Terug

Gister stuurde Karin Ramaker een tweet de wereld in:

Ik had die tweet niet gezien, maar gelukkig schreef ze er vandaag een blog over. En omdat ik Karin in mijn blogroll heb staan kreeg ik dit blog gelukkig wel onder ogen. Dus ging ik na het lezen van haar oproep naar de comment sectie om mijn blog aan te prijzen.

Om voordat ik op de ‘reactie plaatsen‘ knop drukte mijn aanbeveling alweer weg te halen.

Wat een hoogmoed. Hoe haalde ik het in mijn hoofd mijn eigen schrijfsels bij een ervaren blogger als Karin naar voren te schuiven als iets wat zij per se zou moeten lezen. Alsof zij met al haar schrijfsessies die ze door heel Nederland geeft, en met al haar blogconnecties niets beters onder ogen krijgt. Ik leek wel gek.

Opgelucht leunde ik achterover. Mijn reactie was net op tijd gewist. Algehele hilariteit mij bespaard gebleven. Van beneden klonk een andere oproep. Of ik er nog aan gedacht had om boodschappen te doen. Met een zucht klapte ik de laptop dicht.

Buiten bleef ik een tijdje staan met de autosleutels in mijn handen. Waar had ik dat ding ook alweer geparkeerd? Vertwijfeld keek ik om me heen terwijl het besef dat ik ‘m had uitgeleend net zo langzaam neerdaalde als de lichte regen uit de samenpakkende wolken. Even later liep ik door het kleine parkje wat onze woonwijk scheidt van het meest nabijgelegen winkelcentrum. Het was inmiddels harder gaan regenen. Iets waar ik mij niet op gekleed had. Zuchtend knoopte ik de kraag van mijn dunne zomerjas nog wat verder dicht.

“Watje.”
Verbaasd bleef ik staan. Had iemand commentaar op mijn aanstellerig kromgebogen wandelhouding vanwege de aanhoudende regen? Maar ik zag niemand.
“Natuurlijk moet je onze blogs aanprijzen bij Karin. Ze zijn toch goed! Zit toch niet aldoor te twijfelen.”
Met een schok herkende ik ditmaal de stem. Het was die van mijn alter ego. Man van Hout.

Een hele tijd geleden al had ik hem het zwijgen opgelegd. Hij werd mij te populair. En dat wist hij maar al te goed. Zijn blogs werden keer op keer beter gelezen dan die van mij. Ze waren scherper. Ongenuanceerder. Met meer humor en vaart geschreven. Dat deed het goed bij de lezers. Niet bij mij. Het maakte me jaloers. Op mijn alter ego. Ja, ik weet het. Achteraf gezien klinkt dat vreemd.

“Waarom laat je mij niet opnieuw zo af en toe een blogje schrijven? Onder jouw naam.”
“Waarom zou ik?”
“Omdat ik wel heldere, cut-the-crap en nuchter geschreven blogs kan opleveren. Bijvoorbeeld.”
“Haha, wat zijn we weer lollig.”
“Oh ja, da’s waar ook. En met humor.”
“Hou maar op. Je punt is duidelijk. Ik dacht trouwens dat ik je voorgoed de nek had omgedraaid.”
“Onkruid vergaat niet. En dat gaat ook op voor hout.”
“Ik had het kunnen weten. Waar ben je eigenlijk? Ik hoor je wel maar zie je niet.”
“Achter je.”

~ ~ ~

Nood breekt wetten zeggen ze, en nu ik iedere dag wil gaan bloggen moet ik niet al te moeilijk doen. Alle hulp is welkom. Zelfs die van mijn alter ego. Bij deze heb ik hem overgebracht van het troosteloze parkje naar onze achtertuin en een plek uitgekozen waar ik hem vanaf mijn werkkamer goed kan zien staan. En hij mij. 
Het eerste wat hij heeft gedaan toen ik even niet oplettend was, is alsnog een reactie gegeven onder het blog van Karin. Onder mijn naam. Ik schaam me diep. Hoewel hij zich voor zijn doen erg heeft ingehouden. Maar ik zie dat hij geniet van zijn nieuw verworven positie.

Waar ben ik aan begonnen…?

~ ~ ~

Chillen

Zondag is voor mij een dag die langzamerhand steeds meer in het teken van muziek staat.  Luister ik door de weeks vooral ‘s ochtends en ‘s avonds naar muziek in de auto, op de zondag neem ik vaak wat meer de tijd om er echt voor te gaan zitten. En ik ben daar niet de enige in. Zo is daar bijvoorbeeld de wekelijkse #popmeditatie stipt om 8 uur verzorgd door Steven Gort alsook het liedje op zondag gebracht door Karin Ramaker. Ik kan daar erg van genieten. Het is een combinatie van herkenning, maar ook van uitkijken naar hopelijk iets nieuws. Iets onbekends wat op de een of andere vage reden tot nu toe aan mijn aandacht was ontsnapt, maar een (soms tweede) kans krijgt omdat ik de smaak van een aantal mensen ben gaan waarderen. Wat horen zij, wat ik tot dusverre niet heb gehoord?

Eenzelfde ervaring heb ik ook met het radioprogramma Afslag Thunder Road wat elke zondagavond van 18 tot 20 uur gepresenteerd wordt door Dolf Jansen op Radio 6. Het is nog maar zelden voorgekomen dat ik het programma niet helemaal tot het einde beluister wanneer ik er eenmaal met het bord op schoot goed voor ben gaan zitten. En het is ook nog maar zelden voorgekomen dat na afloop ik niet van minstens één artiest een aantekening heb gemaakt om een album of song op te zoeken. Waarbij ik meer dan regelmatig met het schaamrood op mijn kaken ontdek dat de artiest of band al jaren bestaat en ik er hoogstens van heb gehoord zonder er naar geluisterd te hebben.

Dat haal ik dan zo snel mogelijk in. Zoals vanavond met Lambchop

~ ~ ~

The Daily Growl kwam deze avond tijdens het tweede uur keihard bij me naar binnen. Het intro had een soort van hypnotiserende werking op me, en in mijn onderbewuste dwaalde ik wat rond in de gangen van het ziekenhuis waar mijn vader momenteel ligt. Toen ik hem in mijn gedachten op zijn kamer zag liggen ging er een rilling door mijn lijf, die samenviel met het zingen door Kurt Wagner van de openingzin: 

Thought i felt a chill

Nou, dan weet je het wel.

~ ~ ~ 

Compensatie

Dingen gaan zoals ze gaan. Eerder op de dag ontviel me zomaar een woord. Compensatie.

Er werd een poging gedaan tot duiding. Niet een geslaagde. Gelukkig kwam al snel de trein. Enkele minuten daarna zat ik alweer in mijn auto en vroeg me af wat ik had willen zeggen met compensatie. Ik kwam d’r niet uit, wat ook te maken kon hebben met de afleiding tijdens de tussenstop in het plaatselijke frietkot. Naast me zat namelijk een jonge hond.

Navraag leerde dat hij (of zij, want ik vergat het geslacht te vragen) de leeftijd had van 13 en een halve week. Vooral dat halve intrigeerde mij. Die hond was trouwens erg speels en sprong elke binnenkomende klant onverwachts tegen de benen. Niet iedereen stelde dat op prijs. “Dat doet ie anders nooit” vond ik als excuus nogal ongeloofwaardig overkomen voor een hond die enkele weken geleden nog niet eens bestond. Maar ze kwamen er mee weg.

Thuis bleek dat ik een kroket teveel, maar een bamischijf te weinig had gekregen. De hoeveelheid friet was wel in balans. Daarom zag ik af van verhaal te gaan halen. Ik had al moeite genoeg het verhaal van de tweetup in Arnhem aan mijn vrouw uit te leggen.

En steeds bleef dat woord compensatie maar door mijn hoofd malen. Waarom had ik het gebruikt? Waar kwam het vandaan? En juist op dat moment? Ik besloot nog tijdens het eten van de kroket om er diezelfde avond een blog over te schrijven. Zoiets als een ‘woord van de dag’ blog. Want tenslotte blog ik nu iedere dag.

Maar eerst was daar #blogpraat. Over de goede voornemens met betrekking tot bloggen in 2012. De mijne? Onder andere iedere dag bloggen. En ik ben daarin niet de enige. Tips werden uitgewisseld over hoe te realiseren dat je regelmatig een blog post. In het vooruit schrijven. Vaste thema’s verzinnen. Altijd goed om je heen kijken. Wow. Niet altijd te perfectionistisch willen zijn. Wow? Wat is wow nu weer? Writing on Wednesday, zo werd verklaard. Een (alweer ter ziele gegaan) initiatief om elke woensdag te bloggen. Over een woord:

De Write On Wednesday daagde je uit om na te denken over de betekenis van een woord en wat je erbij voelde of waar het je aan deed denken.
[citaat uit blogpost Karin Ramaker]

Spontaan werd besloten om wow weer in te voeren.

Compensatie. Misschien dat ik er woensdag over ga bloggen…

~ ~ ~

Vallen en opstaan

Ooit las ik eens een mooi woord bij Kees van Kooten. Het woord las lekker, sprak lekker, voelde lekker, maar ik had het nog nooit in de praktijk gezien. Totdat ik enkele jaren later op een zonovergoten Oostends terras zat. Samen met enkele goede vrienden en omringd door de geurige dampen van vele pannetjes mosselen rondom ons keken wij uit over de brede boulevard met daarachter strand en zee. Het bier smaakte goed, de stoelen zaten comfortabel en het leven was vurrukkulluk onder een stralende zomerzon die alles deed glinsteren en glitteren.

En wat doe je dan wanneer je een ideale plek op een terras hebt gevonden? Inderdaad, mensen kijken. Waaraan geen gebrek was. Rijen dik kwamen ze voorbij geschuifeld. In alle formaten en varianten. Een lust voor het oog.

Wat het nog vermakelijker maakte (althans voor ons) was de losse stoeptegel die schuin voor het terras regelmatig schuldig was aan het bijna laten vallen van argeloze voorbijgangers die meer oog hadden voor al het moois om hen heen dan de gesteldheid van de grond waarover zij zich bewogen. Het bijzondere was dat alle slachtoffers niet vielen nadat ze met hun vaak in slippers gestoken voeten achter de tegel bleven steken, maar een soort versnelde voorwaartse beweging maakten om die val juist te voorkomen. Eenmaal weer het evenwicht hervonden liepen ze nog enkele passen verder, om dan pas, een beetje stiekempjes om te kijken naar wat nu eigenlijk de oorzaak was van hun bijna-val. Ietwat beschaamd voor het feit dat ze zo onvoorzichtig waren geweest, maar ook omdat ze misschien het idee hadden dat iedereen getuige was geweest van deze escapade en zij zo het middelpunt van algehele hilariteit waren. Leek dat mee te vallen dan gingen ze snel verder over tot de orde van de dag. Niemand had het gezien, dus was het niet gebeurd.

Mij schoot dat mooie woord van Kees van Kooten na enkele van die struikelpartijen aangezien te hebben ineens te binnen: struikelhul. Voortaan had ik er nu ook een goed beeld bij.

Vandaag, tijdens een bezoek aan de Bijenkorf in Arnhem, struikelde ik (figuurlijk) over het boek Opkrabbelen van Karin Ramaker.

Ik had het boek staan op een lijst (welke ik altijd bij me draag) van boeken die ik nog wil aanschaffen. Het is een lijst die nogal lang is en ik had nog niet de moeite genomen (sorry Karin) om het boek te bestellen of op te zoeken in een boekhandel. Nu diende het zichzelf aan en kon ik er niet meer omheen.

Nadat ik er op mijn gemak een tijdje in had staan te bladeren, wist ik het zeker: dit boek gaat mee richting kassa. Natuurlijk wist ik al voor een gedeelte waarover het boek gaat, want dat had ik al in diverse blogs van Karin kunnen lezen, dus de tekst op de achterflap was geen verrassing:

Iedereen heeft valpartijen en struikelmomenten, maar weinigen durven ervoor uit te komen. Jammer, want het helpt als je weet dat je niet de enige bent en dat je er echt wat aan kunt doen.
[achterflap Opkrabbelen]

Het is vooral de nuchtere toon in het boek die me aanspreekt. Niks geen zware woorden, niks geen zweverigheid, maar gewoon de dingen benoemen zoals ze zijn en praktische (vaak ook onorthodoxe) opdrachten bieden om te helpen bij het opkrabbelen na een val (oftewel, nadat je op je bek bent gegaan). De focus ligt op ‘DOEN’. Wat kun je zelf doen om weer op te krabbelen, en wat kun je doen om te voorkomen (of te herkennen) wanneer je weer dreigt (terug) te vallen. Iets wat mij enorm aanspreekt.

Weer thuis had ik meer tijd om me in het boek te verdiepen. Bij elke bladzijde die ik doornam wist ik dat ik een goede keuze had gemaakt.

~ ~ ~

Nu, enkele uren later ben ik het boek alweer ‘kwijt’. Ik heb het cadeau gedaan aan iemand die ik erg lief heb en die bezig is op te krabbelen. En die sterk genoeg is om onder andere met hulp van de aangereikte tips de controle terug te krijgen. Dat weet ik zeker.

~ ~ ~

Stokje

Vandaag een blog n.a.v. een oproep door Karin Ramaker. Simpel van opzet en daardoor krachtig:
 stel een vragenlijst op, geef je eigen antwoorden en vraag je lezers (of wijs ‘vrijwilligers’ aan) of ze de vragenlijst ook willen beantwoorden en daarna weer doorsturen.
 Bij deze.

De beste manier van ontspannen:

Joggend in weer en wind (liefst met druilerige regen) over verlaten landweggetjes. Alleen met mijn zonderlinge gedachten die allengs meer zinvol lijken te worden totdat ik de bewoonde wereld weer bereik.

Het beste thuisgevoel:

Met een kop koffie aan tafel met mijn ouders en jongere broer in de bijkeuken van het ouderlijk huis in Brabant.

De beste manier om weekend te vieren:

Thuis met geliefde, omringd door boeken en tijdschriften, juiste muziek op de achtergrond, tuindeuren wijdopen met uitzicht op vijver en tuin, koelkast gevuld met lekkernijen en dat alles regelmatig verder opgevrolijkt met overwaaiende klanken van onze spelende kleinkinderen aan de overkant van de straat die elk moment onverwacht maar altijd welkom op bezoek kunnen komen.

De beste manier om je ochtend te beleven:

Rond een uur of tien uur realiseren dat je al ontzettend lang wakker bent, veel leuke dingen hebt gedaan en vervolgens beseffen dat je nog steeds een hele lange dag voor je hebt om nog veel meer leuke dingen te doen.

De beste manier om vrolijk te zijn:

Onderdeel zijn van een vrolijk geheel van gelijkgestemden.

De beste film die je laat lachen:

The Party met Peter Sellers vanaf het moment dat hij het luxueuze huis van de filmproducer betreedt en alles, maar dan ook alles fout gaat.

Het beste mode item:

Riem.

Het beste leesbare blog:

Dondersteeg (zei hij met enig eigenbelang…)

~ ~ ~

Wie neemt het stokje over? Laat het in ieder geval middels een reactie weten zodat we het spoor kunnen volgen.

~ ~ ~