Niersdal Survivalrun Gennep – I did it!


In de ver­te zag ik de hijs­kraan al staan met daar­aan een van de eer­ste hin­der­nis­sen van de Niers­dal sur­vi­val­run: het dak­net over de Niers. Een mooi richt­punt om naar het cen­trum van Gen­nep te koer­sen en een par­keer­plaats te zoe­ken. Net als vorig jaar kon ik terecht vlak bij het inschrijf­lo­kaal en de kleed­ruim­tes.
Het voel­de als een deja-vu. Alleen hoop­te ik niet op een zelf­de afloop. Ik had het hele jaar hard getraind en nie­mand had gedacht dat ik deze eer­ste run van het sei­zoen niet zou halen. Toch gebeur­de dat. In de laat­ste hin­der­nis vond ik mijn Water­loo. Ik kreeg de tech­niek om met rin­gen van stok­je naar stok­je te zwaai­en niet snel genoeg onder de knie en moest daar­om een paar keer opnieuw begin­nen. Uit­ein­de­lijk moest ik opge­ven en mijn band­je inle­ve­ren.
Op de web­si­te had ik al een paar keer gecheckt wat dit­maal de eind­hin­der­nis was, maar zoals gebrui­ke­lijk werd dat net­jes geheim gehou­den. Er zat dus niets anders op dan me te laten ver­ras­sen. En wat denk je? Weer zag ik die ellen­di­ge stok­jes aan de zij­kant van het laat­ste onder­deel in de com­bi­hin­der­nis zit­ten. Als­of ze het expres had­den gedaan om mij te pes­ten. Ik maak­te een grap­je naar mijn reis­ge­noot die in dezelf­de start­groep zat om dan maar met­een mijn band­je in te leve­ren, ter­wijl ik diep van bin­nen over­woog om hele­maal niet te star­ten en naar huis te gaan.
Natuur­lijk ging ik wel van start. En de hele run die ik voor mijn doen eigen­lijk heel soe­pel­tjes liep (ver­ge­le­ken met vorig jaar was ik 15 minu­ten snel­ler) bleef ik aan die eind­hin­der­nis den­ken. En elke hin­der­nis die ik onge­schon­den door­kwam vroeg ik me af of het niet voor niets was omdat ik op het ein­de toch mijn band­je zou moe­ten inle­ve­ren. Toch bleef ik door­lo­pen. Ik kreeg er zelfs ple­zier in wat gro­ten­deels ook aan het prach­ti­ge weer te dan­ken was.
Pas toen ik twee­maal de lan­ge apen­hang over het water ach­ter de rug had begon ik opnieuw zenuw­ach­tig te wor­den. Ik wist dat na de schut­ting en de over­steek tus­sen twee con­tai­ners de daad­wer­ke­lij­ke proe­ve van bekwaam­heid op me stond te wach­ten. Was ik er klaar voor? Sinds vorig jaar was ik ‘m slechts nog een keer­tje tegen­ge­ko­men, en dat was in Doorn. Daar had ik ook geen goe­de her­in­ne­rin­gen aan. Wel­is­waar was het me toen gelukt (hoe­wel hij in mijn her­in­ne­ring iets kor­ter was) maar niet veel later moest ik al hal­ver­we­ge de run opge­ge­ven van­we­ge kramp. Het bleek tevens mijn laat­ste run van het sei­zoen te zijn.
Een paar minu­ten later stond ik dan toch echt bij de eind­hin­der­nis. Met band­je, maar met de moed in mijn schoe­nen. Ik besloot voor­lo­pig de stok­jes te nege­ren. Eerst maar eens het eer­ste gedeel­te met hang­lus­sen. Geen pro­bleem. Daar­na het twee­de gedeel­te met mon­key­bars. Ook geen pro­bleem. Zou het dan echt hele­maal op het eind als­nog mis gaan?
Ik keek om me heen waar de rin­gen waren die ik zou moe­ten gebrui­ken. Die waren ner­gens te beken­nen. Het was deze keer de bedoe­ling om ze met blo­te han­den te bedwin­gen. Een beet­je ver­ge­lijk­baar als mon­key­bars, maar dan aan de bui­ten­kant. Heel even bleef ik kij­ken naar hoe een aan­tal ande­re deel­ne­mers deze hin­der­nis namen. Het leek niet al te moei­lijk en zelf voel­de ik me nog fit genoeg om het even­tu­eel ver­schil­len­de keren opnieuw te pro­be­ren mocht het niet de eer­ste keer luk­ken.
Met een die­pe adem­ha­ling om mijn hart­slag op rust te krij­gen pak­te ik het eer­ste stok­je vast en zet­te me af van de balk om door te zwaai­en naar het vol­gen­de stok­je. Voor ik het wist was ik aan de over­kant. Nu alleen nog door een buis krui­pen waar­na de water­bak en de finish op me wacht­ten. Ik had het gehaald! Met band­je. […]  Lees ver­der

Niersdal Survivalrun Gennep — I did it (almost)…

Zenu­wen. Ik had het niet ver­wacht maar van­och­tend kwa­men ze toch opzet­ten. Hoe zou ik het er van­af bren­gen tij­dens mijn eer­ste sur­vi­val­run als wed­strijd­lo­per? Al die tijd was ik er alleen maar mee bezig geweest in de zin dat ik zorg­de vol­doen­de te trai­nen. Nu ineens sloeg daar de twij­fel toe. Wat had me ertoe gebracht om die licen­tie aan te vra­gen? Had ik niet beter lek­ker als recre­ant kun­nen blij­ven lopen?
En meer van dat soort nut­te­lo­ze vra­gen spook­ten door mijn hoofd toen ik de wek­ker om 6 uur had uit­ge­zet. Dat schoot natuur­lijk niet op. Tijd om op te staan en aan het ont­bijt te begin­nen. Met een lek­ker stuk­je muziek op de ach­ter­grond kwam al snel weer het juis­te gevoel terug. Ik had er zin in. Zeker toen ik wat later op de och­tend in Gen­nep aan­kwam en de eer­ste lopers al bezig zag met hun war­ming up.
Om 10:40 uur klonk het start­schot. Voor­af had ik ver­schil­len­de sce­na­ri­os over­wo­gen hoe ik het bes­te aan de run zou kun­nen begin­nen. Al snel bleek dat een run zo z’n eigen dyna­miek kent. Zo bestond de der­de hin­der­nis uit een swing­over, maar omdat er slechts vier tou­wen hin­gen en de groep deel­ne­mers nog rede­lijk dicht op elkaar zit moet je met­een een tijd­je wach­ten als je niet voor­aan in de groep zit. Daar had ik me op ver­ke­ken. Voor ik het wist liep ik op een flin­ke ach­ter­stand. Ik besloot ver­vol­gens mijn eigen tem­po te lopen.
Hoe lang ik onder­weg was weet ik niet maar bij hin­der­nis 37 aan­ge­ko­men wist ik dat het er bij­na op zat. Mijn rode band­je had ik al die tijd weten te behou­den. Als ik er in zou sla­gen om twee maal (heen en terug) via de apen­hang over het rivier­tje de Niers te gaan had ik het erg­ste ach­ter de rug. En ook deze hin­der­nis wist ik pro­bleem­loos te over­win­nen. Op weg dus naar de eind­hin­der­nis.
 

Waar het als­nog mis ging.
Het eer­ste deel bezorg­de me al veel pro­ble­men. De bedoe­ling was om han­gen­de aan een los­se stok jezelf tus­sen twee bal­ken voor­uit te bewe­gen. Dat ging enke­le keren al met­een bij het begin mis. Om me heen zag ik dat meer deel­ne­mers er moei­te mee had­den. Een schra­le troost. Ik besloot me te rich­ten op die­ge­nen die het wel luk­te en te zien of ik hun tech­niek kon toe­pas­sen. Met suc­ces. Nadat ik de stok iet­wat anders vast­pak­te ging het eigen­lijk ver­ras­send soe­pel.
Bij het twee­de deel aan­ge­ko­men kreeg ik twee los­se rin­gen aan­ge­reikt. Daar­mee moest je aan een balk gaan han­gen waar aan de zij­kant kor­te stok­jes beves­tigd waren. Door je gewicht te ver­plaat­sen kon je een ring van een stok­je halen en ver­plaat­sten naar een vol­gend stok­je. Enzo­ver­der. Ik had het idee dat me dit goed moest afgaan want ten­slot­te had ik veel getraind op tri­an­gels en pak­lad­der. En het luk­te me ook bij­na. Maar net niet hele­maal. En net niet hele­maal bete­kent hele­maal terug.
Zo heb ik daar een kwar­tier­tje door­ge­bracht met twee rin­gen in mijn hand en de finish op een tien­tal meter ver­der­op. Hoe ik ook mijn best deed, ik haal­de het keer op keer net niet. En dus werd mijn band­je met een gro­te schaar door­ge­knipt. Ein­de oefe­ning. Over twee weken een nieu­we kans in Ensche­de[…]  Lees ver­der