Wen d’r maar aan… — deel zoveel

Maar, maar, we kun­nen toch niet zon­der eten naar bed? We moe­ten nog tan­den­poet­sen. En slaap­kle­ren aan. En, en…
“Wen d’r maar aan!” riep ik ze nog na, nadat ik ze onder bedrei­ging van een pak slaag naar boven had gejaagd. Stel­le­tje hui­le­bal­ken. Slap­pe­lin­gen.
Tevre­den leun­de ik ach­ter­over in mijn luie stoel. De wereld was een stuk over­zich­te­lij­ker gewor­den. De huis­ka­mer was geheel van mij. Alle las­ti­ge ele­men­ten weg­ge­stuurd. Geen kri­tiek. Geen tegen­spraak. […]  Lees ver­der