Beetje dom of beetje pech?

Zondagocht­end ging ik op m’n gemak nog eens alles na voor­dat ik defin­i­tief op ‘Inschri­jven’ klik­te, maar toen ik dat een­maal gedaan had was er ineens een nieuwe realiteit: op zondag 26 okto­ber ga ik deel­ne­men aan de Halve Marathon van Doet­inchem1:

Web­site Halve Marathon Doet­inchem

Al bij­na vijf weken volg ik nauwgezet een train­ingss­chema dat mij in twaalf weken halve-marathon-gereed moet ‘stomen’. En pre­cies op de zondag van die twaalfde week is de Halve Marathon van Doet­inchem gep­land.

Kan er sprake zijn van een mooiere tim­ing?

Dat vroeg ik mij dus af. Moest ik niet wat extra week­jes inbouwen voor het geval mijn train­ingsvoort­gang niet zo voor­spoedig zou ver­lopen? Of indi­en ik van­wege druk­te op het werk enkele train­ings­da­gen ging mis­sen? En dan had ik het nog niet gehad over het gevaar van een kleine blessure, wat alti­jd op de loer ligt. Maar ik besloot niet moeil­ijk te doen en me gewoon in te schri­jven. Het inschri­jfgeld van 10 euro hielp me uitein­delijk over de drem­pel. Mocht ik op het laat­ste moment moeten afzeggen dan was er finan­cieel gezien geen man over­bo­ord in huize Pel­lenaars.

Ik klik­te op ‘Inschri­jven’ en even lat­er was ik de 101ste deel­ne­mer.

Hier­na sloeg de twi­jfel toe. Was mijn huidi­ge train­ingss­chema wel ambitieus genoeg om mij over ruim zeven weken de fin­ish te doen halen? Het is wel meer dan eenen­twintig kilo­me­ter2! Ik had niet het gevoel dat ik al echte pro­gressie had gemaakt. Kon ik nog van schema veran­deren? De train­ingsar­beid opschroeven? Ik keek wat rond op inter­net en vond een schema om de halve marathon bin­nen 2 uur te kun­nen lopen3. Als ik over zou stap­pen op dit schema dan stond er voor de zondag­mid­dag een loop van 13 km op het pro­gram­ma. In een tem­po van 6:27 minuten per kilo­me­ter. Ter­wi­jl ik me had ingesteld op 50 minuten ren­nen in een tem­po van 6:30–7:00 minuten per kilo­me­ter.

Dat moest te doen zijn, zo dacht ik. De rest van de twaalf weken ziet er als vol­gt uit:

Week 6 (totaal 31 km):
Draven: 3 km in 6:06 min/km
Snel­hei­dswerk: 11 km (incl 3x1600 in 8:19 min)
Draven: 3 km in 6:06 min/km
Duur­loop: 14,5 km in 6:27 min/km

 Week 7 (totaal 34 km):
Draven: 5 km in 6:06 min/km
Tem­poloop: 9,5 km (incl 6,5 km in 5:32 min/km)
Draven: 5 km in 6:06 min/km
Duur­loop: 14,5 km in 6:27 min/km

Week 8 (totaal 26 km):
Draven: 6,5 km in 6:06 min/km
Draven: 6,5 km in 6:06 min/km
Draven: 6,5 km in 6:06 min/km
Draven: 6,5 km in 6:06 min/km

Week 9 (totaal 35 km):
Draven: 5 km in 6:02 min/km
Tem­poloop: 11 km (incl 8 km in 5:31 min/km)
Draven: 3 km in 6:02 min/km
Duur­loop: 16 km in 6:23 min/km

Week 10 (totaal 37 km):
Draven: 5 km in 6:02 min/km
Snel­hei­dswerk: 13 km (incl 4x1600 in 8:14 min)
Draven: 3 km in 6:02 min/km
Duur­loop: 16 km in 6:23 min/km

Week 11 (totaal 39 km):
Draven: 5 km in 6:02 min/km
Tem­poloop: 11 km (incl 8 km in 5:31 min/km)
Draven: 5 km in 6:02 min/km
Duur­loop: 17,5 km in 6:23 min/km

Week 12 (totaal 39 km):
Draven: 5 km in 6:09 min/km
Draven: 5 km in 6:09 min/km
Tem­poloop: 8 km (incl 5 km in  5:32 min)
Wed­stri­jd: Halve Marathon van Doet­inchem in 2 uur (5:41 min/km)!

Ent­hou­si­ast trok ik mijn hard­loop­schoe­nen aan. Niet veel lat­er verzwik­te ik tij­dens de warm­ing-up mijn link­er­voet4.

~ ~ ~

UITGELICHT want SHARING is CARING

Wijchen, roze vluchtheuvels en mooie mensen — Jacob Jan Voer­man

Ini­ti­atieven genoeg, hier in Wijchen (ja die van de roze vluchtheuvels).
Het werkt! Bijvoor­beeld.
Werk­zoek­enden die hun eigen netwerk­bi­jeenkom­sten en work­shops rege­len.
Op zo’n netwerk­bi­jeenkomst heb ik van­daag samen met Anne­miek Rei­th (arbei­d­spsy­chologe) een pre­sen­tatie gegeven.

Jacob Jan is niet alleen zelf een mooi mens, hij maakt ook nog eens mooie mensen!

~ ~ ~


  1. Klik hier voor meer infor­matie (route, inschri­jven, deel­ne­mers) over de Halve Marathon van Doet­inchem 

  2. 97,5 meter om pre­cies te zijn 

  3. Mijn nieuwe train­ingss­chema heb ik gevon­den op de site van Runner’s World waar een artikel stond over de Mizuno Halve Marathon van Ams­ter­dam. Ik heb gekozen voor het begin­ners niveau. Er staan ook nog schema’s voor geoe­fende en gevorderde lop­ers 

  4. Uitein­delijk heb ik toch nog 10 kilo­me­ter gelopen tot­dat het teveel pijn ging doen. Op maandag kon ik bij­na de trap niet af. Het leek of er iets mis was met mijn achille­spees. Gelukkig kon ik de gehele dag voor­namelijk zit­tend door­bren­gen. Van­daag heb ik na mijn werk vol­gens schema 3 kilo­me­ter in 5:56 min/km gelopen. Hoewel niet pijn­vrij ging het redelijk. Miss­chien dat de blessure mee­valt 

Open deur

In een uitverkochte zaal (ik ver­meld het nog maar een keer) had ik vanavond een mooi plek­je weten te bemachti­gen op de eerste rij. Iets na acht­en werd het licht ged­imd en ver­scheen Jacob Jan Voer­man vanu­it een deur aan de link­erkant van het toneel. Hij had een aan­tal voor­w­er­pen bij zich (piep­schuim let­ters, zo zou lat­er blijken). Nadat hij die voor­w­er­pen een plaats gegeven had, verd­ween hij weer door de open deur. Waar zou hij zijn gebleven? Alleen een zwak licht scheen naar buiten. Na een tijd­je kwam hij opnieuw te voorschi­jn om dit­maal met de voorstelling te begin­nen. De deur ging dicht waar­door ze opgenomen werd in de duis­ter­n­is en zelf uit het zicht verd­ween.

Er zit­ten twee kan­ten aan de deur. Mijn kant. En jouw kant. Jacob Jan stond deze avond aan jouw kant. Hij moest op. Voor de laat­ste keer in zijn reeks van try outs. Wat dacht hij voor­dat hij het toneel opliep naar mijn kant?

Denk je wel eens na voor­dat je een deur open­doet? Je weet nooit echt wat er is aan de andere kant. Je denkt het te weten, maar zék­er weet je het pas als je de deur hebt geopend.

Dit citaat uit het boek ‘Aan de andere kant van de deur’ door Tonke Dragt (zijn lievel­ingsauteur) is een frag­ment wat Jacob Jan zelf in zijn voorstelling ver­w­erkt heeft. Meteen op het moment dat het voor­bij kwam moest ik opnieuw aan die deur denken waar hij zelf kort daar­voor over de drem­pel was gestapt. Of er echt een drem­pel lag heb ik achter­af niet gecon­troleerd, maar in mijn belev­ing is er alti­jd een drem­pel wan­neer er sprake van deur is.

Natu­urlijk kwam deze asso­ci­atie vooral voort uit de blog­post die Jacob Jan deze ocht­end had geschreven naar aan­lei­d­ing van de voor­lop­ig laat­ste try out. Hij mijmert daarin over een onbestemd kna­gend gevoel. En komt zelf met het voor­beeld van de drem­pel op de prop­pen:

Een drem­pel waar ik nu tegen aan hik, en die straks heel onbeduidend lijkt, als ik er maar over­heen ben.
Maar ja. Vanaf deze kant is die groot, die drem­pel.

Maar gelukkig trekt hij zelf de con­clusie dat naast het feit dat er nog veel gedaan moet wor­den om een vol­gende stap te kun­nen zetten, het nu vooral belan­grijk is om te geni­eten. Want dat doet hij nog te weinig (zo geeft hij zelf aan).

Na afloop was ik blij te verne­men dat het hem deze keer was gelukt om ook te geni­eten. Ik meen het aan hem gezien te hebben.

~ ~ ~

Lekker

Jacob Jan stu­urde een tweet met opdracht: bouw een mega­lange zin die toch lekker leest en niet te veel over­bod­igs her­bergt.

Mocht ik het zelf zeggen, dan zou het predikaat ‘lekker’ zon­der aarzel­ing uit mijn mond rollen, doch, afgezien van het feit dat het miss­chien niet zozeer van mij dan­wel eerder van mijn lez­ers verwacht zou wor­den een antwo­ord op deze vraag te geven, daar­voor staat de sub­tiele uitdag­ing in de uitdag­ing mij reeds zodanig tegen dat ik al bij voor­baat geneigd ben mij gewon­nen te geven bij de echte uitdag­ing die mij elke avond veel meer tot grote cre­ativiteit dwingt, namelijk het bin­nen slechts enkele beschik­bare uren op de late avond tijd vin­den om uber­haupt een blog te schri­jven, laat staan een open­ingszin die zodanig lang moet zijn dat hij afwijkt van wat de regelt­jes-, top10- en lijst­je­sop­stellers voorschri­jven, die, zo lijkt het soms, denken te bepalen hoe diege­nen die daad­w­erke­lijk een blog schri­jven dat dan weer zouden moeten doen, en daarmee voor­bi­j­gaan aan het gegeven dat, wil men onder­schei­dend bezig zijn, het nu juist niet van orig­i­naliteit getu­igt om dan maar klakkeloos over te nemen wat deze beter­weters dit­maal weer ver­zon­nen hebben aan waar een blog aan zou moeten vol­doen om door het grote pub­liek gelezen en gedeeld te wor­den via de alomte­gen­wo­ordi­ge social media en als zodanig dus hoger gewaardeerd wor­den in de zoek­ma­chines, iets wat blijk­baar belan­grijk­er is dan het daad­w­erke­lijk gelezen wor­den om de inhoud, welke, en hier kom ik aan bij de kern van mijn betoog, nu juist door de al eerder aange­haalde uitdag­ing in de uitdag­ing in dit spec­i­fieke geval onderuit gehaald wordt door de in mijn ogen para­doxale opdracht om enerz­i­jds een lange lees­bare beginzin te schri­jven waaruit anderz­i­jds alle over­bod­igheid is wegge­lat­en omdat, naar ik ver­moed, er onbe­wust van wordt uit­ge­gaan dat teveel gelijk is aan over­bod­ig, en dat waag ik ten zeer­ste te betwi­jfe­len maar kan ik bij deze niet vol­doende onder­bouwen omdat nu juist her en der en dus ook op deze plaats geschrapt moest wor­den als tege­moetkom­ing aan de gestelde eis om een en ander niet te lang te lat­en wor­den als uiterst laf com­pro­mis richt­ing juist die lez­ers­groep die ik heel eerlijk gezegd kan mis­sen als kiespi­jn, van­wege hun gemakzuchte manier van lezen die slechts gericht is op het zoeken naar hap­klare brokjes tekst afgewis­seld met rijke­lijk veel witregels zodat ze het weinige wat hen bij elke hap­je gep­re­sen­teerd wordt kun­nen proeven en herkauwen als ware het hemelse del­i­catessen ter­wi­jl ze slechts een slap aftrek­sel voorgeschoteld hebben gekre­gen van wat ze had­den kun­nen kri­j­gen, ware het niet dat ze door de jaren heen afgestompt ger­aakt door het vele lezen van korte tweets en anderzins sum­miere sta­tusup­dates, ze dit helaas toch nooit meer op waarde zouden weten te schat­ten waar­door het voor mij naar­mate ik me meer beperk in de lengte van deze zin tegelijk­er­ti­jd meer duidelijk wordt dat ik bezig ben met een verned­erend diepe knieval richt­ing deze ‘gij zult de beginzin kort en krachtig houden anders haakt de lez­er af’-adepten en op de val­reep mezelf her­pak om in sti­jl af te sluiten met het krachtige state­ment dat het mij alle­maal de reet zal roesten hoe som­mige lez­ers een beginzin als deze ervaren zolang ik zelf maar de vol­doen­ing ervaar om ‘m in één ruk op papi­er te kri­j­gen zon­der dat de inner­lijke zelf­cen­su­ur vat kri­jgt op mijn schri­jf­pro­ces en mij als gevolg in een keursli­jf perst wat niets anders oplev­ert dan meer van het­zelfde omdat het pub­liek dat nu een­maal zo lekker schi­jnt te vin­den.

Fuck de lez­er!

Ik zou daarom dan ook de vraag ‘Hoe lekker leest jouw blog?’ willen ver­van­gen door ‘Hoe lekker schri­jft jouw blog?’

~ ~ ~

Stellig

Eerder deze week las ik bij Jacob Jan Voer­man dat hij voor­taan wat stel­liger gaat zijn. Dat is zijn goed recht. En wan­neer hij denkt daar baat bij te hebben, dan moet hij dit zek­er doen. Zelf vind ik het wel jam­mer. Ik hoor liev­er de nuance, de twi­jfel, dan de met volle over­tuig­ing uit­ge­spro­ken eigen mening. Niet dat ik twi­jfel aan de oprechtheid van menig mening, maar eerder van­wege het tegelijk­er­ti­jd dicht­slaan van de toe­gangs­deur tot een mogelijk vrucht­bare dis­cussie. Vrucht­baar in de zin dat er tijd uit­getrokken wordt om naar elka­ars stand­pun­ten te luis­teren. En ook vrucht­baar in de zin dat er ruimte is om de eigen opvat­tin­gen nog eens nad­er te bezien, nu aange­vuld met de ken­nis van de ander. Miss­chien dat er iets nieuws uit kan groeien. Een nog steeds eigen mening, maar een­t­je die ‘voller van smaak’ is, ‘bred­er van diep­gang’.

De afgelopen maan­den heb ik vooral door wat beslom­merin­gen in de medis­che wereld gezien hoe makke­lijk het ene stel­lige medis­che advies bin­nen lut­tele tijd opgevol­gd werd door een bij­na haaks er op staand ander stel­lig medisch advies. Niet zelden door één en dezelfde hoog opgelei­de arts gebracht. Natu­urlijk, zolang het niet duidelijk is waar een patiënt last van heeft is het moeil­ijk een diag­nose te stellen. Maar zeg dat dan. En doe niet alsof het naar aan­lei­d­ing van een of andere test in de ocht­end hele­maal duidelijk is, om lat­er op de dag met de resul­tat­en van een vol­gende test te bew­eren dat deze keer het plaat­je helder is. Helder, maar wel com­pleet anders dan wat eerder nog met veel stel­ligheid beweerd werd.

Zou het voortkomen uit een vorm van tun­nelvisie? Dat men op basis van een een­maal geponeerde diag­nose automa­tisch alle ver­schi­jnse­len in eerste instantie probeert in te passen in het patroon van symp­to­nen wat bij die diag­nose passend is. En dat men dit doet met de autoriteit die bij het vak hoort. Of om de patiënt niet onn­odig in onzek­er­heid te houden ter­wi­jl het onder­zoek nog in volle gang is? Alsof die patiënt niet juist door alle drastis­che koer­swi­jzigin­gen in zijn behan­del­ing danig van slag kan rak­en. Zelfs het vertrouwen in de medis­che begelei­d­ing gelei­delijk aan kan ver­liezen.

Mijn vad­er, wiens ervarin­gen ik voor een gedeelte heb meegenomen, kijkt niet op tegen autoriteit. Wat hij wel belan­grijk vin­dt is ken­nis van zak­en en door­tas­tend­heid. Maar die twee dienen in bal­ans te zijn. Heeft men nog te weinig ken­nis verza­meld om door­tas­tend te kun­nen zijn, dan moet eerst aan meer ken­nis gew­erkt wor­den. Denkt men dat tijd ont­breekt om alles op het gemak uit te zoeken, dan dient men door­tas­tend te zijn met de ken­nis die men op dat moment tot de beschikking heeft. Zaak is het dan om een juiste risi­co analyse te ver­richt­en. En te accepteren dat men het kan mishebben. Wees daar open in. Ver­hul niet met onge­fun­deerde door­tas­tend­heid dat men nog niet pre­cies weet wat er loos is. De patiënt is mens van vlees en bloed, geen proe­fkoni­jn (en zelfs die zijn van vlees en bloed, mocht daar twi­jfel over bestaan).

Wan­neer ik de huidi­ge poli­tieke cam­pagnes in aan­loop naar de verkiezin­gen van 12 sep­tem­ber volg, dan zie ik daar iets vergelijk­baars. De meeste lijst­trekkers zijn ook hier stel­lig in hun eigen par­ti­jpoli­tieke oplossin­gen voor bijvoor­beeld de huidi­ge cri­sis. Of weten pre­cies waar het bij hun tegen­standers aan ont­breekt om con­struc­tief te zijn voor Ned­er­land indi­en zij aan de macht zouden komen. Je zou kun­nen denken dat met zoveel ken­nis en daad­kracht de cri­sis allang zou zijn opgelost. Wat zeg ik, nooit in Ned­er­land voet aan de grond zou hebben gekre­gen. Toch zit­ten wij net zo diep in de malaise gelijk het gros van de Europese lan­den.

De huidi­ge cri­sis is de patiënt die genezen moet wor­den, en de meeste par­ti­jen zit­ten gevan­gen in hun eigen ide­olo­gie (oftewel tun­nelvisie) welke hen het zicht kan ont­ne­men op een juiste diag­nose. Het bli­jft beperkt tot ‘geef mij alle macht en dan maak ik aan al uw prob­le­men een einde’. Zon­der garantie op suc­ces. Of erg­er nog, zon­der dat men op welke wijze dan ook kan aan­to­nen dat de eigen gepropageerde oploss­ing daad­w­erke­lijk het won­der­mid­del is waar wij alle­maal zo naar smacht­en.

Doch zien wij enige twi­jfel? Wordt ons verteld door onze poten­tiële lei­ders van 13 sep­tem­ber a.s. dat zij miss­chien ergens ook wel weten dat het alle­maal voor een groot deel hoop en geluk is waar zij hun gebakken luchtkaste­len op gebouwd hebben? Nee, zelden of nooit wor­den wij meegenomen naar de zwakke plekken in het par­ti­jpoli­tieke pro­gram­ma waar men met weinig kracht een diepe scheur kan trekken in het aftandse plak­band wat alles bij elka­ar tra­cht te houden. Liev­er wor­den wij aan het lachen gebracht door humoris­tis­che one-lin­ers tij­dens de diverse debat­ten die verder ook niets toevoe­gen aan de reeds vele malen gedeelde opvat­tin­gen. Denkt men. Hoopt men.

Laat ik hier maar zeggen dat ik daar niet langer van gedi­end ben. Geef mij de politi­cus die het ook alle­maal niet weet. Die duidelijk aangeeft tot hoev­er de ken­nis van de cri­sis gaat en waar de spec­u­latie met betrekking tot eventuele oplossin­gen begint. Daar kan ik vrede mee hebben en begrip voor opbren­gen. Of dat ons uit de cri­sis haalt? Ik vraag het me af. Echter het her­bergt niet de zoveel­ste desil­lusie in zich, die bij alle huidi­ge par­ti­jpoli­tieke oplossin­gen wel op de loer ligt. Die gaan er alleen maar van uit dat het alle­maal goed­komt. En dat zie ik nog niet zo gauw gebeuren. Ongeacht wie er na de verkiezin­gen aan het lang­ste eind trekt.

Maar ja, ik heb er dan ook geen ver­stand van. Zoveel durf ik nog wel met enige stel­ligheid te bew­eren.

~ ~ ~