Stil

Het kan verk­eren. Van­daag dacht ik nog wat verder na over de xyz-vraag van gis­ter. Ook raak­te ik onder het betr­e­f­fende blog en op twit­ter in gesprek over het onder­w­erp. Is het nodig om je blog tot één onder­w­erp te beperken? Kun je zake­lijk en per­soon­lijk bloggen op één plek com­bineren? Moet je door bli­jven bloggen wan­neer je zoek­ende bent of is het beter om som­mige blogs maar beter niet te posten? Wat weer­houdt je ervan om de blogs te schri­jven die je zou willen schri­jven, maar schri­jf je wel de blogs waar je niet alti­jd even tevre­den over bent?

Veel ver­schil­lende vra­gen en niet alti­jd was een antwo­ord voorhan­den. Het lijkt er zelfs op dat er bin­nenko­rt een #blog­praat sessie aan gewi­jd gaat wor­den. Maar dat terz­i­jde. Voor mij werd het duidelijk dat ikzelf de laat­ste tijd (door omstandighe­den nog nad­er te duiden, ooit) te gemakzuchtig ben gewor­den. Wilde ik eerder nog wel wel eens serieus tijd steken in het het schri­jven van (en indi­en nodig, wat onder­zoek ple­gen voor) een blog, dan is dat door diezelfde nog nad­er te duiden omstandighe­den iets wat er nu niet meer van komt (een uit­zon­der­ing daarge­lat­en). Dat vind ik jam­mer want het brengt mijn blog uit bal­ans.

Wat ik namelijk alti­jd voor ogen heb gehad met het schri­jven voor mijn blog, is dat het gevarieerd moest zijn. En kwal­i­tatief van een bovengemid­deld niveau. Waar de taal cre­atief gebruikt werd. De grens tussen fic­tie en non-fic­tie moeil­ijk traceer­baar. Waar­door een­der welk onder­w­erp hopelijk op een eigen wijze gebracht kon wor­den. Er zijn al zoveel menin­gen. Laat mij er dan een iet­wat afwijk­ende kijk op geven. Een niet gang­bare belicht­ing die de aan­dacht ves­tigt op andere details. Met heel af en toe een par­a­dig­maver­schuiv­ing in het klein tot gevolg. Zoi­ets. Ieder heeft zo zijn dromen.

Heb ik een voor­beeld in gedacht­en? Een site die mij inspireert? In de prak­tijk brengt waar ik slechts met bewon­der­ing kan toek­ijken? Jazek­er. Niet slechts een­t­je, maar een (ook weer niet al te lang) lijst­je blog­gers volg ik trouw. Allereerst om vee­lal adem­loos hun blogs te lezen. Daar­naast om te leren. Door hun blogs te onder­gaan. Te door­gron­den. Wat iets anders is dan klakkeloos copieëren. Ik probeer iets te mee te kri­j­gen van hun beziel­ing. De kracht die uit de blogs spreekt. Hoe ze over totaal ver­schil­lende onder­w­er­pen (per­soon­lijk, zake­lijk, maatschap­pelijk rel­e­vant, in de hob­bysfeer) dur­ven te bloggen zon­der dat dit afbreuk doet aan ‘het gezicht’ van hun blog. Dat het kan, bewi­jzen zij.

Dat het kan verk­eren, bewi­jst de dagelijkse harde blog­ger­sprak­tijk…

fn-stil

Vanaf van­daag moet ik namelijk Frontaal Naakt van mijn lijst­je schrap­pen. Peter Breed­veld (samen met zijn geliefde Has­s­nae Bouaz­za) gooit de hand­doek in de ring. Moegestre­den:

Wel­nu, ik bén kapot. Zij hebben gewon­nen, ik ben de los­er. Ik kan het niet meer opbren­gen.

Over alles wat zich heeft afge­speeld waar­door Breed­veld tot deze drastis­che en diep­tri­este besliss­ing is gekomen ga ik hier niet uitwi­j­den. Daar wordt op ver­schil­lende plekken al veel aan­dacht aan besteed. Neem de tijd en lees zijn ver­haal. Volg daar­na de linkjes. Ik wil hier alleen stil­staan bij het feit dat een sub­lieme blog­ger waar­voor ik veel waarder­ing heb, ermee stopt. Moet stop­pen. Ter­wi­jl we er met z’n allen bij ston­den. En ernaar keken. Of zelfs wegkeken. Stilzwi­j­gend.

In een van de allereer­ste reac­ties onder het FNEXIT blog staat een bek­ende preek afkom­stig van de Duitse predikant Mar­tin Niemöller:

Toen de nazi’s de com­mu­nis­ten arresteer­den heb ik gezwe­gen;
ik was immers geen com­mu­nist.
Toen ze de soci­aalde­moc­ra­t­en gevan­gen­zetten heb ik gezwe­gen;
ik was immers geen soci­aaldemocraat.
Toen ze de syn­di­cal­is­ten kwa­men halen heb ik gezwe­gen;
ik was immers geen syn­di­cal­ist.
Toen ze de Joden opsloten heb ik gezwe­gen;
ik was immers geen Jood.
Toen ze de katholieken arresteer­den heb ik gezwe­gen;
ik was immers geen katholiek.
Toen ze mij kwa­men halen
…was er nie­mand meer die nog kon pro­test­eren.

Daar ben ik nu nog stil van.

~ ~ ~