Puinhoop

Deze blog­post is deel 1 van 43 in de serie Een per­fecte dag voor lit­er­atu­ur

Het past natu­urlijk niet om de com­plex­iteit van een roman terug te bren­gen tot slechts één beeld, hoe sym­bol­isch dan ook. En toch doe ik het hier, hoewel ik weet dat het teko­rt doet aan de tragedie van het gezin Innes welke Ivo Bon­thuis in zijn boek ‘Niets en nie­mand’ zo schri­j­nend blootlegt. Het is voor mij het aspect wat mij na lez­ing het meest is bijge­bleven. Waar ik op doel is het beeld dat opdoemt uit de allereer­ste bladz­i­jdes van het ver­haal. We kri­j­gen te lezen hoe Lau­ra Innes te laat op het vliegveld Charles de Gaulle arriveert en daar­door haar vlucht mist. Op de tv-scher­men is te zien hoe datzelfde vlieg­tu­ig inmid­dels vlak na het opsti­j­gen is neergestort. Rok­ende puin­hopen als stille getu­igen van de ramp waaraan Lau­ra ter­nauw­er­nood is ontsnapt.

Maar is dat ook zo? Het is niet zomaar dat Lau­ra in com­plete lethargie ver­zonken bli­jft op het vliegveld. Er is geen sprake van oplucht­ing dat zij zojuist de dans is ontspron­gen en het haar gegund is om voor­lop­ig nog verder te mogen lev­en. Miss­chien dat zij in shock is van­wege het besef welk gruwelijk lot haar bespaard is gebleven omdat zij besloot terug te keren naar haar hotel om de spullen te halen die ze ver­geten was. Zelf denk ik ook dat zij in shock is, maar dan eerder omdat zij zich met een klap bewust is gewor­den van de deplorabele staat van haar lev­en. Net zoals van het vlieg­tu­ig slechts brokstukken rest­ten, is er ook van haar gezinsleven weinig overge­bleven. Ze had net zo goed in het vlieg­tu­ig kun­nen zit­ten. Het had voor haar geen ver­schil gemaakt.

Op de achter­flap staat ‘En ineens is alles weer mogelijk.’ Ik waag dit te betwi­jfe­len. In de gehele roman valt mij juist de onmo­gelijkheid op om vorm te geven aan het eigen lev­en. Of aan dat van een ander. Het bli­jven tot mis­lukken gedoemde pogin­gen. Soms duurt het alleen langer voor­dat duidelijk wordt dat het een mis­lukking is. Of bli­jft men stug vol­hard­en in het eigen gelijk. Wil men de realiteit niet onder ogen zien. Bove­nal geeft juist de open­ingss­cène al aan dat het lot of toe­val alti­jd en over­al toe kan slaan.

De geschiede­nis van Lau­ra, haar man Maxime en hun zoon Steven staat voor mij in het teken van dit hard­vochtig mot­to dat het lev­en niet maak­baar is en dat het toe­val een defin­i­tie­vere rol speelt dan men zou wensen. Alle­maal zijn ze slachtof­fer. Maxime die zich terugtrekt als kun­ste­naar omdat hij zich onbe­grepen voelt. Niet alleen door de kunst­wereld maar ook door zijn vrouw. Waar­door voor Lau­ra haar hele bestaan­srecht komt te ver­vallen als zijnde ‘de vrouw van’. Zij doet ver­woede pogin­gen haar man uit deze cre­atieve impasse te halen, omdat zij hem als kun­ste­naar moet bli­jven zien. Tegelijk­er­ti­jd bli­jft ze zich ook bemoeien met hun zoon Steven die in haar ogen min­stens net zo’n groot arti­est is als Maxime. En Steven zelf? Miss­chien is hij wel het meest betreurenswaardi­ge per­son­age in deze pes­simistisch stem­mende roman.

Afgeschreven door zijn vad­er die in hem al snel niet meer ziet dan een mis­lukt exper­i­ment en zek­er geen groot kun­ste­naar, gaat Steven gebukt onder de liefde­loze behan­del­ing die hem ten deel valt:

Hoor je dat, Steven? Al dat gelul over je vad­er? Wat vind jij ervan? Heb jij soms niet een hele zomer aan dit smerige stuk­je kun­st meegew­erkt? Jij vin­dt er natu­urlijk niks van. Draagt ner­gens ver­ant­wo­ordelijkheid voor. Staat me daar wat aan te gapen. Wat moet het in jouw hoofd heer­lijk rustig zijn.
[…]
Voor project-Steven heeft vad­er zichzelf in de uitverkoop gegooid. En wat is daar­van terecht­gekomen? Zie hem daar staan.

Lau­ra vol­gt Maxime in zijn extreme opvat­tin­gen over hoe Steven het beste opgevoed dient te wor­den omdat zij hem niet teleur wil stellen, bang dat zij is dan door hem ver­lat­en te wor­den. Niet voor vol te wor­den aangezien. Tegelijk­er­ti­jd bli­jft ze Steven tegen beter weten in stim­uleren door te gaan om zich verder te ontwikke­len als kun­ste­naar. Wan­neer Steven, hier­door op weg geholpen door de broer van Lau­ra, lat­er besluit zijn kun­stzin­nige aspi­raties op te geven, werkt dit in eerste instantie als bevri­j­dend. Met hernieuwd élan stort hij zich in de zake­lijke wereld. Om er al snel achter te komen dat hij daar­voor ook niet in de wieg is gelegd. Hij zit teveel vast in het verleden om zomaar rad­i­caal van richt­ing te kun­nen veran­deren. En daar was natu­urlijk alti­jd weer zijn moed­er die zich ermee bleef bemoeien:

Hart­stikke leuk dat je voor jezelf wilt begin­nen. Een onderne­m­ing. Maar wat dan? Gerot­zooi met lelijke, lege pan­den, als Gre­gor? Lieve schat, wil je nu echt al dat tal­ent dat je hebt, al die toverkracht in je lieve vingers, je won­der­schone ziel, wil je dat alle­maal lat­en ver­roesten?

Zo zit­ten ze alledrie aan elka­ar vast en cirke­len ze om elka­ar aan heen zon­der dat het hen brengt waar ze ieder voor zich graag zouden willen komen. Zon­der dat het eenieder brengt waar de ander graag zou willen dat ze zouden moeten komen. Beurtel­ings stellen ze zichzelf en de ander teleur. Ivo Bon­thuis weet knap de ver­schil­lende ver­haal­li­j­nen die de teloor­gang van het gezin Innes beschri­jven op het laat­ste moment nog een nieuwe wend­ing te geven waar­door de aan­wezigheid van Lau­ra in Par­i­js uitein­delijk wordt verk­laard. Het zet al het voor­gaande in een ander, maar min­stens zo duis­ter schi­jnsel.

Niks maak­baarheid. Het enige wat ze ervan gemaakt hebben is één grote puin­hoop. Niks ‘En ineens is alles weer mogelijk’. Dat is waar Lau­ra niet langer in kan geloven wan­neer zij naar het smeu­lende wrak op de tv-scher­men staart. Voor haar niet. Voor Maxime niet. En ook niet voor Steven.

Voor niets en nie­mand.

Op het vliegveld in Par­i­js wacht Lau­ra Innes tot er weer gevlo­gen zal wor­den. Beeld­scher­men tonen de brokstukken van het vlieg­tu­ig dat ze net heeft gemist. Het is de vraag of ze vanavond nog thuis zal komen. Het is de vraag of ze dat werke­lijk wil. De fam­i­lie Innes deed nooit aan ‘thuis’. Lau­ra, Maxime en hun zoon Steven woon­den over­al en ner­gens, waren nie­mand ver­ant­wo­ord­ing schuldig behalve elka­ar. Ze zouden een lev­en lang in vri­jheid schoonheid schep­pen, en dat leek nog te gaan lukken ook. Tot­dat ze zich ves­tig­den in Ned­er­land. Waar uitzendw­erk de fam­i­lie ontwrichtte. Waar hun eigen wet­ten niets waard bleken te zijn. In de vertrek­ter­mi­nal ont­vangt Lau­ra haar doo­ds­bericht. En ineens is alles weer mogelijk.
Niets en nie­mand is een indruk­wekkende roman over de zin en onzin van kun­st, tra­di­tie en loy­aliteit.

Niets en nie­mand
Ivo Bon­thuis
Uit­gev­er­ij Nieuw Ams­ter­dam
ISBN 9789046814673

~ ~ ~

Deze boekbe­sprek­ing is mijn eerste bij­drage voor de nieuwe blog­ger­sleesclub ‘Een per­fecte dag voor lit­er­atu­ur’. Iedere maand is het streven om uit een short­list uitein­delijk twee boeken over te houden die dan gelezen gaan wor­den door de aanges­loten blog­gers. Op een vast tijd­stip (zodat we elka­ar niet kun­nen beïn­vloe­den) wor­den alle leeser­varin­gen op de eigen blogsite gepost en doorgelinkt naar de site van ‘Not Just Any Book’ van waaruit alle activiteit­en rond deze blog­ger­sleesclub gecoördi­neerd wor­den door Cathe­li­jne Ess­er (respect!).

Het vol­gende boek dat ik voor de blog­ger­sleesclub ga lezen is ‘Van dode man­nen win je niet’, door Wal­ter van den Berg. De datum waarop we hierover gaan bloggen is voor­lop­ig vast­gesteld op 30 okto­ber.

~ ~ ~

Crash

Met het arriv­eren van het eerste boek op de leesli­jst van Een per­fecte dag voor lit­er­atu­ur is deze nieuwe blog­ger­sleesclub toch nog sneller dan ik verwacht had van start gegaan. En dat zomaar als een extraat­je n.a.v. een #50books blog over leesclubs. Het kan soms verk­eren.

De roman waarmee we begin­nen is geschreven door Ivo Bon­thuis en is getiteld ‘Niets en nie­mand.’ Bij het aan­schouwen van de omslag kreeg ik het idee al eens iets over het boek gelezen te hebben in NRC Han­dels­blad, maar kon me niet voor de geest halen waar het over ging. Dan maar eens de achter­flap gelezen:

Op het vliegveld in Par­i­js wacht Lau­ra Innes tot er weer gevlo­gen zal wor­den. Beeld­scher­men tonen de brokstukken van het vlieg­tu­ig dat ze net heeft gemist. Het is de vraag of ze vanavond nog thuis zal komen. Het is de vraag of ze dat werke­lijk wil. De fam­i­lie Innes deed nooit aan ‘thuis’. Lau­ra, Maxime en hun zoon Steven woon­den over­al en ner­gens, waren nie­mand ver­ant­wo­ord­ing schuldig behalve elka­ar. Ze zouden een heel lev­en lang in vri­jheid schoonheid schep­pen. Dat leek nog te gaan lukken ook. Tot­dat ze zich ves­tig­den in Ned­er­land, waar hun eigen wet­ten niets waard bleken te zijn. In de vertrekhal ont­vangt Lau­ra haar doo­ds­bericht. En ineens is alles weer mogelijk.

Toen wist ik het weer. Het gegeven een vlieg­tu­ig te mis­sen dat daar­na neer­stort en waar­bij men (in eerste instantie) denkt dat je tot de slachtof­fers behoort. Ik had daar eerder een boek over gelezen. Na enig zoeken kwam ik uit bij ‘Among the Dead’ van Michael Tolkin:

Frank Gale plans to take his fam­i­ly to Mex­i­co, where he will come clean about an affair. How­ev­er, after miss­ing their plane he dis­cov­ers that it has crashed, killing every­one on board. And so begins the com­e­dy of hor­rors where­in Gale will dis­cov­er the many unpleas­ant truths about him­self and about life that lie hid­den Among the Dead.

In mijn herin­ner­ing heb ik het boek gelezen kort voor­dat ik de allereer­ste keer een vlieg­tu­ig zou betre­den voor een vlucht naar de VS. Als een vorm van sto­er doen, of miss­chien wel meer een soort van bezw­er­ing van de vlie­gangst die toen nog ongri­jp­baar was, maar nooit echt is wegge­gaan, zelfs nu ik alle vele vliegreizen achter mij heb. Ik vond het een fascinerend boek. Tolkin heeft geen enkele moeite gedaan om van de hoofd­per­soon een goed of slecht mens te mak­en. Frank Gale is van alles een beet­je. Hij wordt op en neer ges­lingerd door aller­lei emoties: een gevoel van onmetelijk geluk een ramp over­leefd te hebben tegen­over het schuldgevoel niet bij zijn gezin te zijn geweest, de tragedie plots vrouw en kind ver­loren te hebben, de oplucht­ing niet langer over­spel te hoeven opbiecht­en, het idee plot­sel­ing geheel vrij te zijn en ga zo maar door. Ook als lez­er is het op deze manier moeil­ijk je een mening te vor­men over Gale. Soms gaat het je te ver wat hij denkt en doet, dan weer wint sym­pa­thie de over­hand bij wat hij alle­maal moet doorstaan.

Nu ik zo door het boek blad­er kri­jg ik zin om er opnieuw in te begin­nen. Het is te lang gele­den dat ik het las en som­mige pas­sages nodi­gen uit om verder te bli­jven lezen. Wie weet dat ik na ‘Niets en nie­mand’ alsnog ‘Among the dead’ ga lezen. Al is het maar om te zien in hoev­erre bei­de boeken een ver­schil­lende invulling hebben gegeven aan een soort­gelijk vertrekpunt met een neer­stor­tend vlieg­tu­ig.

Blog­da­tum: 30 sep­tem­ber 2013

~ ~ ~