Geef toe aan een ander boek

Dit jaar ben ik van plan om veel, zo niet alles te lezen wat Jerzy Kosin­s­ki geschreven heeft. Daar gaat veel tijd in zit­ten. En mezelf ken­nende weet ik dat er een moment gaat komen waarop ik wel eens iets anders wil gaan lezen. Met het risi­co dat dit ini­ti­atief voor­ti­jdig in de kiem ges­mo­ord wordt. Het plan is dus om van elke twee weken er max­i­maal een­t­je aan Jerzy Kosin­s­ki te wij­den. Dan bli­jft er ook ruimte over voor andere lec­tu­ur.

Een kleine drie maan­den heb ik dit vol­ge­houden. Tot­dat er een drukke test­pe­ri­ode op het werk aan­brak. Er bleef in de avon­duren niet veel tijd over om te lezen. Inmid­dels was de boeken­week aange­bro­ken, kocht mijn Inge een nieuwe A.F.Th. van der Hei­j­den en kreeg ik via Agnes ineens een volle lad­ing boeken geleverd. Toen er weer wat ruimte kwam om een boek op te pakken had ik zoals min of meer verwacht even geen zin om met Kosin­s­ki verder te gaan. Daar­voor lagen er sim­pel­weg te veel nieuwe boeken op mijn studeerkamer. Zon­der er moeil­ijk over te doen pak­te ik  een exem­plaar van een willekeurige stapel en begon te lezen. Ook in de week die eigen­lijk gere­serveerd was voor Kosin­s­ki.

Ik beschouw het als mijn vorm van een ‘guilty plea­sure’ op leesge­bied. Niet zozeer het lezen van iets waar­voor je je miss­chien schaamt, maar even een boek opz­ij leggen wan­neer je voelt dat je iets anders moet lezen. In plaats van kop­pig door te bli­jven lezen in een boek waar­voor het ent­hou­si­asme tijdelijk min­der is gewor­den, heb ik geleerd dat het beter is om dit te accepteren want anders verd­wi­jnt de zin om te lezen hele­maal. En dat is natu­urlijk veel erg­er.

Dus heb ik nu het boeken­weekgeschenk door Esther Ger­rit­sen gelezen, en daar­na nog wat boeken van Joris Luyendijk, Arnon Grun­berg en Jelle Brandt Corstius. Nu voel ik gelei­delijk de oor­spronke­lijke nieuws­gierigheid naar het werk van Kosin­s­ki weer terugkomen. Alleen ben ik voor­lop­ig nog even druk met de sur­vival­run die we aan het opbouwen zijn en waar ik zelf mee doe aan de clubkam­pi­oen­schap­pen op zater­dag en als jurylid op zondag bij een van de hin­dernissen sta wan­neer de offi­ciële wed­stri­j­druns gelopen wor­den.

Maar daar­na ga ik weer verder in The Her­mit of 69th Street. Ik kan haast niet wacht­en.

~ ~ ~

Dit is een bij­drage voor het #50books ini­ti­atief dat in 2016 door Hen­drik-Jan de Wit wordt ver­zorgd.

Vraag 13
Heb je ook ‘guilty-plea­sure’ boeken en lees je die stiekem of juist niet?
~ ~ ~

Een nieuwe variant

De tim­ing was weer eens per­fect. Op de dag dat voge­laars mas­saal bij elka­ar waren gekomen in een Noord-Hol­landse tuin om daar voor het eerst met eigen lens de rood­keel­nachte­gaal te spot­ten, viel bij ons ook een nieuwe vari­ant te bespeuren.

Geen vogel, maar een naam in dit geval. Mijn naam om pre­cies te zijn. Ter­wi­jl Inge baalde dat er van­daag weer geen brief bij de post zat in ver­band met de schadeaf­han­del­ing (geen fic­tie, Elja) aan haar auto legde ik alle aan mij gerichte post op een stapelt­je. Meestal open ik ze pas lat­er. Ik heb een ontzettende hekel aan post (en aan tele­foon­t­jes).

Kosky hates mail as much as he hates the phone (or such a phrase as a final solu­tion: J.K.). They all enter your life unin­vit­ed — and when they want it. “They are our life’s total­i­tar­i­an agents who spoil man’s spir­i­tu­al soil,” he writes on a spare men­tal index card.
[p30-31, The Her­mit of 69th Street, Jerzy Kosin­s­ki]

Toen het alsnog lat­er was gewor­den kon ik er niet onderuit om wat door de bin­nengekomen post te bladeren. Veel verd­ween recht­streeks in de bak met oud (nieuw?) papi­er. Ook nu weer enkel brieven met mijn naam foutief gespeld. Pel­lenaars. Het schi­jnt moeil­ijk te zijn. Met één l of met dubbel l. Of ae in plaats van aa. Alles passeert de revue en ik heb er ooit een mooie verza­mel­ing van aan­gelegd. Maar nieuwe vari­anten zie ik nog zelden.

Tot van­daag dan. De verzek­er­ings­maatschap­pij die namens de dochter van onze over­bu­ren de schade zal afhan­de­len had wel degelijk een brief ges­tu­urd. Alleen niet aan Inge. En ook niet aan mij, zou ik kun­nen zeggen. Want mijn naam is Pel­lenaars en niet

dellenaars01

In ieder geval is Inge blij met de brief en ik met een nieuw exem­plaar voor mijn verza­mel­ing.

~ ~ ~

Het project Kosinski — vervolg

Om ervoor te zor­gen dat ik ook daad­w­erke­lijk aan het lev­en en werk van Jerzy Kosin­s­ki ga begin­nen heb ik me het vol­gende voorgenomen: om de andere week lees ik lit­er­atu­ur over en door Kosin­s­ki en de overige weken niet.

Ik heb deze strik­te indel­ing nodig om de juiste con­cen­tratie te kun­nen opbren­gen. Nu heb ik de garantie dat de stapel ongelezen boeken toch aan de beurt komt en tegelijk­er­ti­jd geeft het rust te weten dat Kosin­s­ki niet par­does in een hoek verd­wi­jnt om ver­geten wor­den mocht ik plots gegrepen wor­den door een andere schri­jver.

Het is mijn bedoel­ing geen con­cessies te doen aan dit schema. Dus wan­neer ik door wat voor reden ook in een bepaalde week weinig tot niets kan lezen dan is dat gewoon vette pech.

Gis­ter heb ik het boek van Muraka­mi over hard­lopen (en schri­jven) uit­gelezen en dat lijkt me een pri­ma aan­lei­d­ing om aan het begin van deze nieuwe week verder te gaan met het project Kosin­s­ki. Hoewel ik al eerder dit jaar begonnen ben in de biografie over Kosin­s­ki door James Park Sloan heb ik op dit moment meer zin om The Her­mit of 69th Street te lezen. Dit is het laat­ste boek van Jerzy Kosin­s­ki en het vormt de aan­lei­d­ing om aan dit hele project te begin­nen.

The Her­mit of 69th Street is geschreven als reac­tie op een beschuldig­ing van pla­giaat door twee jour­nal­is­ten aan het adres van Kosin­s­ki. Iets wat ik niet wist toen ik er jaren gele­den ken­nis van nam. Het hele boek is vergeven van voet­noten en citat­en, wat het lezen tot een bij­zon­dere ervar­ing maakt. De gedachte hier­achter is om aan te tonen dat het bij­zon­der moeil­ijk (of wel­haast onmo­gelijk) is om ook maar een enkele orig­inele zin­snede op papi­er te kri­j­gen omdat alles wel eens eerder gezegd of geschreven is.

hermit

A pow­er­ful log of sto­ry­telling, The Her­mit of 69th Street is Jerzy Kosinski’s most inno­vat­ing nov­el since his 1969 Nation­al Book Award­win­ning Steps and The Paint­ed Bird and is also his most per­son­al nov­el to date. Dubbed an “aut­ofic­tion” by the author, it is at once sus­pense­ful and fun­ny, sav­age and ten­der, sex­u­al and pious.
Nor­bert Kosky, the fifty-five-year-old pro­tag­o­nist of the book is, like the pro­tag­o­nist of Steps, a half-Euro­pean, half-Amer­i­can Holo­caust sur­vivor, who has emerged from his expe­ri­ences in the war-torn, only slight­ly myth­i­cal coun­try of Ruthe­nia with most of his ver­i­ties scorched but spir­i­tu­al­ly much more lumi­nous. But, while in Steps Kosinski’s homo duplex cold­ly descends the stair­case of imper­son­al hell, Kosky is, in his own words, a spir­i­tu­al wrestler — a wrestler, he points out, not a lit­er­ary box­er — who wres­tles his rebel­lious Self the only way he knows how: by wrestling the art of the nar­ra­tive tra­di­tion.
As we wres­tle it with him The Her­mit of 69th Street takes the read­er on a wild ride through spir­i­tu­al land­scapes both har­row­ing and hilar­i­ous. It fus­es and, says the author, will­ing­ly con­fus­es foot­prints and foot­notes, alche­my and reli­gion, sex and cabala. It is Jerzy Kosin­s­ki at his new and dif­fer­ent nar­ra­tive best.

The Her­mit of 69th Street
Jerzy Kosin­s­ki
Uit­gev­er Seaver Books
ISBN 0805006117

~ ~ ~

Het project Kosinski

“Jerzy Kosin­s­ki” by Vic­tor Skreb­ne­s­ki

Begin 2015 stond er een rijt­je boeken op mijn bureau waar­van ik het voorne­men had om ze alle­maal te lezen voor­dat het jaar ten einde was. Het waren er vijf­tien. Eind decem­ber maak­te ik de bal­ans op en con­sta­teerde dat ik in totaal vieren­der­tig boeken had gelezen. Maar van het rijt­je boeken dat in jan­u­ari op mijn bureau stond had ik er slechts vier gelezen.

Begin 2016 heb ik één boek op mijn bureau staan, en wel Jerzy Kosin­s­ki — A Biog­ra­phy door James Park Sloan:

He was hailed as one of the world’s great writ­ers and intel­lec­tu­als, with nov­els like The Paint­ed Bird and Being There. He was acclaimed as a hero­ic sur­vivor and wit­ness of the Holo­caust. He won high lit­er­ary awards, made the best­seller list, taught and lec­tured in pres­ti­gious uni­ver­si­ties, and became an inti­mate of the rich and famous in a jet-set world of glit­ter and glam­our. Then, in a Vil­lage Voice exposé that sent shock waves through­out the intel­lec­tu­al com­mu­ni­ty, he was denounced as a CIA tool, a supreme con man and lit­er­ary fraud, ignit­ing a firestorm of con­tro­ver­sy that con­sumed his rep­u­ta­tion and cul­mi­nat­ed in his head­line-mak­ing sui­cide.

Dit jaar heb ik het voorne­men om zo’n beet­je alles wat ik door en over Jerzy Kosin­s­ki kan vin­den te lezen (of te bek­ijken indi­en het beeld­ma­te­ri­aal is). Al jaren ben ik gefasci­neerd door de boeken van deze schri­jver en toen ik in decem­ber via Ama­zon ein­delijk een engel­stal­ig exem­plaar van The Her­mit of 69th Street te pakken had gekre­gen wilde ik eigen­lijk meer weten over de achter­grond van dit boek en de mogelijke relatie met zijn zelf­mo­ord. Daarom eerst maar eens boven­ver­melde biografie op de kop getikt. Al gaan­deweg het eerste hoofd­stuk ontstond het idee om me verder te gaan verdiepen in lev­en en werk van deze auteur.

Natu­urlijk zal ik ook andere boeken (die niet over Jerzy Kosin­s­ki gaan) van andere schri­jvers bli­jven lezen, want mezelf ken­nende weet ik dat dat vanzelf gaat. Het onder­w­erp Kosin­s­ki gaat echter het cen­trale the­ma vor­men in mijn leesac­tiviteit­en voor 2016.

Wat het me gaat bren­gen en of ik het vol zal houden? Ik heb geen flauw idee. Het is tenslotte slechts een voorne­men.

~ ~ ~

Dit is een bij­drage voor het #50books ini­ti­atief dat in 2016 door Hen­drik-Jan de Wit wordt ver­zorgd.
Vraag 1
Wat is je leesvoorne­men voor 2016?

~ ~ ~

Kapper

Vanocht­end was het weer eens tijd om een bezoek­je aan de kap­per te bren­gen. Inmid­dels heb ik na vele omzw­ervin­gen en meer en min­der goede ervarin­gen een vast adres gevon­den in de bin­nen­stad van Arn­hem. Niet echt om de hoek (de Turkse kap­per annex gezichts­masseur alsook nek­w­ervelkrak­er in ons buurtwinkel­cen­trum zou eerder voor de hand liggen, maar daar mag ik niet meer naar toe; nee, ik mag niet kla­gen…) maar wel betrouw­baar. Fijn is ook dat, ondanks dat ze pas om 9:00 uur open­gaan, je er toch al een kwartiert­je eerder naar bin­nen kunt. Met een kop­je koffie en de krant is het dan aan­ge­naam wacht­en in de weten­schap dat je bin­nenko­rt als eerste geholpen gaat wor­den. Aldus liep ik deze ocht­end rond half negen over het plein voor de Euse­bius kerk richt­ing de kap­sa­lon. Inmid­dels was de mist wat meer opgetrokken zodat ik de kerk nu wel op de foto kreeg, iets wat me eerder vanaf de Nel­son Man­dela brug niet zou zijn gelukt want daar hing een ste­vige nev­el boven de Rijn die het uitzicht op de stad geheel ont­nam.

arnhem

Nu zullen jul­lie denken wat dit alles te mak­en heeft met de beant­wo­ord­ing van de vijfde vraag in de #50books reeks. Wel, alles. Jul­lie moeten weten dat ik namelijk niet zo vaak in de stad kom. Ik heb daar nooit zo’n zin in. Er valt voor mij daar niet zoveel te halen. Met uit­zon­der­ing van (en hier komt de link naar #50books om de hoek kijken) cd’s en boeken. Daar­voor kun­nen ze me alti­jd naar de stad sturen. Ben ik daarom ver­plicht voor welke onbe­nul­lige reden dan ook weer de stad te bezoeken, dan breng ik stan­daard ook bezoek­jes aan de plaat­selijke muziek- en boek­winkels. Niet dat ik niet af en toe gebruik maak van de online bestel­dien­sten, maar daad­w­erke­lijk fysiek rond­neuzen tussen de schap­pen vol muziek en lit­er­atu­ur is toch van een geheel andere dimen­sie. Een­t­je die wat mij betre­ft nog niet te ver­van­gen is door het gescroll en gek­lik op de plaat­jes in de dig­i­tale web­shops.

antwoord5

Een­maal thuis staren me vier nieuwe boek­ti­tels aan die schree­uwen om gelezen te wor­den. Nu! Meteen! Ik als eerste! Nee, ikke! En ik besef dat ik het mezelf weer onn­odig moeil­ijk heb gemaakt. Gelukkig heb ik er iets op gevon­den. Begin vorig jaar heb ik een goodreads account aange­maakt en heb mezelf het stramien opgelegd van een x aan­tal boeken per jaar (25 in 2012, 30 in 2013), waar­bij ik max­i­maal twee boeken tegelijk­er­ti­jd mag lezen (een stuks fic­tie en een stuks non-fic­tie). Boven­di­en moet ik ze ook daad­w­erke­lijk hele­maal uitlezen voor­dat ik aan een vol­gend boek kan begin­nen. Strakke maar een­voudi­ge en daarom doel­tr­e­f­fende regelt­jes die me behoe­den bij elke aankoop van een nieuw boek ent­hou­si­ast in deze aan­winst te duiken ter­wi­jl er nog ettelijke halfgelezen titels her en der in huis liggen te wacht­en. Dat overkomt me dus niet meer.

En daarom kan ik bij deze volkomen ter goed­er trouw bew­eren dat ondanks mijn boekenkast weer enkele nieuwe exem­plaren rijk­er is, ik toch vast­ber­aden bli­jf lezen in:

  • fic­tie: The paint­ed bird, Jerzy Kosin­s­ki
  • non-fic­tie: 1812: Napoleons fatale veld­tocht naar Mosk­ou, Adam Zamoys­ki

painted

Jerzy Kosin­s­ki (vooral bek­end door de ver­film­ing van zijn boek Being There, met Peter Sell­ers in de hoof­drol) is een auteur waarmee ik lang gele­den via zijn boek Cock­pit in aan­rak­ing ben gekomen. Nu is hij er één van de lijst auteurs die ik geregeld bli­jf (her)lezen. Ik denk zo’n beet­je alles van hem gelezen te hebben behalve de twee boeken die hij uit­ge­bracht heeft onder het pseudoniem Joseph Novak. The paint­ed bird is het veron­trustende ver­haal van een joodse jon­gen die tij­dens WO-II door zijn oud­ers onderge­bracht wordt bij een oude vrouw op het plat­te­land ergens in Oost Europa om uit de han­den van de Nazi’s te bli­jven. Wan­neer de vrouw komt te over­li­j­den is dit het begin van een zwerftocht van de jon­gen door het voor­namelijk achterge­bleven of achter­lijke boerenge­bied. Zijn lot­gevallen geven vooral een onaan­ge­naam beeld van het open­lijk bele­den racisme en geweld tegen vreemdelin­gen in deze besloten gemeen­schap­pen. Elke keer weer bij her­lez­ing schokt het me opnieuw. Iets wat ik eigen­lijk bij alle boeken van Kosinksi heb.

1812

Het boek door Zamoys­ki speelt zich gro­ten­deels in vergelijk­baar gebied af, maar dan ruim een eeuw eerder. We vol­gen om en om de twee hoof­drol­spel­ers in Napoleons desas­treuze mars door Oost Europa richt­ing Mosk­ou, namelijk Napoleon zelf en tegen­over hem tsaar Alexan­der van Rus­land. Maar bove­nal kri­j­gen we een inkijk­je in de ont­berin­gen van de twee gigan­tis­che leg­ers die veld­sla­gen lev­eren waar de zin­loosheid, soms minieme ter­rein­winst en ontel­bare slachtof­fers pas weer in WO-I opnieuw her­haald wor­den. Wan­neer je al lezende probeert te bevat­ten welke omvang deze oper­atie heeft (door Napoleon in gang gezet om defin­i­tief het macht­sev­en­wicht in Europa vast te leggen) gaat het al snel duize­len. Iets wat duidelijk viel af te lezen op het gezicht van de acteur Joost Prin­sen (aka Erik Engerd) die in het pro­gram­ma Ver­bor­gen Verleden op zoek ging naar zijn vooroud­ers en daar­bij stuitte op een fam­i­lielid welke als sol­daat mee was getrokken met Napoleon. En ook nog eens de helse terug­tocht door de Rus­sis­che win­ter wist te over­leven. Joost Prin­sen besluit een aan­tal plekken van die tocht te bezoeken. Om een beeld te kri­j­gen wat de sol­daat meege­maakt moest hebben las hij tij­dens de trein­reis naar Polen en Wit-Rus­land in het boek van Zamoys­ki. Her­haaldelijk zien we hem vol ongeloof de bladz­i­jdes omslaan en opkijken met een blik die aan­gaf hoe groot de ver­schrikkin­gen wel niet moesten zijn waaraan het leg­er was bloot­gesteld. Aan­gri­jpend is het frag­ment waar Prin­sen spon­taan uit de kleren gaat om dezelfde ervar­ing te onder­gaan bij een door­waad­bare plek in een riv­i­er waar de sol­dat­en uit het leg­er van Napoleon ook doorheen zijn getrokken. Onmid­del­lijk door en door verkleumd na enkele passen in de stromende riv­i­er voelt hij zich voor even ver­bon­den met de sol­daat die miss­chien wel tij­dens deze terug­tocht een joodse vrouw uit Polen mee heeft genomen naar Ned­er­land. Zo wil althans het ver­haal bin­nen zijn fam­i­lie waarover hij nu ein­delijk meer infor­matie denkt te hebben verkre­gen.

~ ~ ~

Mijn bij­drage voor 50books – vraag 5:
Welk boek lees je op dit moment?

~ ~ ~

Communisme, sex en leugens — Maria Genova

In een zoveel­ste poging om hier ver­slag te doen van mijn leeser­varin­gen, deze keer aan­dacht voor het boek ‘Com­mu­nisme, sex en leu­gens’ van Maria Gen­o­va.
Het is haar eerste boek en ver­scheen in maart 2007.

Het kansloze aspect betre­ft hier natu­urlijk mijn geregeld tot max­i­male stil­stand val­lende leespe­ri­odes. Weken die voor­bij vliegen van­wege aller­hande pro­jectwerkza­amhe­den en die geen enkele ruimte bieden om daar­naast nog van een goed boek te kun­nen geni­eten. Of, heel soms, enkele dagen van relatieve rust waarin dan ein­delijk een boek van begin tot eind kan wor­den uit­gelezen, maar waar­na dan weer niet de tijd genomen kan wor­den om er ver­slag van te doen. Dus, bij voor­baat kansloos in die zin dat het miss­chien weer een een­ma­lige oprisp­ing is om van­daag een leeser­var­ing te willen delen.

Zoals nu over ‘Com­mu­nisme, sex en leu­gens’, een boek wat ik vanocht­end met een tevre­den gevoel heb uit­gelezen. Het vertelt op een uiterst onder­houdende wijze de gang naar vol­wassen­heid van een jonge vrouw (aange­duid als Mer) in Bul­gar­i­je ten tijde van het com­mu­nisme. Om dan plot­sel­ing gecon­fron­teerd te wor­den met het verd­wi­j­nen van alle zek­er­he­den van datzelfde com­mu­nisme, gesym­bol­iseerd door de afbraak van de Berli­jnse muur. Over­al wordt de geves­tigde poli­tieke elite ver­van­gen door nieuwe gezicht­en, al dan niet hard­handig daar­toe ged­won­gen. Het volk juicht, want een nieuwe tijd is aange­bro­ken. Het juk wordt afge­wor­pen.

Bin­nen korte tijd is er van alle euforie onder een groot deel van de bevolk­ing echter niets meer over. Het is bit­ter ont­wak­en in een nieuwe realiteit van kil kap­i­tal­isme waar de kloof tussen arm en rijk te breed is gebleken om de over­stap te mak­en. Deze zicht­bare schei­d­ing is vele malen con­fron­teren­der dan de oude sit­u­atie waar eenieder in dezelfde sit­u­atie zat.

Het was een onmisken­bare para­dox: tij­dens het com­mu­nisme had­den de meeste mensen genoeg geld, maar ze kon­den daar haast niets mee kopen, nu waren de winkels over­vol met west­erse spullen, maar de meeste mensen had­den geen geld. [p.173]

Natu­urlijk zijn er in de loop der jaren na ‘89 al veel per­soon­lijke getu­igenis­sen ver­sch­enen van hen die opgroei­den onder het juk van een oost-europees cen­tral­is­tisch regime waar gepoogd werd alles en iedereen te con­trol­eren. En daar is dit boek zek­er niet uniek in. Wat mij vooral aansprak is de manier waarop Mer probeert van haar kant een zekere con­t­role over haar lev­en te behouden. Heel bek­waam probeert zij door observeren en han­de­len uit te vin­den waar de gren­zen liggen van de vri­jheid die zij zoekt. Behoedza­am om niet het gevaar te lopen bepaalde ver­wor­ven­heden kwi­jt te rak­en, maar ook op zijn tijd door­tas­tend han­de­lend om gebruik te mak­en van ruimtes die zij ziet.

Vooral op het ter­rein van de liefde ontwikkelt zij zichzelf tot een ervaren speel­ster. In een niets ontziende jacht naar ‘de ware’ maakt Mer con­tact met vele man­nen. Al van jongs af aan probeert zij ervar­ing op te doen met zoveel mogelijk ver­schil­lende types. Maar haar maagdelijkheid is haar heilig. Zij vergelijkt haar zoek­tocht met haar leesge­drag.

Ik keek eerst naar het boekom­slag en als ik die aantrekke­lijk vond, begon ik met lezen. Mensen zijn net boeken: het gaat om de bin­nenkant, maar iedereen ziet eerst de buitenkant. Soms ging ik iets te lang door met lezen in de hoop dat de inhoud alsnog boeiend zou wor­den. […] Ik heb zo heel wat onin­ter­es­sante tek­sten gelezen, maar ik had geen keus. Als ik zou stop­pen met lezen, zou ik ook nooit in aan­rak­ing komen met een meester­w­erk. [p.36]

Wat duidelijk wordt is dat de jeugd van Mer ondanks dat het verre van zorgeloos is, niet geken­merkt wordt door de harde repressie als in de begin­jaren van het com­mu­nisme. Iedereen beseft dat hun lev­en zich afspeelt bin­nen een poli­ti­es­taat maar daar staat tegen­over dat er ook een hoop zek­er­heid is bin­nen die afge­gren­delde werke­lijkheid. Er is werk en zak­en zoals schol­ing en gezond­hei­d­szorg zijn goed geregeld. Humor als alge­meen gehanteerd wapen tegen poli­tiek fungeerde als een bindend ele­ment.

We beseften niet dat dit geen echte vri­jheid was. Voor mij was de poli­tiek een troe­bele zee en mijn lev­en een groot luxe jacht. Ik moest natu­urlijk reken­ing houden met de gol­ven, maar ik con­cen­treerde me vooral op het plezi­er dat ik op het jacht beleefde samen met al die inter­es­sante pas­sagiers. [p.91]

Op deze manier weet Mer zich staande te houden. En kleur­rijk zijn de pas­sages die voor­bij komen over het lev­en op dit ‘groot luxe jacht’. Wat me bij het vol­gende aspect brengt waarom ik dit boek graag gelezen heb. Het deed me namelijk af en toe denken aan vergelijk­bare pas­sages uit het werk van Jerzy Kosin­s­ki. Deze, van orig­ine Poolse schri­jver (die ik graag mag lezen), heeft ook geschreven over zijn jeugd in een com­mu­nis­tisch land.

Hoewel Kosin­s­ki in zijn romans een veel donkerder en onrust­baren­der beeld schetst van de onder­linge menselijke ver­houdin­gen  (waarschi­jn­lijk omdat het zich afspeelde tij­dens een meer repressief regime) trof mij vooral het manip­u­latieve karak­ter bij de hoofd­per­so­n­en. Mer, hoe fris en fruit­ig zij over mag komen, is toch op gezette tij­den bezig de sit­u­aties naar haar hand te zetten. Een belan­grijk ver­schil met de hoofd­per­so­n­en bij Kosin­s­ki is wel dat Mer er probeert iets mee te doen, ter­wi­jl dat bij Kosin­s­ki vaak ont­breekt. Daar gaat het meestal om het manip­uleren als exper­i­ment. Er is een grotere afs­tandelijkheid bij wat men teweeg­bracht. De hoofd­per­so­n­en bij Kosin­s­ki komen over als lab­o­ran­ten die proeven uitvo­eren en hun obser­vaties nauwkeurig boek­staven. Mer is een warm­bloedig per­soon die het geleerde in prak­tijk brengt bij haar vol­gende ont­moetin­gen. Daar­door wekt zij veel meer sym­pa­thie op.

Grap­pig vond ik ook nog te zien dat zow­el Mer als Kosinski’s hoofd­per­so­n­en op een gegeven moment ver­licht­ing zoeken in het skiën. Het zal toe­val zijn, maar mijn invulling is dat het skiën miss­chien gevoeld kan wor­den als ook een soort van con­t­role overne­men. Bin­nen de restric­ties  van de gebo­den vri­jheid en ruimte kan men ver­vol­gens roekeloos een berg afdalen. Volledi­ge vri­jheid bin­nen een beperk­te vri­jheid.

En dat is ook de bood­schap die ik in het boek meen te lezen. Een con­tinu aftas­ten van de gren­zen die opgelegd wor­den om een zo groot mogelijke vri­jheid te bereiken. Zich niet neer­leggen bij de beperk­ing, maar alti­jd op zoek naar de rek die er in zit. In die zin vind ik Mer een krachtig per­soon die poogt haar lev­en vorm te geven en daar bij­zon­der goed in slaagt.

Het boek eindigt en begint met Mer vertel­lend vanu­it Las Vegas. Bul­gar­i­je heeft ze inmid­dels al lang achter zich gelat­en. Het ‘grote luxe jacht’ is aange­meerd en de reis van Mer heeft zich voort­gezet op het woelige vaste land.

~ ~ ~

Na ‘Com­mu­nisme, sex en leu­gens’, ver­sch­enen er van Maria Gen­o­va nog twee boeken. In feb­ru­ari dit jaar ‘Man is sto­er, vrouw is hoer’, het relaas van een vrouw die 12 jaar getrouwd was met een lover­boy. En dit week­end was de boekp­re­sen­tatie van ‘Vrouwen die in man­nen geloven’. Over de ver­w­even­heid tussen Rus­sis­che miljon­airs en de maf­fiose onder­w­ereld.

~ ~ ~