50books – vraag 23

Deze blog­post is deel 23 van 50 in de serie 50books — 2013

Sinds ik in 2011 ein­delijk uit de kast kwam kijk ik nog maar spo­radisch voet­bal. De enkele keer dat de tv hier aan staat en ik me al zap­pend ver­baas waarom we nog een abon­nement hebben stu­it ik natu­urlijk wel eens op een voet­bal­wed­stri­jd. Wat me iedere keer weer opvalt is het com­men­taar. Het hangt van clichés aan elka­ar. Het­zelfde geldt voor de ver­sla­gen in de krant. Mag ‘het pot­je’ dan onvoor­spel­baar ver­lopen zijn, de nabeschouwing op schrift is dat zelden of nooit. Ik keek er dan ook niet van op toen ik een tijd gele­den las dat er een pro­gram­ma ontwikkeld was om op basis van voet­baluit­sla­gen, het bijbe­horende scorever­loop en samen­vat­tin­gen in de krant, automa­tisch nieuws­bericht­en te gener­eren voor nieuw gespeelde wed­stri­j­den. Nie­mand die het ver­schil merkt.

Het zou zo maar kun­nen dat Philip M. Park­er achter dit pro­gram­ma zit. Wat? Jul­lie ken­nen deze veelschri­jver niet? Nochtans heeft hij al 200.000 titels gepub­liceerd, en wie weet zijn er tij­dens dit schri­jven weer enkele bijgekomen. Hoe hij dat doet? Net zoals bij die wed­stri­jd­ver­sla­gen. Een gepaten­teerd pro­gram­ma zoekt op inter­net naar recht­en­vri­je tek­sten op basis van een vooraf bepaald sjabloon en stelt daar boeken uit samen. Dat kun­nen citaten­verza­melin­gen zijn, (puzzel)woordenboeken of macro-economis­che tren­d­analy­ses, maar ook medis­che han­dlei­din­gen. Non-fic­tie dus.

De vol­gende stap echter was poëzie. Inmid­dels claimt Park­er dat er al zo’n 1,3 miljoen gedicht­en op zijn naam staan. Geschreven door ‘Eve’, een ander pro­gram­ma wat hij spe­ci­aal voor dit doel ontwikkeld heeft. Aller­lei gen­res zijn door hem ver­zon­nen om de geau­toma­tiseerde gedicht­en te kun­nen cat­e­goris­eren. Zijn ze ook goed?

Do you think one of them is Shake­speare?” he was asked.
“No,” he said. “Only because I haven’t done son­nets yet.”
[The New York Times]

Het is slechts een kwest­ie van tijd en dan zal hij zich aan de fic­tie gaan wagen. Het reeds over­weldigende aan­bod van nieuwe romans die elke dag ver­schi­jnt, zal hoogst­waarschi­jn­lijk ver­dubbeld wor­den wan­neer Park­er out­put gaat gener­eren. Boekenkas­ten zullen niet meer in staat zijn om alleen al de verza­mel­ing Park­ers te kun­nen opslaan. Laat staan dat iemand zijn oeu­vre geheel tot zich kan nemen.

Wat betekent dit voor de lit­er­atu­ur? Is een automa­tisch samengestelde tekst te beschouwen als een echt boek? En zo niet, waarom dan niet? Moet het per se geschreven zijn door een per­soon in plaats van door een com­put­er­pro­gram­ma? Maar wat nu als het samengestelde boek opge­bouwd is uit echte tek­sten geschreven door echte mensen? Is een boek geen boek meer wan­neer men de hoofd­stukken door elka­ar hus­selt? Of is het nog steeds een boek, maar dan een slecht (of miss­chien wel een beter) boek? Is het echt onmo­gelijk om een com­put­er een tekst te lat­en pro­duc­eren die niet alleen lees­baar is, maar zelfs zin­neprikke­lend mooi van com­posi­tie en plo­top­bouw? Wan­neer zoveel schri­jvers (on)bewust gebruiken van aller­lei (aan­geleerde) tech­nieken, dan moet het voor een pro­gram­meur toch haal­baar zijn om dit uit vele romans te des­tilleren? Hoe erg kan dat zijn zolang het een boek oplev­ert dat de lit­eraire maat­staven kan doorstaan?

Wat vind jij?

Vraag 23:
Kun­nen com­put­ers fic­tie schri­jven?

PS: Vanzelf­sprek­end heb ik dit stuk­je tekst zelf geschreven…

~ ~ ~