Mensen

Niet dat jul­lie nu denken dat Mao’s mas­samo­ord over mussen gaat. Het gaat wel degelijk over mensen. Chinezen. Met name diege­nen die tij­dens de zoge­naamde ‘Grote Sprong Voor­waarts’ (de inhaal­slag op insti­gatie van par­ti­jlei­der Mao Zedong ingezet om van Chi­na een wereld­macht te mak­en) in de peri­ode van 1958–1962 voor­ti­jdig kwa­men te over­li­j­den. Zo’n 45 miljoen vol­gens de laat­ste schat­tin­gen.

Zo’n 45 miljoen extra doden — overlede­nen boven het nor­male gemid­delde aan­tal ster­fgevallen.

Vaak wordt de schuld voor al deze doden gelegd bij de honger­snood als uit­was van de ram­pza­lige manier waarop invulling gegeven werd aan het grootschalige exper­i­ment om Chi­na omhoog te stuwen in de vaart der volk­eren. Maar nieuw onder­zoek door Frank Diköt­ter toont aan hoe ter­reur en geweld wel degelijk een belan­grijk onderdeel waren van deze ‘Grote Sprong Voor­waarts’. Van­daar de gedurfde titel van zijn boek.

Tekst achter­flap:

Mao wilde zijn land de sta­tus van een wereld­macht bezor­gen en zo tegelijk­er­ti­jd de kracht van het com­mu­nisme aan­to­nen. Frank Diköt­ter laat echter zien hoe Mao Chi­na met ‘De Grote Sprong Voor­waarts’ een gigan­tis­che en ram­pza­lige stap in de tegengestelde richt­ing liet mak­en. Chi­na werd niet alleen het toneel van een van de dodelijk­ste mas­samo­or­den in de menselijke geschiede­nis (meer dan 45 miljoen wer­den zo afge­beuld, uit­ge­hongerd of gemarteld dat de dood erop vol­gde), maar het bewind van Mao veroorza­ak­te ook nog ’s werelds groot­ste ver­woest­ing van huizen, the­aters en andere gebouwen. Ongeveer een derde van alle huizen werd tot puin gere­duceerd en er werd roof­bouw op het land gepleegd in de mani­akale jacht naar staal en andere indus­triële ben­odigdhe­den. Deze sloop was niet alleen cat­a­stro­faal voor de economomie en cul­tu­ur, maar ook voor het milieu.

Het cynis­che mot­to van dit in al zijn gruwelijkheid uiterst meeslepend en lees­baar boek is een uit­spraak van Mao: ‘Rev­o­lu­tie is geen gezel­lig eten­t­je.’ Deze non­cha­lante arro­gantie richt­ing het lij­den van de Chi­nese bevolk­ing komt onder veel hoogge­plaat­ste par­ti­jle­den veelvuldig terug en reduceert de onvoorstel­baar vele doden tot ‘col­lat­er­al dam­age’.

De 500 bladz­i­jdes tel­lende gede­tailleerde ver­sla­g­leg­ging van dit onmenselijke dra­ma (nog maar vijftig jaar gele­den) is wat mij betre­ft slechts een begin om een ander beeld van de geschiede­nis van Chi­na en Mao Zedong te geven. Ik raad iedereen aan om deze 500 bladz­i­jdes zelf te lezen. Het is de meest com­pacte samen­vat­ting die men redelijk­er­wi­js mag verwacht­en wan­neer men over 45 miljoen slachtof­fers van een mas­samo­ord spreekt.

 ~ ~ ~