Vrij zijn…

[…] Hij stak zijn hand uit en doof­de de kaars. De duis­ter­nis palm­de hen weer in. Je hoor­de de mug­gen weg­vlie­gen toen ze het ver­lok­ke­lij­ke kaars­licht niet meer zagen. Je hoor­de ze nog even zoe­men, daar­na ver­stom­de het gegons van hun vleu­gels. Door een kier­tje waren ze de vrij­heid in geglipt.
‘Zag je dat, zag je dat?’ klonk Augusts stem van­uit het don­ker. ‘Heb je goed opge­let, mijn jon­gen?’ her­haal­de hij, ter­wijl hij het dek­sel van de kist schoof.
‘Nog een spel­le­tje, Fla­ma­ri­on.’ Dat was de kapi­tein die kaart­speel­de. Zijn stem leek van ergens uit de onein­dig­heid te komen.
‘Vrij zijn…’ fluis­ter­de August. Hij strek­te zijn arm en wierp een bran­den­de luci­fer in de kist met bus­kruit.
Een enor­me flits ver­licht­te het ver­trek en in het vuur van de explo­sie zag Petr de gro­te een­wor­ding oplich­ten. […]  Lees ver­der