50books — Vraag 45

Deze blog­post is deel 45 van 50 in de serie 50books — 2013

Het is inmid­dels tra­di­tie gewor­den. Iets waar ik elk jaar weer naar uitk­ijk: mijn jaar­lijkse verdieping in twee boeken die ik her­lees en her­lees zon­der ze ooit hele­maal echt te door­gron­den. Ik denk dat ze te moeil­ijk voor me zijn. De vele filosofis­che uitwei­din­gen gaan me nog steeds boven de pet hoewel ik er bij iedere her­lez­ing weer iet­sje meer van denk te begri­jpen. Maar het ver­haal kan ik wel vol­gen. Steeds beter. En het gri­jpt me vreemd genoeg steeds meer aan hoewel ik natu­urlijk allang weet hoe het zich ontwikkelt en hoe het gaat eindi­gen. Het kan niet anders dat we een band hebben opge­bouwd door de jaren heen.

Benieuwd gewor­den naar welke boeken het zijn? Voor de aan­dachtige #50bookvolger zal het geen ver­rass­ing zijn omdat ik ze al eerder heb aange­haald: ‘Zen, and the art of motor­cy­cle main­te­nance’, en lat­er is daar ‘Lila’ van dezelfde auteur Robert M. Pir­sig bijgekomen. Meestal lees ik in de zomer­pe­ri­ode ‘Zen’ en bewaar ik ‘Lila’ voor de donkere dagen. Heel soms draai ik het om of lees ik ze kort na elka­ar. Maar elk jaar lees ik er min­i­maal een­t­je. Ik kan niet meer zon­der.

Een boek mis­sen als je het uit hebt — dat is de mooiste liefdesverk­lar­ing aan een roman. Je bent betoverd ger­aakt door de taal van een schri­jver, door zijn ver­haal, de per­son­ages en de ver­wik­kelin­gen in hun lev­ens, door bepaalde scènes, je bent er lang mee bezig geweest, ook in de uren dat je niet las. Dan is het voor­bij. Je her­leest het begin, je her­leest miss­chien nog een enkele scène. Maar het is voor­bij, en je mist het boek dat dagen­lang bij je is geweest, waar je naar terug­keerde zodra dat mogelijk was.
Dit is een effect dat alleen een roman op mij kan hebben.

Ik las het in ‘Wat alleen de roman kan zeggen’ van Oek de Jong, een boek dat we voor de blog­ger­sleesclub ‘Een per­fecte dag voor lit­er­atu­ur’ moesten recenseren (zie hier het resul­taat). En ik merk­te dat ik hardop instemde met deze con­sta­ter­ing. Ja, ik ben ver­liefd gewor­den op ‘Zen’ en ‘Lila’. Zoals ik op zoveel meer boeken ver­liefd ben gewor­den. Ik heb een groot hart en dan kan dat.

Een stuk­je verder schri­jft Oek de Jong: ‘De indruk die een kunst­werk maakt, wordt niet alti­jd maar wel dik­wi­jls mede bepaald door de tijd die je eraan geeft.’ De tijd die je investeert in een kunst­werk bepaalt de impact. Lezen duurt het langst, is de con­clusie. En dan is het ineens logisch dat moeil­ijke boeken die hun geheimen niet meteen pri­js­geven uitein­delijk ook vaak de meeste impact hebben. Want het zijn bij uit­stek de boeken die je nog eens oppakt om opnieuw te lezen. Omdat er alti­jd dat gevoel is dat je het niet alle­maal begrepen hebt. Dat er alti­jd wat nieuws te ont­dekken valt.

Nog­maals Oek de Jong (over ‘Ulysses’ van James Joyce):

In plaats van het een moeil­ijk boek te noe­men zou je ook kun­nen zeggen: het is zo veelom­vat­tend, het heeft zoveel te bieden, het is zo com­plex, het is zo bij­na per zin geestig en scher­pzin­nig, het is zo vir­tuoos geschreven dat geen mens het in één keer kan bevat­ten. En waarom zou een roman zich onmid­del­lijk voor ons moeten ontsluiten?

Inder­daad. Waarom zou een roman zich onmid­del­lijk voor ons moeten ontsluiten? Wat is er nu niet teleurstel­len­der dan een ver­haal dat zich meteen hele­maal pri­js­geeft? Waar bij eerste lez­ing alles gezegd is wat er gezegd moest wor­den? Er geen enkele diepere laag valt te bespeuren. Rech­toe rech­taan als de reclame­tekst op een pak hagel­slag. Hap­klare brokken in haastige tij­den. Ik weet niet hoe het met jul­lie is, maar ik bli­jf alti­jd met een kater achter wan­neer ik zo’n eendi­men­sion­aal boek heb gelezen. Geef mij maar een tekst waar ik me in het begin niet com­fort­a­bel bij voel. Dat ik con­tinu het idee heb iets te mis­sen. Iets over het hoofd zie. Heer­lijk! Het prikkelt me om me er in vast te bijten. Op zoek te gaan naar de voor mij ver­bor­gen lagen. Lezen is tenslotte ook werken, niet alleen ontspan­ning. Althans, zo ervaar ik het.

En jij? Wil jij uitgedaagd wor­den? Of sla je een boek geërg­erd dicht wan­neer het te moeil­ijk lijkt? Heb je geen zin om mee te gaan in de zoek­tocht die de auteur met zoveel moeite voor jou heeft uit­gestip­peld? Zie je het miss­chien wel als flauwekul, intel­lectuele borstk­lop­per­ij wat niets met een goed ver­haal van doen heeft. Niets mis mee, natu­urlijk. Ieder van ons heeft een eigen opvat­ting over wat lezen met hen doet en hoe ze het ervaren. Daarom ben ik ook elke week weer opnieuw zo benieuwd naar jul­lie invulling van de opge­wor­pen vraag. Suc­ces met de vijfen­veer­tig­ste!

Vraag 45:
Waarom zou een roman zich onmid­del­lijk voor ons moeten ontsluiten?

~ ~ ~

Het echte werk gaat beginnen

Mor­gen is het 1 novem­ber. Dan starten meer dan 195.000 ent­hou­si­astelin­gen om een maand lang iedere dag te schri­jven aan een roman die uitein­delijk de omvang moet kri­j­gen van rond de 50.000 woor­den. Zij doen dit in het kad­er van NaNoW­riMo, oftewel Nation­al Novem­ber Writ­ing Month. Waar­bij het Nation­al allang de Amerikaanse lands­gren­zen is ont­groeid, getu­ige één van de opgenomen antwo­or­den in hun FAQ sec­tie:

We are very proud to be an inter­na­tion­al event, and don’t con­sid­er the “Nation­al” in the title to refer to the Unit­ed States. This is an event for all nations. We’d change the name to “Inter­na­tion­al Nov­el Writ­ing Month,” but InNoW­riMo doesn’t roll off the tongue in quite the same way.

Naar alle waarschi­jn­lijkheid doen er nog veel meer liefheb­bers mee dan het hier­boven ver­melde aan­tal. Dat zijn alleen nog maar de gereg­istreer­den op de NaNoW­riMo site zelf, die meedin­gen naar de ver­schil­lende pri­jzen die er vergeven wor­den. Er zijn ook nog eens ontel­baar veel schri­jvers in spé die deze gele­gen­heid aan­gri­jpen om op hun eigen manier mee te doen om zo ein­delijk eens die roman op te lev­eren waar ze al zolang vol van zijn.

Grote kans dat er vol­gend jaar van diege­nen die de schri­j­fop­dracht tot een goed einde weten te bren­gen er een aan­tal daad­w­erke­lijk hun boek gepub­liceerd weet te kri­j­gen. En heel miss­chien zit er wel een­t­je tussen die dan via de leesclub Een per­fecte dag voor lit­er­atu­ur in mijn studeerkamer terechtkomt. Je weet nooit hoe dat gaat.

Van­daag kreeg ik het boek ‘De gestolen kinderen’ van Ger­ar­do Soto y Koele­mei­jer via de post toeges­tu­urd. Niet dat ik denk dat het boek in de maand Novem­ber van een der voor­gaande jaren is geschreven. Althans niet dat ik weet. Nee, de reden om NaNoW­riMo aan te halen in de inlei­d­ing is eerder om aan te geven dat ikzelf de komende tijd ook dagelijks meer tijd aan het schri­jven ga best­e­den. En wel aan­tekenin­gen, samen­vat­tin­gen en uitein­delijk recen­sies voor de groeiende stapel boeken waaron­der mijn bureau langza­mer­hand ver­vaar­lijk begint te kre­unen.

[update vri­jdag 1 novem­ber: Ik had achter­af gezien net zo goed kun­nen begin­nen met te ver­wi­jzen naar het Ned­er­land Leest ini­ti­atief dat ook van­daag begint en een maand duurt. Nog beter, ik had ze alle­bei kun­nen ver­noe­men. Bij deze. Schri­jven en lezen. Dat is wat ik (meer en meer en meer) ga doen tenslotte.]

Begri­jp me goed. Ik vind het ontzettend leuk werk. Tenslotte heb ik het zelf opge­zocht toen ik de kans kreeg. Maar het vergt steeds meer van mijn tijd. Tijd die ik er ook daad­w­erke­lijk in wil steken want ik wil (net zoals bij mijn ‘echte werk’) kwaliteit lev­eren. Me er niet met een Jan­t­je van Lei­den van af mak­en. En dan kan het zomaar gebeuren dat ik van­wege een boek­je met de omvang van 96 pagina’s voor een beter begrip een ander boek aan­schaf met tegen de 1.000 pag­i­na’s:

Ja, dan gaat het hard met de spaarzame tijd die ik beschik­baar heb. Dus moet ik het ergens van­daan zien te halen waar er nog wat te halen valt. En dan kom ik vanzelf bij inter­net uit. Want zak­en zoals TV kijken heb ik al terug gebracht tot hoo­gu­it het NOS Jour­naal, een enkele doc­u­men­taire en af en toe een aflev­er­ing Lost op Net­flix.

Wat ik de komende tijd ga doen is mijn aan­wezigheid op het wereld omspan­nende web de komende twee maan­den (op één maand kun je niet staan, zei mijn moed­er alti­jd) tot het min­i­male terug­bren­gen. Wel regel­matig een update op mijn blog, maar voor­lop­ig niet al te vaak op twit­ter (wat!? nog min­der op twit­ter? kan dat?) of op andere sites waar er veel tijd ver­loren gaat die ik nu op een andere wijze wil invullen. Zodat ik miss­chien zelfs wat tijd kan best­e­den aan ‘echt schri­jven’. Want heel eerlijk, ook in mij schuilt een would-be schri­jver.

Laat ik daarom afs­luiten met bij voor­baat een wel­ge­meend excu­us wan­neer ik wat min­der aan­wezig ben her en der in de virtuele wereld. Ik heb werk te doen. Het zij me vergeven.

Blog­da­tum: 15 decem­ber 2013

Miguels rustige lev­en in een klein dorp niet ver van Sala­man­ca veran­dert in één klap als hij op een dag een brief ont­vangt van zijn tante. Zij draagt een geheim met zich mee dat te groot is om mee haar graf in te nemen: Miguel is gead­opteerd. Miguels oud­ers hebben hier nooit ook maar met een woord over gespro­ken. Samen met zijn vriend Álvaro, arche­oloog en ama­teur his­tori­cus, probeert Miguel zijn geschiede­nis te recon­strueren. Álvaro kri­jgt het ver­moe­den dat Miguel een van de ‘gestolen kinderen’ is. Langza­am ont­dekt Miguel hoe een groot netwerk van Fran­co-aan­hang­ers decen­ni­alang vele tien­duizen­den kinderen bij hun oud­ers heeft wegge­haald. Zou hij daar­toe behoren? Waarom zouden zijn oud­ers daaraan hebben meegew­erkt? Hoe vin­dt hij ooit zijn biol­o­gis­che oud­ers terug?

De gestolen kinderen
Ger­ar­do Soto y Koele­mei­jer
Uit­gev­er­ij Nieuw Ams­ter­dam
ISBN 9789046815298

~ ~ ~