Allemaal groentjes

In de mail een bericht­je of we op don­derdag 6 juni groen uitge­dost op ons werk kon­den ver­schi­j­nen. In ver­band met Emer­son Safe­ty Day. Over­duidelijk bleek dat groen iets met vei­ligheid van doen had. Wat pre­cies daar had ik blijk­baar in eerdere com­mu­ni­catie over dit belan­grijke onder­w­erp over­heen gelezen.

Groene kledij. Er hing niets in mijn spaarza­am ingerichte kled­ingkast. Ja, een blouse die over­we­gend gro­engek­leurd was. Maar verder ook heel veel andere kleurt­jes. Dus dat viel af. In de lade vond ik ver­vol­gens enkele groene hard­loop­shirt­jes. Helaas is het vol­gens onze huis­regels niet geoor­loofd om in sportk­led­ing op kan­toor rond te lopen.

Een laat­ste kans was om tussen de tru­ien te neuzen. Die zat­en iets verder opge­bor­gen omdat het inmid­dels hoog­zomer is (denk aan afgelopen zondag met 33 graden cel­sius hier in Bem­mel). Er zat wel­geteld één groen exem­plaar tussen. Wat zou ik doen? De weer­app gaf aan dat het niet zo’n warm weer zou wor­den van­daag.

En zodoende stond ik deze namid­dag met een ijs­je in de hand in mijn groene trui tussen meerdere groene collega’s voor een foto­shoot op de par­keer­li­jst bij de recep­tie. De foto werd gedeeld op de live­feed van Emer­son die wereld­wi­jd vele duizen­den collega’s liet voor­bij komen die ook had­den meegedaan. Het gaf een super­veilig gevoel.

~ ~ ~

Getuigen gezocht

Het werd wat lat­er dan nor­maal deze avond op kan­toor voor­dat ik naar huis kon. Vaak kri­jg ik dan ook nog een tele­foon­t­je of word ik benaderd op Jab­ber omdat collega’s in de VS zien dat ik online ben. Ik had dus alvast mijzelf uit­gel­ogd uit het sys­teem toen ik met een laat­ste klus bezig was die ik per se af wilde ron­den omdat ik er mor­gen geen tijd voor zou hebben. Tegen zeven uur was ik klaar en zocht mijn spullen bij elka­ar om te vertrekken. Het was mooi geweest voor van­daag.

Tot­dat ik stem­men hoorde bij de recep­tie. Een van de schoon­maak­sters had de deur geopend voor enkele medew­erk­ers van de dienst hand­hav­ing. Er was verder nie­mand aan­wezig in het kan­toorgedeelte dus voegde ik mij bij hen. Ze waren op zoek naar getu­igen. Getu­igen? Had er dan een mis­dri­jf plaats­gevon­den ter­wi­jl ik druk doende was met mijn laat­ste opdracht van de dag? Wat was het? Een over­val op klaar­lichte dag? Miss­chien wel een inbraak bij ons op kan­toor waar ze een meld­ing van had­den gekre­gen via het alarm­sys­teem? Er zouden toch geen slachtof­fers zijn gevallen? Maar was dan de poli­tie, of de ambu­lance?

Geen van al. Iemand had tegen het ver­keer­slicht gere­den bij de kruis­ing voor ons gebouw. En was doorg­ere­den. Dat had wat lichte chaos gegeven omdat het sein net­jes op groen bleef staan. Nu was er een ver­keer­slei­der gear­riveerd die instruc­ties gaf in afwacht­ing van repara­teurs. Onder­tussen probeer­den de hand­havers uit te zoeken wat er gebeurd was. Het werd al snel duidelijk dat ik niets had gezien en ook de schoon­maak­sters niet. Dus maak­te ik een foto en beloofde deze via een mail mor­gen­vroeg door de recep­tie aan de collega’s bin­nen het gebouw rond te lat­en sturen met de oproep of iemand toe­val­lig gezien wie of wat de paal bij het iet­wat te kort nemen van de bocht had meegenomen. Toen kon ik ein­delijk naar huis.

~ ~ ~

Dinsdag, 4 december 2018

Pre­cies twaalf jaar gele­den ver­huis­den we van Vee­nen­daal naar Ede. En met we bedoel ik deze keer voor de veran­der­ing mijn collega’s en ikzelf. Het bedri­jf­s­pand waar ik een paar jaar eerder begonnen was met werken voor Emer­son stond op het punt van inza­kken en het was hoog tijd voor iets mod­ern­ers. Dat von­den we op het indus­tri­eter­rein in Ede. Na de ver­huiz­ing van het mag­a­z­i­jn waar ik gro­ten­deels ver­ant­wo­ordelijk voor was betrok ik een kan­toor dat ik hele­maal voor mezelf alleen had. Heer­lijk!

Een jaar of twee lat­er ver­schoof ik echter van­wege een interne func­tieveran­der­ing naar een bureau in een open ruimte oftewel kan­toor­tu­in. Ik vond het verder pri­ma. Omdat ik niet veel moeite heb met mezelf te con­cen­tr­eren op mijn werk werd ik niet echt afgeleid door alle rumo­er en activiteit om me heen. Dat is al die tijd zo gebleven toen ik op z’n minst nog min­i­maal vijf keer van werk­plek veran­derde.

Van­daag was het opnieuw zover. Omdat er een afdel­ing uit het buiten­land overge­heveld wordt naar onze ves­tig­ing moest er voor hen wat ruimte vri­jge­maakt wor­den op de eerste verdieping. Wij van Busi­ness Sys­tems waren zo berei­d­willig om naar de begane grond te ver­huizen. Waar­bij ik opeens weer een eigen kan­toor kreeg toegewezen. Jip­pie!

Het is nu nog wat kaal en steriel maar dat zal niet al te lang duren. Eerst maar eens begin­nen met de ker­stver­sier­ing voor de dag te halen.

~ ~ ~

Vrijwillig naar kantoor

Deze ocht­end eens een keert­je geen bood­schap­pen doen op mijn to-do lijst­je. Ik mocht gewoon naar kan­toor alsof het een doorde­weekse werkdag was. Dat was het echter niet. Er was een open dag geor­gan­iseerd.

Omdat deze dag agen­dat­e­ch­nisch niet goed uitk­wam voor mijn naaste gezinsle­den had ik al aangegeven geen inter­esse te hebben. Maar wat had het organ­is­erend comité op slinkse wijze toegevoegd aan de vraag­stelling op het for­muli­er? Juist, of er miss­chien onder de afzeg­gers dan weer wel inter­esse was om als vri­jwilliger het even­e­ment te bezoeken. Daar kon ik geen nee op zeggen.

Nou ja, dat kon ik natu­urlijk wel, maar de sociale druk van mijn buur­man op kan­toor die ongelukkiger­wi­jze ook onderdeel vor­mde van de organ­isatie maak­te het bijkans onmo­gelijk. Dus had ik ja inge­vuld en zat ik nu in de auto richt­ing Ede.

Daar was iedereen al druk bezig met de laat­ste voor­berei­din­gen. In mijn geval betek­ende het een hes­je en porto­foon ophalen, want dat was de basisuit­rust­ing die klaar lag voor de ver­keer­srege­laars. Want dat was inder­daad mijn taak deze ocht­end. Daar­na dronk ik een kop koffie met een col­le­ga die dezelfde taak toegewezen had gekre­gen en besprak­en we onder­tussen de tac­tiek die we voor ogen had­den om het ver­keer in goede banen te lei­den. We gin­gen zelfs de sit­u­atie ter plekke bestud­eren (om de tijd te doden).

Toen was het tijd voor de groeps­fo­to alvorens iedereen zijn of haar post opzocht in afwacht­ing van wat komen zou.

En zo stond ik dus een aan­tal uren op een zater­dagocht­end in het zon­net­je bij de ingang van de par­keer­garage iedereen net­jes door te ver­wi­jzen naar de par­keer­plaat­sen aan de voorkant van ons gebouw. Ik had het voor geen geld willen mis­sen.

~ ~ ~

Kantoorburgerlijke ongehoorzaamheid

Vanocht­end vroeg zag ik op kan­toor een col­le­ga van de facil­i­taire dienst bezig om pen­nen­bak­jes onder de bureau’s op onze afdel­ing te mon­teren. Ik vroeg hoe het met hem ging. Naar omstandighe­den goed, kreeg ik als antwo­ord. Hij was sinds kort weer aan het werk. Op ther­a­peutis­che basis.

Dat kon ik begri­jpen.

In decem­ber vorig jaar was hij van een lad­der gevallen en had daar­bij van het ene been de enkel gebro­ken en van het andere de knie. Of daaromtrent. De details weet ik niet pre­cies maar wat ik ervan onthouden heb had hij geprobeerd om staande op de lad­der iets verder te reiken dan hand­ig was waar­door de lad­der onder hem was wegge­gle­den. Gevolg: met ker­st­mis thuis in het gips.

Ik had dit jaar eens geen zin om rond oud en nieuw te werken, grapte hij. Hoewel ik een vol­gende keer toch liev­er bei­de armen breek.

Onder­tussen had hij het laat­ste bak­je beves­tigd. Tijd voor de vol­gende afdel­ing. Maar eerst een kop­je koffie. Ik werk tenslotte op ther­a­peutis­che basis.

Niet veel lat­er kwa­men de collega’s van mijn afdel­ing bin­nenge­drup­peld. Ver­baasd vroe­gen ze zich af wat dat idiote ding onder hun bureau deed, om het daar­na met veel gemop­per te ver­wi­jderen.

Over ther­a­peutis­che bezigheid gespro­ken.

~ ~ ~

Verandering van auto doet krassen

Op mijn vri­je woens­dag kreeg ik een tele­foon­t­je. Op het dis­play ver­scheen een mij onbek­end 06 num­mer. Aan de lijn iemand die vroeg of hij con­tact had met opkoopser­vice boerderij.nl in Bem­mel. Het bleek een col­le­ga van mijn werk te zijn die wat mate­ri­aal in de aan­bied­ing had. Ze weten me inmid­dels goed te vin­den.

Natu­urlijk had ik op voor­hand al inter­esse. Voor de zek­er­heid ging ik don­derdag even kijken en waar ik al bang voor was klopte. Het zou niet alle­maal in mijn Ford Ka passen.

Vanocht­end pak­te ik daarom Inge’s auto (eigen­lijk ook mijn auto, net als de Ka, maar ik rijd er eigen­lijk nooit in). Die heeft meer laad­ver­mo­gen.

Ook een grotere draaicirkel.

Om drie uur ’s mid­dags schoot me te bin­nen dat ik de spullen nog van de werkvlo­er moest oppikken voor­dat het mag­a­z­i­jn ges­loten zou wor­den. Ik reed Inge’s auto uit de par­keer­garage en par­keerde bij de laad- en los­ruimte.

Daar­na keerde ik weer terug naar het gebouw.

Even over­woog ik om de auto buiten te lat­en staan. Er waren al wat collega’s vertrokken om voor de files uit aan het week­end te begin­nen en er was vol­doende plaats om te park­eren.

Rou­tine­matig stu­urde ik echter de par­keer­garage in.

Even over­woog ik om de auto op een plek te park­eren waar wat meer ruimte was omdat ook hier al wat collega’s vertrokken waren.

Rou­tine­matig draaide ik echter met een kort bocht­je naar mijn vaste plek.

De blauwe Audi die naast mijn vaste plek gepar­keerd stond merk­te als eerste dat ik de grotere draaicirkel niet goed had ingeschat. Zijn vaste chauf­feur die toe­val­liger­wi­js net een sigaret stond te roken bij de ingang naar het trap­pen­huis had het als goede tweede door. Ikzelf was afgeleid door het piepende gelu­id in Inge’s auto die aan­gaf dat ik bezig was iets te rak­en.

Niet veel lat­er was ik bezig om het schade­for­muli­er in te vullen zodat de lichte lakschade aan het rechter­porti­er van de Audi via mijn verzek­er­ing kan wor­den gere­pa­reerd.

~ ~ ~