Nou, dan gaan we dat regelen.”

Wat bij mij maar bli­jft dooret­teren is het zin­net­je dat haast achteloos vol­gde na het zestien maal uit volle borst ges­can­deerde “Min­der! Min­der! Min­der! Min­der! Min­der! Min­der! Min­der! Min­der! Min­der! Min­der! Min­der! Min­der! Min­der! Min­der! Min­der! Min­der!“. Zo’n zin­net­je in de cat­e­gorie “Wen d’r maar aan” waar Wilders zo goed in is. Een doo­d­doen­er van jew­el­ste waarmee hij elke dis­cussie kan afkap­pen. Wil je Wilders aanspreken op gedrag, uit­latin­gen of acties, dan is hij snel klaar. Wen d’r maar aan. Nee, we gaan niet over tot dialoog. Daar doet hij niet aan. Ten­min­ste, niet met ander­s­denk­enden.

En zo heeft hij wel meer van die zin­net­jes. Sim­pel in al hun een­voud maar alti­jd met ver­strekkende gevol­gen.

Woens­da­gavond heeft hij er weer een­t­je aan toegevoegd. “Nou, dan gaan we dat rege­len.” Ook hier over­heerst de een­voud. Maar de dreigende impact zit natu­urlijk besloten in de com­bi­natie van eerder gestelde vraag “Willen jul­lie, in deze stad en in Ned­er­land, meer of min­der Marokka­nen?” en het antwo­ord daarop wat uit de mon­den van zijn vol­gelin­gen geen ver­baz­ing mocht wekken.

Even een kort terz­i­jde: Indi­en deze vraag voorgelegd zou wor­den aan de Ned­er­landse bevolk­ing in zijn geheel, zou het antwo­ord dan posi­tiev­er uit­vallen? Lees het boek Dutch Racism voor het juiste antwo­ord.

Terug naar Wilders. De Fix­er. We (als je met ‘we’ moeite hebt, dan ver­vang het maar door ‘ze’) willen min­der Marokka­nen. En hij gaat dat rege­len. Reeds in 2009 riep Wilders al dat er een miljoe­nen­over­schot aan moslims in Europa was. Nation­aliteit ont­ne­men en uitzetten, was de oploss­ing. Nu gaat hij dat rege­len. Aldus beloofde hij zijn euforische ‘Minder’-scandeerders. Het is nogal wat. Niet nieuw. Hopelijk ont­neemt de onverwachte erosie van zijn par­tij die zich plot­sklaps heeft ingezet hem de machts­ba­sis om zijn sim­pele woor­den in dreigende daden om te zetten. Hele­maal gerust­gesteld ben ik echter nog lang niet nadat ik al enkele tre­fzekere doch con­fron­terende analy­ses her en der gelezen heb.

There is some­thing rot­ten in the state of the Nether­lands, en ik ben bang dat wij het zelf zijn.

~ ~ ~

De kleuren van de keizer

In een wereld niet zo ver hier van­daan, woon­den we als niet-gek­leur­den bin­nen de kaders van onze zelfgekozen iso­latie. We waren strip­fig­uren in een zwart-wit ver­haal en wis­ten dat we ooit kleur moesten beken­nen.

Op een dag toen de goudgele zon ein­delijk door het grauwe wolk­endek brak, kwam een man van de wereld ons land bin­nengetrokken. Onder zijn voeten veran­derde het blanke pad der duinen in een yel­low brick road. Instant ver­war­ring brak uit onder de bleek weggetrokken landgenoten.

In bange afwacht­ing keken we omhoog naar onze kleur­loze keiz­er. Flet­sjes stond hij de man te woord. In het kleur des aan­schi­jns joeg hij de gast zon­der par­don weg voor­dat we besmet zouden rak­en.

En we leef­den noch lang, noch gelukkig.

 

~ ~ ~

Een sprook­je in 120 woor­den voor 120w.nl

~ ~ ~

Wen d’r maar aan… — deel zoveel

Maar, maar, we kun­nen toch niet zon­der eten naar bed? We moeten nog tanden­po­et­sen. En slaap­kleren aan. En, en…
“Wen d’r maar aan!” riep ik ze nog na, nadat ik ze onder bedreig­ing van een pak slaag naar boven had gejaagd. Stel­let­je huile­balken. Slap­pelin­gen.
Tevre­den leunde ik achterover in mijn luie stoel. De wereld was een stuk overzichtelijk­er gewor­den. De huiskamer was geheel van mij. Alle lastige ele­menten wegges­tu­urd. Geen kri­tiek. Geen tegen­spraak.

Wen d’r maar aan!” roept Wilders regel­matig in de Tweede Kamer tegen iedereen die het met hem oneens durft te zijn. Of die hem con­fron­teert met tegen­stri­jdi­ge uit­sprak­en van hemzelf of mede­huichelaars. Het lief­st had hij gehad dat ver­vol­gens de oppo­nen­ten eieren voor hun geld had­den gekozen en de Kamer ver­lat­en zouden hebben. Lekker rustig. Geen gezeik.

Toen ik het de eerste keer zag gebeuren tij­dens zo’n live debat op de zen­der Poli­tiek 24, schrok ik er van. Niet zozeer van de scherpe toon, maar eerder van de gigan­tis­che doo­d­doen­er die er aan ten grond­slag ligt. Feit­elijk wordt gesug­gereerd dat enig debat niet meer nodig is. De ‘wen-d’r-maar-aan’-zegger kan doen en lat­en wat hem/haar goed­dunkt en alle kri­tiek op onjuist, onheus, onre­delijk, onl­o­gisch gedrag wordt onmo­gelijk gemaakt: “Gis­teren lei­d­de uw redener­ing tot stelling A, maar van­daag beweert u pre­cies het omge­keerde. Dat klopt toch niet?” “Wen d’r maar aan.” “Vol­gens uw par­ti­jpro­gram­ma zou u achter beleid C staan en beleid D per­ti­nent niet onder­s­te­unen, en nu …” “Wen d’r maar aan.” “Mag ik u wijzen op …” “Dat mag, maar wen d’r maar alvast aan dat ik me d’r verder niets van aantrek.”

En tot mijn schaamte ben ik er aan gewend ger­aakt. Aan de niet afla­tende stroom van hatelijkhe­den, grove uit­latin­gen, racis­tisch get­inte kri­tiek, opruiende taal, van extreme domheid getu­igende redener­in­gen, botte inter­rup­ties, pop­ulis­tis­che one-lin­ers, valse beschuldigin­gen en opzichtig gedraai.

Maar bove­nal ben ik gewend ger­aakt aan de stu­i­tende incom­pe­ten­tie bin­nen de HR-afdel­ing van de Par­tij Voor de Verdeeld­heid (PVV) voor wat betre­ft de gerekru­teerde Wilders-adepten. Het was slechts een kwest­ie van tijd voor­dat een nieuw geval­let­je op het vlak van onzorgvuldig gescreende pvv-aan­bid­ders met een dis­cutabel verleden naar buiten zou komen. In de lange rij die hem voorgin­gen kan van­daag met trots Machiel de Graaf toegevoegd wor­den. En ik adviseer hem bij deze alvast dat hij wat mij betre­ft geen enkele moeite hoeft te doen een en ander goed te prat­en. Wij zijn er al lang aan gewend, dus een sim­pel “Wen d’r maar aan” vol­staat. We zullen onze mond wel houden.

En zijn er dan toch lastige lieden die een grein­t­je kri­tiek dur­ven te hebben, dan kun­nen die alti­jd nog een spuit­je kri­j­gen (spon­sored by Expert­clean­ics).

~ ~ ~