Uitgelezen — april 2018

The Fourth Hand — John Irving

En opeens had ik zin om weer eens een boek van John Irv­ing te lezen. De laat­ste keer (jaren gele­den) her­las ik The World accord­ing to Garp. Ik twi­jfelde of ik er opnieuw in zou begin­nen, of miss­chien iets anders uit dezelfde ‘vroege’ peri­ode want dat zijn de boeken die ik het meest waardeer. Uitein­delijk koos ik voor The Fourth Hand. Ooit was ik daar al in begonnen, maar in mijn herin­ner­ing had ik het niet hele­maal uit­gelezen. Een nieuwe kans dus.
Dit­maal heb ik het wel tot het einde gelezen en het viel me alleszins mee. De insteek is typ­isch Irvin­giaans. Al meteen in het eerste hoofd­stuk mak­en we ken­nis met een jour­nal­ist die tij­dens een live uit­ge­zon­den reportage in een bizar ongeval zijn link­er­hand ver­li­est. Ver­vol­gens mak­en we ken­nis met een aan­tal per­so­n­en die een rol bli­jven spe­len in zijn lev­en, zoals daar zijn de chirurg die hand­trans­plan­tatie bij hem zal uitvo­eren, een col­le­ga op het werk die per se een kind van hem wil (en zijn baan) en een vrouw die de hand van haar overleden man beschik­baar stelt.
Ook deze laat­ste vrouw wil een kind van de jour­nal­ist waar­bij de hand van haar overleden echtgenoot een mys­terieuze rol speelt. In tegen­stelling tot de col­le­ga van de jour­nal­ist slaagt zij wel in haar opzet en tevens raakt de jour­nal­ist ook nog eens tot over zijn oren ver­liefd op haar. Vooral­snog ziet de weduwe het echter niet zit­ten om een relatie met de jour­nal­ist aan te gaan.
De hernieuwde ken­nis­mak­ing met het werk van Irv­ing beviel me goed, hoewel ik nog steeds eerder geneigd ben om de vol­gende keer een oud­er werk te her­lezen. Ik heb nog een ongelezen dikke pil staan (Until I find You) en er zijn ook enkele nieuwere boeken die ik niet aangeschaft heb, maar ik zou liev­er Hotel New Hamp­shire of Set­ting free the Bears oppakken. De vraag is alleen of ik er de komende tijd uber­haupt aan toekom om iets van hem te lezen gezien de grote stapel boeken die ik eerst weg wil werken. We gaan het zien.

While report­ing a sto­ry from India, a New York tele­vi­sion jour­nal­ist has his left hand eat­en by a lion; mil­lions of TV view­ers wit­ness the acci­dent. In Boston, a renowned hand sur­geon awaits the oppor­tu­ni­ty to per­form the nation’s first hand trans­plant; mean­while, in the dis­tract­ing after­math of an acri­mo­nious divorce, the sur­geon is seduced by his house-keep­er. A mar­ried woman in Wis­con­sin wants to give the one-hand­ed reporter her husband’s left hand — that is, after her hus­band dies. But the hus­band is alive, rel­a­tive­ly young and healthy.
Uit­gev­er: Blooms­bury
ISBN: 9780747554325
~ ~ ~
Mijn com­plete leesli­jst is hier te vin­den.
~ ~ ~

In de herhaling

rereading

Op muziek kan ik soms erg jalo­ers zijn. Dat klinkt miss­chien wat raar, maar wat ik probeer te zeggen is het vol­gende: muziek is zo goed als alomte­gen­wo­ordig. Het maakt niet uit waar ik ben of wat ik doe, vaak speel ik muziek uit mijn eigen verza­mel­ing af of heb de radio aan staan. Zo kri­jg ik toch zon­der er al te veel voor te hoeven doen mijn dagelijkse por­tie muziek mee.

Hoe anders is dat met lit­er­atu­ur. Ik zal echt zelf een boek ter hand moeten nemen anders gaat het com­pleet aan me voor­bij. Nie­mand die iets voor­leest ter­wi­jl ik in de rij bij de super­markt sta. Geen ‘ele­va­tor­lit­er­a­ture’ in open­bare gebouwen die ik bezoek. Natu­urlijk kan ik een audioboek down­load­en op mijn mobiel of op cd voor in de auto. Maar dan is het wel zaak dat ik goed gecon­cen­treerd bli­jf want anders mis ik nog steeds een hele­boel.

Lezen is voor mij een indi­vidu­ele bezigheid die ik bij voorkeur zon­der al te rumo­erig gezelschap (lief­st hele­maal nie­mand) en met de juiste con­cen­tratie dien uit te voeren. Ter­wi­jl muziek luis­teren iets is wat ik zelfs tij­dens het berei­den van het avon­de­ten kan doen.

En dat maakt me dus zo jalo­ers. Want muziek kan op deze manier veel meer onderdeel van mijn lev­en wor­den dan lit­er­atu­ur. Een mooi num­mer zet ik op repeat en ver­vol­gens leer ik het in alle details ken­nen.

Maar een mooi boek?

Dat is gedoemd te verd­wi­j­nen naar de ver­getel­heid omdat er zoveel nog te lezen boeken klaarliggen. Niks geen repeat knop voor een boek waar ik na eerste lez­ing hele­maal weg van was. Hoo­gu­it zet ik het in mijn boekenkast (indi­en ik het gekocht had) ‘voor lat­er’. Vaak tegen beter weten in. Is dat eigen­lijk niet te zot voor woor­den?

Als ik daarom (van Hen­drik-Jan) een top-10 lijst­je moet opstellen van boeken die ik iedereen zou willen aan­raden, dan kies ik er nu eens voor om het anders aan te pakken. Wat hieron­der vol­gt zijn tien boeken waar­van ik ooit heb gezegd dat ik ze opnieuw zou gaan lezen mocht mij de tijd gegeven zijn.

Bij som­mi­gen is dat al gelukt en net als bij een mooi muzieknum­mer kan ik er nog steeds niet genoeg van kri­j­gen. Juist het vak­er lezen van dezelfde tekst maakt goeie lit­er­atu­ur alleen maar indruk­wekkender.

Zou het miss­chien niet beter zijn om de helft van het jaar te best­e­den aan het her­lezen van boeken die je ooit de moeite waard vond? En de andere helft aan nieuwe boeken? Ik ga het toch eens serieus over­we­gen.

Hoe dan ook, de opsom­ming die hieron­der vol­gt is slechts een kleine afspiegeling van wat ik graag opnieuw zou willen lezen en de vol­go­rde is com­pleet willekeurig. Zelfs nu ik het lijst­je ‘defin­i­tief’ heb neig ik er alweer naar om wat te veran­deren.

Maar het gaat om het idee, niet om de lijst. Dus hier komen ze.

Tien boeken die wat mij betreft in de herhaling mogen:

De zond­vloed — Jeroen Brouw­ers
Val­lende oud­ers — A.F.Th. van der Hei­j­den
Gan­green — Jef Geer­aerts
Kort Amerikaans — Jan Wolk­ers
Paint­ed bird — Jerzy Kosin­s­ki
S. — J.J. Abrams & Doug Dorst
Amer­i­can Psy­cho — Bret Eas­t­on Ellis
Zen and the Art of Motor­cy­cle Main­te­nance — Robert Pir­sig
1984 — George Orwell
The World accord­ing to Garp — John Irv­ing

~ ~ ~

Dit is een bij­drage voor het #50books ini­ti­atief dat in 2016 door Hen­drik-Jan de Wit wordt ver­zorgd.
Vraag 4
Welke 10 boeken zou iedereen gelezen moeten hebben?

~ ~ ~

Watermethodeman

Een col­le­ga hielp het mij herin­neren. In zijn beter­schaps­mailt­je aan mijn adres ver­wees hij naar een boek van John Irv­ing dat ik lange tijd gele­den gelezen had:
De water­meth­ode­man.

Och, wat had ik gegriezeld bij de beschri­jvin­gen van de bezoek­jes door hoofd­per­soon Fred Trumper aan zijn uroloog. Door­dat hij geze­gend was met een ‘kro­nke­lig urinekanaal’ zat ’s ocht­ends meestal zijn ‘appa­raat’ hele­maal dicht­gek­leefd. Dat bezorgde hem ver­vol­gens helse pij­nen bij de ‘eerste plas’ van de dag. En ook het neuken viel hem zwaar. In de woor­den van Fred:

Een orgasme is waar­lijk een cli­max. Klaarkomen is een trage beleve­nis — de lange, won­der­lijke reis van een schurende, al te grote bal­last.
[blz.8]

Al meteen op de eerste bladz­i­jdes van het boek wilde de uroloog met een glazen staaf­je het prob­leem tijdelijk uit de wereld helpen. Onwillekeurig met over elka­ar geknepen benen las ik ges­pan­nen verder. Net als nu. Maar nu ook nog met de hilar­ische scène in gedacht­en van cabarati­er Najib Amhali die een soort­gelijk fysiek onder­zoek onder­gaat en welke een diepe bli­jvende indruk op me heeft achterge­lat­en:

Snel bladerde ik verder naar waar ik eigen­lijk het boek voor uit de kast had gehaald, namelijk de vier keuze­mogelijkhe­den die Fred had om met zijn prob­leem te leren lev­en:

  1. medici­j­nen slikken en accepteren dat er zo nu en dan peri­odes van veel onge­mak zouden zijn;
  2. stop­pen met neuken (want stop­pen met plassen zou teveel gevraagd zijn);
  3. de water­meth­ode;
  4. een oper­atie.

Fred kiest voor de water­meth­ode. Iets wat zijn uroloog vooraf al voor­spelde. En ik ver­moed dat de meeste man­nelijke lez­ers daar ook voor gekozen zouden hebben. Iets wat John Irv­ing denk ik wel voor­speld zou hebben.

Ikzelf zit nu ook aan het water. Al vanaf woens­da­gnacht werk ik liters per dag naar bin­nen. Zon­der mor­ren. Zon­der effect. Want de pijn (slechts zeurend omdat de pijn­stillers hun werk goed doen) bli­jft als teken dat het nier­gruis (ik weiger vooral­snog om over nier­ste­nen te prat­en) nog niet afgevo­erd is. Tot nu toe geen ver­lossende plons of tik tegen het glazu­ur van de wc-pot die me in juichen zal doen uit­barsten.

Daarom drink ik elke dag nog meer dan de dag ervoor. Er resten me slechts twee dagen. Tot woens­da­gavond. Dan zit de week er op. De week die als ter­mi­jn is gegeven waarin het nier­gruis (iets anders kan het niet zijn) op natu­urlijke wijze (een beet­je geholpen door heel veel natu­urlijk bron­wa­ter) via mijn hopelijk niet al te kro­nke­lig urinekanaal in het riool moet zijn geloosd. Want anders… (niet aan denken,

posi­tief bli­jven

dat moet lukken. Twee dagen is heel lang. In die tijd kun je heel veel water drinken. Dus ik hou het kort van­daag en schenk mezelf een flink glas, wat zeg ik, ik schenk me hele­maal geen glas meer in, maar pak de hele fles en proost op mijn gezond­heid. Doen jul­lie mee?
Ja?
Wel­nu dan. Proost!

~ ~ ~

Een man mag niet huilen

Het was lang gele­den dat ik een boek van John Irv­ing had gelezen. Ruim een maand gele­den zocht ik ‘A wid­ow for one year’ uit de stapel nog-te-lezen. Belan­grijk­ste aan­lei­d­ing was de doc­u­men­taire ‘De wereld vol­gens John Irv­ing’ die ik onlangs had gezien bij Het uur van de wolf. Nadat ik de gehele uitzend­ing adem­loos had uit­gekeken wilde ik meteen aan een boek van hem begin­nen, maar ik had me voorgenomen nu eens niet opnieuw andere titels waarmee ik bezig was voor­ti­jdig opz­ij te leggen. Dus las ik geduldig verder in ‘Impe­r­i­al Bed­rooms’ van Bret Eas­t­on Ellis en ‘Willpow­er’ van Baumeis­ter en Tier­ney. Wat geen straf is, voor de duidelijkheid.

En nu ben ik dus oud­er­wets onderge­dom­peld in de bizarre vertellin­gen die in mijn ogen alleen John Irv­ing kan verzin­nen. Maak ken­nis met de 16-jarige Eddie O’Hare die een vakantiebaan­t­je heeft gevon­den als assis­tent van een kinder­boeken­schri­jver. Alleen blijkt deze man meer inter­esse te hebben in de lokale ongelukkige huisvrouwt­jes (waar­van er vol­doende voorhan­den zijn) dan in schri­jven. Zijn eigen vrouw is ook diep-ongelukkig na het over­li­j­den van hun twee kinderen en Eddie blijkt vooral gere­cru­teerd te zijn om haar sex­ueel van dienst te kun­nen zijn. Al op de eerste pagina’s vol­gt een hilar­ische con­frontatie waar het jong­ste kind (geboren na het over­li­j­den van haar twee broers die ze dus nooit gek­end heeft) ’s nachts wakker wordt en haar moed­er op han­den en voeten in bed aantre­ft, met Eddie achter haar volop bezig met zijn vakantiew­erk. De toon is gezet.

Gaan­deweg het boek kwam ik erachter dat som­mige pas­sages erg herken­baar waren. Het was een zoveel­ste boek waarin ik ooit begonnen was en daar­na weer opz­ij had gelegd voor een ander. Of omdat me de tijd en/of rust weer eens ont­brak om verder te lezen. Ik werd hierin beves­tigd toen ik op pag­i­na 94 een kort streep­je in de kantli­jn aantrof. Bij de vol­gende pas­sage:

Please… I want to go home,” Eddie told her.
It was a weak­ness he would car­ry with him for the rest of his life: he would always be inclined to cry in front of old­er women…
[p.94, A wid­ow for one year — John Irv­ing]

Ik keek voor in het boek. Op het titel­blad had ik geschreven dat het boek in 1998 in mijn bez­it was gekomen. Voor mijn ver­jaardag zo herin­nerde ik mij. Maar wat ik mij niet goed voor de geest kon halen was wan­neer ik in die tijd het boek ben gaan lezen. Wel waarom ik de zin­snede gemar­keerd had.

Afgelopen week had ik de eerste uit een serie van vier 1-op-1 coach­ing gesprekken. Ze zijn geor­gan­iseerd in het kad­er van de lei­der­schap­strain­ing die ik vorig jaar okto­ber gevol­gd heb. De 1-op-1 gesprekken zijn niet ver­plicht, maar ik had besloten er toch gebruik van te mak­en. Het gesprek ging een geheel andere kant uit dan ik vooraf had ingeschat. Gelukkig wel de goede kant, wat mij betrof. De ver­stand­houd­ing was goed en ik heb din­gen gezegd die hopelijk duidelijk kun­nen mak­en waar ik op dit moment mee wors­tel. Ik kijk uit naar de vol­gende gesprekken.

Voor het zover is heb ik natu­urlijk de gebruike­lijke por­tie huiswerk meegekre­gen. Verder ook de nodi­ge zak­en ter over­denk­ing. Iets wat me meteen intrigeerde was haar uit­spraak om dicht bij mezelf te bli­jven. Tij­dens de sessie raak­ten we aan de praat welke aspecten in mijn werk me de juiste moti­vatie geven. En in hoev­erre mijn gedrag op kan­toor anders is dan bijvoor­beeld thuis. Ben ik een ander per­soon wan­neer ik werk, dan privé? Waarschi­jn­lijk wel. Maar hoeveel anders? En indi­en veel, is dat dan erg?

Dit week­end nam ik weer eens de tijd om mijn blog nad­er te beschouwen. Na twee maan­den (jan­u­ari en feb­ru­ari) dagelijks bloggen is er de laat­ste tijd de klad in gekomen. Dat vind ik jam­mer. Hoewel ik hoogst­waarschi­jn­lijk niet terug ga naar het dagelijks bloggen wil ik de komende weken wel weer meer gaan posten. Zoals het mij geholpen heeft tij­dens de 100-dagen actie na de lei­der­schap­strain­ing, denk ik dat het me nu kan helpen om wat verder te onder­zoeken wie ik nu eigen­lijk ben. Niet wie ik wil zijn op mijn werk. Of hier op mijn blog. Maar wie ik echt ben. Zon­der opsmuk. Gewoon de ware ik. En dat kan miss­chien tegen­vallen. Zow­el voor jul­lie als ook voor mij.

Dus gerede kans dat hier weer regel­matig blogs gaan ver­schi­j­nen. Waarin ik me af en toe wat kwets­baarder ops­tel dan voorheen. En ook over wat andere onder­w­er­pen blog dan wat jul­lie van mij gewend zijn.

Terug naar Irv­ing en mijn streep in de marge op pag­i­na 94. De zin­snede sprak me aan omdat ikzelf diezelfde neig­ing soms ook maar met moeite weet te onder­drukken. Niet dat ik bij elke willekeurige (oud­ere) vrouw in huilen uit­barst. Verre van dat. Juist het tegen­overgestelde. Een­maal heb ik mij eens van mijn meest zwakke kant lat­en zien en mid­dels een geweldige huil­bui alles wat mij dwars zat uit­gestort in de schoot van een lief­tal­lige dame. Hoewel het mij op het moment zelf ontzettend opluchtte, kon ik daar­na (een­maal bij zin­nen) wel door de grond zakken. Ik kon er niets aan doen, maar bleef het idee houden dat ik haar had teleurgesteld. Het sterk­te mij in de over­tuig­ing dat man­nen niet horen te huilen.

Wat niet wil zeggen dat ik het niet opnieuw zou willen doen wan­neer de juiste gele­gen­heid zich voor­doet. Want de neig­ing bli­jft hard­nekkig op de achter­grond aan­wezig en laat zich soms met de groot­ste moeite onder­drukken. Vaak genoeg merk ik hoe van bin­nen al de dijken aan het bezwijken zijn en ik aan de buitenkant alles in het werk moet stellen om deze (in mijn ogen) zwakke plek te maskeren. Het is de lef die me ont­breekt. Echte man­nen huilen niet. Maar ik ben geen echte man. Ik ben een jankerd die niet durft te huilen. Dat is pas zielig…

~ ~ ~

Inmid­dels ben ik gevorderd tot pag­i­na 129 van ‘A wid­ow for one year’ en ga het boek deze keer wel uitlezen. Wil je mijn leesvorderin­gen vol­gen, bezoek dan mijn profiel op de site van Goodreads.

~ ~ ~