Gerard Reve

Roeping

Strip­te­ke­naar. Dat wil­de ik vroe­ger (later?) wor­den. Geen brand­weer­man of astro­naut. Laat staan wiel­ren­ner (of schrij­ver). Teke­nen was mijn lust en leven. Uren zat ik aan mijn bureau omringd door sta­pels strip­boe­ken fana­tiek te schet­sen. Mijn hoofd vol ver­ha­len die mijn hand tracht­te vorm te geven. Wat nog niet mee­viel.

Ik kwam maar niet los van de gro­te voor­beel­den wel­ke hun scha­duw over mijn goed­be­doel­de pro­beer­sels wier­pen. Had ik ein­de­lijk een pagi­na gereed van wat in mijn gedach­ten al de ‘nieu­we Kuif­je’ zou gaan wor­den, bleek het nadat de eufo­rie gezakt was toch wel ver­dacht veel Lees ver­der