Guilty pleasure

De drie­mans­band begon aan een nieuw num­mer. De zanger knipte in zijn vingers om het juiste ritme te vin­den en een gedeelte van het pub­liek haak­te in. Het was voor de zanger aan­lei­d­ing om een waarschuwing uit te doen gaan. Mocht iemand het miss­chien niet weten, het num­mer duurde ruim vier minuten en een­maal begonnen met het vingerknip­pen zag hij wel graag dat nie­mand voor­ti­jdig afhaak­te. Zon­der op antwo­ord te wacht­en zette hij het lied Ben­ny in.

Ik moest zacht­jes lachen. We waren in Ede, in schouw­burg Cul­tura voor het optre­den van Ger­ard van Maasakkers die veer­tig jaar in het lied­jes­vak zat. Bij toe­val had ik gezien dat hij hier een voorstelling zou ver­zor­gen en met enig geluk had ik nog aan kaart­jes kun­nen komen. Voor ons tweet­jes want Inge is ook een groot fan van deze Bra­bantse trou­ba­dour.

Toen ik een aan­tal jaar gele­den mijn baan bij Philips inruilde voor een werkgev­er dichter bij huis, kwam ik in Vee­nen­daal terecht. Wat ik als eerste te horen kreeg was dat ik op moest passen met grap­jes te mak­en over religie. Mid­den in de ‘bible belt’ lag dat nogal gevoelig. Een aan­tal jaar ver­huis­den we naar een andere locatie. In Ede. Alles was nieuw, behalve de waarschuwin­gen met betrekking tot het geloof. Ook in Ede liepen er nog vol­doende mensen rond die recht in de leer waren.

Met deze achter­grond bekeek ik de vele bezoek­ers in de foy­er vooraf­gaande aan het optre­den met meer dan gewone belang­stelling. Voor mijn gevoel zag ik heel wat, vooral oud­ere stellen die nogal vormelijk of sti­jf­jes gek­leed waren voor een informeel uit­je op de zater­da­gavond. Her en der zag ik zelfs een zwarte kous voor­bij komen. Het zou alle­maal geen prob­leem hoeven te zijn. Ger­ard van Maasakkers mag dan begonnen zijn als een echte hip­pie in de tijd van ‘flower pow­er’, zijn liedtek­sten zijn zelden of nooit con­tro­ver­sieel. Veeleer roman­tisch en sen­ti­menteel.

Ben­ny is in die zin een kleine uit­zon­der­ing. En ik had het idee dat niet iedereen hier­van op de hoogte was. Voor­lop­ig knipte het pub­liek nog vrolijk mee op de muziek ter­wi­jl Van Maasakkers zong over de jonge Ben­ny die in de vierde klas Mavo zit en net zoals elke andere gezonde boeren­jon­gen met z’n gevoe­lens voor meis­jes worstelt. Tot­dat hij een naak­t­je jon­gen onder de douche ziet. Dan ont­dekt hij zijn ware aard.

En in het pub­liek hapert op ver­schil­lende plekken de vingerknik. Bevroren in de lucht. Om aarze­lend weer in te hak­en bij de frase dat dat gelukkig bij ons niet voorkomt. Een soort van escape uit deze gênante sit­u­atie waar men zichzelf had inge­manou­vreerd. Snel klap­pen nu en hopen dat de arti­est meteen verder gaat met een vol­gend lied. Ik bleef nog even grin­niken.

~ ~ ~

Volledi­ge tekst Ben­ny:

Ben­ny zit in 4‑mavo
Ben­ny wil werken met z’n hand
Ben­ny haalt hendig de havo
Mer Ben­ny wil liev­er gaon werken op ’t land
Mee z’n hand als kolen­schup­pen
Speult ie sax in de her­me­nie
En hij stad in de goal
Van ’t elf­tal van de school
Nee aan Benny’s ziede ’t nie
Mer Ben­ny die tobt, Ben­ny denkt,
Nie­mand zal me geleu­ven as ik ’t gao zeggen
Want Ben­ny da’s toch ne getapte vent
Ben­ny hee geen mei­d­je
Hee wel verk­er­ing gehad
Zoe­nen da ging nog
Mer as ze wa meer wou was Ben­ny ’t al hul gauw zat
Hij dacht, da zal nog wel kom­men
Hij wou da’t over zou gaon
En da’t ie net zo gewoon as z’n vrien­den van school was
D’r had ie ’t toch ook wel spellekes mee gedoan
Mer toen kwam di’n enen dag
Onder d’n douche mee die jon­gen
Hij wist nie wa-t-ie zag
God­sallemachtig, goe­dendag
Hier kan geen mei­d­je aan tip­pen
En nou zit Ben­ny vur de tele­visie
Mee z’n ouwelui op de bank
Z’n hart bonkt hard,
Z’n hart hart bonkt hard
En Ben­ny denkt: dit is mijn kans
Want d’r is iets op de tele­visie
Over mensen als hij
Mer hoe zal-ie ’t zeggen
En wa zallen ze zeggen as-ie zee
Dit gaot over mij
En as Ben­ny denkt:
Nou of nooit,
Zet zijne vad­er ‘nen andere zen­der op
Hij zee, gelukkig kumt dit bij ons nie voor
Wa kan er eigen­lijk gebeuren, hee Ben­ny
En wa valt er te ver­liezen
As ge nooit meer schi­jn­heilig hoeft te zijn
En as ge alti­jd vort oew eigen kan zijn
Dan is’t nie moeil­ijk um te kiezen

~ ~ ~

Groots

Ger­ard van Maasakkers. Hij fig­ureerde op num­mer 6 in mijn top 10 die ik ooit voor de #popmed­i­tatie van @stevengort samen­stelde. Gis­ter­mid­dag zag ik hem voor de allereer­ste keer in lev­ende lijve en hij vroeg me ‘Hé, goade mee? Dan gaon we ’n eind­je lopen’. Voor ik het wist was ik weer terug in het Bra­bant van mijn jeugd.

Ger­ard nam me aan de hand om me zijn Nue­nen te lat­en zien waar hij was opge­groeid in dezelfde straat waar Vin­cent van Gogh zijn Aar­dap­peleters had geschilderd. Hij vertelde over zijn moed­er van wie hij zijn muzikaliteit heeft meegekre­gen. Dat ze vroeger samen zon­gen in de kerk­bank en hoe bij­zon­der het was om op lat­ere leefti­jd weer opnieuw naast haar te mogen zit­ten en mee te zin­gen. Over zijn vad­er die tuinar­chitekt was. En wel zo’n goeie, dat het niet meer dan logisch was dat God wel aan hem moest denken toen hij zelf iemand zocht die de tuin in de heme­len kon ver­zor­gen. Vanzelf­sprek­end kwam ook zijn geliefde zus voor­bij. Die nu vijftig zou zijn gewor­den.

Zo liep kleine Ger­ard voor me uit en wees alle plekken en mensen aan die hem zo dier­baar waren in het dorp dat voor hem de hele wereld omvat­te. Dan weer was hij weemoedig en nos­tal­gisch, een vol­gende keer vol humor en vrolijkheid. Ondeu­gend, dat ook. Wan­neer hij weer eens iets te ver weg liep. Om de wereld te verken­nen. Maar dan was daar alti­jd een oplet­tende buurvrouw die het men­neke teru­griep voor­dat hem iets kon overkomen. Want je zou toch zomaar in de han­den vallen van Cis Ver­donk! Daar moest je niet aan denken.

Alle­maal ver­halen prachtig in het bra­bantse dialect gezon­gen door de arti­est Ger­ard van Maasakkers die in al hun een­voud tegelijk groots en meeslepend waren. Betoverd van­wege zijn zachte stem met een hese g zat ik het eerste gedeelte van het con­cert uit alsof ik niet echt in een klein zaalt­je ergens onder Nijmegen ver­toefde, maar waande ik me veer­tig jaar terug in de tijd in mijn eigen dorp toen alles nog overzichtelijk en veilig was. Idyl­lisch. Maar verd­we­nen. Het was goed zo. Ooit maar nooit weer.

En dan na de pauze toch begin­nen met ‘As ge ooit.’ Ger­ard wist wel hoe hij me moest inpakken…

~ ~ ~

Making the Difference — 16

Deze blog­post is deel 17 van 17 in de serie Mak­ing the Dif­fer­ence

De titel van dit blog. Mak­ing the Dif­fer­ence. Deelt­je 16 alweer. Ik ben er aan gehecht ger­aakt om het op de zondag te gebruiken. Natu­urlijk naar aan­lei­d­ing van die gelijk­namige work­shop ergens in Novem­ber vorig jaar. Een weke­lijks ver­slag om te zien of ik het daaruit voortvloeiende 100 dagen actieplan tot een goed einde zou weten te bren­gen. En zo niet, waarom dan niet. Maar gaan­deweg ben ik het gaan zien als mijn reflec­tiemo­ment van de week. Mijn eigen zondags­di­enst, zo u wilt. Dus lijkt het me een pri­ma idee om deze week stil te staan bij de mogelijkheid die me door Steven Gort (@stevengort) gebo­den werd om mee te doen aan zijn #popmed­i­tatie.

De opdracht was sim­pel. Een lijst van 10 lied­jes (inclusief youtube clip) aan­lev­eren met een korte omschri­jv­ing per num­mer. Bij­na onmid­del­lijk had ik het plan om niet te proberen een top-10 van de mooiste num­mers bij elka­ar te zoeken. Dat soort tak­en gaat mij nooit goed af. Nee, ik zou een kleine per­soon­lijke geschiede­nis com­poneren ron­dom ned­er­land­stal­ige num­mers die ik met mijn jeugd asso­cieer. Ik zou het eens een keer makke­lijk voor mezelf mak­en.

Maar het is me gelukt. Uitein­delijk ging het me nog redelijk makke­lijk af om lied­jes te vin­den die mij bij de eerste tonen ieder op hun eigen manier meevo­eren naar spec­i­fieke momenten in mijn lev­en. De opsom­ming waar­voor ik heb gekozen is niet alti­jd op vol­go­rde van wan­neer de lied­jes bek­end wer­den, maar meer wan­neer ze voor mij belan­grijk wer­den. Nog­maals, het gaat me niet om de kwaliteit van de num­mers, maar puur om wat ze met me doen wan­neer ik ze hoor. Ze staan ergens voor. Het is niet mijn lijst­je van mooiste num­mers. Wel van lied­jes die me dier­baar zijn.

Vanocht­end heeft Steven vanaf 08.00 uur de 10 num­mers via twit­ter gedeeld met zijn vol­gers. Daar­na heeft hij de omschri­jvin­gen die ik hem had aan­geleverd in zijn blog Popmed­i­tatie No. 17 ver­w­erkt. Ik ga ze hier wederom de revue lat­en passeren juist omdat ze me zo dier­baar zijn, maar met hier en daar een iets aangepaste tekst want waarom zou ik in her­hal­ing vallen? Dus ga zek­er ook bij Steven kijken voor hoe het deze zondagocht­end de ‘ether’ in werd ges­lingerd.
Bij het einde van de lijst ben ik aan­be­land in 1995. Er zal ooit een nieuwe popmed­i­tatie nodig zijn om over de jaren daar­na te kun­nen ver­halen.

1. Boudewi­jn de Groot — Land van Maas en Waal — 1967
Een lied als uit een oer­ti­jd. Mijn mythol­o­gisch verleden. Ik schreef er al vak­er over:

Wan­neer ik bij tijd en wijle mezelf omdraai en terugk­ijk over het pad wat ik tot dusverre heb afgelegd, dan zie ik aan het begin alti­jd het­zelfde beeld. Mijn moed­er, fiet­send, en ikzelf in het kinder­stoelt­je. Daar begint mijn geschiede­nis. Althans, dat­gene wat ik zelf ervan kan herin­neren.

Ik asso­cieer het met mijn allervroeg­ste jeugd (ik ben eind 1963 geboren). We fiet­sen over een zonover­goten dijk op weg naar over­al en ner­gens. Een en al geluk voel ik erbij. Het is de alge­hele vrolijkheid van het lied ver­moed ik. Ooit heb ik het lied voor mijzelf wel eens her­noemd in Land van Moed­er en Zoon.

2. Con­nie Van­den­bos — Ik ben gelukkig zon­der jou — 1966
Bij dit lied is het de werve­lende muziek aan het begin die me onmid­del­lijk oppakt en mee­neemt. Maar niet terug naar het onbe­zorgde Land van Moed­er en Zoon. De dreigende onder­toon die ik er zelf alti­jd in hoor, plaatst me in een tijd­vak erna. Waar ik bli­jf zit­ten met een gevoel van naderend onheil. Alsof ik voor­voelde dat er enkele moeil­ijke jaren aan zat­en te komen. Ik denk niet dat het me om de strekking van het lied ging, maar eerder dat ik toch ger­aakt ben door het refrein in een tijd dat het in mijn belev­ing niet zo goed ging tussen mijn oud­ers onder­ling. Wat ik me herin­ner is dat ik, alleen op mijn eigen kamert­je, het lied mee­zong met de gedachte dat ik gelukkiger zou zijn zon­der hen. In een poging om het geluk vast te houden.

3. Zwarte Riek — Me wiegie was een sti­jf­selkissie — 1956
Thuis wer­den er ontzettend veel smart­lap­pen door mijn vad­er gezon­gen. Alti­jd was hij op zoek naar een radiozen­der die dit soort muziek uit­zond. Er waren dagen dat ik niets anders hoorde. Nog steeds ben ik in staat een heel reper­toire uit het hoofd op te dre­unen. Dit num­mer van Zwarte Riek is meer bli­jven hangen dan andere vergelijk­bare liederen. Het is voor mij de klassiek­er onder de smart­lap­pen. In dit num­mer komen alle andere smart­lap­pen samen. Wan­neer ik bij mijn vad­er in de auto zat, voorin en zon­der gordel, dan zie ik onszelf om het hardst meezin­gen. Om de haverk­lap gaf hij dan een klap op mijn link­er­been in de maat van de muziek. Smart(k)lappen zijn een directe band met mijn vad­er.

4. Jan Boeze­roen — De fles — 1970
In mijn herin­ner­ing werd er vroeger door iedereen ontzettend veel gedronken. Op elk fam­i­liefeest of bijeenkomst dan ook werd de fles ontkurkt. Maar ook zon­der feest was er alti­jd wel aan­lei­d­ing om te drinken. Ook mijn vad­er deed daar flink aan mee. Wat niet alti­jd de sfeer ten goede kwam in huis. Er werd daarom dus ook veel stiekem gedronken. De kinderen wer­den ingeschakeld om regel­matig wat bier bij te halen (dat mocht toen nog). Het sta­tiegeld van de lege flesjes bier mocht je dan vaak houden. Een mooie beloning. Dat is alles wat wij zagen.
Dit lied opende pas lat­er voor mij de ogen voor het leed achter deze vorm van ver­slav­ing. Het onder­w­erp komt regel­matig terug in mijn blogs. Vooral in de blogs ron­dom het per­son­age Hans voor De Reünie kon ik veel kwi­jt over wat het met een gezin kan doen.

Voor de volledigheid:
Ik is niet Peter.
Hans is Ik.
Fic­tief is Hans. 

5. Rita Hov­ing — Laat me alleen — 1976
Dit num­mer asso­cieer ik alti­jd met mijn moed­er die in mijn ogen leed onder de sit­u­atie van een man die alti­jd aan het werk was (overdag op de bouw, ’s avonds en in het week­end bijk­lussen) en daar­naast een ste­vig bor­relt­je nam, omdat dat nu een­maal zo hoorde. Aan mij en mijn jon­gere broert­je had ze ook nog eens haar han­den vol en veel zal ze van ons daar­voor in die jaren niet terug hebben gekre­gen. Ik had het gevoel dat ze in die tijd erg met haar ziel onder de arm liep en dit num­mer paste hele­maal bij het beeld dat zij liev­er alleen zou zijn. Waar­van ik vurig hoopte dat het niet zou gebeuren.

6. Ger­ard van Maasakkers — Hé goade mee — 1977
Op zondagocht­end stond alti­jd Omroep Bra­bant op. Dit num­mer werd alti­jd gedraaid (ten­min­ste zo bewaar ik de herin­ner­ing) ron­dom het item waar ze uit­gaangstips voor de zondag gaven. Toen vond ik het een num­mer van niks. Ik begon me een beet­je te schamen voor mijn dialect sinds ik op de mid­del­bare school zat en daar leerde dat het ‘fout’ was en ik ABN moest leren. Het was de tijd dat ik nog een jonget­je van hout was dat aarze­lend de eerste schre­den buiten het dorp aan het zetten was. De ‘grote stad’ was waar het alle­maal gebeurde, en het dorpse moest afgeschud wor­den. Want het was tenslotte achter­lijk. Hoe een mens zich kan ver­gis­sen. Lat­er is juist dit num­mer voor mij aan­lei­d­ing geweest me weer meer en bewuster te gaan verdiepen in de Ned­er­land­stal­ige en Bra­bantse muziek.

7. Toon­t­je Lager — Stiekem gedanst — 1982
Langza­am kwam de peri­ode dat we meer uit­gin­gen en de meis­jes in ons lev­en een belan­grijk­er rol kre­gen. Niet de meest gelukkige tijd voor mij, want meis­jes en mij, dat is niet echt mijn ding. Vaak bleef het op afs­tand kijken met een stel andere vrien­den en hopen dat er iets won­der­baar­lijks gebeurde. In con­cre­to: dat het meis­je in kwest­ie de eerste ‘move’ zou mak­en, en dat ik dan niet in opper­ste paniek zou wegvlucht­en. Het waren lange avon­den op deze manier. Gelukkig dat we alti­jd de troost van de alco­hol had­den die de pijn verzachtte. Tot de vol­gende ocht­end aan­brak.

8. Nood­weer — In de dis­co — 1983
Toch deed het vreemde feit zich voor dat op de camp­ing waar mijn oud­ers een stacar­a­van had­den en ik een hele tijd een vakantiebaan­t­je in de camp­ing­winkel had, ik me in de kan­tine vri­jer bewoog en durfde te uiten dan tij­dens het ‘echte’ uit­gaan. Door mijn werk in de camp­ing­winkel werd ik onderdeel van de ‘camp­ingcrew’ en werd er anders naar mij gekeken. Hier­door werd ik wat loss­er en durfde me wat meer te uiten. Niet dat het daar­door alti­jd suc­cesvol was. Echter mee­doen ‘in de dis­co’ was iets wat gelukkig wel op de camp­ing voor me was weggelegd. Dan maar een afgang op zijn tijd. Beter dan nooit een poging te hebben gewaagd.

9. Robert Long — Waarom huil je nou — 1983
Op dezelfde camp­ing leerde ik mijn eerste grote liefde ken­nen waarmee ik in ’86 na mijn mil­i­taire dien­st­ti­jd ging samen­wo­nen. Regel­matig vraag ik me nog steeds af waar het in die jaren pre­cies fout is gegaan. Welke rol ik daarin had. Want fout ging het. En schuld heb ik des te meer. Zodat we in ’93 we weer uit elka­ar gaan. Waarom dit num­mer in mijn lev­en kwam kort nadat zij uit ons huis vertrokken was dat weet ik niet meer. Wel dat ik bij beluis­ter­ing elke keer opnieuw vanaf 1:54 com­pleet in stukken breek. Het is mijn achilleshiel.
[Voor de trouwe vol­ger: Dit lied is mijn toen niet onthulde geheim uit het blog Song­bird makes a man cry.]

10. Van Dik Hout — Stil in mij — 1994
Lang is de titel van dit lied mijn lijflied gebleven na de hier­voor beschreven breuk. Er was een gat van bin­nen ges­la­gen dat dieper, grot­er, donkerder was dan ik kon en wilde accepteren. De Man van Hout draagt het gemis nog alti­jd met zich mee.

De gehele afgelopen week ben ik veel met deze muziekkeuze in de weer geweest. Het heeft me onbe­wust en bewust flink bezigge­houden en een hoop ‘food for thought’ gebo­den. Zow­el over hoe bepaalde zak­en gelopen zijn alsook over hoe ik van­daag de dag in het lev­en sta. Er is me weer wat meer duidelijk gewor­den over de nor­men en waar­den die ik in mijzelf mee­draag en hoe deze gevor­md zijn over de jaren. In die zin besef ik opnieuw hoe belan­grijk muziek voor mij is.

Bij deze wil ik Steven Gort dus nog­maals danken voor de aanzet welke hij gegeven heeft tot dit voor mij belan­grijke muzikaal geheugen­ex­per­i­ment.

~ ~ ~

De 10 principes die ik voor­lop­ig bli­jf hanteren:

  1. I am respon­si­ble / I choose
  2. I clar­i­fy my val­ues / My foun­da­tion
  3. I have a vision / The prin­ci­ple of lead­er­ship
  4. I live my mis­sion / The prin­ci­ple of exe­cu­tion
  5. I strive for life bal­ance / Putting more liv­ing in our life
  6. I give and take / The fair­ness-prin­ci­ple in nego­ti­a­tion, sell­ing and in life
  7. I focus on empa­thy / The prin­ci­ple of coach­ing
  8. I believe in involve­ment and diver­si­ty / The prin­ci­ple of team­work
  9. I make rela­tion­ship deposits / It’s the small things
  10. I re-ener­gize week­ly / You can’t man­age time, but you can man­age your ener­gy

[copy­right: Mark McGre­gor — Being on a mis­sion]

~ ~ ~

Heldenmoed is burgerplicht?

Wa zoude gij dan doen?

Daaraan moest ik denken toen ik het bericht las over de de 31-jarige Hugo Alfre­do Tale-Yax. Hij was zo held­haftig om te hulp te schi­eten toen een vrouw op straat lastig gevallen werd. De belager van de vrouw was niet te beroerd om Hugo meerdere keren te steken voor­dat hij zich uit de voeten maak­te. De dak­loze ille­gale immi­grant Hugo ligt ver­vol­gens zowat een uur op straat zon­der hulp te kri­j­gen. Wel wor­den er foto’s gemaakt door voor­bi­j­gangers. Op de bewak­ingscam­era (waar­voor dienen die eigen­lijk?) is te zien hoe ambu­lan­ceper­son­eel ein­delijk arriveert om te con­stateren dat alle hulp te laat is. Hugo heeft zijn helden­daad met de dood moeten bekopen.

Wa zoude gij dan doen?

Is de kern­vraag in het num­mer ‘Kamp Vught’ dat Ger­ard van Maasakkers in 2004 heeft uit­ge­bracht. Het lied is spe­ci­aal geschreven op ver­zoek van het herin­ner­ings­cen­trum Nation­aal Mon­u­ment Kamp Vught. Lat­er heeft van Maasakkers ook nog een num­mer geschreven over de ver­vol­ging van homosek­sue­len in WO-II. In bei­de num­mers wordt de luis­ter­aar gecon­fron­teerd met de vraag wat hij of zij zou doen wan­neer iemand in nood zit. Wetende wat de uiter­ste con­se­quen­tie kan zijn.

Wa zoude gij dan doen?

Het herin­ner­ings­cen­trum bestaat in 2010 twintig jaar, en n.a.v. dit jubileum is een cd uit­ge­bracht met vee­lal nieuwe num­mers door uiteen­lopende arti­esten, zoals Tom Amer­i­ca, BJ Baart­mans, Renee van Bav­el, Stef Bos, Anneke van Giers­ber­gen, Ernst Jan­sz en Jimi Bell­martin, Willemi­jn Smeets, JW Roy, Hed­dy Lester en Arthur Umb­grove. Er is ook een dvd toegevoegd met de doc­u­men­taire ‘Het Kwaad Buiten’, van film­mak­er Joost See­len uit Bre­da. In deze film staat het ver­haal van de ‘omstanders’ cen­traal. De cd/dvd com­bi­natie is vanaf halver­wege mei te koop in de muziekhan­del voor €12,95.

Wa zoude gij dan doen?

Wa zoude gij dan doen?

ik ben ‘ne schilder
en ik werk vur ‘nen baas in Vli­j­men
mer de mof die moet me hebben
vur de Arbeit­sein­satz
as ik nie wil gaon werken in ’t kamp
in Vught dan moet ik naor Duit­s­land
nou, dan is’t nie zo moeil­ijk
ik heb ’n vrouw en 3 kiend­jes
dus nou rij ik elken dag naor Vught
op mijne fiets mee houtere ban­den
ik neem 16 boter­ham­men mee
de helft eet ik zelf op
en de rest leg ik hier en daor
op de ven­ster­bank
as de mof nie kijkt

Hoges­traat 39, Rijs­ber­gen
wa zoude gij dan doen
wa zoude gij dan doen

de eerste dagen in ’t kamp
wist ik nie wa’k zag, meneer
alle­maol Hol­landse mensen
mee van die gestreepte pakken aan
en ’n num­mer, zo mager as wa
ge magt er nie mee praoten, hoor
mer soms dan lukt da toch wel
as er de mof nie kijkt
en ik onthou dan namen en num­mers
en die geef ik dur aan de vri­jwilligers
in Vught en zij mak­en dan pakket­jes mee eten
en m’n eigen boter­ham­men, natu­urlijk die zijn zó weg

Hoges­traat 39, Rijs­ber­gen
wa zoude gij dan doen
wa zoude gij dan doen

mer ja, ge moet ver­rekkes uitk­ijken, hoor
Karel, de straten­mak­er
die hee ’n half­jaar gezeten
umda’t-ie boter­ham­men ha gesmokkeld
en Frans Joost­en, die hebben ze gevat
hebben wij nooit meer teruggezien
ge ziet hier de erg­ste din­gen, meneer
d’r kan ik nie over praoten
mer ik heb geregeld moeten schilderen
bij ’t cre­ma­to­ri­um in ’t kamp
nou, dan weette ’t wel
kijk, onder mekare
praoten wij d’r ook nie over, hoor
mer ik weet da’t-er bij zijn die
veul meer dur­ven as ikke
en ik weet ook da’t-er bij zijn
die veul min­der dur­ven
ik weet trouwens nie eens
of ’t wel dur­ven is
ge doet ’t gewoon
as de mof nie kijkt

Hoges­traat 39, Rijs­ber­gen
wa zoude gij don doen
wa zoude gij dan doen
ik ben aan ’t schilderen bij de barakken
en ‘ne gevan­gene
‘ne mens van mijne leefti­jd
die komt vur­bi­jgelopen
en hij kijkt mijn aan, nogal dur­drin­gend
mee van die mager ogen
as hij zie da ik ook naor hem kijk
wijzen z’n ogen
naor de rand van ’t raamkoz­i­jn
as hij weg is en as de mof nie kijkt
dan vind ik daor ’n briefke
ik lees ’t gauw­gauw
en ik stop ’t onder de grond
want ik durf ’t nie mee te nemen
da durf ik nie
en d’n helen dag her­haal ik
wa’t er op da briefke stao
Hoges­traat 39, Rijs­ber­gen

wa zoude gij dan doen
wa zoude gij dan doen

’t is zondag en ik gao
op de fiets naor Rijs­ber­gen
’t is weit­er dan ik ha gedacht
d’r woont daor ’n vrouw mee…
mee ook 3 kiend­jes
ik zeg; “ik heb ’n bericht van oewe mens
hij zit in Vught en hij is bang da ‘t‑ie
op trans­port moet naor Duit­s­land
hij zee da’t-ie veul van oe houdt en da ge
mer wa geld moet vrao­gen aan zijne vad­er
hij hoopt da d’n oor­log gauw vur­bij is
en da gij mer goeie moed zalt houwen”
ze zee niks, mer efkes lat­er vertelt ze wel
da’t-ie engelse piloten
de grens over ha geholpen
naor Bels
zodoende
ze bedankt me en ze geeft me
vur onder­weg, wa appels mee
d’n terug­weg is zwaor, meneer.…..

Hoges­traat 39, Rijs­ber­gen
wa zoude gij dan doen
wa zoude gij dan doen

en van­daag, in ’t kamp
zie ik ‘m weer, ik knik naor ‘m
en hij knikt terug
en ik leg de appels op de ven­ster­bank
en hij kri­jgt de tra­nen in z’n ogen

wa zoude gij dan doen
wa zoude gij dan doen

~ ~ ~