Saboteur – Marte Kaan

Wat ik bij de verhalen uit de bundel van Marte Kaan merk is dat hoe korter ze zijn hoe beter ik ze vind. Neem nu ‘Saboteur’, tevens titel van de bundel. In slechts zeven bladzijdes weet ze overtuigend te beschrijven hoe het weinig vrolijk stemmende bestaan van een metaalarbeider heel eventjes kleur krijgt voordat het definitief wegzinkt in grauwe alledaagsheid. Hier nu eens niet een verhaal verpakt in mysterieuze vaagheid waar het raden is naar wat er precies aan de hand is. Nee, de klare taal overheerst en aan het einde weten we als lezer precies wat zich heeft afgespeeld.

De stijl deed me een beetje denken aan Van dode mannen win je niet door Walter van den Berg. Bijvoorbeeld in de zelfgenoegzame manier waarop de ik-persoon over zichzelf praat:

Hij kon zich best bedwingen, maar hij mocht haar en hij wist dat je vrouwen geen groter plezier deed dan door te doen alsof je jezelf niet onder controle hebt.
[p.85]

Ook Marte Kaan is in staat om een niet bijster sympathieke hoofdpersoon zodanig neer te zetten dat je medelijden met hem krijgt. Hij mag dan wel een frequente kroegganger zijn en niet altijd even sociaal in de omgang, toch hopen we voor hem dat zijn heldhaftige poging om de depressief makende sleur te doorbreken gaat lukken. Er valt in ieder geval direct positief resultaat te bemerken:

In de fabriekshal jankt het geluid van staal op staal, maar in plaats van dat hij er pijn van in z’n kop krijgt, heeft hij zin om te dansen. Op de lelijke bakkesen van zijn werkmaten verschijnt een wolvengrijns. Hij grijnst terug, zo vet als hij kan. Wenkbrauwen rijzen goedkeurend, de dooie kan leven.
[p.88]

Maar het geluk is van korte duur. En ditmaal is het niet zozeer zelfsabotage wat de ommekeer brengt. In die zin vormt ‘Saboteur’ het contrapunt van alle andere verhalen in de bundel. Gaan daar de personages langzaam maar onvermijdelijk ten onder door hun eigen (on)bewuste destructieve handelen, nu komt de sabotage-actie van buiten en doet de titel in die zin recht aan alleen dit ene verhaal.

Nu is de vraag natuurlijk: ‘Wie is de saboteur?’
Het antwoord is voor 16,95 euro bij de betere boekhandel te vinden o.v.v. Saboteur door Marte Kaan.

~ ~ ~

Dit is een aanvulling op mijn eerdere bespreking van Saboteur in het kader van Een perfecte dag voor literatuur. Ik gaf toen aan om een aantal korte verhalen uit de bundel wat meer aandacht te geven. Dit zijn ze:

– New York
– Zwaan
Saboteur
– Hoofdredacteur
– Nirwana
– Exit

~ ~ ~

Zwaan – Marte Kaan

zwaan_Fotor

De zwaan. Voor de LOST-kenners onder mijn volgers heb ik goed en slecht nieuws. Laten we beginnen met het goede: het is me gelukt alle seizoenen via het onvolprezen Netflix te bekijken. Afgelopen vrijdag heb ik de laatste aflevering gezien en qua timing kwam het zo uit dat precies om middernacht de aftiteling op het scherm verscheen. Dat ik het als goed nieuws breng is een keuze. Ik had voor hetzelfde geld kunnen zeggen dat ik nu niet meer elke week minstens één episode van deze fantastische serie kan volgen. Hoewel, ik kan natuurlijk weer van voor af aan beginnen.

Wat is dan wel het slechte nieuws? Eigenlijk niet veel meer dan de mededeling dat de zwaan waar ik het vandaag in deze blogpost over ga hebben niets te maken heeft met ‘the Swan’ uit LOST. Kon ik onlangs nog moeiteloos een link leggen tussen een boek wat ik aan het lezen was en station ‘the Pearl’, deze keer is dat jammer genoeg niet mogelijk. Wat misschien weer goed nieuws is voor de LOST-haters onder mijn volgers. Zo heb ik voor ieder wat wils.

OK, dat gezegd hebbende kan ik me concentreren op de zwaan van Marte Kaan. Het is een zwaan die we naar ik vermoed allemaal wel kennen. Of nog steeds met ons meedragen. In mijn geval was het een jongen die mijn beste vriend werd toen we eind jaren zeventig gingen verhuizen naar een nieuwbouwwijk waar hij al woonachtig was met zijn ouders en jongere broertje. Ondanks dat we binnen de kortste keren bijna elke dag met elkaar optrokken en alles met elkaar deelden heb ik me altijd op een bepaalde manier minderwaardig bij hem gevonden. Het was niet zozeer hoe hij deed naar mij, maar veel meer hoe de rest van de wereld naar hem keek. Hoe men hem adoreerde. Hoe hem alles als vanzelf in de schoot geworpen werd. The Golden Boy. Boy Wonder. En ik wou hem zijn. Maar diep in mijn hart wist ik dat ik gedoemd was het lelijke eendje te blijven.

De zwaan in het gelijknamige verhaal uit de bundel Saboteur van Marte Kaan is ook zo iemand waar de ik-persoon alleen maar met jaloezie aan kan denken:

Zij is altijd zwaan geweest. Onder luid applaus ter wereld gekomen en dat applaus was in de loop van haar leven niet afgezwakt, het zwol enkel af en toe aan om vervolgens weer terug te keren naar een meer dan bevredigend niveau.
[p.64]

Alleen is het voor haar een soort van obsessie (sorry dat ik in herhaling val) geworden. Zij hunkert naar aandacht van de Zwaan (let op de hoofdletter!) terwijl tegelijkertijd diezelfde aandacht haar nog onzekerder maakt. Opgesloten als ze zit in een voor de buitenwereld misschien normale relatie voelt zij hoe ze langzamerhand de grip verliest en maar aan één ding kan denken: ontsnapping. Iets wat ze tegen beter weten in toch door de Zwaan denkt te kunnen bereiken. Daarom heeft ze de Zwaan en diens echtgenoot uitgenodigd voor een etentje. Op zoek naar dat ene teken van erkenning:

En dan. Natuurlijk heeft ze zich dat afgevraagd. Kleine kans dat haar huis eindelijk de doodse alledaagsheid van een Ikea-showroom zou ontstijgen, haar borsten er minder meelijwekkend bij zouden hangen, haar kinderen eens normaal gingen doen, dat ze als bij toverslag een bezielde echtgenoot zou krijgen of de gedroomde kwaliteit orgasmen. Maar toch.
[65-66]

We zijn dan pas op een derde van de iets meer dan elf bladzijdes dat dit korte verhaal lang is. Maar wat we nu al kunnen voorspellen is dat het haar niet gaat lukken. Opnieuw beginnen, waar ze het in de eerste zin reeds over heeft, is voor haar niet weggelegd. Het zal alleen maar van kwaad tot erger gaan.

Ook in dit verhaal heeft Marte Kaan weinig tekst nodig om veel te vertellen. Maar ze doet dit wederom op een dusdanige manier dat er voor de lezer nog voldoende te raden over blijft. En de toon is bijzonder verontrustend. Bij aandachtige herlezing blijkt hoezeer het leven van de ik-persoon al ontwricht is geraakt door haar vele wanen. Het is een verre van optimistisch beeld wat Marte Kaan hier van een doorsnee gezinsleven schetst, waar ervaringen uit het verleden verstrekkende gevolgen kunnen hebben.

Mijn zwaan heb ik al zo’n twintig jaar niet meer gezien. We zijn elkaar uit het oog verloren op het momet dat ik naar een naburig dorp verhuisde en hij naar de andere kant van de wereld. Ondertussen weet ik dat hij net als ikzelf zijn momenten van onzekerheid heeft gehad en dat hem zeer zeker niet alles als vanzelf is komen aanwaaien. Het is me zelfs duidelijk geworden dat ikzelf voor weer anderen in die tijd een soort van zwaan ben geweest. Niet dat ik me daar veel bij kan voorstellen. Maar het is een schrale troost die ik koester.

~ ~ ~

Dit is een aanvulling op mijn eerdere bespreking van Saboteur in het kader van Een perfecte dag voor literatuur. Ik gaf toen aan om een aantal korte verhalen uit de bundel wat meer aandacht te geven. Dit zijn ze:

New York
– Zwaan
Saboteur
– Hoofdredacteur
– Nirwana
– Exit

~ ~ ~

Ach, vooruit. Wat kan mij het schelen dat ik geen enkele reden kan vinden anders dan de overeenkomst in naam. Ik wil gewoon dat introductie filmpje van het Dharma initiatief over ‘the Swan‘ laten zien. Hier komt ie:

~ ~ ~

New York – Marte Kaan

Ergens in het jaar 2002 raakte ik verdwaald in de staat New Jersey. Niet dat ik er iets aan kon doen. Ik sliep namelijk. Samen met twee collega’s was ik onderweg naar Fishkill. We waren geland op het vliegveld van Newark ten westen van New York en zouden vervolgens met een huurauto richting Fishkill rijden. Voor de duidelijkheid: Fishkill ligt een heel stuk ten noorden van Newark. Tot op de dag van vandaag zijn de meningen verdeeld of het vermoeidheid of slecht kaartlezen was wat ons gedurende meer dan een uur door New Jersey deed dwalen. Maar feit is dat we flink verkeerd zaten en het was voor mijn collega’s ook niet geheel duidelijk hoe ze hier weer gingen uitkomen. Vloekend en tierend reden we door eindeloze buitenwijken op zoek naar aanwijzingen, waarbij mijn twee collega’s bij elk nieuw kruispunt verder geïrriteerd raakten en ik zelf achter in de auto half slaperig probeerde uit te vinden hoe het kwam dat we niet meer in de VS waren.

Het is dan ook leuk om in een kort verhaal uit de bundel Saboteur van Marte Kaan de volgende passage te lezen:

In New Yorks debiele zusje New Jersey verwachtte je de logge gestalte van Tony Soprano op elke straathoek tegen het lijf te lopen. Maar deze kant van de aardbol is zo alledaags als een Hollandse Vinex-wijk. Hoe ontluisterend ook, het lucht op te weten dat wat ik begeerde daverend gewoon blijkt.
[p.54]

De observatie wordt gemaakt door de ik-persoon in een verhaal met de titel ‘New York’. Zij is voor de eerste keer in New York. Samen met haar vriend die auditie gaat doen voor een filmschool. In slechts negen bladzijdes wordt ons duidelijk gemaakt dat hun relatie geen lang leven beschoren zal zijn. Dat heeft weinig te maken met of het haar vriendje wel of niet gaat lukken om toegelaten te worden. Het is de ik-persoon zelf die zich al bij voorbaat heeft neergelegd bij dit in haar ogen onafwendbare einde:

Het zijn de momenten waarop ik me – meer dan anders – afvraag waarom ik het onvermijdelijke niet erken. Ik weet dat ik ook hiermee stop.
[p.57]

Wat voor mij in dit verhaal centraal staat is waar deze overtuiging bij haar vandaan komt dat zij niet in staat is iets af te maken. Dat wordt door Marte Kaan mooi vaag gehouden. Ook voor de ik-persoon is het niet duidelijk. Ze weet van zichzelf dat ze snel opgeeft. Ook dat dit consequenties heeft. Zelfs een hoop details voorafgaande aan de beslissing om weer eens met iets te kappen staan haar helder voor de geest. Het hoe en waarom van zulk een beslissing blijft echter in nevelen gehuld:

[…] maar wat er gebeurde tussen het moment in de bezemkast en het moment dat ik naar adem happend op een winderig perron stond terwijl de de tranen (van opluchting, paniek, geluk?) over mijn wangen stroomden, weet ik niet.
[p.56]

Om dit relaas te lezen van iemand die met het leven geen raad weet, ingebed tussen een openingsalinea waar zij met vliegtuig en al uit de lucht komt gevallen om door engelen gered te worden en eindigend met een scene waar ze zichzelf in de grond ziet wegzakken om te hopen op een nieuwe kans haar aangereikt door diezelfde engelen, is heerlijk ontregelend en typerend voor de meeste verhalen in deze bundel. Wat het allemaal betekent? Daar ben ik nog niet uit. En in die zin is een kort verhaal voor mij meer dan geslaagd wanneer het na (eerste, tweede, derde) lezing gewoon blijft doorwerken en de fantasie prikkelen.

~ ~ ~

Dit is een aanvulling op mijn eerdere bespreking van Saboteur in het kader van Een perfecte dag voor literatuur. Ik gaf toen aan om een aantal korte verhalen uit de bundel wat meer aandacht te geven. Dit zijn ze:

– New York
– Zwaan
Saboteur
– Hoofdredacteur
– Nirwana
– Exit

~ ~ ~

Zelfsabotage

Deze blogpost is deel 15 van 43 in de serie Een perfecte dag voor literatuur

Tijdens het vierde verhaal dacht ik, ‘Obsessie!’. Maar op de voorkant stond toch echt Saboteur. Met een onderbroken ‘o’. Alsof die kapot gemaakt was. Ik zocht het woord ‘saboteur’ op bij de internetversie van de Dikke van Dale:

sa·bo·teur (dem,vmeervoud: saboteurs)
iem. die sabotage pleegt

Tja. Dan maar naar Wikipedia voor ‘sabotage’:

Sabotage is een opzettelijke actie met als doel de positie van een vijand te verzwakken. Door middel van belemmering, verstoring en/of vernietiging wordt getracht de bestaande orde schade toe te brengen.

Ik riep in gedachten de verhalen op die ik tot nu toe gelezen had. Allereerst ‘Een keurig meisje’ waarin een keurig meisje geobsedeerd raakt door haar werkgeefster. Vervolgens raakt in het tweede verhaal ‘Uitschot’ een gevangene geobsedeerd door een bezoekende psychologiestagiaire. Daarna volgt het relaas van een meisje in ‘New York’ dat geobsedeerd is door het niet kunnen afmaken van iets waaraan ze is begonnen (ik besef, dit is er met de haren bijgesleept, maar ik probeer een punt te maken). En nu, al lezend in ‘Zwaan’, valt me opnieuw op dat het hier draait om een vrouw die geobsedeerd is. Vandaar ‘Obsessie!’.

Is het verstandig om op zoek te gaan naar een gemeenschappelijke noemer in een verhalenbundel? Moet het altijd zoiets zijn vergelijkbaar met een conceptalbum van een popgroep? Of kan het ook gewoon een verzameling losse verhalen zijn waarbij het enige verbindende element de auteur is?

Nadat ik alle verhalen uit de bundel van Marte Kaan gelezen had (Saboteur is zowel de titel van de bundel als van één van de verhalen) was ik nog steeds geneigd om obsessief gedrag van de diverse hoofdpersonen als meest opvallend kenmerk te noteren. Niet bij elk verhaal even nadrukkelijk. Of misschien wel helemaal niet (door mij opgemerkt). Maar toch.

Het was de ‘Saboteur’ op de voorkant die mij in verwarring bracht. Ik zou bijna gekscherend willen zeggen dat de auteur via ‘een opzettelijke actie’ mijn positie als lezer verzwakt heeft. Maar waarom? Ik ben toch niet de vijand zou je zeggen. Wat ik pas later zag en waardoor de verwarring niet meteen verdween was de omschrijving op de achterflap:

Onbedoeld saboteren ze [de personages uit de bundel] hun leven en worden ze onderhuids uitgehold door verlangens waarvan ze de aard niet kennen.

Los van het feit dat er dus inderdaad een rode draad in de verhalen aanwezig is, vroeg ik me af hoe deze sabotage-activiteiten te verklaren waren vanuit de definitie die ik gevonden had. Wie was de vijand?

Eerder dit jaar was een topeconoom (niet zomaar een econoom) van de VU in het nieuws omdat hij misschien zelfplagiaat had gepleegd. Zou er ook zoiets als ‘zelfsabotage’ bestaan? Want dat komt volgens mij veel dichter bij de kern van de meeste verhalen. Zelfsabotage waarbij de vijand de eigen persoon is. De ‘ik’ waar men niet meer mee kan leven. Waar men een hekel aan heeft. Die te gronde gericht moet worden. Koste wat kost.

Met dit label van ‘Zelfsaboteur’ kan ik wel leven. Nagenoeg alle personen die Marte Kaan ten tonele voert lijden aan enige vorm van zelfdestructie. In korte trefzekere beschrijvingen geeft zij ons een inkijkje in de levens van deze getormenteerde mensen die gevangen in hun eigen logica of onmacht onvermijdelijk afglijden in een neerwaartse spiraal. De verhalen zijn beklemmend en raken je vol tussen de ogen wanneer je als lezer durft mee te gaan in de wanhoop die deze verloren zielen in zijn greep heeft.

Niet altijd is even duidelijk hoe het zover gekomen is of wat er staat te gebeuren. Persoonlijk vind ik dat een aanbeveling. De geschetste situaties zetten aan tot verder nadenken, en ondanks dat de setting vaak redelijk specifiek is zijn de dilemma’s universeel genoeg. Niet alle verhalen zijn even sterk, maar ik weet zeker dat ik er verschillende vaker zal herlezen omdat ze door hun gelaagdheid nog lang niet alle geheimen hebben prijsgegeven.

Dit zijn mijn favorieten en misschien dat ik er nog wel wat individuele blogposts aan ga besteden om ze verder uit te diepen:

New York
Zwaan
Saboteur
– Hoofdredacteur
– Nirwana
– Exit

Een jonge vrouw raakt verstrikt in een masochistische relatie met haar bazin, een gevangene gaat ten onder aan een fatale verliefdheid op een psychologiestagiaire en een gearriveerde relatietherapeute verbrandt ogenschijnlijk redeloos al haar perfecte schepen achter zich.
Met de personages uit
Saboteur ga je niet gezellig een borrel drinken. Het lijken heel gewone, keurige mensen, maar ondertussen broeit er van alles. Onbedoeld saboteren ze hun leven en worden ze onderhuids uitgehold door verlanges waarvan ze de aard niet kennen. Sommigen worden verteerd door jaloezie, anderen door spijt, rancune of andere ontwrichtende emoties. Een enkeling berust in zijn lot omdat hij onder ogen heeft gezien wat hij van het leven mag verwachten.

Saboteur
Marte Kaan
Uitgeverij Ambo
ISBN 9789026323577

~ ~ ~

Begrijpend lezen

Een andere manier om zonder verplichtingen rond te waden in het slijk van de menselijke ziel is het lezen van romans waarin aangepaste mensen een brute daad begaan. Ze rammen een gezicht tot pulp met een ijzeren staaf, steken weerloze daklozen in brand. Ja mensen, schoolmeestert de schrijver, het beest huist in ons allen. Het houdt zich soms een paar generaties stil maar verhuist stilletjes met ons mee om dan, via de slinkse wegen van de genetica, op een onbewaakt moment tevoorschijn te komen. Om het gegeven nog wat pregnanter te maken is het de zoon van een hoge pief die opeens zwavel in z’n asem blijkt te hebben. Dat lezen, behaaglijk gruwelend in je leunstoel van gewapend beton. En dan denken dat je iets van de wereld begrijpt. Dat je mij begrijpt.
Rot toch op.

[p.40-41, Saboteur, Marte Kaan]

~ ~ ~

Blogdatum 30 april

~ ~ ~