Nou, dan gaan we dat regelen.”

Wat bij mij maar blijft door­et­te­ren is het zin­ne­tje dat haast ach­te­loos volg­de na het zes­tien maal uit vol­le borst gescan­deer­de “Min­der! Min­der! Min­der! Min­der! Min­der! Min­der! Min­der! Min­der! Min­der! Min­der! Min­der! Min­der! Min­der! Min­der! Min­der! Min­der!“. Zo’n zin­ne­tje in de cate­go­rie “Wen d’r maar aan” waar Wil­ders zo goed in is. Een dood­doe­ner van jewel­ste waar­mee hij elke dis­cus­sie kan afkap­pen. Wil je Wil­ders aan­spre­ken op gedrag, uit­la­tin­gen of acties, dan is hij snel klaar. Wen d’r maar aan. Nee, we gaan niet over tot dia­loog. Daar doet hij niet aan. Ten­min­ste, niet met anders­den­ken­den. […]  Lees ver­der

De kleuren van de keizer

In een wereld niet zo ver hier van­daan, woon­den we als niet-gekleur­den bin­nen de kaders van onze zelf­ge­ko­zen iso­la­tie. We waren strip­fi­gu­ren in een zwart-wit ver­haal en wis­ten dat we ooit kleur moesten beken­nen. […]  Lees ver­der

Wen d’r maar aan… — deel zoveel

Maar, maar, we kun­nen toch niet zon­der eten naar bed? We moe­ten nog tan­den­poet­sen. En slaap­kle­ren aan. En, en…
“Wen d’r maar aan!” riep ik ze nog na, nadat ik ze onder bedrei­ging van een pak slaag naar boven had gejaagd. Stel­le­tje hui­le­bal­ken. Slap­pe­lin­gen.
Tevre­den leun­de ik ach­ter­over in mijn luie stoel. De wereld was een stuk over­zich­te­lij­ker gewor­den. De huis­ka­mer was geheel van mij. Alle las­ti­ge ele­men­ten weg­ge­stuurd. Geen kri­tiek. Geen tegen­spraak. […]  Lees ver­der