Tussen de muziek — NSJ2011 zaterdag 9 juli

14.30 uur:
Ruim op tijd ben ik bij Ahoy. De auto staat zo goed als op het fes­ti­val­ter­rein gepar­keerd. Het is nog niet druk en ik besluit om voor een lunch te gaan in winkel­cen­trum Zuid­plein. In de gelijk­namige brasserie word ik geholpen door een energieke vrouw op leefti­jd. Moed­er­lijk geeft ze me een klap op de schoud­er wan­neer ik verontschuldigend verk­laar uit Bra­bant te komen bij mijn tweede poging om een brood­je te bestellen. “Ach jon­gen, we hebben alle­maal onze gebreken,” voegt ze er aan toe. De warme brie met noten is er niet min­der smake­lijk om.

15.30 uur:
Op het plein voor Ahoy speelt een drum­band bestaande uit louter jon­geren. Hun ent­hou­si­asme werkt aansteke­lijk en na het optre­den delen ze fold­ers uit. “Ja, dat kun­nen ze goed. Muziek mak­en.” Uit­spraak van een dik­buikige man op fiets die naast mij staat. De muzikan­ten zijn donkergek­leurd, hijzelf is voorzien van een roodgek­leurde witte huid. Het fold­ert­je pakt hij aan voor­dat hij weer verder fietst om het daar­na van zich weg te wer­pen.

16.30 uur:
De poorten gaan open. Vlot­jes gaat de doorstro­ming. Na de scan van het tick­et staat er een haag van secu­ri­ty per­son­eel. Een vrouw voor mij stelt zich min of meer uitda­gend met gesprei­de benen en armen op bij een fors gebouwde beveiliger. Ze doet een ver­zoek om gefouilleerd te wor­den. Haar vriendin­nen kijken toe. De man lacht en pakt haar tas die hij uit­ge­breid bin­nen­ste buiten keert.

17.00 uur:
Ik ben van plan om naar het optre­den van Ser­gio Mendes te gaan, maar bli­jf hangen in de Maas-zaal waar de band van Amadou & Mari­am op het punt staat te begin­nen. Ik neem me voor om een aan­tal num­mers te bli­jven en dan door te lopen voor het con­cert van Ser­gio Mendes. Voor ik het weet zijn we ruim een uur verder en sta ik nog steeds in de Maas-zaal.

19.00 uur:
In dezelfde zaal is hier­na het con­cert van Kyte­crash, de gele­gen­hei­d­scom­bi van Col­in ‘Kyte­man’ Ben­ders en Eric Vloeimans. Ik ga wat te drinken halen en zoek een plek uit dicht bij het podi­um. Men is volop bezig met de sound­check. Zow­el Col­in als Eric zijn gecon­cen­treerd bezig. Naast mij staat een stel waar­van de vrouw wil weten wie van de twee Kyte­crash is. Ze hebben niets met NSJ, maar bezoeken het fes­ti­val dit jaar van­wege Prince. Ze zijn niet de eni­gen. Lat­er, tij­dens het con­cert vertrekken ze al na een kwartiert­je. In totaal had­den ze al min­i­maal vijfen­twintig optre­dens van Prince bezocht. Er was er niet een­t­je tegengevallen, verzek­er­den ze me bei­den. En alle­maal waren ze anders. Nooit het­zelfde. Wat goed uitk­wam, want ze hield­en van ver­rassin­gen en exper­i­menteren in de muziek. Blijk­baar was dit optre­den hen te saai en/of voor­spel­baar.
Quote van de avond kwam trouwens van een vrouw achter mij die teleurgesteld uitriep dat Vloeimans van broek gewis­seld had. Dat vond ze jam­mer, want die gele broek, ‘die stond ‘m goed!’

20.15 uur:
Na Kyte­crash haast ik me naar de Con­go-tent waar Otis Tay­lor al begonnen is met zijn rauwe blues-sessie. Er staan stoelt­jes opgesteld die alle­maal al bezet zijn. Ron­dom staat het vol met pub­liek. Ik wring me naar voren om beter zicht te kri­j­gen op de muzikan­ten. Otis zelf biedt een helpende hand door onverwacht back­stage te gaan om wat lat­er plot­sel­ing aan de zijkant van de tent naar bin­nen te wan­de­len spe­lend op zijn mond­har­mon­i­ca. Iedereen draait zich om en probeert zo dicht mogelijk bij de man te komen. Ik maak van de gele­gen­heid gebruik om een plaat­sje te bemachti­gen bij het podi­um. In de band speelt een lenige vio­liste die er schik in heeft haar benen tij­dens het spe­len hoog in de lucht te gooien. Of flink met haar billen te schud­den. Nogal oncon­ven­tion­eel. Na het optre­den haal ik wat te eten en zoek een leeg tafelt­je op. Al snel komt er een groep­je van vier (twee vrouwen, twee man­nen) aan­schuiv­en. De man­nen zijn onder de indruk ger­aakt van de vio­liste. Luidop bespreken ze hoe geweldig het wel niet moet zijn om zo’n soe­pele meid in bed te hebben. De vrouwen zuigen onver­stoor­baar aan hun cock­tails.

22.00 uur:
Na het eten twi­jfel ik welke arti­est nu op te zoeken. Uitein­delijk kies ik voor John Scofield maar ver­gis me in de zaal. Wan­neer ik een mooie zit­plaats in (opnieuw) de Con­go-tent heb gevon­den blijkt dat daar Roy Ayers, Pete Rock & The Robert Glasper Expire­ment optre­den. Voor mij totaal onbek­end maar ik bli­jf zit­ten waar ik zit (de ver­moei­d­heid begint toe te slaan). Tij­dens de sound­check gaat de vrouw die naast mij zit naar het podi­um en begroet uiterst jovi­aal naar wat lat­er Robert Glasper blijkt te zijn. Haar schoonzoon maakt een foto van hen bei­den. Ze blijken elka­ar van vroeger te ken­nen. Opge­groeid in dezelfde wijk, zo hoor ik haar lat­er vertellen tegen een groep­je jalo­erse fans wan­neer ze weer heeft plaatsgenomen. Op bezoek bij haar dochter die nu in Ned­er­land woont, besloot ze ook het jazz-fes­ti­val te bezoeken. Vooral van­wege haar held Roy Ayers, en groot was haar ver­rass­ing toen die bleek op te tre­den met Robert Glasper. Haar avond kan niet meer stuk. Luid­keels zingt ze alle lied­jes mee. Tek­st­vast en met heldere stem.
Het optre­den begon veel te laat omdat de saxofonist/toetsenist van Robert Glasper eerst geen gelu­id uit een key­board kreeg, en er ver­vol­gens geen reserve instru­ment voorhan­den was. Toen de band noodged­won­gen met spe­len begon, stond hij erbij met een blik die kon doden. De road­ies had­den zich al schielijk teruggetrokken. Na het eerste num­mer kwam de 70-jarige Roy Ayers op met in zijn han­den het bewuste key­board. Er werd veel gelachen en op schoud­ers ges­la­gen, maar mij werd niet geheel duidelijk of de saxofonist/toetsenist het grap­je kon waarderen. Als het al een grap­je was.

23.30 uur:
Op de tweede ring, die voor deze gele­gen­heid toe­ganke­lijk is gemaakt voor het pub­liek zie ik een spring in ’t veld op het podi­um uit haar dak gaan: Selah Sue. De Maas-zaal is bomvol. Voor mij staat een les­bisch stel elka­ar van top tot teen af te likken. Af en toe kijken ze elka­ar in de ogen en fluis­teren hoeveel ze van elka­ar houden. Ik kri­jg honger en scoor een ham­burg­er.

00.00 uur:
Het con­cert van Can­dy Dulfer is al begonnen. Ook hier is het drin­gen tot in de ver­ste uithoeken van de zaal. Met een cola maak ik het mezelf gemakke­lijk achter in de zaal. Op de scher­men is het optre­den goed te vol­gen. Maar ik heb meer oog voor het vele volk wat voor­bij komt gelopen. Velen zijn op weg naar de zaal waar Prince rond 01.00 uur zijn opwacht­ing zal mak­en. Er wordt over niets anders gespro­ken. Op de tri­bune achter mij zit een man zich te erg­eren aan het vele rumo­er. Om de zoveel tijd laat hij een geërg­erd ‘sssttt’ horen. Het maakt geen indruk. Hoo­gu­it op de man naast hem, die telkens als antwo­ord “Ja ja, nou weten we het wel” geeft. Tijd om naar huis te gaan.

De mensen van North Sea Jazz from nrc.nl on Vimeo.

Alle foto’s heb ik zelf gemaakt. Alle obser­vaties heb ik zelf gedaan. Alle gevol­gtrekkin­gen heb ik zelf getrokken.
Een ver­slag van zondag 10 juli staat hier.
Bezoek de spe­ciale web­site van NRC en Radio6 voor uit­ge­brei­de sfeer­im­pressies van North Sea Jazz en prachtige foto’s.

~ ~ ~