
En Ben­ny denkt: dit is mijn kans
Want d’r is iets op de tele­visie
Over mensen als hij
Mer hoe zal-ie ’t zeggen
En wa zallen ze zeggen as-ie zee
Dit gaot over mij
En as Ben­ny denkt:
Nou of nooit,
Zet zijne vad­er ‘nen andere zen­der op
Hij zee, gelukkig kumt dit bij ons nie voor
Wa kan er eigen­lijk gebeuren, hee Ben­ny
En wa valt er te ver­liezen
As ge nooit meer schi­jn­heilig hoeft te zijn
En as ge alti­jd vort oew eigen kan zijn
Dan is’t nie moeil­ijk um te kiezen

~ ~ ~

Een dropping te vroeg

Samen met een col­le­ga stond ik vanocht­end om 8:30 uur bij het eerste punt 7 nadat we koffie had­den gehaald bij het tweede punt 4 (indi­en men de pun­ten in de hier­boven getoonde afbeeld­ing van boven naar bene­den vol­gt). We waren in afwacht­ing van de eerste drop­ping van zo’n 500 para­chutis­ten die gep­land stond om op klok­slag 10:00 uur plaats te vin­den (we had­den vertrouwen in de mil­i­taire pre­cisie van dit even­e­ment). De tweede drop­ping stond gep­land voor laat in de namid­dag. Daar­voor had­den we echter niet gekozen omdat we bang waren dat het dan teveel moeite zou kosten om er te komen. Er wer­den 75.000 toeschouw­ers verwacht.

We waren niet de eni­gen die een­zelfde plan had­den. Maar hoeveel dat er waren was moeil­ijk te zien. Van­wege dichte mist.

Vanu­it het niets klonk vrolijke oor­logsmuziek en af en toe een med­edel­ing dat het para­chute­sprin­gen voor­lop­ig nog geen door­gang kon vin­den. Van­wege diezelfde dichte mist. Pas toen we onze kop koffie had­den opge­dronken ont­waar­den we de con­touren van een luid­sprek­er die pal voor onze neus aan de overkant van de zandweg stond opgesteld.

GH02

Om het mas­saal toege­stroomde pub­liek op de vroege ocht­end toch te ver­mak­en nu de para­chutis­ten niet vol­gens schema zouden sprin­gen, zette een stoet his­torische voer­tu­igen eerder dan gep­land zich in beweg­ing. Eerst had­den we nog niets in de gat­en, maar al snel priem­den de eerste koplam­p­en van een jeep door de nog steeds dichte mist.

GH03

Een imposante en schi­jn­baar onu­it­put­telijke verza­mel­ing leg­ervo­er­tu­igen bleef hier­na voor­bij rollen. Vee­lal bevolkt door fanatieke hob­by­is­ten die tijd, geld noch moeite ges­paard had­den om zow­el hun voer­tu­ig als eigen kledij hele­maal tip top in orde te hebben. Maar ook zag je regel­matig een door het lev­en getek­ende vet­er­aan vol trots achter het stu­ur zit­ten.

GH05

GH06

GH09

Inmid­dels was het wel iet­sjes opgeklaard (zo hield­en wij onszelf voor de gek) doch voor de organ­isatie (die het ter­rein aan een grondig onder­zoek had onder­wor­pen) was het wel duidelijk dat de eerste drop­ping uit­gesteld moest gaan wor­den naar ergens rond het mid­dagu­ur.

GH11We wer­den hier­van op de hoogte gebracht via opnieuw de luid­sprek­ers waar een of andere adju­dant van een of andere para­troop­er afdel­ing in zijn allerbeste schoolen­gels uitlegde dat hoewel de mist op de Ginkelse Hei iet­sjes was opgeklaard (zo hield hij ons voor de gek) de sit­u­atie op Eind­hoven Air­port nog erg ‘fogged up’ was. Algemene hilar­iteit alom en daar maak­te hij gebruik van om ons te wijzen op het kam­pe­ment van de Brit­ten een stuk­je verderop in de bossen (bij punt 8 voor diege­nen die het kaart­je ter oriën­tatie hanteren) waar we een kijk­je kon­den gaan nemen in afwacht­ing van meer zek­er­heid wan­neer er gespron­gen zou gaan wor­den.

Wij gin­gen een kijk­je nemen.

GH12

GH15

GH16

GH17

Om 12 uur had­den we het alle­maal wel gezien en liepen terug naar ons punt 7 waar het veel drukker was gewor­den. We kre­gen te horen dat de vlieg­tu­igen nog steeds niet waren vertrokken vanu­it Eind­hoven. Daarom werd met de her­denk­ingscer­e­monie begonnen. Ver­schil­lende sprek­ers stak­en hun ver­haal af en er wer­den kransen gelegd. We zat­en er te ver vanaf om er veel van mee te kri­j­gen. Dit­maal was de mist geen spel­brek­er maar de afs­tand.

Opeens brak de zon door. De tem­per­atu­ur liep evenredig snel op met de verwachtin­gen onder de bezoek­ers die het nu wel zagen zit­ten dat er bin­nenko­rt gespron­gen kon gaan wor­den. Helaas. Opnieuw was daar adju­dant ‘fogged-up’ met slecht nieuws. In Eind­hoven was het nog steeds niet mogelijk om op te sti­j­gen. De nieuwe indi­catie was dat de vlieg­tu­igen miss­chien op z’n vroegst rond 14:00 uur kon­den vertrekken. Even lat­er werd hier non­cha­lant 15:00 uur van gemaakt. Dat was het sein voor ons om te vertrekken.

Met veel moeite wur­m­den we ons door de mensen­mas­sa die vooraan bij de ingang van het ter­rein alles deed ver­stop­pen.

GH21

Na nog een tijd­je in de file te hebben ges­taan met andere teleurgestelden die het ook niet meer zagen gebeuren of ook nog aan hun zater­dagse to-do lijst moesten gaan werken waren we om 15:00 uur weer thuis. Een uurt­je lat­er hoorde ik op het nieuws dat ‘onder mas­sale belang­stelling zo’n 500 para­chutis­ten boven de Ginkelse Hei uit his­torische vlieg­tu­igen zijn gespron­gen’.

Gelukkig hebben we de foto’s nog.

~ ~ ~

WE DID IT!

Van­daag was het dan ein­delijk zover. Na weken van inten­sief trainen (zoals dat zo mooi heet in het sport­jar­gon) ging ik deze mid­dag op weg naar Ede om voor het eerst sinds lange tijd weer eens een sportieve uitdag­ing in wed­stri­jd­ver­band aan te gaan: 10 kilo­me­ter hard­lopen voor het goede doel!

RFK_varianten

Voor wie mij op twit­ter een beet­je vol­gt, moet het geen geheim zijn dat ik deze afs­tand regel­matig loop. Vooral op de zondagocht­end na het beluis­teren van de #popmed­i­tatie en het schri­jven van een nieuwe #50books vraag, trek ik steev­ast de ren­schoe­nen aan en probeer bin­nen het uur weer terug te zijn. Het lukt me geregeld om de 10 kilo­me­ter in 55 minuten te voltooien, dus ik durfde het wel aan om mijn collega’s te vertellen dat dit dan ook de streefti­jd zou gaan wor­den voor deze run.

Waar ik het meest tegenop zag was het gedrang bij de start en in de eerste kilo­me­ters, maar dat bleek heel erg mee te vallen. Ik had het geluk redelijk vooraan te staan en stru­ikel­par­ti­jen bleven uit. Daar­na was het zoeken naar het juiste tem­po. En vol­gens de meer ervaren lop­ers is dat er maar een­t­je: je eigen tem­po! Toch besloot ik ergens rond de vier kilo­me­ter aan te klam­p­en bij een stu­dente van de uni­ver­siteit Utrecht (dat sug­gereerde althans haar shirt­je) die mij voor­bij snelde. Tot aan de laat­ste kilo­me­ter hield ik dat vol waar­na ik terugschakelde naar een iets langza­mer tem­po en haar uit het oog ver­loor. Maar het had geholpen. Redelijk fris kwam ik over de fin­ish in een voor mij nieuw per­soon­lijk record van 53 minuten!

kikarun1

Samen met mijn collega’s stond ik niet veel lat­er met een opge­to­gen gevoel klaar voor de groeps­fo­to.

WE DID IT!

kikarun2

~ ~ ~

En de vol­gende uitdag­ing ligt alweer in het ver­schi­et. Op zondag 15 sep­tem­ber wacht de duo-marathon van Win­ter­swijk. Daar is het mogelijk om met z’n 2-en de marathon te voltooien. Niet door alle­bei te lopen, maar om beurten te lopen en te fiet­sen. Ik ga samen met iemand die bin­nenko­rt de marathon van Ams­ter­dam wil lopen en in Win­ter­swijk als gen­erale repeti­tie de 30 kilo­me­ter in één ruk wil uit­lopen. Daar­na zal ik de resterende 12 kilo­me­ter doen. En nu maar hopen dat hij dan ook daad­w­erke­lijk de volle 30 kilo­me­ter voor elka­ar kri­jgt, want anders gaat het voor mij ook afzien wor­den.

~ ~ ~

Jess en Sabrina Starke in Theater Cultura Ede

Groot was m’n ver­baz­ing enkele weken gele­den toen ik een krabbel kreeg van Mil­dred Cairo. Zij is van het man­age­ment van Sab­ri­na Starke en liet me weten dat ik vrijkaart­jes had gewon­nen voor een con­cert in Ede.
Nou doe ik niet vaak mee aan pri­jsvra­gen of iets dergelijks, maar in dit geval had ik het niet ervaren als zodanig.

Van Sab­ri­na had ik de eerste keer muziek geho­ord in het pro­gram­ma wat ik alti­jd op zondagocht­end probeer te luis­teren (en nu ook weer aanstaat ter­wi­jl ik dit blog­je zit te tikken) => De Sand­wich op Radio 2. Het film­p­je van haar eerste sin­gle Do for love stond op de Sand­wich hyves, en had ik al vele keren beluis­terd toen ik via haar eigen hyves hoorde dat ze een cd in eigen beheer had uit­gegeven. Deze heb ik toen meteen aangeschaft. En inmid­dels al ‘gri­js­ge­draaid’.

Met Sab­ri­na ging het tegelijk­er­ti­jd erg hard. Zek­er na haar optre­den bij de De wereld draait door:

Klik op de afbeeld­ing om de video op youtube te bek­ijken

Hier werd voor de eerste keer gebro­ken met de (stom­pzin­nige) regel dat de muzikale onder­brek­ing niet langer dan één min­u­ut mag duren. Op voor­spraak van Jan Mul­der werd besloten dat zij het hele num­mer mocht bren­gen.

Kort daar­na werd ze benaderd door het befaamde Blue Note label, waar ze nu onder con­tract staat.
Rond die tijd kreeg ik ook te lezen dat ze met haar tournee was begonnen en dat per optre­den er enkele vrijkaart­jes verdeeld wer­den. Het enige wat je moest doen was een krabbel achter­lat­en indi­en je geïn­ter­esseerd was. Dat was ik.

Maar dat was ik ook weer ver­geten. Tot het bericht­je dat de kaart­jes klaar lagen voor het con­cert in Ede.

Gis­ter­avond dus de schoe­nen gepo­et­st en op weg naar Ede. Waar we enkele minuten vóór het voor­pro­gram­ma bin­nen kwa­men vallen. Snel de kaart­jes opge­haald en onze plaat­sen opge­zocht. De zaal zat al vol en het podi­um was nog leeg.

Het wacht­en was op Jess. Maar dat duurde niet lang. Ineens kwam daar een groep­je stu­den­ten? jon­geren? the­ater­medew­erk­ers? het podi­um opgelopen. Ze pak­ten hun instru­ment op, en de front­girl van het geheel nam plaats achter haar key­board. Ze zei iets onsamen­hangends, begon te lachen, en de band begon met het eerste num­mer.

Geweldig! Een heer­lijk swin­gend num­mer dat goed in elka­ar zat. Ver­vol­gens weer een chao­tisch tussendoort­je door Jess, dit keer over het feit dat ze niet nat gegooid werd met bier en dat het pub­liek zo gecon­cen­treerd zat te luis­teren. En op naar het vol­gende up-tem­po num­mer.

In het half uur dat hen gegeven werd, speelden ze een mooie set van vrolijke pop­songs die geen min­u­ut gin­gen verve­len. Jess wist met ont­wape­nende charme een goed con­tact met het pub­liek te kri­j­gen. Na afloop stond ze samen met Sab­ri­na in een stand haar cd’s te verkopen en te signeren. Ook haar cd’s wer­den goed verkocht. Een mooi com­pli­ment voor een heer­lijk voor­pro­gram­ma.

Na Jess was het tijd voor een korte pauze voor­dat het con­cert van Sab­ri­na Starke begon.
Ook nu weer was het even wacht­en voor­dat de band het podi­um opkwam. De ban­dle­den begonnen het optre­den met het intro “She is” waarmee ook haar cd opent. De stem van Zulile (een gespro­ken tekst) werd via de com­put­er afge­speeld, ter­wi­jl de band het num­mer live speelde. Hier­na kwam Sab­ri­na het podi­um op en begon meteen het num­mer Romeo & Juli­et te zin­gen, het tweede num­mer van de cd.

Na dit num­mer gaf ze aan dat ze ook nog een andere ver­sie van R&J in haar reper­toire heeft. En dat werd ver­vol­gens ingezet. Ook dit num­mer kwam goed over in de kleine knusse zaal. En dat was iets wat Sab­ri­na zelf ook aan­gaf.

Nu het er op lijkt dat ze miss­chien wel inter­na­tion­aal kan gaan door­breken en er bin­nenko­rt grotere zalen voor haar optre­dens geboekt gaan wor­den, liet ze duidelijk blijken hoe fijn ze het vind om in deze wat kleinere zalen te mogen spe­len.
En zo bleef ze gedurende haar hele optre­den tussen de num­mers door op een pret­tige manier wat vertellen over het hoe en waarom van haar muziek.

De num­mers zelf wer­den met afwijk­ende arrange­menten gespeeld als op de cd. Dus niet het stan­daard afspe­len alsof je gewoon de cd op het staan, waar ik zelf zo’n hekel aan heb. Ook werd regel­matig gevraagd aan het pub­liek om mee te doen.
Dan weer eens om aanstek­ers, mobielt­jes, e.d. te gebruiken voor wat sfeerver­licht­ing, dan weer om als achter­grond­koor te fun­geren, of om met z’n allen op te staan (het was een zaal met zit­plaat­sen) en mee te swin­gen met de muziek. De meerder­heid van het pub­liek deed vrolijk mee.

De band speelde in mijn ogen geweldig. Zon­der pre­cies te weten wie de ban­dle­den waren (dat moet ik nog een keer opzoeken) spron­gen voor mij de drum­mer, bassist en pianist er in posi­tieve zin uit. Zon­der de rest van de band teko­rt te doen.
Het samen­spel in de band zelf was fan­tastisch, alsook met Sab­ri­na. Het kwam mij over als een per­fect inge­speeld geheel welke zow­el in de up-tem­po als langza­mere num­mers de juiste tim­ing had.

In totaal duurde het optre­den een uur, waarin alleen num­mers van de cd gespeeld wer­den. De toegift was weggelegd voor Yel­low Brick Road. Een per­soon­lijk num­mer waarin ze de moeizame weg beschri­jft van de afgelopen jaren. Het gaat over doorzetten wan­neer je in iets gelooft:

I’ve made some miles but I am here
Didn’t think I would make it frozen by fear
There was a time a few years ago in my life
That I felt so lost didn’t see no way out
Cause I’ve been through love
Through pain
Down the val­ley and up again
After all this time I under­stand
So I stand before you this woman

Cho­rus:
These yel­low bricks have brought me this far
Can’t believe it but I’m final­ly here
Been walk­ing down this road like a lost child
Feel­ing so alone but now I found my home

Sab­ri­na,
bedankt voor een geweldig optre­den!

~ ~ ~

Indiërs op de Ginkelse Hei

Alweer ruim twee jaar rij ik elke werkdag over de N224 van Arn­hem naar Ede. En ’s avonds rijd ik net zo braaf weer terug naar huis.

Toen mijn huidi­ge werkgev­er van Vee­nen­daal naar Ede ver­huis­de was het even zoeken naar een geschik­te route naar de nieuwe werk­plek. Zou het de kort­ste weg wor­den via de snel­we­gen A50 en A12? Of lekker rustig bin­nen­door over de reeds ver­melde N224? Voor wie elke dag de file-bericht­en beluis­terd en voor wie ook nog weet dat ik een broert­je-dood heb aan het gejakker en gejaag op de Ned­er­landse snel­we­gen, hoeft het geen ver­rass­ing te zijn dat het de rustige bin­nen­weg is gewor­den. Aldus rij ik zoals gezegd elke ocht­end heer­lijk op m’n gemak over de Ginkelse Hei voor­dat ik m’n autoot­je in de par­keer­garage achter­laat en enkele uren op kan­toor ga door­bren­gen.

Niets bij­zon­ders, toch?

Afgezien van het feit dat het uitzicht ook die ocht­end weer adem­ben­e­mend was, passeerde ik de Ginkelse Hei afgelopen maandag in gedacht­en ver­zonken over het pro­gram­ma van de tweede week van de work­shop die ik geor­gan­iseerd had. De eerste week was goed ver­lopen ondanks dat ikzelf niet hele­maal fit was. Vooraf­gaand aan de work­shop had ik het hele week­end met koorts in bed gele­gen. Op maandag met veel moeite en de nodi­ge medici­j­nen de eerste dag doorgekomen. Elke vol­gende dag ging iets beter, en op het eind van de eerste week voelde ik mezelf weliswaar flink uit­geput maar ook erg voldaan. De aftrap van het project was achter de rug en de eerste resul­tat­en van de work­shop waren hoopgevend. Op vri­jdag­mid­dag kon ik dan ook de bei­de Amerika­nen bedanken voor hun bij­drage en ze een veilige reis wensen terug naar de VS. De twee Indiërs die ook over waren gekomen zouden het week­end best­e­den aan toeris­tis­che trips in ons mooie land en nog een week bli­jven om het verza­melde mate­ri­aal verder met mij uit te werken. Over dat laat­ste zat ik na te denken die maandagocht­end.

Op het werk trof ik de indiërs in opperbeste stem­ming aan. De zater­dag had­den ze in Ams­ter­dam (waar anders?) doorge­bracht en zondag waren ze naar Arn­hem gegaan. Arn­hem? Ja, Arn­hem! Waar vooral Nagesh op had aange­dron­gen. De reden dat hij naar Arn­hem wilde had te mak­en met oper­atie Mar­ket Gar­den. Het bleek dat hij goed op de hoogte was van wat zich tij­dens WO-II in Europa en Ned­er­land had afge­speeld. Respectvol wist hij te vertellen over de pogin­gen van de geal­lieer­den om halver­wege 1944 ons land te bevri­j­den van de Duitse bezetter. In Arn­hem had­den ze plekken en musea bezocht die hij tot nu toe alleen maar uit boeken en films kende. Hij was diep onder de indruk ger­aakt. Ajay was intussen meer en meer aangesto­ken door het ent­hou­si­asme van Nagesh en wist inmid­dels ook een hoop te vertellen van wat er alle­maal voorgevallen was in deze omgev­ing. En bracht op een gegeven moment het Air­borne mon­u­ment op de Ginkelse Hei ter sprake.

Een mon­u­ment dat ik iedere werkdag twee keer passeer. Maar dat hele­maal niet wist. Nooit gezien had.

Om mijn onwe­tend­heid te ver­ber­gen bood ik spon­taan aan om nog diezelfde week het mon­u­ment ’s mid­dags tij­dens lunchti­jd met hen te gaan bezoeken. Het is tenslotte hoo­gu­it een min­u­ut of 10 rij­den. De afspraak werd vast­gelegd voor de vol­gende dag. Wat mij gele­gen­heid gaf om me te verdiepen in wat zich had afge­speeld op de Ginkelse Hei in 1944. Diezelfde avond begon ik te lezen op inter­net.

Ik las over John Jef­freys:

John is een Mar­ket Gar­den-vet­er­aan, en inmid­dels 87 jaren oud.

We schri­jven zondag 17 sep­tem­ber 1944. De bezetters hebben de Ginkelse Hei­de in han­den en daarmee 1 van de belan­grijke aan­vo­er­routes naar Arn­hem. De Geal­lieer­den hebben een ver­rass­ingsaan­val (Mar­ket Gar­den) voor­bereid en rond een uur of 3 ’s mid­dags vliegen er ongeveer 120 vlieg­tu­igen boven de Ginkelse Hei­de waaruit een kleine 1000 para­troop­ers sprin­gen. Dit geeft enorme gevecht­en en uitein­delijk kri­j­gen de bezetters het groot­ste gedeelte van de hei­de weer in han­den. Ze steken hier­na de hei­de in brand. De Engelsen vlucht­ten richt­ing Ede.

Maandag 18 sep­tem­ber 1944, weer een ver­rass­ingsaan­val. Echter, de bezetters zijn nu voor­bereid. Ze hebben zwaar afweergeschut in de bossen langs de N224 geplaatst. John is één van de para­troop­ers op deze dag. Boven de hei­de ziet hij “a pre­lude of hell”, een voor­por­taal van de hel. Het groot­ste gedeelte van de hei­de staat in brand, kogels vliegen dwars door de vlieg­tu­igen heen, dode kam­er­aden liggen in het vlieg­tu­ig of hangen dood aan hun para­chute. Met volle muni­tiebepakking en zon­der aarzel­ing springt John. Halver­wege het vlieg­tu­ig en de hei­de wordt hij ger­aakt door afweergeschut. De kogel gaat via z’n link­erdi­jbeen z’n rechterz­ij weer uit. John komt zwaarge­wond neer en hij ziet lev­ende, gewonde en dode collega’s in de grote brand terechtkomen. Uit alle macht probeert hij buiten de vlam­men te bli­jven en uitein­delijk hebben Poolse collega’s hem in vei­ligheid kun­nen bren­gen. Oper­atie Mar­ket Gar­den is, zoals bek­end mis­lukt. John is her­steld in een hos­pi­taal in Oost­er­beek en is hier­na naar Duit­s­land getrokken om verder te vecht­en voor de bevri­jd­ing. Hier is hij nog gevan­gen genomen en in een kamp geplaatst. Tot de bevri­jd­ing.

In totaal is John 14 maal naar de her­denkin­gen gekomen. Al die jaren daar­voor durfde hij niet. Hij was bang dat de Ned­er­lan­ders de Engelsen kwal­ijk zouden nemen dat Mar­ket Gar­den was mis­lukt.

Ik las nog veel meer. Het bezoek aan het mon­u­ment en de Ginkelse Hei was hier­na voor zow­el Nagesh en Ajay alsook voor mij een bij­zon­dere gebeurte­nis. Mijn gede­tailleerde feit­enken­nis (in korte tijd er in gestampt zoals ik me vroeger voor­berei­d­de voor een proe­fw­erk) zorgde er voor dat ik vol­doende te vertellen had ter­wi­jl we een stuk­je over het ver­lat­en en winderige hei­de­land­schap wan­delden. Nadat we nog wat foto’s had­den genomen zijn we weer terug gere­den naar kan­toor.

De rest van de week bleef dit uit­stap­je een terugk­erend gesprek­son­der­w­erp. Vooral toen ik de vol­gende dag de foto’s liet zien die ik genomen had. Eén ervan vat­te vol­gens Nagesh het gevoel wat hij op die plek had gehad goed samen. Op de foto staan Nagesh en Ajay samen met onze IT man­ag­er onder een een­zame kale boom. Er hangt een troost­eloosheid over het beeld wat vol­gens hem sym­bol­isch was voor de plek. Er zit wel iets in.

Van­daag zijn ze teruggevlo­gen naar India. Ajay via Par­i­js en Nagesh via Frank­furt. Toe­val? Want Ajay spreekt een aardig mond­je Frans sinds hij daar een tijd­je heeft gew­erkt. Gedurende zijn verbli­jf is hij zich gaan verdiepen in de Europese cul­tu­ur. Z’n spaarzame vri­je tijd heeft hij gebruikt om diverse plaat­sen te bezoeken. En Nagesh ver­baas­de me toen hij plot­sel­ing Duits begon te spreken. Een vijf­tal jaar gele­den gaan leren omdat hij in een project voor een Duitse fir­ma ging werken. Wie weet, miss­chien ging hij wel naar Duit­s­land. Een­maal met Duits begonnen was ook bij hem al snel de inter­esse gewekt om meer te weten over onze West­erse cul­tu­ur.

Inmid­dels sprak­en ze bei­den al enkele zin­nen Ned­er­lands.

Bij het afscheid nemen vroeg Nagesh mij of ik dit jaar in sep­tem­ber foto’s wilde mak­en op de Ginkelse Hei. Niet alleen van de her­denk­ing, maar om te lat­en zien hoe de hei er in sep­tem­ber bij ligt. Hij hoopte dat het dan niet zo’n treurig beeld zou zijn. Dat de para­troop­ers, ter­wi­jl ze aan hun onbestu­ur­bare para­chutes hangend langza­am in de vuur­zone van de duit­sers terechtk­wa­men, een zekere dood tege­moet, nog een stuk­je troost kon­den vin­den in het beeld van een bloeiende hei. Daar zat hij namelijk echt mee.

Natu­urlijk ga ik die foto’s mak­en.

Elke werkdag zal ik daar aan herin­nerd wor­den wan­neer ik over de Ginkelse Hei rij.

Wat ik verder ook ga doen?
Mezelf wat meer verdiepen in India.

~ ~ ~