Uitgelezen — juni 2018

Time Travel – James Gleick

Tijd­rei­zen. Wie zou het niet eens wil­len pro­be­ren? Maar zodra je erover gaat fan­ta­se­ren raak je al snel ver­ward in je eigen fan­ta­sie­ën. Want wat nu als je terug­gaat in de tijd en in een situ­a­tie ver­wik­keld raakt die de toe­komst zoda­nig kan beïn­vloe­den dat zelfs jouw geboor­te in gevaar brengt. Hoe is dat te ver­kla­ren met het feit dat je wel dege­lijk bent gebo­ren en in de tijd bent terug­ge­reisd? Of dat je jezelf in de toe­komst ver­plaatst. Met de ken­nis die je dan opdoet en die je even­tu­eel gebruikt op het moment dat je weer terug bent, zou het dan moge­lijk zijn om de peri­o­de te ver­mij­den die nog in het ver­schiet maar die je wel dege­lijk gezien hebt?
James Gleick heeft een poging gedaan de geschie­de­nis van het den­ken en schrij­ven over tijd­rei­zen zo com­pleet moge­lijk in kaart te bren­gen. Hij doet dit door het boek The Time Machi­ne van H.G. Wells als uit­gangs­punt te nemen. Werd dit lite­rai­re werk in het fan­ta­sy gen­re in eer­ste instan­tie nog­al lache­rig ont­van­gen, in de loop der tijd wer­den steeds meer pogin­gen onder­no­men om het aspect van het rei­zen door de tijd van­uit aller­lei invals­hoe­ken te beschrij­ven qua (on)mogelijkheden. Zowel de filo­so­fie, als de weten­schap als de opko­men­de lite­rai­re tak van de sci­en­ce fic­ti­on heeft zich regel­ma­tig de tan­den stuk gebe­ten op dit fas­ci­ne­ren­de onder­werp.
Hoe­wel som­mi­ge hoofd­stuk­ken rede­lijk abstrac­te the­o­rie­ën behan­de­len is het boek van James Gleick ner­gens saai of te moei­lijk. Iets wat ik ook al bewon­der­de in The Infor­ma­ti­on, een ander boek dat ik van hem heb gele­zen. Met de vele voor­beel­den die gebruikt wor­den in Time Tra­vel biedt het daar­naast ook nog eens een schat aan lite­ra­tuur en films die je op kunt zoe­ken om je ver­der te ver­die­pen mocht je blij­vend gegre­pen zijn door de vele onop­ge­los­te para­doxen van het tijd­rei­zen. […]  Lees ver­der

Een huis op de groei

Het was lunch­tijd en we zaten tegen­over elkaar aan tafel. Nog slechts enke­le weken voor­dat ze met zwan­ger­schaps­ver­lof zou gaan. Ik vroeg hoe het ervoor stond met de kin­der­ka­mer.
Niet goed.
Er was geen kin­der­ka­mer. Te wei­nig ruim­te in hun huis­je. Het plan was nu om de baby met wieg en al in hun slaap­ka­mer te plaat­sen.
Een col­le­ga naast mij gaf aan dat dit een slecht idee was. Als erva­rings­des­kun­di­ge deed ze omstan­dig uit de doe­ken hoe belang­rijk pri­va­cy voor de ouders was. Een kind erbij, hoe klein ook, zou alleen maar pro­ble­men ople­ve­ren.
De aan­staan­de moe­der zak­te wat ver­der onder­uit in haar stoel. Natuur­lijk had ze lie­ver de ouder­lij­ke slaap­ka­mer voor haar­zelf en haar man gehou­den. De eni­ge ande­re optie was de woon­ka­mer maar die was nu eigen­lijk al te klein. En als je niet meer kamers hebt, wat moet je dan? De hui­zen­prijs in Cluj was de afge­lo­pen jaren schrik­ba­rend geste­gen en hen ont­brak het geld om te ver­hui­zen.
Het leek als­of met elke minuut haar toe­komst er som­ber­der uit­zag. Onbe­wust wreef ze over haar buik ter­wijl haar lunch onaan­ge­roerd koud stond te wor­den.
Ik pro­beer­de wat luch­tig­heid in het gesprek te bren­gen en vroeg me hard­op af of je een huis niet kon laten groei­en. Door het wat mest en water te geven. Ze moest lachen. Ja, dat zou wat zijn. Een huis op maat dat mee­groeit met de fami­li­euit­brei­ding. Het leek ons een gat in de markt.
’s Avonds in het hotel na een zoveel­ste eten­tje besloot ik nog wat te gaan lezen. Na enke­le blad­zij­des kwam ik bij deze pas­sa­ge: […]  Lees ver­der

Don Quichot — Voorrede

Deze blog­post is deel 1 van 33 in de serie Don Qui­chot — Cer­van­tes

Als onder­deel van zijn inlei­ding bij de nieu­we #50books vraag schrijft Hen­drik-Jan:

Je kunt wel schrij­ven over schrij­ven, maar is dat voor de lezer wel inte­res­sant. Is het voor een lezer niet veel leu­ker om te lezen over lezen? […]  Lees ver­der

Wat de moeite waard is om te doen

Voor­dat ik me ver­der ga ver­die­pen in leven en werk van Jer­zy Kos­in­ski ben ik eerst van plan een aan­tal boe­ken uit te lezen waar ik al in begon­nen was. Anders komt het er mis­schien niet meer van mocht ik een­maal geheel in de ban van Kos­in­ski gera­ken. Tege­lij­ker­tijd kleeft er wel een gevaar aan. Voor het­zelf­de geld blijf ik han­gen bij het leven en werk van een com­pleet ande­re auteur. Het zij zo.
Het boek dat ik deze week wil uit­le­zen is Waar­over ik praat als ik over hard­lo­pen praat door Haruki Mura­kami. Ofte­wel Hashi­ru koto ni tsui­te kata­ru toki ni boku no kata­ru koto voor de Japans lezen­de mede­mens. Al heel lang staat dit boek op mijn ver­lang­lijst maar nog lan­ger dacht ik dat de titel Waar­over ik denk als ik aan hard­lo­pen denk was. Van­daar de bij­na gelijk­lui­den­de blog­post die ik zo’n ander­half jaar gele­den in wat nu blijkt haast een­zelf­de stijl als Mura­kami (mag ik over­drij­ven? ja, dat mag ik) schreef.
Onder­werp van het boek, en dat zal geen ver­ras­sing zijn, is hard­lo­pen en hoe Mura­kami deze sport al meer dan vijf­en­twin­tig jaar bij­na dage­lijks beoe­fend. Maar daar­naast beschrijft hij ook op wel­ke manier deze dis­ci­pli­ne hem tot hulp is bij het schrij­ven van romans. Twee onder­wer­pen waar ik graag over lees. Boven­dien is het uiterst aan­ste­ke­lijk opge­schre­ven en komen er regel­ma­tig van die sim­pe­le maar krach­ti­ge (volks)wijsheden voor­bij die ik in de tek­sten van Mura­kami zo kan waar­de­ren.
Deze avond las ik bij­voor­beeld de vol­gen­de zin­sne­de die voor mijn gevoel de eind­con­clu­sie van mijn blog­post gis­ter per­fect samen­vat: […]  Lees ver­der

The art of walking

Kun je lopen ver­le­ren? Of anders gefor­mu­leerd, is het moge­lijk dat je kwijt bent hoe je ook alweer je voet moet neer­zet­ten om een fat­soen­lij­ke stap te maken? Ik vraag dit omdat het mij name­lijk niet meer lukt.
De afge­lo­pen dagen is de pijn in mijn achil­les­pees min­der gewor­den (het her­stel na de sur­vi­val­run op zon­dag ging bij­na nog snel­ler dan na de mid­week­se trai­ning) maar ik blijf op dezelf­de ver­kramp­te manier lopen als toen ik van de pijn niet anders kon. In het bes­te geval kom ik in de buurt van wat een nor­ma­le pas zou kun­nen zijn ware het niet dat ik er toch elke keer een zwab­ber­be­we­ging met m’n voet bij maak.
Soms ben ik bang dat ik nooit meer nor­maal kan lopen. Lich­te­lijk over­dre­ven, maar toch. Ik moest den­ken aan Gerard Kem­kers, de schaats­coach die als schaat­ser vroeg­tij­dig moest stop­pen omdat hij geplaagd werd door een zwab­ber­voet. Het schijnt een typi­sche schaat­sers­aan­doe­ning te zijn. Op de site InfoNu.nl kwam ik de vol­gen­de uit­leg tegen: […]  Lees ver­der

Dwaalwegen — 2 (manen)

Van mijn plan om na terug­komst uit de VS ver­der te gaan lezen in Zen and the Art of Motor­cy­cle Main­tenan­ce komt niet veel terecht. Ik blijf han­gen in 1q84 van Mura­kami. En ik blijf eruit wegdwa­len.
Deze keer van­we­ge de twee manen.
In 1q84 vol­gen we twee ver­haal­lij­nen die afwis­se­lend ver­teld wor­den. In de ene is Ten­go (part­ti­me wis­kun­de­le­raar, part­ti­me schrij­ver) de hoofd­per­soon, en in de ande­re is dat Aoma­me (part­ti­me fit­nes­sin­struc­tri­ce, part­ti­me huur­moor­de­na­res). Op een dag merkt Aoma­me dat de wereld waar­in zij leeft niet meer pre­cies aan­voelt als voor­heen. Het lijkt als­of er onmerk­baar klei­ne ver­an­de­rin­gen zijn die gelei­de­lijk aan voor haar zicht­baar wor­den. Tot het moment dat zij zich plots bewust wordt van het feit dat er niet één maar twee manen aan het fir­ma­ment staan: […]  Lees ver­der