Don Quichot — Voorrede

Deze blog­post is deel 1 van 33 in de serie Don Qui­chot — Cer­vantes

donquichot

Als onderdeel van zijn inlei­d­ing bij de nieuwe #50books vraag schri­jft Hen­drik-Jan:

Je kunt wel schri­jven over schri­jven, maar is dat voor de lez­er wel inter­es­sant. Is het voor een lez­er niet veel leuk­er om te lezen over lezen?

Zelf denk ik dat het er veel vanaf hangt hoe erover geschreven is. Hoewel het nooit mijn ambitie is geweest om lood­gi­eter te wor­den, zal ik een goed geschreven boek over lood­gi­eten ook een kans geven. Indi­en boeiend of orig­i­neel gebracht zijn er weinig zak­en waar ik niet over zou willen lezen. Dat de strubbelin­gen die gepaard gaan met het schri­jver­schap miss­chien wat vak­er in een roman aan bod komen lijkt me eigen­lijk best wel logisch. Bedenk alleen maar met welke regel­maat blog­gers over bloggen bloggen.

Menig­maal nam ik de pen ter hand om […] te schri­jven, en menig­maal legde ik ze weer neer, omdat ik niet wist wat ik te boek moest stellen…
[p.22, Cer­vantes in de voorrede bij Don Qui­chot]

Wan­neer auteurs het onder­w­erp schri­jven in hun roman ver­w­erken gaat het meestal juist over het niet kun­nen schri­jven. De gevrees­de writer’s block. Gaat het schri­jven van een leien dak­je dan komt er vanalles aan bod maar zelden het schri­jven zelf. Ik ben geneigd te denken dat wan­neer een auteur over schri­jven schri­jft hij/zij een excu­us zoekt om toch een ver­haal te kun­nen schri­jven. Ofwel bezig is om een door­braak uit een impasse te forceren.

Daarom vind ik het (mits goed geschreven uit­er­aard) inter­es­sant om erover te lezen. In wat voor cre­atieve bocht­en kan een auteur zich wrin­gen om toch een lees­baar ver­haal op te dienen wan­neer de inspi­ratie hem/haar ont­breekt? Zou er te her­lei­den zijn of de writer’s block al gaan­deweg het schri­jf­pro­ces verd­we­nen is waar­door de oor­spronke­lijke opzet aangepast werd toen het ver­haal alsnog begon te lopen? Kon het zijn dat men de laat­ste oprisp­ing van een uit­geschreven1 auteur in han­den had (die dat miss­chien zelf nog niet doorhad)?

Net zoals een auteur kan stil­vallen, kan dat ook een blog­ger overkomen. Nu ik weer eens in mijn hoofd heb gehaald om dagelijks te gaan bloggen leek het me ver­standig om een paar vaste the­mada­gen in te bouwen die er voor kun­nen zor­gen dat ik niet al te snel om een onder­w­erp ver­legen kom te zit­ten. Een blogger’s block is me tot nog toe bespaard gebleven maar ik ga er ook niet op zit­ten wacht­en.

Dus is daar de maandag met een soort van terug­b­lik op de week. De zondag voor de beant­wo­ord­ing van de #50books vraag. En nieuw op zater­dag: elke week over Don Qui­chot bloggen. Meteen al in de eerste week ver­geten. Tot­dat ik de nieuwe vraag bij Hen­drik-Jan las en ver­vol­gens in de voorrede bij Don Qui­chot boven­staande pas­sage tegenkwam. Ik zag mogelijkhe­den om de twee thema’s voor deze gele­gen­heid te com­bineren.

Ook Cer­vantes had namelijk te kam­p­en met een, weliswaar klein, writer’s block dat hem weer­hield een passende voorrede te schri­jven. Tot­dat een vriend op bezoek kwam, hem een luis­terend oor bood, en ver­vol­gens een pasklare oploss­ing voorhan­den had. Cer­vantes hoefde daar­na niets anders te doen dan deze oploss­ing woordelijk uit te schri­jven en gedeel­telijk toe te passen. Zijn voorrede was klaar en Don Qui­chot kon op pad om de wereld te verov­eren.

Lezen over schri­jven. Mits goed geschreven lees ik dat graag.

~ ~ ~

Deze start van een weke­lijkse blog­post over Don Qui­chot is tevens een bij­drage voor het #50books ini­ti­atief dat in 2016 door Hen­drik-Jan de Wit wordt ver­zorgd.
Vraag 5
Wat vind jij van boeken over schri­jven, een gruwel of een mooie aan­vulling in je boekenkast?

~ ~ ~


  1. Lees bijvoor­beeld bij Haru­ki Muraka­mi hoe hij in Waarover ik praat als ik over hard­lopen praat aangeeft hoe de kwan­titeit en kwaliteit van tal­ent op kan dro­gen wan­neer men dit niet goed onder con­t­role heeft. Dit gaat ook op voor tal­entvolle schri­jvers. Waarover ik praat als ik over hard­lopen praat is trouwens een mooi voor­beeld van een uiter­mate lees­baar boek dat over schri­jven (en hard­lopen) gaat, waar­bij ik wel ver­moed dat Muraka­mi geen writer’s block had toen hij er aan begon. In die zin is het dus een uit­zon­der­ing op mijn stelling. 

De vreemdeling — Charles Baudelaire

Dit week­end ben ik begonnen te lezen in de bun­del ‘Dronken van Weemoed’, oftewel ‘Le spleen de Paris’ door Charles Baude­laire.

Het is een verza­mel­ing korte of zelfs ultra-korte ver­haalt­jes, waar­van hij zelf in het voor­wo­ord zegt,

[…] een werk­je waar­van men niet zou kun­nen zeggen, zon­der het onrecht te doen, dat het kop noch staart heeft, want alles wat erin staat, is juist kop en staart tegelijk, om en om en over en weer.”

En iets verder,

We kun­nen afbreken waar we willen, ik mijn over­peinz­ing, […] de lez­er zijn lezen, want ik hang de weerspan­nige wil van deze laat­ste niet op aan de ein­de­loze draad van een over­bod­i­ge intrige.”

Iets wat mij de laat­ste tijd erg aanspreekt, en waar­naar ik in mijn eigen blog­jess­chri­jver­ij op zoek ben.

Al meteen bij het lezen van het eerste ver­haalt­je ‘De vreemdel­ing’, werd ik gegrepen door het mys­terieuze van een schi­jn­baar willekeurig gesprek. Wie zijn die mensen? Waar hebben ze elka­ar ont­moet? Wat heeft ervoor gezorgd dat ze dit gesprek nu voeren?

Is het alle­maal over­bod­i­ge bal­last om dit te ver­melden? Geeft het de lez­er meer vol­doen­ing om het er zelf bij te mogen verzin­nen? Haalt het de span­ning weg van de essen­tie die de schri­jver voor ogen heeft?

Wat de bewee­gre­de­nen ook zijn geweest van Baude­laire, het resul­taat spreekt mij zeer aan. En het leest meer dan hon­derd jaar na dato nog steeds alsof het gis­ter geschreven is.

Bij het ver­haal van de vreemdel­ing moest ik ook nog aan iets anders denken. En wel aan het wolken­blog van Hen­drik-Jan de Wit, een verza­melplaats van blogs, gedicht­en en foto’s geïn­spireerd door onze wolken­hemel. Waar het iedereen vrij staat een bij­drage te lev­eren. Daarom meteen het ver­haalt­je doorges­tu­urd. En ziedaar, inmid­dels heeft hij het al een mooi plek­je gegeven.

De vreemdel­ing

Zeg eens, raad­selachtige man, van wie houd je het meest? Van je vad­er, je moed­er, je zuster of je broer?”
“Ik heb geen vad­er, geen moed­er, geen zuster en ook geen broer.”
“En je vrien­den?”
“Daar gebruikt u een woord waar­van de beteke­nis me tot op de dag van van­daag duis­ter is gebleven.”
“Je vader­land dan?”
“Ik weet niet in welke lucht­streek dat ligt.”
“De schoonheid?”
“Daar zou ik graag van houden, want ze is god­delijk en onster­fe­lijk.”
“En goud?”
“Dat haat ik zoals u God haat.”
“Wat! Maar waar houd je dan wel van, zon­der­ling die je bent?”
“Ik houd van de wolken… de wolken die voor­bi­j­gaan… daarginds… daarginds… die schit­terende wolken!”
[blz. 9, Dronken van Weemoed, Charles Baude­laire]

~ ~ ~