Ontdekkingsreis door het onbekende

Deze blog­post is deel 16 van 19 in de serie Zen — Robert Pir­sig

[p.109–114]

Een kort hoofd­stuk van­daag. Slechts zes bladz­i­jdes. Het begint met een beschri­jv­ing hoe de motor­ri­jders hun weg ver­vol­gen via de Yel­low­stone Val­ley door de staat Mon­tana. Onder­weg zien ze een gedenk­teken voor de ont­dekkingsreizigers Lewis en Clark die begin 19de eeuw een expe­di­tie onder­na­men om over het land van oost naar west te trekken, de zoge­naamde North­west Pas­sage. Na een uiteen­zetting over deduc­tie en induc­tie, twee vor­men van argu­men­tati­etech­nieken om op een logis­che manier een hiërar­chisch opge­bouwd sys­teem te door­gron­den, eindigt het hoofd­stuk met een bij­na-bots­ing. Een tege­moet komende vracht­wa­gen heeft moeil­ijkhe­den om terug te komen op de andere rijbaan na een inhaal­ma­noeu­vre en weet de motor van de ik-per­soon op het nip­pert­je te ontwijken.

De beschri­jv­ing van het land­schap en het net-niet ongeluk nemen iets meer dan één bladz­i­jde in beslag, de rest gaat over het voor­naam­ste ver­schil tussen deduc­tie en induc­tie en hoe je deze weten­schap­pelijke meth­od­es kunt inzetten bij het oplossen van prob­le­men. Toch wordt het ner­gens saai of komt het te geforceerd over. Dat heeft me alti­jd gefasci­neerd aan dit boek. De wis­sel­w­erk­ing tussen het reisver­slag en Chau­tauqua bli­jft boeiend. En het lijkt of ik bij elke her­lez­ing weer iets nieuws ont­dek.

Zo was me niet eerder de par­al­lel met de trek naar het west­en opgevallen (of bijge­bleven) waaraan regel­matig geref­er­eerd wordt. Al eerder las ik:

I am a pio­neer now, look­ing onto a promised land.
[p.96, Zen]

Ik had er de vol­gende aan­teken­ing bij gemaakt:

  • pio­nier zoals in de oor­spronke­lijke beteke­nis van ‘the west­ward expan­sion’, bek­end van de slo­gan ‘Go West, young man!’;
  • pio­nier in de gedacht­en­wereld van Phae­drus

Nu dan opnieuw een ver­wi­jz­ing in de vorm van het gedenk­teken voor Lewis en Clark. Het lijkt een metafoor te zijn voor de zoek­tocht van de ik-per­soon door de gedacht­en­wereld van Phae­drus. De flar­den ver­loren gewaande (beter: ver­loren gemaak­te) ken­nis die hij stuk­je bij beet­je weet te herin­neren kan men vergelijken met het in kaart bren­gen van onbek­end gebied. Zon­der dat duidelijk wordt hoe en waar het gaat eindi­gen.

Voor mijzelf vor­m­den de uitwei­din­gen over filosofie en weten­schap net zo goed een expe­di­tie door onbek­end ter­rein. Gelukkig trof ik in Pir­sig de per­fecte reislei­der. Hoewel ik niets met motors had/heb, waren de voor­beelden van motoron­der­houd om de the­o­retis­che stof uit te leggen zo aansprek­end dat ik geen moeite had om door te bli­jven lezen ondanks dat ik lang niet alles begreep. Afgewis­seld met de belevenis­sen tij­dens de motor­trip zorgde het ervoor dat ik niet voor­ti­jdig afhaak­te maar wilde weten hoe het verder ging. Wat mij betre­ft een ide­ale com­bi­natie om nieuwe stof te leren.

~ ~ ~