Uitgelezen – juni 2018

Time Travel – James Gleick

Tijdreizen. Wie zou het niet eens willen proberen? Maar zodra je erover gaat fantaseren raak je al snel verward in je eigen fantasieën. Want wat nu als je teruggaat in de tijd en in een situatie verwikkeld raakt die de toekomst zodanig kan beïnvloeden dat zelfs jouw geboorte in gevaar brengt. Hoe is dat te verklaren met het feit dat je wel degelijk bent geboren en in de tijd bent teruggereisd? Of dat je jezelf in de toekomst verplaatst. Met de kennis die je dan opdoet en die je eventueel gebruikt op het moment dat je weer terug bent, zou het dan mogelijk zijn om de periode te vermijden die nog in het verschiet maar die je wel degelijk gezien hebt?
James Gleick heeft een poging gedaan de geschiedenis van het denken en schrijven over tijdreizen zo compleet mogelijk in kaart te brengen. Hij doet dit door het boek The Time Machine van H.G. Wells als uitgangspunt te nemen. Werd dit literaire werk in het fantasy genre in eerste instantie nogal lacherig ontvangen, in de loop der tijd werden steeds meer pogingen ondernomen om het aspect van het reizen door de tijd vanuit allerlei invalshoeken te beschrijven qua (on)mogelijkheden. Zowel de filosofie, als de wetenschap als de opkomende literaire tak van de science fiction heeft zich regelmatig de tanden stuk gebeten op dit fascinerende onderwerp.
Hoewel sommige hoofdstukken redelijk abstracte theorieën behandelen is het boek van James Gleick nergens saai of te moeilijk. Iets wat ik ook al bewonderde in The Information, een ander boek dat ik van hem heb gelezen. Met de vele voorbeelden die gebruikt worden in Time Travel biedt het daarnaast ook nog eens een schat aan literatuur en films die je op kunt zoeken om je verder te verdiepen mocht je blijvend gegrepen zijn door de vele onopgeloste paradoxen van het tijdreizen.

From the acclaimed author of The Information and Chaos, here is a mindbending exploration of time travel: its subversive origins, its evolution in literature and science, and its influence on our understanding of time itself.
Time Travel
James Gleick
Uitgever: 4th Estate
ISBN: 9780008207670
~ ~ ~

Colorless Tsukuru Tazaki – Haruki Murakami

Tijdens het lezen van Colorless Tsukuru Tazaki moest ik regelmatig denken aan Norwegian wood van dezelfde auteur. Ook nu volgen we een man die door omstandigheden herinneringen ophaalt aan gebeurtenissen uit zijn studententijd van meer dan twintig jaar geleden. In beide boeken staat ook een muziekstuk centraal wat onlosmakelijk verbonden is aan die in hun beleving lotsbepalende periode.
Misschien dat ik daarom, vanwege de vele overeenkomsten die ik bleef zien, de twee boeken onbewust ging vergelijken. Waarbij Norwegian wood als referentiepunt er voor mijn gevoel beter uit kwam. Het kan natuurlijk dat ik Colorless Tsukuru Tazaki onterecht teveel heb gelezen met de gedachte dat Murakam hetzelfde kunststukje nog eens overnieuw wilde doen en het daarom bij voorbaat al een achterstand had. Want zo slecht is het boek helemaal niet.
Ik vond het alleen ongeloofwaardig. Nu zijn de vertellingen van Murakami regelmatig opgebouwd rondom ongeloofwaardige situaties, maar ik bedoel bij dit boek dat ik de personages en hun handelen vooral ongeloofwaardig vond. Dat er in 1Q84 er plots twee manen aan de hemel verschijnen vond ik volkomen overtuigend. Dat Tsukuru Tazaki nadat zijn vrienden volkomen onverwacht op een dag alle vriendschapsbanden verbreken en hij geen enkele poging onderneemt om te achterhalen wat hiervan de reden is, daarmee had ik tot het einde toe wel moeite.
Het blijft echter een genot om Murakami te lezen, dus geef dit boek vooral een kans. Of lees anders Norwegian wood. Je zult er geen spijt van krijgen.

Tsukuru Tazaki had four best friends at school. By chance all of their names contained a colour. The two boys were called Akamatsu, meaning ‘red pine’, and Oumi, ‘blue sea’, while the girls were Shirane, ‘white root’, and Kurono, ‘black field’. Tazaki was the only last name with no colour in it.
One day Tsukuru Tazaki’s fiends announced that they didn’t want to see him, or talk to him, ever again.
Since that day Tsukuru has been floating through life, unable to form intimate connections with anyone. But then he meets Sara, who tells him that the time has come to find out what happened all those years ago.
Colorless Tsukuru Tazaki and his years of pilgrimage
Haruki Murakami
Uitgever: Vintage books
ISBN: 9780099590378
~ ~ ~

Een huis op de groei

Het was lunchtijd en we zaten tegenover elkaar aan tafel. Nog slechts enkele weken voordat ze met zwangerschapsverlof zou gaan. Ik vroeg hoe het ervoor stond met de kinderkamer.

Niet goed.

Er was geen kinderkamer. Te weinig ruimte in hun huisje. Het plan was nu om de baby met wieg en al in hun slaapkamer te plaatsen.

Een collega naast mij gaf aan dat dit een slecht idee was. Als ervaringsdeskundige deed ze omstandig uit de doeken hoe belangrijk privacy voor de ouders was. Een kind erbij, hoe klein ook, zou alleen maar problemen opleveren.

De aanstaande moeder zakte wat verder onderuit in haar stoel. Natuurlijk had ze liever de ouderlijke slaapkamer voor haarzelf en haar man gehouden. De enige andere optie was de woonkamer maar die was nu eigenlijk al te klein. En als je niet meer kamers hebt, wat moet je dan? De huizenprijs in Cluj was de afgelopen jaren schrikbarend gestegen en hen ontbrak het geld om te verhuizen.

Het leek alsof met elke minuut haar toekomst er somberder uitzag. Onbewust wreef ze over haar buik terwijl haar lunch onaangeroerd koud stond te worden.

Ik probeerde wat luchtigheid in het gesprek te brengen en vroeg me hardop af of je een huis niet kon laten groeien. Door het wat mest en water te geven. Ze moest lachen. Ja, dat zou wat zijn. Een huis op maat dat meegroeit met de familieuitbreiding.

Het leek ons een gat in de markt.

‘s Avonds in het hotel na een zoveelste etentje besloot ik nog wat te gaan lezen. Na enkele bladzijdes kwam ik bij deze passage:

Even seen from a distance, he looked nearly the same as he had in high school. He’d grown a little bigger, that was all, like a house with an addition when the family grows.
[p.126, Colorless Tsukuru Tazaki]

Het was een mooi idee. Maar niet echt uniek.

~ ~ ~

Don Quichot – Voorrede

Deze blogpost is deel 1 van 34 in de serie Don Quichot - Cervantes

donquichot

Als onderdeel van zijn inleiding bij de nieuwe #50books vraag schrijft Hendrik-Jan:

Je kunt wel schrijven over schrijven, maar is dat voor de lezer wel interessant. Is het voor een lezer niet veel leuker om te lezen over lezen?

Zelf denk ik dat het er veel vanaf hangt hoe erover geschreven is. Hoewel het nooit mijn ambitie is geweest om loodgieter te worden, zal ik een goed geschreven boek over loodgieten ook een kans geven. Indien boeiend of origineel gebracht zijn er weinig zaken waar ik niet over zou willen lezen. Dat de strubbelingen die gepaard gaan met het schrijverschap misschien wat vaker in een roman aan bod komen lijkt me eigenlijk best wel logisch. Bedenk alleen maar met welke regelmaat bloggers over bloggen bloggen.

Menigmaal nam ik de pen ter hand om […] te schrijven, en menigmaal legde ik ze weer neer, omdat ik niet wist wat ik te boek moest stellen…
[p.22, Cervantes in de voorrede bij Don Quichot]

Wanneer auteurs het onderwerp schrijven in hun roman verwerken gaat het meestal juist over het niet kunnen schrijven. De gevreesde writer’s block. Gaat het schrijven van een leien dakje dan komt er vanalles aan bod maar zelden het schrijven zelf. Ik ben geneigd te denken dat wanneer een auteur over schrijven schrijft hij/zij een excuus zoekt om toch een verhaal te kunnen schrijven. Ofwel bezig is om een doorbraak uit een impasse te forceren.

Daarom vind ik het (mits goed geschreven uiteraard) interessant om erover te lezen. In wat voor creatieve bochten kan een auteur zich wringen om toch een leesbaar verhaal op te dienen wanneer de inspiratie hem/haar ontbreekt? Zou er te herleiden zijn of de writer’s block al gaandeweg het schrijfproces verdwenen is waardoor de oorspronkelijke opzet aangepast werd toen het verhaal alsnog begon te lopen? Kon het zijn dat men de laatste oprisping van een uitgeschreven1 auteur in handen had (die dat misschien zelf nog niet doorhad)?

Net zoals een auteur kan stilvallen, kan dat ook een blogger overkomen. Nu ik weer eens in mijn hoofd heb gehaald om dagelijks te gaan bloggen leek het me verstandig om een paar vaste themadagen in te bouwen die er voor kunnen zorgen dat ik niet al te snel om een onderwerp verlegen kom te zitten. Een blogger’s block is me tot nog toe bespaard gebleven maar ik ga er ook niet op zitten wachten.

Dus is daar de maandag met een soort van terugblik op de week. De zondag voor de beantwoording van de #50books vraag. En nieuw op zaterdag: elke week over Don Quichot bloggen. Meteen al in de eerste week vergeten. Totdat ik de nieuwe vraag bij Hendrik-Jan las en vervolgens in de voorrede bij Don Quichot bovenstaande passage tegenkwam. Ik zag mogelijkheden om de twee thema’s voor deze gelegenheid te combineren.

Ook Cervantes had namelijk te kampen met een, weliswaar klein, writer’s block dat hem weerhield een passende voorrede te schrijven. Totdat een vriend op bezoek kwam, hem een luisterend oor bood, en vervolgens een pasklare oplossing voorhanden had. Cervantes hoefde daarna niets anders te doen dan deze oplossing woordelijk uit te schrijven en gedeeltelijk toe te passen. Zijn voorrede was klaar en Don Quichot kon op pad om de wereld te veroveren.

Lezen over schrijven. Mits goed geschreven lees ik dat graag.

~ ~ ~

Deze start van een wekelijkse blogpost over Don Quichot is tevens een bijdrage voor het #50books initiatief dat in 2016 door Hendrik-Jan de Wit wordt verzorgd.
Vraag 5
Wat vind jij van boeken over schrijven, een gruwel of een mooie aanvulling in je boekenkast?

~ ~ ~


  1. Lees bijvoorbeeld bij Haruki Murakami hoe hij in Waarover ik praat als ik over hardlopen praat aangeeft hoe de kwantiteit en kwaliteit van talent op kan drogen wanneer men dit niet goed onder controle heeft. Dit gaat ook op voor talentvolle schrijvers. Waarover ik praat als ik over hardlopen praat is trouwens een mooi voorbeeld van een uitermate leesbaar boek dat over schrijven (en hardlopen) gaat, waarbij ik wel vermoed dat Murakami geen writer’s block had toen hij er aan begon. In die zin is het dus een uitzondering op mijn stelling. 

Wat de moeite waard is om te doen

waaroverikpraat1

Voordat ik me verder ga verdiepen in leven en werk van Jerzy Kosinski ben ik eerst van plan een aantal boeken uit te lezen waar ik al in begonnen was. Anders komt het er misschien niet meer van mocht ik eenmaal geheel in de ban van Kosinski geraken. Tegelijkertijd kleeft er wel een gevaar aan. Voor hetzelfde geld blijf ik hangen bij het leven en werk van een compleet andere auteur. Het zij zo.
Het boek dat ik deze week wil uitlezen is Waarover ik praat als ik over hardlopen praat door Haruki Murakami. Oftewel Hashiru koto ni tsuite kataru toki ni boku no kataru koto voor de Japans lezende medemens. Al heel lang staat dit boek op mijn verlanglijst maar nog langer dacht ik dat de titel Waarover ik denk als ik aan hardlopen denk was. Vandaar de bijna gelijkluidende blogpost die ik zo’n anderhalf jaar geleden in wat nu blijkt haast eenzelfde stijl als Murakami (mag ik overdrijven? ja, dat mag ik) schreef.
Onderwerp van het boek, en dat zal geen verrassing zijn, is hardlopen en hoe Murakami deze sport al meer dan vijfentwintig jaar bijna dagelijks beoefend. Maar daarnaast beschrijft hij ook op welke manier deze discipline hem tot hulp is bij het schrijven van romans. Twee onderwerpen waar ik graag over lees. Bovendien is het uiterst aanstekelijk opgeschreven en komen er regelmatig van die simpele maar krachtige (volks)wijsheden voorbij die ik in de teksten van Murakami zo kan waarderen.
Deze avond las ik bijvoorbeeld de volgende zinsnede die voor mijn gevoel de eindconclusie van mijn blogpost gister perfect samenvat:

… wat de moeite waard is om te doen, is de moeite waard om met enthousiasme te doen …
[p.116, Waarover ik praat als ik over hardlopen praat]

Telkens na het lezen van weer een hoofdstuk heb ik ontzettende zin om ofwel (gelijktijdig lijkt me vooralsnog onmogelijk) een marathon te gaan lopen ofwel met het schrijven van een roman te starten. Maar bovenal wil ik verder lezen. Dus.

The art of walking

walking

Kun je lopen verleren? Of anders geformuleerd, is het mogelijk dat je kwijt bent hoe je ook alweer je voet moet neerzetten om een fatsoenlijke stap te maken? Ik vraag dit omdat het mij namelijk niet meer lukt.
De afgelopen dagen is de pijn in mijn achillespees minder geworden (het herstel na de survivalrun op zondag ging bijna nog sneller dan na de midweekse training) maar ik blijf op dezelfde verkrampte manier lopen als toen ik van de pijn niet anders kon. In het beste geval kom ik in de buurt van wat een normale pas zou kunnen zijn ware het niet dat ik er toch elke keer een zwabberbeweging met m’n voet bij maak.
Soms ben ik bang dat ik nooit meer normaal kan lopen. Lichtelijk overdreven, maar toch. Ik moest denken aan Gerard Kemkers, de schaatscoach die als schaatser vroegtijdig moest stoppen omdat hij geplaagd werd door een zwabbervoet. Het schijnt een typische schaatsersaandoening te zijn. Op de site InfoNu.nl kwam ik de volgende uitleg tegen:

[…] als je eenmaal met een zwabbervoet zit dan ga je bij jezelf analyseren wat je nu eigenlijk verkeerd doet. Je wilt het verbeteren en dus ga je bewust bezig met wat je eigenlijk aan het doen bent en hoe je dit moet verbeteren. Door die bewuste aansturing ‘breek je dan in’ in het basale balanssysteem en zet je de voet anders neer dan normaal. Daarop reageert vervolgens weer je lichaam die de reactie geeft om terug te trekken. Daardoor wordt de voet in beweging gebracht en volgt de zwabberbeweging.

Nu ben ik weliswaar geen schaatser, maar ik loop wel met m’n voet te zwabberen. Ook ik probeer bewust aan te sturen hoe ik mijn voet op de juiste wijze moet neerzetten, alleen het probleem is dat ik niet meer lijk te weten of te voelen hoe dit precies gaat. Op ‘t laatst ga ik twijfelen en dit heeft de zwabberbeweging tot gevolg. Met alle frustratie van dien.
In de roman 1q84 gaat Tengo bij zijn vader op bezoek in het sanatorium. Vanuit het raam ziet hij een oude man met wandelstok voorbij lopen:

He was tall, with white hair, and excellent posture. But his steps were awkward, as if he had forgotten how to walk, as if with each step forward he was remembering how to do it. Tengo watched him for a while. The old man slowly made his way across the garden, then turned the corner of the building and disappeared. It didn’t look like he had recalled the art of walking.
[p.902, 1q84, Haruki Murakami]

De kunst van het lopen. Ik zal ‘m stap voor stap weer onder de knie moeten zien te krijgen.

Dwaalwegen – 2 (manen)

Van mijn plan om na terugkomst uit de VS verder te gaan lezen in Zen and the Art of Motorcycle Maintenance komt niet veel terecht. Ik blijf hangen in 1q84 van Murakami. En ik blijf eruit wegdwalen.
Deze keer vanwege de twee manen.
In 1q84 volgen we twee verhaallijnen die afwisselend verteld worden. In de ene is Tengo (parttime wiskundeleraar, parttime schrijver) de hoofdpersoon, en in de andere is dat Aomame (parttime fitnessinstructrice, parttime huurmoordenares). Op een dag merkt Aomame dat de wereld waarin zij leeft niet meer precies aanvoelt als voorheen. Het lijkt alsof er onmerkbaar kleine veranderingen zijn die geleidelijk aan voor haar zichtbaar worden. Tot het moment dat zij zich plots bewust wordt van het feit dat er niet één maar twee manen aan het firmament staan:

[…] she began to sense that the night sky she saw above her was somehow different from the sky she was used to seeing. The strangeness of it was subtle but undeniable.
Some time had to pass before she was able to grasp what the difference was. And even after she had grasped it, she had to work hard to accept it. What her vision had seized upon, her mind could not easily confirm.
There were two moons in the sky – a small moon and a large one.
[p.246, 1q84, Haruki Marukami]

Ook bij Tengo zien we de twee manen terugkomen. Alleen op een andere manier. Hij beschrijft ze zelf. Eerst in een manuscript dat hij redigeert voor iemand anders, daarna in zijn eigen roman. Op verzoek van zijn uitgever geeft hij extra aandacht aan de uitwerking van deze twee manen:

Komatsu raised the hand that had a cigarette tucked between the fingers. “Think of it this way, Tengo. Your readers have seen the sky with one moon in it any number of times, right? But I doubt they’ve seen a sky with two moons in it side by side. When you introduce things that most readers have never seen before into a piece of fiction, you have to describe them with as much precision and in as much detail as possible. What you can eliminate from fiction is the description of things that most readers have seen.”
[p.216, 1q84, Haruki Marukami]

De goede lezer1 zal direct opmerken dat het citaat met Tengo zich eerder afspeelt dan het citaat met Aomame. Wat dat precies betekent, daar ben ik nog niet uit.
Het gegeven van de twee manen blijft geregeld terugkomen en telkens als ik erover las hoorde ik muziek op de achtergrond. Eerst nog zacht maar geleidelijk aan luider en herkenbaar. De woorden die erbij hoorden bleven echter weg.
Tot vanavond. Opnieuw ziet Aomame de twee manen vanaf haar balkon:
One night near the end of July, the thick clouds that had long covered the sky finally cleared, revealing two moons. Aomame stood on her apartment’s small balcony, looking at the sky. She wanted to call someone right away and say, “Can you do me a favor? Stick your head out the window and look at the sky. Okay, how many moons do you see up there? Where I am, I can see two very clearly. How about where you are?”
[p.427, 1q84, Haruki Marukami]
Ik wachtte even met verder lezen omdat ik wist dat de muziek zou komen. Die kwam. Samen met de zang van Roger Waters:

the sun is in the east
even though the day is done
two suns in the sunset
hmmmmmmmmm
could be the human race is run

Bijna goed. Geen twee manen maar twee zonnen. Toch eens opzoeken wat daar nu weer de betekenis van is.

twomoons


  1. En plots zit ik weer in Wat we zien als we lezen en wel hierom:
    Dickens:
    De man … neemt … zijn dubbeltje in ontvangst, gooit het op, vangt het op de rug van zijn hand en verdwijnt.
    Nabokov:
    Dit gebaar, dit éne gebaar, met de toevoeging ‘op de rug van zijn hand’ – iets onbeduidends – maar de man leeft voor altijd voort in het hoofd van een goede lezer.
    […]
    Is het je opgevallen dat Nabokov in de voorgaande passage aan een ‘goede lezer’ refereert?
    [p.138-139, Wat we zien als we lezen, Peter Mendelsund]