Opstaan en weer doorgaan

Deze blog­post is deel 27 van 43 in de serie Een per­fecte dag voor lit­er­atu­ur
deofferstokyo
yk.namiki | pho­topin cc

Voor mijn werk bracht ik in 2008 een bezoek aan onze nieuwe fab­riek in Nan­jing. Aan het eind van een week vol ver­gaderin­gen en work­shops kre­gen we de beschikking over een auto­bus­je met gids en kon­den we enkele his­torische bezienswaardighe­den bezoeken. Het was toen dat ik voor het eerst te horen kreeg over de ver­schrikkin­gen die de stad had moeten doorstaan tij­dens de Japanse inval eind 1937. Ik raak­te gefasci­neerd door deze geschiede­nis, verdiepte me er bij thuiskomst wat meer in en schreef er enkele blog­posts over1.

Eerder al had ik in 2003 over een vergelijk­baar voor­val geho­ord in Shang­hai. Ook daar was ik voor mijn werk en ook toen werd me fijn­t­jes uit de doeken gedaan hoe onmenselijk de Japan­ners tekeer waren gegaan. Het bloed­bad van Nan­jing is echter ongek­end. Wat zich daar in een relatief korte tijdss­panne heeft afge­speeld tart elke beschri­jv­ing.

Wat me bij het lezen over deze peri­ode nog steeds erg bijs­taat is de nasleep ervan. Je zou verwacht­en dat na afloop van de oor­log er alles aan gedaan zou wor­den om de slachtof­fers en nabestaan­den van Nan­jing te eren en op elk mogelijke wijze te com­penseren voor al hun doorstane leed. De werke­lijkheid bleek com­plex­er te zijn. Voor­namelijk omdat Chi­na van­wege het com­mu­nis­tisch regime aldaar samen met Rus­land als het nieuwe dreigende gevaar werd gezien en Japan in de ogen van de Amerika­nen kon fun­geren als probaat tegen­wicht in Azië, werd het Chi­na onmo­gelijk gemaakt om de Japan­ners aansprake­lijk te stellen. Tegelijk­er­ti­jd was er bin­nen Chi­na nog steeds een poli­tieke machtsstri­jd gaande die de aan­dacht weghield van wat er in Nan­jing was gebeurd. Men had ‘belan­grijkere zak­en’ aan het hoofd. Tevens viel de verned­er­ing door de Japan­ners niet te rij­men met het beeld van een groot en krachtig Chi­na wat men voor ogen had. Liev­er zweeg men erover.

Lat­er, toen de com­mu­nis­tis­che dreig­ing was gaan liggen, zocht­en Chi­na en Japan economis­che toe­nader­ing tot elka­ar waar­door het opnieuw niet wenselijk was om deze pijn­lijke geschiede­nis al te nadrukke­lijk op te rake­len om de broze betrekkin­gen niet teveel te schaden. Op geo-poli­tiek niveau werd dat als belan­grijk­er gezien.

In de nieuwe roman van Kees van Bei­jnum, De offers getiteld, komt deze kwest­ie zijdel­ings aan bod. Het was onder andere daarom dat ik met meer dan gewone belang­stelling aan dit boek begon. Eén van de hoofd­per­so­n­en is de Ned­er­landse rechter Rem Brink die zit­ting heeft in het Tokio Tri­bunaal. Ook de oor­logsmis­daden die de Japan­ners begaan hebben in Nan­jing staan als aan­klacht op de agen­da. Maar al snel werd ik gegrepen door de per­soon­lijke geschiede­nis van de drie cen­trale fig­uren waar dit boek om draait: de al genoemde rechter Rem Brink, de Japanse zan­geres Michiko waar hij ver­liefd op wordt en de Japanse oor­logsvet­er­aan Hide­ki (de neef van Michiko).

Decor van dit lijvige boek is het totaal ver­woeste Tokio. De oor­log is ver­loren, het land is bezet door de Amerika­nen en atoom­bom­men hebben hun verni­eti­gende werk gedaan. Wat overbli­jft is een naargeestig beeld van com­pleet gede­mor­aliseerde Japan­ners die in alle opzicht­en ges­loopt zijn. In een stad waar geen steen meer op de andere staat moeten zij zien te over­leven in een tijd waar vooral­snog wet­teloosheid over­heerst. De Amerika­nen zijn volop bezig om grip op het land te kri­j­gen maar zo kort na de oor­log geldt het recht van de sterk­ste (of miss­chien beter, het recht van de minst zwakke). Voor min­der dan een hand­vol rijst kan men al bru­ut over­vallen wor­den of in het erg­ste geval wor­den ver­mo­ord.

Het is in dit des­o­late land­schap waar de wegen van Rem, Michiko en Hide­ki elka­ar kruisen. De rechter die heen en weer ges­lingerd wordt in zijn liefde voor Michiko ter­wi­jl hij een gehuwd man is met drie kinderen en daar­naast ook nog eens in con­flict komt met de andere rechters over de straf­maat2. Hier­door komt hij onder grote druk te staan wat grote gevol­gen kan hebben voor zijn posi­tie en toekomst. De zan­geres die kansen lijkt te hebben om Japan te kun­nen ‘ontvlucht­en’ voor een oplei­d­ing in het buiten­land maar van­wege haar liefde voor de Ned­er­landse rechter in de prob­le­men komt en zich ged­won­gen ziet af te reizen naar haar armoedi­ge geboorte­dorp hoog in de bergen. En tenslotte de invalide oor­logsvet­er­aan Hide­ki die onmachtig zijn kapotte lev­en vorm te geven zichzelf con­tinu in een slachtof­fer­rol manoeu­vreert maar zodoende zijn omgev­ing keer op keer in gevaar brengt met alle gevol­gen van dien.

Wat ik mooi vond aan deze meeslepende roman is de sym­bol­iek die ik er in proef. Japan, het land van de rijzende zon. Dit speelde regel­matig door mijn gedacht­en. Naar­mate het ver­haal zich vordert (de rechter verbli­jft tweeëneen­half jaar in Tokio!) lees je hoe de Japan­ners als nij­vere mieren bezig zijn om hun stad (en land) weer van de grond af op te bouwen. Ja, ze waren totaal over­won­nen en verned­erd tot op het bot. Maar mid­den in deze ver­woest­ing zijn ze in staat op te staan en opnieuw te begin­nen. Niet iedereen, en zek­er niet ongeschon­den, maar toch.

Ontel­bare malen heeft hij deze route gere­den en gelopen. Gaan­deweg zag hij steeds min­der haveloze mensen die hun dagen als kakker­lakken tussen het vuil en de puin­hopen door­bracht­en. Steeds min­der vuil en puin­hopen ook.
[p.472, De offers]

Een oor­log kent alleen maar ver­liez­ers, geen win­naars. Zo is het gezegde. Maar miss­chien is het beter om te stellen dat een oor­log slechts over­leven­den kent. En die moeten uitein­delijk verder. Het­zelfde gaat op voor Rem, Michiko en Hide­ki. Alledrie weten ze te overeind te bli­jven nadat in meer of min­dere mate hun lev­ens ten gronde zijn gericht. Ze moeten verder, waar­bij ze elka­ars hulp para­dox­aal bezien nodig hebben ter­wi­jl ze ook gedeel­telijk schuldig zijn aan elka­ars ongeluk, en tre­den hun toekomst tege­moet, onzek­er van wat die hen zal bren­gen.

Over Nanking heb ik uitein­delijk weinig gelezen. Maar dat heb ik hele­maal niet als teleurstel­lend ervaren. In tegen­stelling. De offers is een rijk en gevarieerd boek wat ik adem­loos heb uit­gelezen. Op de achter­flap las ik dat Kees van Bei­jnum ‘erop uit [is] steeds nieuwe schri­jf­paden te betre­den’, en ik kan dit alleen maar bea­men en tevens toevoe­gen dat deze roman naar mijn beschei­den mening bij­zon­der ges­laagd is. De per­son­ages komen goed tot lev­en en het vormt geen prob­le­men om je als lez­er in te lev­en in hun gedacht­en­gang. Ook de ‘set­ting’ van Tokio net na de oor­log is heel invoel­baar vor­mgegeven. Het gaat onder je huid zit­ten wan­neer je je probeert te ver­plaat­sen in hoe de Japanse bevolk­ing moet zien te over­leven in deze barre tij­den. Er zit heel veel in deze roman, veel meer dan wat ik hier in deze besprek­ing kan aanstip­pen en daarom zou ik iedereen willen aan­raden om het zelf te gaan lezen.

deoffers

Tokio, 1946. De Ned­er­lan­der Rem Brink is een van de rechters van het Tokio Tri­bunaal, waar de groot­ste Japanse oor­logsmis­dadi­gers terecht­staan. Ter aflei­d­ing van de machtsspel­let­jes en voort­durend wis­se­lende allianties van zijn collega’s probeert Brink het hem vreemde en totaal ver­woeste land te verken­nen
Als Brink de Japanse zan­geres Michiko ont­moet, die tij­dens de bom­barde­menten op Japan haar oud­ers heeft ver­loren, ontluikt er een liefde die niet zon­der gevaar blijkt. Ged­won­gen vertrekt ze naar haar geboorte­dorp in de bergen, waar vlak daar­voor in stilte gruwelijke oor­logsmis­daden hebben plaats­gevon­den.

De offers
Kees van Bei­jnum
Uit­gev­er­ij De bezige bij
ISBN 9789023486282

~ ~ ~


  1. Mocht je geïn­ter­esseerd zijn in deze voor ons relatief onbek­ende geschiede­nis, dan kan ik de vol­gende boeken aan­beve­len:
    The rape of Nanking — The for­got­ten Holo­caust of World War II door Iris Chang,
    De goede nazi van Nanking — Hoe één man twee­hon­derd­duizend Chinezen red­de — de dag­boeken van John Rabe,
    The mak­ing of the ‘Rape of Nanking’ — His­to­ry and mem­o­ry in Japan, Chi­na, and the Unit­ed States door Takashi Yoshi­da 

  2. Lees hier meer over de Ned­er­landse rechter Bert Röling die mod­el heeft ges­taan voor het fic­tieve per­son­age Rem Brink 

Huizen van plezier

Op 10 okto­ber 2008 zat ik onderuit geza­kt op de achter­bank van een tax­ibus­je. Moe van een over­volle week work­shops kre­gen we op de laat­ste dag in Nan­jing de beschikking over onze eigen privé-gids om de stad en omgev­ing te verken­nen. Nietsver­moe­dend passeer­den we de slecht ger­estau­reerde stadsmuur die zich kilo­me­ter­slang uit­strekt par­al­lel aan de bed­ding van de Jangt­sekiang riv­i­er. Ik schri­jf ‘nietsver­moe­dend’ omdat ik op dat moment nog totaal onwe­tend was van de mas­sa-slacht­ing die zich tij­dens de inval door de Japan­ners in decem­ber 1937 hier heeft afge­speeld.

Wan­neer ik de foto’s terugk­ijk die ik op die tiende okto­ber heb gemaakt, vraag ik me soms af of we niet via een van de poorten de stad zijn bin­nengekomen waar toen­ter­ti­jd de lijken van ges­neu­velde sol­dat­en tot pulp wer­den gere­den. Ik pak de dag­boeken van John Rabe erbij en blad­er naar het hoofd­stuk met de omineuze titel ‘De Japan­ners marcheren bin­nen: het begin van de gruwe­len’. Op bladz­i­jde 119 staat een afbeeld­ing van de Y Chang Men-poort. Het onder­schrift is huiv­er­ing­wekkend:

De Y Chang Men-poort die naar de haven­wijk Hsi­ak­wan lei­d­de. Er was maar één door­gang geopend. De lijken van Chi­nese sol­dat­en lagen er meter­shoog en vor­m­den samen met de zandza­kken een com­pacte mas­sa. Weken­lang reden er auto’s over­heen die op weg waren naar Hsi­ak­wan.
[p.119, John Rabe. De goede nazi van Nanking]

De gids die we kre­gen toegewezen in 2008 vertelde ons veel over het zoge­naamde ‘Bloed­bad van Nanking’. Het was de eerste keer dat ik er van hoorde en ik nam me voor om bij thuiskomst mijzelf meer te verdiepen in deze ver­schrikke­lijke geschiede­nis. Inmid­dels heb ik er al ver­schil­lende keren over geschreven, zoals onder andere hier en hier. Omdat het geen aan­ge­name leesstof is probeer ik het aan­tal blog­posts over dit onder­w­erp te beperken, hoewel ik van mening ben dat er best meer aan­dacht aan gegeven kan wor­den. Zelf heb ik er nu al heel wat over gelezen en gezien.

Dit week­end deed ik een nieuwe ont­dekking. Op Net­flix ont­dek­te ik tot mijn ver­rass­ing de doc­u­men­taire Nanking die gebaseerd is op het boek The Rape of Nanking, door Iris Chang. Net zoals bij lez­ing van het boek moest ik ook bij deze doc­u­men­taire een aan­tal maal pauzeren voor­dat ik weer verder kon. Maar omdat ik verder niets nieuws te weten kwam twi­jfelde ik of er ik er iets over moest gaan bloggen. Ik besloot om een con­cept­blog­je aan te mak­en met de link naar de doc­u­men­taire.

Dat was zater­da­gavond.

Van­mid­dag, tij­dens de lunch­pauze, check­te ik de nieuws­bericht­en op nos.nl waar meteen de vol­gende update in het oog sprong: Chi­na beschermt Japans bor­deel

Chi­na heeft een oud bor­deel in de Chi­nese stad Nanking de sta­tus van bescher­md his­torisch gebouw gegeven. Het bor­deel was vroeger in Japanse han­den. Met de bescher­mde sta­tus wil Peking de Japanse oor­logsmis­daden in Nanking benadrukken. Het gebouw heeft zeven verdiepin­gen en was tij­dens de Tweede Werel­door­log het groot­ste mil­i­taire bor­deel van Azië.  Japan heeft het bloed­bad van Nanking en het zware bestaan van de troost­meis­jes nooit erk­end. De meis­jes en vrouwen zouden zich vri­jwillig hebben aange­bo­den om mil­i­tairen ‘troost’ te bieden.

Troost­meis­jes.

Ik neem het boek van Iris Chang er nog eens erbij:

The first offi­cial com­fort house opened near Nanking in 1938. To use the word com­fort in regard to either the women or the ‘hous­es’ in which they lived is ludi­crous, for it con­jures up spa images of beau­ti­ful geisha girls strum­ming lutes, wash­ing men, and giv­ing them shi­at­su mas­sages. In real­i­ty, the con­di­tions of these broth­els were sor­did beyond the imag­i­na­tion of most civ­i­lized peo­ple. Untold num­bers of these women (whom the Japan­ese called ‘pub­lic toi­lets’) took their own lives when they learned their des­tiny; oth­ers died from dis­ease or mur­der. Those who sur­vived suf­fered a life­time of shame and iso­la­tion, steril­i­ty, or ruined health.
[p.53]

De instal­latie van deze staats­bor­de­len was een bizarre reac­tie door de leg­erlei­d­ing op de mas­sale (groeps)verkrachtingen die had­den plaats­gevon­den onder de plaat­selijke bevolk­ing nadat de Japan­ners de stad had­den veroverd. Hier­voor wer­den naar schat­ting tussen de 80.000 en 200.000 vrouwen uit geheel Azië ontvo­erd, gekocht of gekid­napt  en op trans­port gezet naar Nan­jing.

Vri­jwillig. Om troost te bieden in deze huizen van plezi­er.

Ik denk dat het tijd is om er toch maar weer eens een blog­je aan te wij­den.

~ ~ ~

City of Life and Death

Afgelopen week­end nam ik ein­delijk de tijd om de opgenomen film City of Life and Death te kijken. Ik was er na afloop redelijk kapot van. Over het onder­w­erp van de film, het bloed­bad in Nan­jing gedurende de win­ter­maan­den van 1937 door de Japan­ners, was ik na mijn bezoek aan deze Chi­nese voor­ma­lige hoofd­stad inmid­dels goed op de hoogte. Het lezen van enkele boeken, vele inter­net-artike­len en het zien van de John Rabe dag­boekver­film­ing had­den me men­taal voor­bereid op de gruwe­len die ik ongetwi­jfeld zou gaan zien. Toch greep het me meer naar de keel dan ik verwacht had. Of miss­chien anders dan ik verwacht. Maar ik kon het niet pre­cies duiden.

Vanocht­end bij de dagelijkse twit­ter­rou­tine tussen opstaan en douchen zag ik als nieuwe vol­ger @NankingMassacre in mijn lijst staan. Het zal naar aan­lei­d­ing zijn geweest van mijn #nw tweet over City of Life and Death. Uit nieuws­gierigheid keek ik in de tijdli­jn en zag meteen bove­naan deze ReTweet:

Just watched City of Life and Death… Think Schindlers List on the Nanking mas­sacre with­out any­one get­ting saved… Christ

— Wu (@MauryGarner) jan­u­ari 5, 2012

Meteen had ik het gevoel dat dit state­ment goed onder woor­den bracht waar ik naar zocht na het kijken van de film. Ook hier een grote groep mensen die bij elka­ar gedreven wordt in bange onzekere afwacht­ing van wat hun boven het hoofd hangt. En ook hier red­ding uit een hoek waar je het niet verwacht, de Duitse John Rabe (hoofd van een Siemens ves­tig­ing) die als Nazi-par­ti­jlid in staat is een vei­lighei­d­szone op te richt­en.

Echter Rabe (met hulp van ver­schei­dene andere buiten­lan­ders die Nan­jing niet ver­lat­en) is uitein­delijk niet in staat om het onheil af te wen­den. Hij wordt teru­groepen naar Duit­s­land want men kan het zich niet veroorloven dat een Duits staats­burg­er open­lijk par­tij kiest tegen de Japan­ners (tenslotte had­den de Duit­sers een ver­drag met de Japan­ners getek­end). Nadat hij is vertrokken wordt de vei­lighei­d­szone ont­man­teld en gaan de Japan­ners verder met het exe­cuteren van onderge­do­ken Chi­nese sol­dat­en en het selecteren van Chi­nese vrouwen voor de Japanse bor­de­len waar deze zoge­naamde ‘troost­meis­jes’ let­ter­lijk doo­d­geneukt wor­den.

Dit alles wordt redelijk expli­ci­et getoond in deze stilis­tisch zeer fraaie maar uiterst deprimerende zwart/wit film. Met natu­urlijk de kant­teken­ing dat lang niet alles qua gruwe­len getoond kan of mag wor­den wat zich daar in Nan­jing heeft afge­speeld. Het zou alle leefti­jdskeurin­gen te buiten gaan en grote aan­tallen bezoek­ers weg­ja­gen van­wege het onbe­vat­telijke gedrag wat de Japan­ners daar hebben ten­toonge­spreid. Ik citeerde in mijn vorige blog Iris Chang uit haar boek ‘The rape of Nanking’ en gebruik hier dezelfde pas­sage. Lees ‘m aan­dachtig en laat ‘m op je inwerken:

The Rape of Nanking should be remem­bered not only for the num­ber of peo­ple slaugh­tered but for the cru­el man­ner in which many met their deaths. Chi­nese men were used for bay­o­net prac­tice and in decap­i­ta­tion con­tests. An esti­mat­ed 20.000–80.000 Chi­nese women were raped. Many sol­diers went beyond rape to dis­em­bow­el women, slice off their breasts, nail them alive to walls. Fathers were forced to rape their daugh­ters, and sons their moth­ers, as oth­er fam­i­ly mem­bers watched. Not only did live buri­als, cas­tra­tion, the carv­ing of organs, and the roast­ing of peo­ple become rou­tine, but more dia­bol­i­cal tor­tures were prac­ticed, such as hang­ing peo­ple by their tongues on iron hooks or bury­ing peo­ple to their waists and watch­ing them get torn apart by Ger­man shep­herds.

Dit speelde con­tinu door mijn hoofd tij­dens het kijken naar de film. Ik zag gruwelijkhe­den die mijn ver­stand te boven gin­gen, maar wist dat achter elk decorstuk zich iets afspeelde, dat wan­neer het getoond zou wor­den, ik mijn ver­stand zou ver­liezen.

Think Schindlers List on the Nanking mas­sacre with­out any­one get­ting saved

~ ~ ~

Ik scrolde nog wat verder door in de tijdli­jn van @NankingMassacre en zag daar ook nog de aankondig­ing van een onlangs uit­ge­brachte film over een gebeurte­nis die zich ook in die zwarte maan­den in Nan­jing heeft afge­speeld, The Flow­ers of War:

Het ver­haal over deze episode had ik al eerder gelezen maar op de een of andere manier ziet deze ver­film­ing met Chris­t­ian Bale er toch net iets te gelikt uit om recht te doen aan wat het gros van de inwon­ers van Nan­jing heeft moeten doorstaan. Maar dat kan veran­deren wan­neer ik de kans zie om deze film te bek­ijken.

~ ~ ~

The Rape of Nanjing

Ruim een jaar gele­den bezocht ik het Sun Yat-sen Memo­r­i­al, gele­gen op een helling van Pur­ple Moun­tain aan de rand van Nan­jing (miss­chien beter bek­end als Nanking), voor­ma­lig hoofd­stad van Chi­na. De tocht begint met een lange laan, ver­vol­gens moet men vele trap­pen nemen en kleinere tem­pels passeren voor­dat men bij het mau­soleum komt waar Sun Yat-sen vijf meter diep ligt begraven.

We had­den de kans dit bede­vaart­so­ord voor vele Chinezen te bezoeken omdat ons de laat­ste dag van een vijf­daags werk­be­zoek vri­jaf was gegeven. Men had zelfs een auto van de zaak plus chauf­feur plus gids beschik­baar gesteld. De gids was een ent­hou­si­aste jonge­man die erg zijn best deed zoveel mogelijk wetenswaardighe­den met ons te delen. Zo ook halver­wege het laat­ste gedeelte van de trap­pen naar het mau­soleum. Op één van de plateaus ston­den enkele grote bronzen ketels. Bedoeld voor wierook naar ik mij meen te herin­neren. Hij liet ons zien dat er ver­schei­dene kleine gat­en in zat­en. Veroorza­akt door beschi­etin­gen vanu­it de lucht tij­dens de Japanse belegering van de stad in 1937. Het was gebleven bij deze min­i­male beschadig­ing.

Het ver­haal dat hij vertelde gaf aan dat deze kleine beschadig­ing in schril con­trast stond met de gigan­tis­che ver­woest­ing door de Japan­ners voor wat betre­ft de rest van de stad. Zo veel respect de Japan­ners schi­jn­baar had­den voor de grond­leg­ger van de Chi­nese repub­liek, zo weinig was hen gele­gen aan de stad zelf plus de bevolk­ing. Al tij­dens de aan­val op Shang­hai had­den ze lat­en zien geen enkel respect te hebben voor de burg­er­bevolk­ing in oor­logsti­jd. De bom­barde­menten die ze uitvo­er­den op de haven­stad waren voor­namelijk gericht op burg­er­doe­len. Bedoeld om de samen­lev­ing te ontwricht­en. Uitein­delijk wis­ten ze de stad te verov­eren op de Chinezen die zich ijlings terug trokken naar Nan­jing.

In hun opmars naar Nan­jing gin­gen de Japan­ners daar­na mee­do­gen­loos te werk. Elke woon­plaats die ze tegenkwa­men werd met de grond gelijkge­maakt, en alle burg­ers die ze in han­den kre­gen wer­den op de meest gruwelijke wijze ver­mo­ord. Vrouwen, ongeacht de leefti­jd, wer­den verkracht, ver­minkt en uitein­delijk ver­mo­ord. Steeds meer Chinezen van het plat­te­land vlucht­ten voor de Japanse troepen uit, richt­ing Nan­jing.
Begin decem­ber 1937 ston­den de Japan­ners voor de stadsmuren (de lang­ste ooit ron­dom een stad gebouwd, en nog steeds imposant om te zien) van Nan­jing. En reeds bin­nen in een week wis­ten ze de Chi­nese defen­sie te door­breken en bin­nen te drin­gen in de ommuurde stad.

Wat toen begon is de geschiede­nis inge­gaan als Het bloed­bad van Nan­jing, of ook wel De verkracht­ing van Nan­jing. Van de burg­ers die inmid­dels niet de stad waren ontvlucht, hebben de Jap­pan­ners in een tijds­bestek van zes weken tijd, er tussen de 100.000 en 300.000 ver­mo­ord, ver­minkt en verkracht. Ron­dom deze schat­tin­gen van het aan­tal slachtof­fers is nog steeds veel dis­cussie gaande, waar­bij in Japan nog steeds een grote groep weten­schap­pers probeert aan te tonen dat dit hele bloed­bad nooit heeft plaats­gevon­den. Dan wel probeert te bagatel­lis­eren als iets wat inher­ent is aan oor­logsvo­eren.

Maar de wijze waarop deze mensen het lev­en hebben gelat­en tart elke beschri­jv­ing. De gids gaf wat voor­beelden, die ons op dat moment als verge­zocht in de oren klonken.
Hier­na dronken we nog wat water uit onze flesjes, haalden diep adem en ver­vol­gden onze trap­pen­tocht naar boven. Naar het mau­soleum van Sun Yat-sen.

Een­maal weer thuis in Ned­er­land begon ik op inter­net te zoeken naar infor­matie over dit bloed­bad van Nan­jing, en bestelde enkele boeken. Tot nu toe heb ik de dag­boeken van John Rabe (Ned­er­landse ver­tal­ing 2009) gelezen en daar­na een boek van Iris Chang, The rape of Nanking (1997). Verder heb ik een hoop gelezen op inter­net.

En het is erg­er dan ik had verwacht. Niet voor niets gaf Iris Chang haar boek de vol­gende onder­ti­tel mee, The for­got­ten Holo­caust of World War II. Haar boek is een emo­tionele aan­klacht tegen deze ver­geten bladz­i­jde in de geschiede­nis van Chi­na. Wegge­mof­feld tij­dens de na-oor­logse wereld­poli­tiek, waar hogere belan­gen belan­grijk­er wer­den geacht dan het com­penseren of in herin­ner­ing houden van het leed vele hon­derd­duizen­den Chinezen aangedaan. Zij beschri­jft op indrin­gende wijze welke nacht­mer­rie-achtige tafer­e­len zich moeten hebben afge­speeld toen het vlucht­ende Chi­nese leg­er, de achterbli­jvende inwon­ers weer­loos over­li­et aan de Japan­ners. Wat die uit­ge­haald hebben is bij­na niet te bevat­ten:

The Rape of Nanking should be remem­bered not only for the num­ber of peo­ple slaugh­tered but for the cru­el man­ner in which many met their deaths. Chi­nese men were used for bay­o­net prac­tice and in decap­i­ta­tion con­tests. An esti­mat­ed 20.000–80.000 Chi­nese women were raped. Many sol­diers went beyond rape to dis­em­bow­el women, slice off their breasts, nail them alive to walls. Fathers were forced to rape their daugh­ters, and sons their moth­ers, as oth­er fam­i­ly mem­bers watched. Not only did live buri­als, cas­tra­tion, the carv­ing of organs, and the roast­ing of peo­ple become rou­tine, but more dia­bol­i­cal tor­tures were prac­ticed, such as hang­ing peo­ple by their tongues on iron hooks or bury­ing peo­ple to their waists and watch­ing them get torn apart by Ger­man shep­herds.”

Het boek veroorza­ak­te veel con­tro­verse en is nog steeds inzet van fel debat tussen voor- en tegen­standers. Pas in 2007 is het (in een iet­wat aangepaste ver­sie) ver­sch­enen in een Japanse ver­tal­ing.

De dag­boeken van John Rabe zijn ver­taald als De goede nazi van Nanking. Hoe één man twee­hon­derd­duizend Chinezen red­de. Het is het ver­haal van een Duitser die reeds jaren­lang in Nan­jing woonachtig was en de func­tie van directeur had van een Siemens ves­tig­ing in Nan­jing. Toen de Japan­ners voor de poorten van de stad ston­den besloot hij tegen alle orders in, om te bli­jven. Samen met een groep­je andere buiten­landse achterbli­jvers richt­ten ze toen een inter­na­tionale vei­lighei­d­szone op, waar­van John Rabe de voorzit­ter werd. Op deze manier wis­ten ze het lev­en te red­den van zo’n 200.000 Chinezen. In de dag­boeken valt te lezen hoe dit een dagelijkse beproev­ing was omdat de Japan­ners als kri­oe­lende rat­ten con­tinu probeer­den de zone bin­nen te drin­gen om man­nen te exe­cuteren en vrouwen te verkracht­en of te ontvo­eren.

John Rabe wist zich gesterkt als Nazi de Japan­ners weer­stand te bieden (tenslotte waren ze offi­cieel bondgenoten). Hij heeft zelfs geprobeerd de hulp van Hitler in te schake­len om de Japan­ners te over­tu­igen de vei­lighei­d­szone met rust te lat­en. Zon­der resul­taat overi­gens.

Nadat de Japan­ners begin 1938 een Chi­nees stads­bestu­ur had­den geïns
talleerd (volledig onder con­t­role van de Japan­ners natu­urlijk) kon John Rabe niet langer de orders om terug te keren naar Duit­s­land negeren. Daar is hij min of meer op non-actief gesteld. In grote armoede is hij in 1950 overleden. Hulp­goed­eren vanu­it Nan­jing, voor­namelijk verza­meld door nabestaan­den en over­leven­den van de slacht­ing), mocht­en niet meer bat­en.

Hij was een held in Nan­jing, maar in Duit­s­land was hij een ex-nazi zon­der werk. Deze week is in Ned­er­landse bio­scopen de ver­film­ing van zijn dag­boeken in pre­mière gegaan.

Klik op de afbeeld­ing om de video op youtube te bek­ijken.

~ ~ ~