Geen vlog op mijn blog! Toch?

Gisteravond heb ik de documentaire over Colin Benders (aka Kyteman) zitten kijken. Binnenkort ga ik ‘m vast nog eens bekijken. Leve het gemak van Uitzending Gemist. Na afloop van de documentaire was het opzetten van de meest recente Kyteman cd een logische stap. Tenslotte ging de hele uitzending over de onstaansgeschiedenis er van. Tijdens het beluisteren van de opera kon ik op m’n gemak verwerken wat ik gezien had.

De camera zat Benders zowat dag en nacht dicht op de huid om op deze manier een inkijkje in het creatieve proces van het muzikaal genie te krijgen. Eén ding werd duidelijk, de productie van een nieuwe cd was geen gemakkelijke bevalling. Benders is wars van herhaling en heeft een broertje dood aan het blijven bewandelen van gebaande paden. Een tweede cd uitbrengen in lijn van zijn eerste zou in zijn ogen een soort van stilstand zijn. Hij wil zich continu ontwikkelen, niet een bestaand kunstje opnieuw uitvoeren. Wat deze keuze voor hem en zijn omgeving betekent werd pijnlijk duidelijk, want het bewust opgeven van iets wat men in de vingers heeft leidt automatisch tot onzekerheid. Benders moet zichzelf opnieuw uitvinden zonder te weten of hij op het juiste spoor zit. Lastig wanneer er ondertussen een soort van bedrijf rondom het merk ‘Kyteman’ in elkaar wordt getimmerd, en de naamgever zelf besluit het merk in twijfel te trekken.

Interessante materie dus en fascinerend in beeld gebracht. Ademloos heb ik zitten kijken. Wat me ook nu nog bezighoudt is hoe Benders zich schijnbaar niet bewust is van de camera en in veel gevallen ook niet van de mensen om hem heen. En mocht hij zich daar wel van bewust zijn, dan kan het hem ogenschijnlijk niets schelen. Hij heeft andere zaken aan zijn hoofd. In zijn hoofd. Hij is pure concentratie.

Hij is bezig met een kunstwerk, en het kunstwerk is hij zelf. Zo zie ik het.

Zelf vind ik me niet bijster creatief, heb ik moeite om mezelf dagelijks te concentreren om te schrijven en schrappen aan een nieuw blogje, en moet ik er niet aan denken andere richtingen in te slaan dan waar ik vandaag de dag al de nodige inspanningen voor moet verrichten om iets uit mijn vingers te krijgen. Ondanks dat ik eigenlijk best wel anders zou willen. Maar ergens verschuil ik me achter de weinige tijd die ik per dag beschikbaar heb om mezelf niet verder te ontwikkelen. Òf ik ben te moe, òf ik ben te lui. De schrik sloeg me dan ook om het hart toen ik deze week laat op de donderdagmiddag de wekelijkse #wot-opdracht onder ogen kreeg: Vlog.

Een video blog! En dat moest ik, -Moi! De bloggende schrijver…- in elkaar draaien!? Dacht het niet. Zo koos ik de weg van de minste creatieve weerstand. Met het excuus van laat thuis, hard gewerkt, nog zoveel te doen, en wie zou mij nou willen zien, suste ik mijn opspelende geweten in slaap. Terwijl ondertussen, in mijn hoofd, er vanalles ging borrelen. Maar ik bleef in de ontkenning. Op mijn blog geen vlog!

Ondertussen is het zondag. En heb ik nog steeds geen vlog op mijn blog. Wel denk ik er nu anders over. Mede vanwege die documentaire gister. Die ik iedereen kan aanraden om ook te gaan zien. Dat gaat heel makkelijk via Uitzending Gemist. Of had ik dat al gezegd? Hoe dan ook, vanwege de getoonde experimenteerdrift door Colin Benders om nieuwe bronnen in zichzelf aan te boren, en eigenlijk nog meer door diverse moedige collega-bloggers die het wel aandurfden om de stap naar een vlog te maken, heb ik mezelf voorgenomen om op deze plaats wat van mijn eerdere schroom te laten vallen. Niet dat ik er meteen een heel vlog tegenaan knal, maar de bedoeling is wel (en ik heb het al meerdere malen aangekondigd…) dat ik hiet wat meer van mezelf ga laten zien. Niet dat ik mezelf zo interessant vind. Wel omdat het me misschien helpen om via gevarieerdere blog/vlog/flog-uitingen de ideeën die zich in mijn hoofd ophouden wat eerder vorm te geven. Om te zien hoe ze zich buiten mijn hoofd ontwikkelen. Of hoe er op gereageerd wordt.

Laat ik dan als afsluiting meteen maar een eerste stap zetten op voor mij onbekend terrein en een foto van mijzelf plaatsen. Ja, inderdaad. Van mijzelf. Dan weten jullie ook eens wie er achter deze site verborgen zit. En is de schok bij het openen van een eventueel toekomstig vlog alhier niet al te heftig.

~ ~ ~

Tussen de muziek – NSJ2011 zondag 10 juli

13.00 uur:
Een uur voordat de poortjes opengaan arriveer ik bij Ahoy. Mijn parkeerplaats van gister onder de letter B is nog vrij. Opnieuw een déjà-vu gevoel. Eerder ook al onderweg bij de afslag Andelst. Gister ging ik daar op de rem omdat ik mijn toegangskaartje was vergeten, vandaag moest de rem er op vanwege een overstekende moedereend met kuikentjes. In beide gevallen zat ik plotsklaps op de afrit. Bovenaan het viaduct gekomen kon ik nu naar beneden en doorrijden richting Rotterdam.

13.30 uur:
Ditmaal geen trommelgroep om de wachttijd op te vrolijken, maar een blaasband die voornamelijk Hongaarse zigeunermuziek speelt. Er is nog niet veel publiek op het plein en de band houdt het snel voor gezien. De frontman die met een sterk Belgisch accent spreekt, bedankt ons en geeft aan over een half uur een nieuw optreden te verzorgen. Hopelijk met meer toeschouwers. Al die tijd heeft er een jonge vrouw naast mij op de grond gezeten, driftig tikkend op haar mobieltje. Wanneer de band niet verder speelt, springt ze op en begint luid te applaudisseren. Gelukzalig kijkt ze naar mij om uitvoerig uit de doeken te doen hoe intens deze muziek wel niet is. Wat het losmaakt bij je. Hoe het je terugvoert naar je oorsprong. Als ik een reactie wil geven ziet ze dat er een nieuw bericht op haar mobiel is binnengekomen. Zonder verder nog iets te zeggen laat ze zich op de grond zakken om weer in haar virtuele social media wereld te verdwijnen.

14.30 uur:
Voor de poortjes sta ik in de rij te wachten tot ze opengaan. Achter mij staat een hip geklede oudere vrouw op en neer te huppelen. Ik vraag haar of ze al voorpret heeft voor wat er allemaal te wachten staat vandaag. Ook, zegt ze, maar voornamelijk moet ze naar het toilet. Na een autorit vanuit Friesland kan ze het nu bijna niet meer ophouden. Wanneer ik haar wil vertellen dat ze dan beter na de poortjes een stukje door kan lopen richting Maas-zaal, onderbreekt ze me. Als trouw NSJ-bezoekster is ook zij op de hoogte van een aantal toiletten waar je niet een uur in de rij hoeft te staan. Speciaal voor het optreden van Tom Jones heeft ze een extravagante slip meegenomen die ze op het podium wil gooien. Dat komt nu goed uit, mocht ze per ongeluk in haar broek plassen. Ze durft niet te hard te lachen om haar eigen grapje.

15.15 uur:
Ik sta vooraan in afwachting van Kyteman. Naast me een man die ik gister ook al een paar keer meen te hebben gezien. Hij heeft hetzelfde. Als twee oude vrienden die elkaar al jaren kennen raken we in een geanimeerd gesprek over onze gezamenlijke liefde voor muziek. Kort voordat het concert begint vertrouwt hij me toe dat hij normaal altijd met zijn dochter gaat. Die kan er dit jaar helaas niet bij zijn. Als ik in zijn ogen kijk durf ik niet naar de reden te vragen. “Je kunt het niet delen, he. Hoe je het ervaart. Wat het met je doet. De muziek. Daarom praat ik nu tegen iedereen aan. Dat deed ik anders nooit. Dan had ik genoeg aan mijn dochter.” Hij heeft een rugzak bij zich die voor zijn voeten op de grond staat, tegen het hekwerk. Tijdens het concert haalt hij er een blikje Grolsch uit.

 

Kyteman Jamsession – NSJ2011 from Peter Pellenaars on Vimeo.

17.15 uur:
Na de Jamsessions van Kyteman kondigt housespeaker Rayman de exentrieke Dr John aan als de volgende artiest. De zaal loopt langzaam leeg en ik haal een broodje beenham. Wanneer ik op mijn gemak terug wandel is er nog voldoende ruimte vooraan bij het podium. Ik installeer me tussen een groepje van vier scholieren aan de rechterkant en twee vrienden  met kaartjes voor Prince aan de linkerkant. De scholieren zijn verwikkeld in een discussie over Mark Zuckerberg en de beginjaren van Facebook. Ze vragen of ik de film The Social Network heb gezien en wanneer ik een bevestigend antwoord geef mag ik als scheidsrechter fungeren in hun dispuut. Omdat ik ‘er uit zie alsof ik er verstand van heb’. Wanneer The Lower 911 opkomt, oftewel de band van Dr John, hoor ik een van de mannen links van me zeggen dat hij het maar een vreemde begeleiding vindt voor Dr Dre. Zijn vriend schiet in de lach.

18.30 uur:
Het optreden van Dr John woon ik niet tot het einde toe bij. Ik wil ruim op tijd aanwezig zijn in de Congo-tent waar Black Dub een optreden geeft. Hierdoor krijg ik nog een half uurtje mee van Mavis Staples. Ze weet van geen ophouden en men moet haar er op wijzen dat de volgende groep al klaar staat. Een poging om die groep aan te kondigen slaagt maar half omdat Mavis hun naam vergeten is. Wanneer haar de juiste naam ingefluisterd wordt verzucht ze dat ze in ieder geval nog wist dat het ‘something black’ was. Ik geloof niet dat ze ooit gehoord had van Black Dub of Daniel Lanois.

19.30 uur:
Ook deze keer lukt het me weer een stoel te bemachtigen op de eerste rij. De man naast mij gezeten blijkt een Engelsman te zijn. Hij komt uit Portsmouth. Wanneer ik hem vertel over mijn bezoek onlangs aan Bognor ‘Boring’ Regis kan ik niet meer stuk. Hij blijkt al jaren naar het festival te komen en logeert dan bij Nederlandse vrienden die hij heeft leren kennen in Peru. Op vakantie aldaar wilde hij de voetbalwedstrijd Nederland-Schotland zien. De enige andere persoon in de hotelbar was een Nederlander. De vriendschap was onder het genot van enkele biertjes snel gesloten. Vol trots laat hij me zijn oranje t-shirt zien. Vorig jaar gekocht toen de finale van het WK gespeeld werd op de laatste dag van North Sea Jazz. Hij was voor Nederland. Ook hij had nog nooit gehoord van Black Dub. Wel van Brian Blade op drums en Daniel Lanois. Niet van Trixie Whitley. Hij hoopt dat het niet te funky gaat worden, maar dat er een goede groove is. Want dan gaat hij de cd kopen. Halverwege het concert pakt hij me met beide handen bij de schouders en schudt me hevig door elkaar. Van dichtbij bezweert hij me dat hij verkocht is. En verliefd op Trixie Whitley.
Hij ook al…

21.15 uur:
Na afloop van Black Dub ben ik uitgehongerd. Met een bord vol schuif ik aan bij een groepje oudere jongeren. Het zijn doorgewinterde jazz-kenners die de ene na de andere anecdote vertellen. Ik geniet van de verhalen en het eten. Wanneer ik aanstalten maken om op te stappen bedank ik hen voor het entertainment. De oudste uit de groep heeft nog een goed advies: “Als jij nou ook elk jaar trouw het festival blijft bezoeken jongen, dan kun je later ook sterke verhalen aan je kleinkinderen vertellen.” Ik bedank hen nogmaals en baan me een weg naar de zaal waar Gotan Project op gaat treden.

22.30 uur:
Het laatste concert van de avond waar ik naar toe ga is dat van het Branford Marsalis Quartet. Het is al afgeladen vol, maar bij toeval krijg ik een zitplaats aangeboden op de tribune achter in de zaal. Ook nu weer een ervaren NSJ-bezoeker naast mij. Al sinds 1980 is hij elk jaar op het festival te vinden. Hoewel erg kritisch is de editie van 2011 hem niet tegen gevallen. Wel is het anders gelopen dan hij ingeschat had. De vrijdag, waar hij hoge verwachtingen van had, viel tegen. De zaterdag en zondag waren top. Nu is hij benieuwd naar Branford Marsalis, want die had er in zijn ogen/oren vorig jaar een potje van gemaakt. Of ik dat ook vond? Ik moet bekennen dat het mijn eerste kennismaking met Branford is. Vol ongeloof staart hij me enkele minuten zwijgend aan. Na afloop van het concert feliciteert hij me. Een betere kennismaking had ik me niet kunnen wensen. Ik ben het volkomen met hem eens. Tijd om naar huis te gaan.

De mensen van North Sea Jazz from nrc.nl on Vimeo.

Alle foto’s heb ik zelf gemaakt. Alle observaties heb ik zelf gedaan. Alle gevolgtrekkingen heb ik zelf getrokken.
Een verslag van zaterdag 9 juli staat hier.
Bezoek de speciale websites van NRC en Radio6 voor uitgebreide sfeerimpressies van North Sea Jazz en prachtige foto’s.

~ ~ ~

Tussen de muziek – NSJ2011 zaterdag 9 juli

14.30 uur:
Ruim op tijd ben ik bij Ahoy. De auto staat zo goed als op het festivalterrein geparkeerd. Het is nog niet druk en ik besluit om voor een lunch te gaan in winkelcentrum Zuidplein. In de gelijknamige brasserie word ik geholpen door een energieke vrouw op leeftijd.

Moederlijk geeft ze me een klap op de schouder wanneer ik verontschuldigend verklaar uit Brabant te komen bij mijn tweede poging om een broodje te bestellen. “Ach jongen, we hebben allemaal onze gebreken,” voegt ze er aan toe. De warme brie met noten is er niet minder smakelijk om.

15.30 uur:
Op het plein voor Ahoy speelt een drumband bestaande uit louter jongeren. Hun enthousiasme werkt aanstekelijk en na het optreden delen ze folders uit. “Ja, dat kunnen ze goed. Muziek maken.” Uitspraak van een dikbuikige man op fiets die naast mij staat. De muzikanten zijn donkergekleurd, hijzelf is voorzien van een roodgekleurde witte huid. Het foldertje pakt hij aan voordat hij weer verder fietst om het daarna van zich weg te werpen.

16.30 uur:
De poorten gaan open. Vlotjes gaat de doorstroming. Na de scan van het ticket staat er een haag van security personeel. Een vrouw voor mij stelt zich min of meer uitdagend met gespreide benen en armen op bij een fors gebouwde beveiliger. Ze doet een verzoek om gefouilleerd te worden. Haar vriendinnen kijken toe. De man lacht en pakt haar tas die hij uitgebreid binnenste buiten keert.

17.00 uur:
Ik ben van plan om naar het optreden van Sergio Mendes te gaan, maar blijf hangen in de Maas-zaal waar de band van Amadou & Mariam op het punt staat te beginnen. Ik neem me voor om een aantal nummers te blijven en dan door te lopen voor het concert van Sergio Mendes. Voor ik het weet zijn we ruim een uur verder en sta ik nog steeds in de Maas-zaal.

19.00 uur:
In dezelfde zaal is hierna het concert van Kytecrash, de gelegenheidscombi van Colin ‘Kyteman’ Benders en Eric Vloeimans. Ik ga wat te drinken halen en zoek een plek uit dicht bij het podium. Men is volop bezig met de soundcheck. Zowel Colin als Eric zijn geconcentreerd bezig. Naast mij staat een stel waarvan de vrouw wil weten wie van de twee Kytecrash is. Ze hebben niets met NSJ, maar bezoeken het festival dit jaar vanwege Prince.

Ze zijn niet de enigen. Later, tijdens het concert vertrekken ze al na een kwartiertje. In totaal hadden ze al minimaal vijfentwintig optredens van Prince bezocht. Er was er niet eentje tegengevallen, verzekerden ze me beiden. En allemaal waren ze anders. Nooit hetzelfde. Wat goed uitkwam, want ze hielden van verrassingen en experimenteren in de muziek. Blijkbaar was dit optreden hen te saai en/of voorspelbaar.

Quote van de avond kwam trouwens van een vrouw achter mij die teleurgesteld uitriep dat Vloeimans van broek gewisseld had. Dat vond ze jammer, want die gele broek, ‘die stond ‘m goed!’

20.15 uur:
Na Kytecrash haast ik me naar de Congo-tent waar Otis Taylor al begonnen is met zijn rauwe blues-sessie. Er staan stoeltjes opgesteld die allemaal al bezet zijn. Rondom staat het vol met publiek. Ik wring me naar voren om beter zicht te krijgen op de muzikanten. Otis zelf biedt een helpende hand door onverwacht backstage te gaan om wat later plotseling aan de zijkant van de tent naar binnen te wandelen spelend op zijn mondharmonica. Iedereen draait zich om en probeert zo dicht mogelijk bij de man te komen.

Ik maak van de gelegenheid gebruik om een plaatsje te bemachtigen bij het podium. In de band speelt een lenige violiste die er schik in heeft haar benen tijdens het spelen hoog in de lucht te gooien. Of flink met haar billen te schudden. Nogal onconventioneel. Na het optreden haal ik wat te eten en zoek een leeg tafeltje op. Al snel komt er een groepje van vier (twee vrouwen, twee mannen) aanschuiven. De mannen zijn onder de indruk geraakt van de violiste. Luidop bespreken ze hoe geweldig het wel niet moet zijn om zo’n soepele meid in bed te hebben. De vrouwen zuigen onverstoorbaar aan hun cocktails.

22.00 uur:
Na het eten twijfel ik welke artiest nu op te zoeken. Uiteindelijk kies ik voor John Scofield maar vergis me in de zaal. Wanneer ik een mooie zitplaats in (opnieuw) de Congo-tent heb gevonden blijkt dat daar Roy Ayers, Pete Rock & The Robert Glasper Expirement optreden.

Voor mij totaal onbekend maar ik blijf zitten waar ik zit (de vermoeidheid begint toe te slaan). Tijdens de soundcheck gaat de vrouw die naast mij zit naar het podium en begroet uiterst joviaal naar wat later Robert Glasper blijkt te zijn. Haar schoonzoon maakt een foto van hen beiden. Ze blijken elkaar van vroeger te kennen. Opgegroeid in dezelfde wijk, zo hoor ik haar later vertellen tegen een groepje jaloerse fans wanneer ze weer heeft plaatsgenomen. Op bezoek bij haar dochter die nu in Nederland woont, besloot ze ook het jazz-festival te bezoeken. Vooral vanwege haar held Roy Ayers, en groot was haar verrassing toen die bleek op te treden met Robert Glasper. Haar avond kan niet meer stuk. Luidkeels zingt ze alle liedjes mee. Tekstvast en met heldere stem.

Het optreden begon veel te laat omdat de saxofonist/toetsenist van Robert Glasper eerst geen geluid uit een keyboard kreeg, en er vervolgens geen reserve instrument voorhanden was. Toen de band noodgedwongen met spelen begon, stond hij erbij met een blik die kon doden. De roadies hadden zich al schielijk teruggetrokken. Na het eerste nummer kwam de 70-jarige Roy Ayers op met in zijn handen het bewuste keyboard. Er werd veel gelachen en op schouders geslagen, maar mij werd niet geheel duidelijk of de saxofonist/toetsenist het grapje kon waarderen. Als het al een grapje was.

23.30 uur:
Op de tweede ring, die voor deze gelegenheid toegankelijk is gemaakt voor het publiek zie ik een spring in ‘t veld op het podium uit haar dak gaan: Selah Sue. De Maas-zaal is bomvol. Voor mij staat een lesbisch stel elkaar van top tot teen af te likken. Af en toe kijken ze elkaar in de ogen en fluisteren hoeveel ze van elkaar houden. Ik krijg honger en scoor een hamburger.

00.00 uur:
Het concert van Candy Dulfer is al begonnen. Ook hier is het dringen tot in de verste uithoeken van de zaal. Met een cola maak ik het mezelf gemakkelijk achter in de zaal. Op de schermen is het optreden goed te volgen. Maar ik heb meer oog voor het vele volk wat voorbij komt gelopen. Velen zijn op weg naar de zaal waar Prince rond 01.00 uur zijn opwachting zal maken. Er wordt over niets anders gesproken.

Op de tribune achter mij zit een man zich te ergeren aan het vele rumoer. Om de zoveel tijd laat hij een geërgerd ‘sssttt’ horen. Het maakt geen indruk. Hooguit op de man naast hem, die telkens als antwoord “Ja ja, nou weten we het wel” geeft. Tijd om naar huis te gaan.

De mensen van North Sea Jazz from nrc.nl on Vimeo.

Alle foto’s heb ik zelf gemaakt. Alle observaties heb ik zelf gedaan. Alle gevolgtrekkingen heb ik zelf getrokken.
Een verslag van zondag 10 juli staat hier.
Bezoek de speciale website van NRC en Radio6 voor uitgebreide sfeerimpressies van North Sea Jazz en prachtige foto’s.

~ ~ ~

Sorry

De deur duw ik achter je in het slot. Door het raampje volg ik je tengere postuur terwijl je naar de auto loopt. Je wilde geen hulp met het dragen van de zware koffers. Met veel moeite lukt het je om ze in de achterbak te krijgen. Dan stap je in.

Ik draai me om en laat me ruggelings tegen de deur naar beneden zakken. Mijn shirt blijft haken aan de klink. Rondom mijn nek trekt het shirt zich vaster. Het voelt alsof ik gewurgd wordt. Alsof ik mezelf ophang. Een aangenaam gevoel. Ik verzet me niet en maak mezelf zwaarder. Laat me helemaal hangen. Tranen schieten in mijn ogen. Lichtflitsen in mijn hoofd. Gorgelende geluiden ontsnappen mij. Totdat het shirt losschiet en ik alsnog op de grond beland. Hijgend kom ik op adem.

Doodse stilte.

Ons huis was va…
Mijn huis was vaker leeg, maar nooit eerder heerste daar de afwezigheid van terugkomst. Altijd wanneer jij weg was kwam je terug. Die hoop is vandaag vervlogen. Dat heb je duidelijk gemaakt. Mijn laatste (allerlaatste)(allerallerlaatste) kans heb ik verprutst.
Vanuit mijn positie kijk ik omhoog. De hal in. Aan de muren ontbreken foto’s. De lades van het wandkastje staan open. Een stuk minder jassen aan de kapstok dan gewoonlijk.

Was dit ook waar jij toen naar keek?Of zag jij de stofvlokken op de grond? De spinnenwebben aan het plafond? De kleine scheurtjes in de deurpost? De plint die los is geraakt?

Kun je dat zien wanneer je ogen vol tranen zijn gelopen?
Ik laat me zijwaarts zakken. Met mijn wang op de grond. Het voelt kouder dan ik verwacht had. Een stukje til ik mijn hoofd op. Dan zo hard mogelijk terug tegen de vloer. Door de klap bijt ik op mijn tong. Nog twee keer herhaal ik dit. Op mijn tong bijt ik niet meer. Wel schiet mijn bril los. Half verdoofd blijf ik liggen.

Ik zie een schittering onder aan de trap. Met moeite krijg ik mijn ogen scherp gesteld op het kleine voorwerp. Het is een oorbel. Diegene die ze van me gekregen heeft op onze eerste vakantie. In Portugal.
Had ze die in op die bewuste dag? Of lag het daar al veel langer?
Kon je een oorbel verliezen als je…?

Ik keek omhoog. Volg de traptreden.
Daar had ik gestaan.
En het enige wat ik uitbracht was, “Sorry”.
Daarna ben ik op bed gaan liggen en in slaap gevallen.

Voetstappen bij de deur. Mijn hart slaat een slag over.
Gerammel. Een tochtvlaag.
Een klap op mijn hoofd. Pijnscheut door mijn hersens.

“Au!”, roep ik.
“Sorry”, zegt de postbode.

Dat zal de nieuwe cd van Kyteman zijn die ik onlangs voor haar besteld had.

~ ~ ~