Hoe leest zij?

Deze blog­post is deel 41 van 43 in de serie Een per­fecte dag voor lit­er­atu­ur

hoezijleest

Eind 2014 raak­te ik geën­t­hou­si­as­meerd door een artikel1 in The New York Review of Books van de tot dan toe voor mij onbek­ende Tim Parks. Wat mij vooral aansprak is hoe hij de nadruk legt op het actief lezen. Iets wat je vol­gens Parks het beste kunt doen met een pen in de hand:

The mere fact of hold­ing the hand poised for action changes our atti­tude to the text. We are no longer pas­sive con­sumers of a mono­logue but active par­tic­i­pants in a dia­logue. Stu­dents would report that their read­ing slowed down when they had a pen in their hand, but at the same time the text became more dense, more inter­est­ing, if only because a cer­tain plea­sure could now be tak­en in their own response to the writ­ing when they didn’t feel it was up to scratch, or wor­thy only of being scratched.
[How I Read, Tim Parks]

Ik deed het al, maar ben het sinds­di­en alleen maar meer gaan doen. Een direct gevolg is dat mijn boeken er niet uitzien vol­gek­liederd als ze zijn met aan­tekenin­gen nadat ik ze gelezen heb. Het komt me regel­matig op com­men­taar te staan dat ik niet echt respect voor het geschrevene heb, ter­wi­jl ik juist van mening ben dat ik er mijn hele ziel en zaligheid tege­naan gooi om de tekst zo goed mogelijk te begri­jpen. Wat kan een schri­jver zich nog meer wensen?

Fijn is het dan om zo af en toe mede­standers te ont­moeten die er het­zelfde over denken. Geen won­der dus dat ik onmid­del­lijk ‘verkocht’ was toen ik bij Lidewi­jde Paris het vol­gende las:

Als ik lees, heb ik alti­jd een pot­lood bij de hand. Ik zet dus pun­t­jes en strepen, smi­leys en m’s. Ik maak stam­bomen, schri­jf namen van per­son­ages bovenin, noteer voorin op welke bladz­i­j­den ik mooie citat­en heb gevon­den of een verk­lar­ing voor een titel. Alles wat mij opvalt tij­dens het lezen is meestal wel ergens in die aan­tekenin­gen terug te vin­den. Het ziet er niet uit en nie­mand wil ooit een boek van mij lenen, maar voor mij is het hand­ig.
[p.17, Hoe lees ik?, Lidewi­jde Paris]

Nou, zo bont maak ik het (nog) niet, maar ik ga hard die kant op.

Het citaat komt uit het boek Hoe lees ik?, een in mijn ogen goed ges­laagde uiteen­zetting door Lidewi­jde Paris wat het lezen van lit­er­atu­ur bij haar in werk­ing zet. Zoals uit het citaat al gecon­cludeerd kan wor­den is Paris een echt actieve lez­er en realiseert zij zich ter­dege hoe ‘waanzin­nig ingewikkeld de lees- en ver­w­erkprocessen’ in haar hoofd zijn. Toch lukt het haar om er op een uiterst gestruc­tureerde manier over te vertellen. Niet alleen dat, er valt een hoop te leren zon­der dat het boek te the­o­retisch of saai wordt. Inte­gen­deel, ik heb het boek in één ruk uit­gelezen. Het was alsof ik Lidewi­jde Paris op bezoek had voor een privé­col­lege.

Hoe lees ik? bestaat uit drie delen:

  1. De roman als tekst — Basis­be­grip­pen
  2. De roman als tekst — Toeters en bellen: sti­jl­fig­uren, aan­kled­ing
  3. De roman en zijn con­text

In elk deel maakt Paris veelvuldig gebruik van (vaak lekker lange) frag­menten uit bek­end en min­der bek­end lit­erair werk om aan­schouwelijk te illus­tr­eren wat zij uit een tekst haalt wan­neer zij met het pot­lood in de hand aan de slag gaat. Dat is won­der­baar­lijk veel. Uit mijn dagelijks werk ken ik het principe van ‘Five Times Why’ om via die meth­ode bij de mogelijke oorza­ak van een prob­leem te komen. Het is grap­pig om te lezen hoe Lidewi­jde Paris dit ook toepast om bijvoor­beeld te allen tijde alert te zijn op mogelijke thema’s die een schri­jver in de tekst gestopt heeft. Dit begint al bij de eerste zin van een roman: waarom begint de schri­jver zo?

Maar daar houdt het niet op:

Als ik stille sig­nalen van een schri­jver tij­dens het lezen wil opvan­gen, moeten bij het lezen ogen­schi­jn­lijk niet-belan­grijke maar toch afwijk­ende zak­en mij opvallen. Ik moet dan zelfs de meest voor de hand liggende vra­gen stellen, open deuren door­gaan en rond­neuzen en op onder­zoek uit­gaan: wat zit hier­achter, wat is de reden, waarom, waarom, waarom? Ein­de­loos vra­gen: waarom?
[p.34, Hoe lees ik?, Lidewi­jde Paris]

Het moge duidelijk zijn, Lidewi­jde Paris is geen doorsnee lez­er. Zij doet haar uiter­ste best te door­gron­den waarom de schri­jver geschreven heeft wat hij heeft geschreven. Alsof het een raad­sel is:

Ik zie het als een spel dat ik met de schri­jver en het boek speel. Of zij spe­len het met mij.
[p.17, Hoe lees ik?, Lidewi­jde Paris]

Vooral die laat­ste opmerk­ing bli­jft hangen. Des te meer omdat op ver­schil­lende plaat­sen in haar boek de waarschuwing voor­bij komt dat als je niet oppast als lez­er je gemakke­lijk gema­nip­uleerd kunt wor­den door de schri­jver. Het is dezelfde waarschuwing die ik bij Tim Parks had gelezen:

We have too much respect for the print­ed word, too lit­tle aware­ness of the pow­er words hold over us. We allow worlds to be con­jured up for us with very lit­tle con­cern for the impli­ca­tions. We over­look glar­ing incon­gruities. We are suck­ers for allit­er­a­tion, asso­nance, and rhythm. We rejoice over sto­ries, whether fic­tion or “doc­u­men­tary,” whose out­comes are fla­grant­ly manip­u­la­tive, self-serv­ing, or both.
[How I Read, Tim Parks]

Het sym­pa­thieke aan de ver­schil­lende inter­pre­taties van lit­eraire tek­sten die Lidewi­jde Paris in haar boek met ons deelt, is dat ze con­tinu de nadruk bli­jft leggen op het feit dat het háár per­soon­lijke invulling is. Ieder mens is ver­schil­lend en daar­door is ook ieders leeser­var­ing ver­schil­lend2.

Maar wat ze over­tu­igend doet is die tek­s­tu­it­leg (of mening zo men wil) zodanig onder­bouwen dat het mogelijk is er een dialoog mee aan te gaan. Of zoals ze zelf zegt:

De kun­st van het prat­en over boeken ligt niet alleen in het ven­til­eren van een mening, maar in de uit­leg waarop je die mening baseert.
[p.248, Hoe lees ik?, Lidewi­jde Paris]

Iets waarmee ik het hele­maal eens ben. Haar boek is daar­bij een nut­tige hulp om lez­ers hand­vat­en te geven hoe een tekst te lijf te gaan en ver­vol­gens de per­soon­lijke inter­pre­tatie zodanig vorm te geven dat het de basale feed­back van ‘Ik vond het wel een leuk boek’ (of de tegen­hang­er ‘Het kon me niet echt boeien’) ontsti­jgt. Een aan­rad­er wat mij betre­ft voor elke gepas­sioneerde lez­er die niet bang is om (nog) wat actiev­er te lezen (en in een boek te kliederen). Het maakt lezen nog span­nen­der.

lidewijdeparishoeleesik

Romans zijn vaak meer dan alleen een ver­haal. Er wordt met struc­tu­ur gespeeld, met per­spec­tief, beelden en taal, waar­door een boek een extra beteke­nis of tweede laag kri­jgt. Maar die stille sig­nalen van de schri­jver zijn niet alti­jd makke­lijk te ont­dekken. In Hoe lees ik? laat Lidewi­jde Paris zien hoe zij die sig­nalen vin­dt en uitlegt. Aan de hand van ver­schil­lende frag­menten behan­delt ze de lit­eraire trucs en tech­nieken. Dat maakt dit boek ook voor begin­nende schri­jvers inter­es­sant.

Hoe lees ik?
Lidewi­jde Paris
Uit­gev­er Nieuw Ams­ter­dam
ISBN 9789046821084

~ ~ ~


  1. Zie hier mijn blog­post over How I Read, het ver­volg op A Weapon for Read­ers 

  2. Zie bijvoor­beeld haar uit­leg over het korte ver­haal April van de IJs­landse schri­jver Olaf Olaf­s­son op bladz­i­jdes 86 tot en met 104. Het wemelt van tussen­zin­nen als ‘ik ga eerst op zoek’, ‘geven mij sig­nalen’, ‘grap­pig genoeg vind ik’, ‘mijn sym­pa­thie ligt’, ‘dat zegt iets over hoe ik in elka­ar zit’, ‘ik wil dan meteen weten’, ‘een andere lijn vind ik’, ‘ik denk’, ‘wordt voor mij ver­sterkt’, ‘iets wat mij voor elke relatie funest lijkt’, ‘in mijn ogen’, ‘valt mij nu op’, ‘wat ik nu belan­grijk vind’, ‘kan het zijn, denk ik nu’, ‘ik denk dat dat de schuld­vraag is’, ‘ik denk dat ieder voor zich die vraag moet beant­wo­or­den’. 

Een perfecte dag om weer aan te haken

Het exa­m­en Pro­ject­man­age­ment is achter de rug. Er is een huis verkocht. Ons eigen huis staat inmid­dels te koop. En de voor­berei­din­gen ron­dom de ver­bouwing van en ver­huiz­ing naar ons nieuwe huis begin­nen vorm te kri­j­gen. Nog genoeg te doen, maar het leek me dat er toch weer wat tijd vri­jge­maakt kon wor­den voor Een per­fecte dag voor lit­er­atu­ur. Wat een mooi toe­val dat Cathe­li­jne met een email kwam waarin ze de start van een nieuw seizoen in iet­wat gewi­jzigde vorm aankondigde. De ver­plicht­ing om alti­jd mee te doen komt te ver­vallen wat het een stuk makke­lijk­er maakt om het lezen van nieuwe boeken plus erover bloggen af te stem­men op mijn agen­da.
De twi­jfels die ik nog had verd­we­nen meteen toen ik een frag­ment las uit het eerste boek van dit seizoen, Hoe lees ik? door Lidewi­jde Paris. Het sprak me ontzettend aan. Ik bedacht me geen ogen­blik langer en gaf aan dat ik weer van de par­tij was. Inmid­dels heb ik de eerste hon­derd bladz­i­jdes gelezen en geni­et ik met volle teu­gen hoe Lidewi­jde op een bij­zon­der toe­ganke­lijke manier uit­leg geeft over hoe zij een roman­tekst tot zich neemt. Erg onder­houdend.
Van­daag zag ik een youtube video van haar voor­bij komen waarin ze in het kort aangeeft wat (lit­eraire) smaak is. Ik zou zeggen, speel het eens af (het duurt slechts een kleine twee minuten) want ik kan wel proberen uit te leggen waarom ik zo gecharmeerd ben van Lidewi­jde maar miss­chien dat je het beter zelf kunt ervaren:

hoeleesiklidewijdeparis

Romans zijn vaak meer dan alleen een ver­haal. Er wordt met struc­tu­ur gespeeld, met per­spec­tief, beelden en taal, waar­door een boek een extra beteke­nis of tweede laag kri­jgt. Maar die stille sig­nalen van de schri­jver zijn niet alti­jd makke­lijk te ont­dekken. In Hoe lees ik? laat Lidewi­jde Paris zien hoe zij die sig­nalen vin­dt en uitlegt. Aan de hand van ver­schil­lende frag­menten behan­delt ze de lit­eraire trucs en tech­nieken. Dat maakt dit boek ook voor begin­nende schri­jvers inter­es­sant.
Hoe lees ik?
Lidewi­jde Paris
Uit­gev­er Nieuw Ams­ter­dam
ISBN 9789046821084