Vrijdag, 30 november 2018

Ik had niet gedacht er dit jaar nog een keer te mogen verblijven maar vanwege organisatorische veranderingen bleek ik tot mijn verrassing opeens op een lijst te staan van deelnemers aan een workshop in Leicester. Dus vertrok ik gisteravond na een dag vol vergaderingen met de trein richting Schiphol en was ik enkele uren later tegen middernacht op mijn hotelkamer. In de lobby van het hotel had ik verder geen bekenden gezien en omdat ik geen zin had in mijn eentje aan de bar nog een slaapmutsje te nemen besloot ik maar meteen te gaan slapen. Deze ochtend deed ik de gordijnen op en begreep beter waarom ik vannacht een enkele keer wakker was geworden van het geluid van auto’s. Er blijkt een best wel drukke weg vlak langs het hotel te gaan. Dit was me nog niet eerder opgevallen omdat ik tijdens al mijn vorige overnachtingen in dit hotel altijd in een andere vleugel van het gebouw een kamer had. Ook het uitzicht was hier een stuk minder aantrekkelijk. En er ligt andere vloerbedekking. Of het kan zijn dat dit nu overal ligt. Maar dat ben ik niet gaan controleren.

~ ~ ~

De taxichauffeur die ons terug bracht naar Birmingham airport herkende mij meteen terwijl ik hem nog nooit eerder gezien had. Dat was vreemd. De conversatie in de taxi was er niet minder gezellig om. Toen we dreigden onze vlucht te gaan missen vanwege een gigantische file op de snelweg wist hij ons tijdig af te leveren door via een route binnendoor de ergste drukte te vermijden. Bij aankomst op het vliegveld schudde hij ons allemaal de hand en smeekte ons bijna om niets aan de Brexit gelegen te laten en gewoon zo vaak mogelijk terug te komen want ze hadden ons nodig. Het werd niet duidelijk waarom. Wat wel duidelijk werd is dat hij die hele Brexit één grote ramp vond. We beloofden met het hand op ons hart zo spoedig mogelijk weer van zijn diensten gebruik te zullen maken.

Vanzelfsprekend had het vliegtuig vertraging nadat we zelf de gehele taxirit in spanning gezeten hadden of we het wel zouden halen.

~ ~ ~

Zondag, 28 oktober 2018

De meeste klokken hebben zich vannacht zelf verzet. Qua tijdsaanduiding. Slechts een klein aantal moet ik nog met de hand doen. Mijn horloge bijvoorbeeld. En de klok op de wandkast. Ook de digitale klokjes op de magnetron, oven en koffiemachine. Als laatste de wekker van Inge. Terwijl die van mij netjes rekening houdt met de wintertijd blijft die van haar stoïcijns doorlopen alsof de zomer nog steeds niet ten einde is. Dat is handig voor als we afgelopen nacht om half drie hadden willen opstaan. Want daar zou die van mij moeite mee hebben gehad. Of ik dan toch. Want die wekker kan het weinig schelen dat ik waarschijnlijk eerst een uur te vroeg het sein voor opstaan zou hebben gekregen. Maar gelukkig hoefden we er vannacht niet uit. Hoewel, ik moest wel plassen om vijf uur. Ook weer zo’n dingetje (het plassen dus) dat wat vaker optreedt alnaar gelang de jaren verstrijken.

Als dit de laatste keer is: doe het dan nog eenmaal goed.
Draai de klokken, stuur de uren. Vraag nog één keer
hoe het moet. Blijf lichtelijk verward. Het gaat niet
om de goede kant, maar om de stand
waarin je zelf blijft staan.

[fragment uit Het werd tijd, door Ester Naomi Perquin, Dichter des Vaderlands]

Een ding is zeker. Het is niet de laatste keer. Maandagavond mag ik de klok weer een uurtje vooruit zetten. Want dan zit ik in Roemenië. Laten ze daar eens iets aan gaan doen, aan die tijdzones. In plaats van zich druk te maken over het beëindigen van de winter- en zomertijd. Trouwens, de hele discussie over hoe ingrijpend en ontregelend een uurtje tijdsverschil is ontgaat me eerlijk gezegd. Mensen vliegen zonder problemen voor een weekendje shoppen naar Londen waar men toch de klok twee keer voor moet verzetten. Blijkbaar heeft men dat er graag voor over. Ik vind het vooral verwarrend en een hoop gedoe. Daarom haal ik hier nog maar eens een keer de zogenaamde ‘Earth Time’ aan:

When it’s noon in Greenwich, Britain, let it be 12 everywhere. No more resetting the clocks. No more wondering what time it is in Peoria or Petropavlovsk. Our biological clocks can stay with the sun, as they have from the dawn of history. Only the numerals will change, and they have always been arbitrary.
[Time to Dump Time Zones, The New York Times, James Gleick]

Zou dat niet iets zijn?

~ ~ ~

Ik ben er misschien al die keren dat ik in Leicester ben geweest een keertje voorbij gereden. Twee keer eigenlijk. Op de heen- en terugweg van hotel naar Leicester centrum voor etentje zagen we het voetbalstadion. Alle andere keren dat ik in Leicester was voor mijn werk gingen we ‘s avonds vaak uit eten maar altijd was dat dan in een of ander naburig dorp. Slechts eenmaal had een collega het idee gehad om naar de stad zelf te gaan. Het was in het jaar dat de plaatselijke club vanuit het niets plots kampioen van Engeland werd. Dat was ongekend. In één klap stond Leicester op de (voetbal)kaart. Volgens de taxichauffeur (en hardcore Leicesterfan) die me regelmatig van of naar het vliegveld vervoert was veel te danken aan de man die sinds 2010 eigenaar van de club is, de Thaise miljardair Vichai Srivaddhanaprabha. Waarschijnlijk is juist deze man gisteravond samen met zijn dochter na afloop van de wedstrijd in een helikoptercrash om het leven gekomen. Het zal een grote schok voor de supporters zijn.

~ ~ ~

Nu ik het meeste overzetwerk van petepel.nl naar peterpellenaars.nl achter de rug heb kan ik eindelijk ook weer eens wat aandacht besteden aan het opruimen van de stapels tijdschriften die half of vaker ongelezen mijn studeerkamer bevolken. Dat moet minder want Inge is bezig om tijdelijk meer dozen (met haar rommel) in mijn kamer te stallen.

Maar ik kan niet snel opruimen. In gedachten zie ik mezelf vliegensvlug door oude exemplaren van een tijdschrift bladeren om te zien wat ik nog wat langer wil bewaren voor ik het later weggooi. In de praktijk valt dat vliegensvlugge bladeren bar tegen omdat ik maar moeilijk kan beslissen of ik het nu wel of niet interessant genoeg vind om te bewaren. Daarvoor moet ik het toch een beetje meer in detail doorlezen. Tja, dat schiet niet op. Voordeel is wel dat je nu al leuke dingen tegenkomt die je anders pas over een paar jaar kunt delen. Zoals deze overpeinzing door Marja Pruis in De Groene Amsterdam van slechts een jaar geleden:

Er zijn van die weken dat je al dagen van tevoren opziet tegen de column van Youp van ‘t Hek.
Al zie ik daar eerlijk gezegd áltijd tegen op.

Herkenbaar, hoor je dan zachtjes te mompelen. Bij deze.

~ ~ ~

Het mooie is dat ik naast de alledaagse gebeurtenissen in deze dagelijke blogpost nog steeds andere blogposts kan schrijven die ik apart publiceer. Zo ga ik in december (november lijkt me vooralsnog te druk) weer verder met mijn blogserie over Don Quichot en Zen, en heb ik vandaag een nieuw deeltje toegevoegd aan de reeks We zijn allemaal alleen. En wie weet sluit ik me volgend jaar weer aan bij de bloggers leesclub Een perfecte dag voor literatuur.

~ ~ ~

Patchwork

Op de tweede dag van de BOT automation workshop liep ik ‘s ochtends te voet van het hotel naar kantoor. Het is een kwartiertje lopen. Als je tenminste de juiste route volgt. Alle voorgaande keren dat ik in Leicester was had ik altijd een kamer in het Hampton hotel. Vanuit daar wist ik ondertussen mijn weg feilloos te vinden tussen de gespiegelde verkeersstromen door.

Ditmaal had ik echter een kamer in het Marriott. Net als eerder dit jaar. Alleen reed ik toen elke keer met een collega mee in plaats van te lopen.

Het gevolg was dat ik deze ochtend dus halverwege hotel en kantoor begon te twijfelen welke kant ik op moest bij een rotonde. In eerste instantie koos ik vol vertrouwen om bij de verkeerslichten naar rechts over te steken. Een paar minuten later vroeg ik me af of ik daar wel goed aan had gedaan. Niets in de wijde omgeving kwam me bekend voor. Dan maar terug en bij de verkeerslichten nu naar links gegaan. Ook nu had ik het idee dat ik de verkeerde richting op ging. Net toen ik om wilde draaien zag ik een bordje dat het Hampton hotel een stukje verderop lag. Dan moest het kantoor ook een stukje verderop zijn was mijn voorzichtige aanname. Ik had gelijk.

Waarom het me nu pas opviel weet ik niet. Misschien scheen de zon in mijn ogen en keek ik daarom meer naar de grond dan recht vooruit. Hoe dan ook, het trottoir waarop ik liep was gemaakt van allemaal verschillende stroken asfalt. De vorige dag hadden we het niet geheel terzake ook gehad over een versnipperd systeem landschap binnen onze europese vestigingen. ‘Like patchwork’, had iemand geopperd. Wie weet was het die opmerking wel die me opmerkzaam had gemaakt op de lappendeken die zich voor mij uitstrekte. Het was alsof de weg naar kantoor plots in het teken van de workshop stond.

Twaalf uur later die dag zat ik op het vliegveld van Birmingham geduldig te wachten totdat het vliegtuig naar Amsterdam met vertraging zou vertrekken. Er waren ruim voldoende plaatsen voorhanden in de steeds leger wordende vertrekhal. Toch waren de speciaal gereserveerde stoelen voor de gehandicapte medemens het meest in trek. En dan met name bij de niet-gehandicapte medemens. Blijkbaar zitten die stoelen een stuk comfortabeler.

~ ~ ~

Rara, waar ben ik?

Vanochtend was ik heel even de kluts kwijt. Het begon ermee dat ik in het donker van mijn kamer de wekker niet kon vinden die me luidruchtig maande het bed te verlaten. Op de tast naar de gebruikelijke plek waar het nachtlampje zich moest bevinden raakte ik vanalles maar niet het knopje om het licht aan te doen. Ook zag ik nergens het display van de wekker om te zien hoe laat het was.

Nogal wiedes. Ik lag niet thuis in mijn vertrouwde bed maar in een hotelkamer. Dat was me inmiddels wel duidelijk geworden. Maar waar? Niet dat ik zo’n frequent traveler ben, maar voor mijn doen was het afgelopen jaar er eentje van meer uit dan thuis. Vergeleken met de voorgaande jaren dan toch. Dus nogmaals, waar was ik?

Of de jaren gaan tellen dat weet ik niet (deze week tik ik de 55 jaar aan), feit is dat de cruciale informatie in welk land ik wakker was geworden, niet wilde komen. Hoe vreemd het ook klinkt, terwijl ik me suf zat te peinzen op deze vraag schoot me een aflevering te binnen van Mindfuck (ironisch genoeg schiet me nu ook zijn naam niet te binnen). Hij bezocht een camping, stelde zich voor aan een groepje vrienden, verzocht een vrouw op te staan, hypnotiseerde haar en vroeg toen aan haar uit welke plaats zij kwam. Ze had geen flauw idee. Kon er niet op komen. Vertwijfeld keek ze haar vrienden aan. Was ze gek geworden? Wat was er in hemelsnaam met haar aan de hand?

Wat was er met mij aan de hand? Was ik gek geworden? Welnee, alleen kon ik me niet herinneren waar ik was. Er zat maar één ding op. De gordijnen te openen. Dat hielp in eerste instantie niet zo heel veel. In de verte zag ik bomen en daarachter ontwaarde ik een snelweg. Beneden me een parkeerplaats. Zo te zien was ik niet in Cluj. En ik herkende wel vaagjes het uitzicht. Het kwartje wilde echter nog niet vallen. Totdat zich twee auto’s op de parkeerplaats in beweging zetten en elkaar op vreemde manier passeerden. Dat was voldoende om me te doen realiseren dat ik in het Verenigd Koninkrijk was. In Leicester om precies te zijn.

Opgelucht zocht ik de badkamer op. De eerste nog koude stralen van de douche verdreven de laatste restjes mist uit mijn hoofd. Ik was klaar voor de workshop BOT automation.

~ ~ ~

Laatste tripje naar Leicester voor de Brexit?

Deze namiddag vertrok ik weer eens voor een tripje naar het Verenigd Koninkrijk. Als een eerste aankondiging van de nakende Brexit moest ik op kantoor bij de reisaanvraag ook een formulier invullen waarom ik de korte oversteek naar het eiland wilde maken. Dat was eerder nooit nodig. Verder heb ik van de hele Brexit (nog) weinig gemerkt.

Voor de verandering besloot ik eens om in de trein te werken. Meestal ga ik voor een goed boek maar ik lag wat achter met het beantwoorden van emails dus daarom toch maar de laptop uit mijn tas gehaald. Natuurlijk had ik de enige vrije plek in mijn coupé waar de zon continu op het beeldscherm scheen. Veel zag ik niet en hopelijk heb ik me tot onschuldige typefouten beperkt tijdens de beantwoording van enkele urgente emails.

Op Schiphol was ik snel door de douane en security. Het scheelde dat ik alleen maar handbagage bij me had. In de vertrekhal viel het me voor de zoveelste keer weer op hoe ver je in sommige gevallen moet lopen voordat je bij de gate bent. In mijn geval was het nu 13 minuten naar Birmingham/D18, maar je zou naar Frankfurt/B20 of Vienna/B15 moeten. Dan was je een klein half uurtje onderweg. Al bijna op de plaats van bestemming.

Het vliegtuig dat ik deze keer had was net als de vorige keer een twee-motorig slank toestel. Voordeel is dat het onboarden lekker snel gaat. Instappen en wegwezen. Alleen jammer dat we pas met de nodige vertraging aan boord mochten. Het schijnt erbij te horen. Ik ben er alleen nog niet uit of het komt door Flybe of de bestemming Birmingham. Bij andere vliegmaatschappijen en/of eindbestemmingen heb ik er veel minder last van (gehad).

Ik had in het vliegtuig gezeten twee maal geluk. Ten eerste met een plekje aan het raam en ten tweede met het haast wolkenloze uitzicht. Daardoor kon ik voor de verandering weer eens enkele mooie foto’s maken meteen na het vertrek vanuit Schiphol en boven strand en zee bij het verlaten van Nederland.

Boven zee kon ik nu eens wat beter de verschillende windmolenparken onderscheiden dan gewoonlijk. Hoewel dat op de foto weer wat tegenvalt. Daarvoor heb je dan toch een betere kwaliteit fototoestel nodig dan de gemiddelde iPhone. Op de foto hierboven staan voor de goede kijker twee parken. Eentje in het midden, en eentje rechtsboven het midden. Hieronder dezelfde foto maar dan uitvergroot zodat je de speldenprikjes iets beter kunt zien staan. Apart om te zien.

Toen ik uiteindelijk in het hotel arriveerde waren mijn collega’s al lang en breed vertrokken naar een restaurant ergens in de omgeving. Ik nam daarom wat te drinken en eten mee van de hotelbar (zie rechtsonder op de foto) en installeerde me op mijn kamer. Daar heb ik nog een tijdlang tv gekeken en deze blogpost getikt. Nu ga ik slapen. De komende twee dagen heb ik mijn energie hard nodig tijdens de workshops BOT automation.

~ ~ ~

Stiltecoupé

Als een van de laatste passagiers voor de vlucht naar Amsterdam sloot ik me aan in de rij. Ik was laat omdat ik te lang had staan treuzelen voor een aankoop in een van de vele taxfree winkels. Plots zag ik dat het onboarden al was begonnen. In hoog tempo zocht ik de juiste gate op. Maar daar stond iedereen nog ongeduldig te wachten.
Er bleek een operationeel issue te zijn, zo werd omgeroepen. We keken elkaar begrijpend aan zonder dat ik het idee had dat ook maar iemand wist waar het over ging. Het leek nog wel even te gaan duren dus zocht ik een plekje op waar ik even kon gaan zitten.
Uit mijn rugzak haalde ik de doos tevoorschijn met daarin de koptelefoon die ik zojuist na veel uitzoekwerk had gekocht. Het was een wireless exemplaar. Tot mijn verrassing was het apparaat al gedeeltelijk opgeladen en zou ik het kunnen gebruiken. In de bijgeleverde handleiding las ik hoe je met simpele swipe-bewegingen op de zijkant van de oorschelp zaken zoals bijvoorbeel volume kon regelen.
Uit de luidsprekers klonk een nieuwe mededeling. We konden nu alsnog aan boord van het vliegtuig. Sorry voor de vertraging. Vanzelfsprekend ontstond er nu een hoop geduw en getrek bij de gate want iedereen wilde als eerste naar binnen. Ik had alleen maar een kleine rugzak bij me die makkelijk voor bij mijn stoel paste indien er geen ruimte meer was in de bagageruimte. Daarom liet ik de meute maar aan me voorbijgaan voordat ik ook opstond.
Toen ik eenmaal zat was er inderdaag nergens een plekje om mijn rugzak op te bergen. Om me heen hoorde ik hoe verscheidene passagiers druk gebarend bezig waren uit te leggen hoe vervelend deze vertraging (van hooguit 15 minuten) wel niet was in hun toch al zo drukke leven. Hierdoor zouden ze een hoop dingen gaan missen.
Naast me zat een man die ik er ook wel van verdacht dat hij zichzelf erg belangrijk vond en iets te zeggen zou hebben over de gang van zaken bij flybe. Voordat hij echter kon beginnen aan een ongetwijfeld lange klaagzang zette ik mijn nieuwe koptelefoon op en wenste hem een goede reis. Meteen werd het oorverdovend stil. Zelfs het geluid van de stationair draaiende vliegtuigmotor viel weg. De noise-reduction werkte perfect.
~ ~ ~